
 {"id":10563,"date":"2015-04-29T13:20:00","date_gmt":"2015-04-29T11:20:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/een-master-maakt-je-nog-geen-betere-meester\/"},"modified":"2015-04-29T13:20:00","modified_gmt":"2015-04-29T11:20:00","slug":"een-master-maakt-je-nog-geen-betere-meester","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/een-master-maakt-je-nog-geen-betere-meester\/","title":{"rendered":"Een master maakt je nog geen betere meester"},"content":{"rendered":"<div class=\"lead\">Meer academici voor de klas, het is de heilige graal voor het onderwijs. Gefinancieerd door de overheid keren \u2028tienduizenden docenten terug naar de collegebankjes voor \u2028een mastertitel. Betere docenten levert deze titeljacht niet op.<\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>\u2018Als ik een master kantklossen\u2028 had gehad, was ik nu nog hbo-docent,\u2019 zegt Michiel Ouwehand, die sinds een half jaar lesgeeft aan de mbo-afdeling van het Scheepvaart en Transport College in Rotterdam. Nog niet zo lang geleden vochten hogescholen om docenten als Ouwehand, die na zijn hbo-opleiding bedrijfskunde twintig jaar in de logistiek en internationale handel werkte. Hij stond daarna drie jaar voor de klas bij de Hogeschool van Amsterdam (HvA) en deed de basiscursus didactiek. Maar onderwijservaring en kennis van de beroepspraktijk doen er nauwelijks meer toe in het hbo. \u2018Alles draait om het masterpapiertje,\u2019 ontdekte Ouwehand. Toen de HvA de Engelstalige businessopleiding waar hij werkte opdoekte, kwam hij niet meer aan de bak in het hbo. \u2018Vacatures genoeg, maar ze nemen liever een net afgestudeerde academicus aan.\u2019 Ten einde raad begon Ouwehand aan een MBA bij de particuliere hogeschool NTI. \u2018Dat kostte me elfduizend euro en voor mijn docentschap heeft het niets om het lijf. Vakinhoudelijk voegt het ook weinig toe omdat ik al bedrijfskunde heb gestudeerd. Ik heb gewoon de snelste weg naar het masterpapiertje gezocht en dat was voor mij die MBA.\u2019<\/p>\n<p><b>Geen aanwijsbaar nut<\/b><br \/>De academische titel is de heilige graal van het onderwijs geworden dankzij een McKinsey-studie uit 2007 die de succesfactoren van goed presterende onderwijslanden in kaart bracht. Fin land en Singa pore werden de hemel in geprezen, en daar staan louter academici voor de klas. Het verhogen van het opleidingsniveau van leraren was dan ook een belangrijke aanbeveling van de commissie \u2018Leerkracht!\u2019 onder leiding van Alexan der Rinnooy Kan. Een docent moet altijd een niveau hoger zijn opgeleid dan zijn of haar studenten, was het motto. In het hbo en de bovenbouw van het vwo zouden daarom alleen academici voor de klas moeten staan. <\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"figure--right\">\n<figure id=\"post-10563 media-10563\" class=\"align-none\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2015\/04\/adfbc204-dd6b-4cea-92e9-b0401ce78528_schetsMASTER1_preview.jpg\" alt=\"Illustratie: Elise van Iterson\" \/><figcaption>Illustratie: Elise van Iterson<\/figcaption><\/figure>\n<\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Hoewel nergens is aangetoond dat een docent met een mastertitel voor betere onderwijsprestaties zorgt dan zijn collega zonder die titel, omarmde minister Ronald Plasterk deze aanbeveling onmiddellijk. Begin 2008 maakte hij 85 miljoen euro vrij voor lerarenbeurzen. Zijn opvolgers Marja van Bijsterveldt en Jet Bussemaker zetten dat beleid enthousiast voort. <\/p>\n<p>Sinds 2008 kan iedere leraar, van onderwijzer op de basisschool tot hbo-docent, een beurs aanvragen om een bachelor- of masteropleiding te volgen. De overheid betaalt het college geld, tot een maximum van zevenduizend euro per jaar en geeft werkgevers ongeveer hetzelfde bedrag zodat ze een halve dag per week een vervanger kunnen inhuren voor de studerende leraar. Inmiddels zijn er al 53.000 beurzen toegekend \u2013 driekwart voor een masterstudie \u2013 en is er ruim driehonderd miljoen euro uitgekeerd. Naar werkgevers heeft de overheid naar schatting nog eens driehonderd miljoen overgemaakt. <\/p>\n<p>De lerarenbeurs is na acht jaar nog onverminderd populair bij politici en beleidsmakers. De Tweede Kamer steunt het beleid door dik en dun. Door geld uit te trekken voor lerarenbeurzen maakt de politiek immers zichtbaar dat er ondanks de crisis flink wordt ge\u00efnvesteerd in onderwijs. En ook vanuit \u2018het veld\u2019 hoor je er geen kwaad woord over. Vakbonden beschouwen de beurs als een verdiend cadeautje voor de onderbetaalde leraar en schoolbesturen knijpen in hun handjes: zij kunnen hun leraren bijna gratis een opleiding laten volgen, maar hoeven gediplomeerden geen beter betaalde functie te geven. De nieuwe masters staan voor de klas en geven daar beter les, is de afspraak.\u2028Maar is dat echt zo? Marga Bron bestudeerde voor haar eigen masterstudie de leerprestaties van eerstejaars aan de Hogeschool van Amsterdam. De uitkomst: of er een docent met of zonder mastertitel voor de groep staat, maakt voor de studieresultaten niet uit. Hbo-docenten verplichten om een mastertitel te halen heeft dus geen aanwijsbaar nut, constateerde de onderzoekster bij haar afstuderen in november 2014.<\/p>\n<p><b>Prestatieafspraken<\/b><br \/>Toch kan het opscholen van docenten politici niet snel genoeg gaan. Naast de wortel van de lerarenbeurzen hanteert de overheid daarom ook de stok van de prestatieafspraken. Hogescholen hebben beloofd dat 80 procent van hun lerarenkorps in 2016 een mastertitel heeft. Ambitieus, want in 2012 was nog maar 60 procent master. Er dreigt een forse sanctie: hogescholen die hun target missen, kunnen 7 procent van hun subsidie kwijtraken. Voor de HvA \u2013 de grootste van Nederland \u2013 staat 17,5 miljoen euro per jaar op het spel. Met andere onderwijssectoren zijn vorig jaar vergelijkbare akkoorden gesloten. In 2020 moet 85 procent van de bovenbouwdocenten in het vwo academisch geschoold zijn en moet 30 procent van de meesters en juffen op de basisschool een mastertitel hebben. Bij nieuwe benoemingen is een master al een vereiste, maar daarmee halen hogescholen de prestatietargets niet. Zittende docenten die nog geen master hebben, moeten snel, snel, snel een titel halen, want begin volgend jaar valt de bijl. Tijd om een academische master te volgen hebben ze meestal niet. Bij de meeste universiteiten moeten hbo\u2019ers voor ze aan een master beginnen een schakeljaar volgen waarin ze hun onderzoeksvaardigheden bijspijkeren. Een academische master halen kost een hbo-docent daardoor minimaal drie jaar. \u2018Docenten worden intern naar een master gestuurd, want dan kan het in \u00e9\u00e9n of twee jaar,\u2019 zegt Anneke Kistemaker, docent bij de Hogeschool Rotterdam en consulent van de Algemene Onderwijsbond. <\/p>\n<p>\u2018Een universitaire master? Ik wilde maximaal twee jaar over de opleiding doen en had ook geen zin om naar Amsterdam, Utrecht of Leiden te gaan,\u2019 zegt haar collega Monique van den Heuvel. \u2018Toen ik bij onze hogeschool de master leren &#038; innoveren tegenkwam, heb niet verder gezocht.\u2019 <\/p>\n<p>Veel docenten beginnen aan een master omdat ze de titel moeten halen. De Rotterdamse docente ergotherapie Mieke van Eenbergen volgt de master evidence-based practice bij het AMC, maar had liever een cursus kinderergotherapie gedaan. \u2018Dat is de richting waarin ik me wil ontwikkelen. Maar het is geen masteropleiding en de eis is nu eenmaal dat je een master haalt.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Ik heb wel eerst gekeken naar een universitaire master in mijn eigen vakgebied,\u2019 vertelt Tanja van Bergen, docent journalistiek bij de Hogeschool Utrecht. \u2018Maar daar moest ik een schakeljaar volgen waarin ik vakken zou krijgen die ik zelf al jaren geef.\u2019 De master leren &#038; innoveren die voor veel docenten met haast een uitkomst is, leek haar niks. \u2018Ik heb al een didactische aantekening en bovendien kom je daar tussen leerkrachten uit het basisonderwijs te zitten.\u2019 Zo kwam zij terecht bij de master coaching van de particuliere hogeschool NCOI. \u2018Dat leek me wel een bruikbare opleiding aangezien ik studenten begeleid bij het afstuderen. Het is een semiwetenschappelijke verkenning, dus geen opleiding om daadwerkelijk te leren coachen. Mijn universitair opgeleide collega\u2019s keken er met welwillende spot naar, maar ik kon er mijn onderzoeksvaardigheden mee verbeteren,\u2019 zegt Van Bergen. <\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element streamer\">\n<blockquote>\n<p>\u2018Ik heb marketingcursussen gedaan die relevanter waren. Maar die cursussen leveren geen mastertitel op\u2019<\/p>\n<\/blockquote>\n<\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>De hbo-master is geen academicus. Toch telt \u2028de titel mee bij de prestatieafspraken. Als het programma tenminste is goedgekeurd door de \u2028Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). De snellere hbo-route is dan ook veruit het populairst bij docenten, blijkt uit de lerarenbeursstatistieken: 90 procent van de aanvragers van een beurs gaat een studie aan een hogeschool doen. <\/p>\n<p>Voor de eerste lichting hbo-docenten die op jacht ging naar de mastertitel, viel het niet altijd mee om een passende hbo-master te vinden. Maar de vraag schept het aanbod. Er zijn inmiddels 359 hbo-masters geaccrediteerd door de NVAO: van begeleidingskunde tot projectmanagement en van toegepaste psychologie tot management van cultuur en verandering. En ze produceren steeds sneller diploma\u2019s.<\/p>\n<p>Erica van Stipdonk, docent marketing bij de Hogeschool Rotterdam, begon vorig jaar aan de executive master media innovation van de NHTV Breda die in \u00e9\u00e9n jaar afgerond kan worden. \u2018Je leert hier veel over nieuwe formats en verdienmodellen voor digitale media. Heel interessant.\u2019 Voor haar docentschap heeft de opleiding weinig toegevoegde waarde. \u2018Ik heb marketingcursussen gedaan die relevanter waren. Maar die cursussen leveren geen mastertitel op.\u2019<\/p>\n<p><b>Afgekeurde studie<\/b><br \/>Naast hogescholen werpen ook particuliere opleiders als NCOI, NTI en LOI zich op de mastermarkt. Brancheorganisatie NRTO telde vorig jaar bij de particuliere hogescholen 7750 masterstudenten, een verdriedubbeling ten opzichte van 2013. \u2018Dankzij de lerarenbeurs groeit de markt en dat merken wij,\u2019 zegt NTRO-directeur Ria van \u2019t Klooster. \u2018Een deel van de groei komt uit het onderwijs.\u2019<\/p>\n<p>Hogeschool NTI zoekt gepromoveerde freelancedocenten voor vier nieuwe masteropleidingen. De masters zijn volgens directeur Jeffrey van Zaalen niet speciaal gericht op docenten met een lerarenbeurs. \u2018Maar het is natuurlijk prettig dat die lerarenbeurs een markt cre\u00ebert waardoor onze opleidingen makkelijker rendabel zijn te maken.\u2019 Docenten uit hbo en vwo zijn dan ook welkom, maar ze moeten niet denken snel even een diploma te halen bij NTI. \u2018Ik weet dat er zo tegen particuliere opleidingen wordt aangekeken,\u2019 zegt Van Zaalen, \u2018maar het zijn echt pittige opleidingen die allemaal geaccrediteerd zijn. Er worden hier echt geen diploma\u2019s weggegeven.\u2019<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"figure--right\">\n<figure id=\"post-10563 media-10563\" class=\"align-none\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2015\/04\/7ff7e8b0-6cb2-4ac6-bdb6-fdebc5adabe6_0_schetsMASTER2_preview.jpg\" alt=\"Illustratie: Elise van Iterson\" \/><figcaption>Illustratie: Elise van Iterson<\/figcaption><\/figure>\n<\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Zo\u2019n accreditatie zegt echter niet altijd alles, heeft de Utrechtse docente journalistiek Tanja van Bergen ondervonden. De NCOI-master coaching die zij had uitgekozen, was volgens alle beschikbare informatie goedgekeurd door de NVAO. Maar na een jaar studeren kwam ze erachter dat het slechts een voorwaardelijke goedkeuring was omdat er nogal wat mankeerde aan de rol van onderzoek in het programma. NCOI kreeg een jaar om dat te repareren, maar mocht wel alvast beginnen met de nieuwe opleiding. De hersteloperatie pakte niet goed uit: na een herkeuring werd de voorlopige accreditatie ingetrokken. NCOI bood de onfortuinlijke coachingstudenten de mogelijkheid af te studeren bij de master management, cultuur en verandering die w\u00e9l helemaal is goedgekeurd. De docente journalistiek bedankte voor die eer. \u2018Het is allemaal binnen de marges van de wet, maar ik wil geen master op mijn cv die overduidelijk alleen maar is opgezet als hechtpleister voor een afgekeurde studie.\u2019<\/p>\n<p>NCOI is na dit debacle voorzichtiger geworden met het aanbieden van voorwaardelijk goedgekeurde opleidingen, zegt directeur onderwijs Eric Verduyn, maar heeft nog steeds zeven opleidingen die nog niet aan alle kwaliteitseisen van de NVAO voldoen: zes bachelors en de master psychologie. Ook NTI, dat vorig jaar is overgenomen door NCOI, verzekert op de website dat alle opleidingen geaccrediteerd zijn, maar de bachelor voeding en di\u00ebtetiek blijkt nog niet goedgekeurd. \u2018Het programma moet nog aangepast worden,\u2019 zegt directeur Van Zaalen. \u2018Daar zijn we druk mee bezig, maar we zijn alvast begonnen. Dat mag, want je hoeft die accreditatie pas te hebben als je diploma\u2019s gaat uitreiken en bij een bachelor duurt dat vier jaar.\u2019<\/p>\n<p><b>Misleidende claims<\/b><br \/>De NVAO tikte NCOI in 2006 op de vingers omdat de particuliere opleider op de website suggereerde dat alle aangeboden hbo-opleidingen een NVAO-keurmerk hebben, terwijl er in werkelijkheid maar een handvol studies was geaccrediteerd. In 2012 moest de accreditatieorganisatie NCOI weer vragen om misleidende claims van de site te verwijderen. In hetzelfde jaar deelde de Onderwijsinspectie bovendien waarschuwingen uit aan twaalf instellingen (waaronder NHTV, NCOI en NTI) omdat ze hun opleidingen op een ongeoorloofde manier versnellen en inkorten. Toch zijn politici niet bang dat de master industrie in het onderwijs leidt tot titelinflatie. Voor VVD\u2019er Pieter Duisenberg zijn \u2018korter, sneller en praktischer niet per se vieze woorden\u2019. D66-Kamerlid Paul van Meenen vertrouwt ondanks de incidenten op de NVAO. \u2018Accreditatie is de beste manier om titelinflatie te voorkomen en de NVAO denkt daar goed over na.\u2019<\/p>\n<p>Dat er van het academisch denkniveau weinig terechtkomt als docenten massaal de snelle mastercursussen van hogescholen volgen, verontrust de Kamerleden ook niet. Docenten maken zich daar wel zorgen over. Anneke Kistemaker: \u2018Het is goed om te investeren in het professionaliseren van docenten. Alleen zou je dat niet zo eenzijdig aan het masterniveau moeten koppelen. Mensen doen nu een master om de master, dat voegt natuurlijk niets toe.\u2019 <\/p>\n<p>James Boekbinder, docent interaction design bij de Hogeschool Rotterdam, is om die reden gestopt met zijn masterstudie. \u2018Er wordt een papieren werkelijkheid gecre\u00eberd. Een masterdiploma zegt helemaal niets over de kwaliteit van een docent. Een slechte docent die een master haalt, is nog steeds een slechte docent.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Er is geen onderzoek dat aantoont dat een leraar beter wordt door een master te halen,\u2019 beaamt Klaas van Veen, hoogleraar onderwijskunde in Groningen. In opdracht van het ministerie van Onderwijs analyseerde hij het internationale wetenschappelijk onderzoek naar de relatie tussen het opleidingsniveau van de leraar en de onderwijskwaliteit. Uitkomst: die relatie is er niet. Dat de onderwijsprestaties in Finland beter zijn dan in Nederland heeft volgens hem ook niet te maken met de universitaire opleiding die docenten er volgen, maar met de selectie aan de poort die Finse lerarenopleidingen toepassen. \u2018Daarbij worden studenten getest op geschiktheid voor het onderwijs.\u2019 Natuurlijk doet de kwaliteit van de leraar er wel toe, zegt de hoogleraar. \u2018Maar daarbij gaat het niet om het opleidingsniveau, maar om de kwaliteit van het lesgeven. Contact maken met studenten, weten hoe ze leren, de leerstof kunnen uitleggen. Het draait om communicatie en didactiek en dat leer je niet in een master.\u2019 <\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element streamer\">\n<blockquote>\n<p>&#8216;Bestuurders willen straks kunnen zeggen: 80 procent van onze docenten heeft een master, dus we hebben het onderwijs verbeterd&#8217;<\/p>\n<\/blockquote>\n<\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Een master levert wel diepgaande vakkennis op, onderzoeksvaardigheden en een academisch denkniveau. Maar een docent die niet kan lesgeven, heeft daar weinig aan, betoogt Van Veen. Bij het academisch niveau van de deeltijdstudies die leraren naast hun werk volgen, zet hij bovendien vraagtekens. \u2018Twee jaar parttime een serie cursusjes doen is echt van een andere orde dan vier jaar lang aan een universiteit rondlopen. Academische vorming heeft tijd nodig.\u2019 <\/p>\n<p>Dat een master voor de klas niet de oplossing is voor alle problemen in het onderwijs, weten beleidsmakers al lang, zegt de hoogleraar. Toch blijft het kwalificatiecircus op volle toeren draaien. Politici en bestuurders houden nu eenmaal van krachtdadig optreden. \u2018En het aantal masterdiploma\u2019s kun je lekker turven, het is dus een fijn beleidsinstrument. Daarom komt dat in de prestatieafspraken terecht,\u2019 denkt Van Veen. <\/p>\n<p>\u2018Hogescholen willen iets concreets, iets wat je kunt tellen,\u2019 weet James Boekbinder. \u2018Bestuurders willen straks kunnen zeggen: 80 procent van onze docenten heeft een master, dus we hebben het onderwijs verbeterd. Ik kan alleen spreken over mijn eigen vakgebied, maar daar vloekt het met de werkelijkheid.\u2019<\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Het titelmisverstand: masters zijn geen betere meesters<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":230697,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-10563","post","type-post","status-publish","format-standard","has-post-thumbnail","hentry"],"acf":[],"author_name":"Miro Lucassen, Yvonne van de Meent","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/10563","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=10563"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/10563\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Miro Lucassen, Yvonne van de Meent","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media\/230697"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=10563"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=10563"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}