
 {"id":105557,"date":"2008-06-28T00:00:00","date_gmt":"2008-06-27T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/sjeikje-pesten\/"},"modified":"2008-06-28T00:00:00","modified_gmt":"2008-06-27T22:00:00","slug":"sjeikje-pesten","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/sjeikje-pesten\/","title":{"rendered":"Sjeikje pesten"},"content":{"rendered":"<p>Economie \/ Accijns helpt de vrije markt<\/p>\n<p>&#8216;Iraakse olie is voor Iraakse burgers.&#8217; Bush zei het met nadruk, kort na de inval van Irak, om de indruk weg te nemen dat Amerika de oorlog was begonnen om de rijke olievelden die Saddam Hoessein in 1972 had genationaliseerd. Deze week bleek dat het toch een beetje anders loopt. De huidige Iraakse olieminister, Hoessein Al-Shahristani, gunt vier grote internationale oliemaatschappijen toegang tot de Iraakse olie. De olieconcessies zijn niet geveild, wat normaal gebeurt, maar weggegeven. Door de hoogwaardige technologie van de buitenlandse olieconcerns verwacht de Iraakse minister de huidige productie van twee miljoen vaten per dag drastisch te kunnen opvoeren. De Iraakse staatskas zal profiteren via belastingen en winstafdracht, waarvan de hoogte met de oliemaatschappijen wordt uitonderhandeld.<\/p>\n<p>Vergunning<\/p>\n<p>Voor de olieconcerns zijn de concessies een belangrijke meevaller. Want al wijzen activisten op hun torenhoge winsten &#8211; en genieten aandeelhouders daar stilletjes van &#8211; de relatieve macht van de grote oliemaatschappijen neemt in razendsnel tempo af. Overheden en staatsbedrijven bezitten een steeds groter deel van de wereldwijde olievoorraden. Soms zitten ze erop, soms pakken ze het af. Neem het door Shell groots opgezette olie- en gasproject in Sakhalin. De Russische overheid zette Shell eruit en nu baat staatsbedrijf Gazprom het uit. Niet veel later besloot Evo Morales, president van Bolivia, dat Shell niet meer wegkomt met een winstafdracht van vijftien procent. Hij schroefde het percentage op tot tachtig procent en inmiddels mikt Morales op de volle honderd procent. Bovendien verliest Shell  ook nog voor het einde van het jaar de vergunning om olie te winnen in Ogoniland.<\/p>\n<p>Het bedrijf staat nu achttiende in de lijst die oliemaatschappijen rangschikt naar het bezit van olie- en gasreserves. De eerste twaalf plaatsen zijn voor staatsbedrijven. Op \u00e9\u00e9n staat Saudi-Aramco, met zo&#8217;n driehonderd miljard vaten. Op plaats twee komt Nioc, het Iraanse staatsbedrijf, en op drie staat Qatar Petroleum. Het grootste particuliere oliebedrijf, ExxonMobil, komt pas op de dertiende plaats. Opvallend genoeg is de vierde plaats voor het Iraakse Inoc, dat op 137 miljard vaten zit, meer dan in Rusland voorhanden is.<\/p>\n<p>Biljoen<\/p>\n<p>Door de toegenomen macht van de staatsbedrijven uit het Midden-Oosten vindt via de hoge olieprijs een enorme waardeoverdracht plaats van West naar Oost. Het Amerikaanse ministerie van Energie heeft voorgerekend dat de OPEC-landen dit jaar twee keer zoveel verdienen aan olie-export als vorig jaar. De opbrengsten raamt het op zo&#8217;n biljoen dollar. Een biljoen is een 1 met 12 nullen, ofwel duizend miljard. Voetballer Frank de Boer, net terug uit Qatar, vertelt in talloze interviews wat de machthebbers in olieproducerende landen tot zijn tevredenheid met dit geld doen: gigantische, airconditioned wolkenkrabbers bouwen, helblauwe meren aanleggen en palmvormige eilanden opspuiten. Ook sommige economen geven hier hoog van op, zoals de Tilburgse hoogleraar Sylvester Eijffinger, die opgewonden spreekt over het &#8216;Dubai-model&#8217;.<\/p>\n<p>Natuurlijk profiteren westerse overheden mee van de stijgende olieprijs, vandaar de protesten van vrachtwagenchauffeurs, en zelfs vissers, tegen de brandstofaccijnzen in Europa. Soms zijn die protesten ook succesvol. Zo voerde de Belgische regering afgelopen jaar verlagingen van de belastingen op brandstof door. De Nederlandse regering houdt daarentegen vol en de dieselaccijns gaat hier per 1 juli zelfs met drie cent omhoog. Het zal de schatkist in 2009 zo&#8217;n 2 miljard euro opleveren. De VVD en de PVV zijn woedend. De Volkskrant zit op hun lijn. &#8216;Het slechtst denkbare moment&#8217; noemde de krant de accijnsverhoging. Dat is kortzichtig geredeneerd. Want wie de enorme geldstroom van West naar Oost wil indammen, moet niet jammeren, maar een accijnsverhoging op brandstof juist toejuichen. Hoe hoger de prijs, hoe lager de vraag en dus de afzet. Dat is niet alleen goed voor het milieu, het gooit ook een stok in de spaken van de islamitische machthebbers in het Midden-Oosten. &#8216;Elke keer dat een Europese regering besluit de brandstofaccijns te verlagen,&#8217; schrijft econoom en beursanalist Mathijs Bouman, &#8216;rollen er een paar oliesjeiks huilend van het lachen uit hun stoel.&#8217;<\/p>\n<p>Natuurlijk, elke belastingverhoging klinkt in de oren van VVD- en PVV-Kamerleden als linkse praat. Dat is begrijpelijk: economen hebben hun jarenlang uitgelegd dat markten het best functioneren als de overheid zich zo min mogelijk met de prijsbepaling bemoeit. Linkse partijen hebben eerder de neiging concessies te doen aan die algemene economische regel. Maar in dit geval ligt het anders. Een pleidooi voor verhoging van de olieaccijns is allerminst louter een linkse reflex. Dat is vooral goed te zien in Amerika, waar Gregory Mankiw de grootste beijveraar van een verhoging van de brandstofaccijns is. De republikein Mankiw was van 2003 tot 2005 de hoogste econoom in het Witte Huis. Hij heeft Andrew Samwick, die ook onder Bush diende, aan zijn zijde gekregen. Net als Alan Greenspan, die tot voor kort het Amerikaanse systeem van Centrale Banken leidde en zich doorgaans neerbuigend uit over overheidsinmenging. Zelfs Nobelprijswinnaar Gary Becker, die wel een &#8216;marktfundamentalist&#8217; wordt genoemd, is lid van de &#8216;Pigou-Club&#8217;, opgericht door Mankiw ter promotie van een verhoging van de benzineaccijns.<\/p>\n<p>Het clubje is genoemd naar Arthur C. Pigou, een Britse econoom die in de negentiende eeuw zei dat belastingen gebruikt kunnen worden om imperfecties in de markt te corrigeren. De oliemarkt is \u00e9\u00e9n grote imperfectie. &#8216;Als je bezorgd bent over de externe consequenties van ge\u00efmporteerde olie,&#8217; schreef Samwick in het bastion van vrije-markteconomen The Wall Street Journal, &#8216;dan kun je niet anders dan de kosten ervan verhogen.&#8217;<\/p>\n<p>Gulzigste olieconsument<\/p>\n<p>De oliesjeiks zullen deze strijd achterdochtig volgen. Omdat Amerika nog altijd de gulzigste olieconsument is, kan het via een accijnsverandering de vraag naar olie drukken.<\/p>\n<p>Dat geldt niet voor Nederland. Als altijd zal ons land slechts in samenwerking met andere importerende landen voor enige onrust kunnen zorgen in de luie leventjes van de oliesjeiks. Maar dat is niet onmogelijk: het lukt de olie-exporterende landen immers ook, die als OPEC samen optrekken. De Club van Parijs, een informeel overlegorgaan van OESO-landen, kan, zo suggereert econoom Mathijs Bouman, als inkoopkartel van olie-importeurs tegen het verkoopkartel van de OPEC worden ingezet. &#8216;Daar was die club ooit ook voor opgericht.&#8217; Bouman, een voormalig medewerker van De Nederlandsche Bank die in Nederland het scherpst voor verhoging pleit: &#8216;Dan kunnen we vervolgens de accijns geleidelijk verhogen totdat ze in Dubai en Qatar alleen nog maar zandkastelen kunnen bouwen.&#8217;<\/p>\n<p>Met de huidige extreme olieprijsstijgingen betekent een enkel procentje verhoging al miljarden extra euro&#8217;s voor de schatkist. Bovendien hoeft dat geld vervolgens niet uitgegeven te worden aan de gangbare overheidsdarlings. Het kan ook worden gebruikt om andere belastingen te verlagen, wat zelfs VVD&#8217;ers die hun auto lief hebben, goed in de oren zal klinken.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>De brandstofaccijns gaat met drie cent omhoog. Tot grote tevredenheid van de olieboeren in het Midden-Oosten.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Pieter van Os","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/105557"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=105557"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/105557\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Pieter van Os","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=105557"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=105557"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=105557"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}