
 {"id":105105,"date":"2008-07-12T00:00:00","date_gmt":"2008-07-11T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/je-geld-of-je-genen\/"},"modified":"2008-07-12T00:00:00","modified_gmt":"2008-07-11T22:00:00","slug":"je-geld-of-je-genen","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/je-geld-of-je-genen\/","title":{"rendered":"Je geld of je genen"},"content":{"rendered":"<p>Lezersoproep De erfenis<\/p>\n<p>De centen van je moeder, de ogen van je vader, de eigenaardigheden van je opvoeding: welke erfenissen draagt \u00fa mee, vroegen we. Bijna tweehonderd lezers voelden zich aangesproken en stuurden ons hun verhaal. Verrassend veel vrouwen. En de inzendingen gingen vooral over het erven van genen. Wat u niet allemaal aan uw ouders en voorouders te danken hebt: die rare kromme duim, de kleine teentjes van uw moeder, een gebit als de ru\u00efne van Philip Corvage in Vestdijks Ivoren wachters, het weelderige d\u00e9collet\u00e9 van een nooit gekende grootmoeder, een Brabantse zachte g, een krom armpje, &#8211; u ervaart dat als een ramp, of beschrijft het met een glimlach van herkenning.<\/p>\n<p>Natuurlijk waren er ook veel verhalen over trammelant met een nalatenschap. Zo veel werd duidelijk: er werd u van alles door de neus geboord. U viste weer eens achter het net. Er dook na de dood van uw vader een onbekend halfbroertje op. We lazen de verzuchting: &#8216;Als een geplukte kip ben ik achtergebleven.&#8217; En de klassieker: &#8216;En zo ga je na al je zuinigheid en vlijt dood met een miljoen op de bank.&#8217; U schudde het hoofd, u dacht na en schreef het op. Veel inzenders kwamen tot dezelfde berustende conclusie: herinneringen zijn meer waard dan sieraden, en geld maakt niet gelukkig.<\/p>\n<p>Uit alle ons toegestuurde kleine en grote drama&#8217;s koos de jury de twaalf mooiste verhalen.<\/p>\n<p>De jury bestond uit Padu Boerstra, Martje Breedt Bruyn, Mischa Cohen, Marijn van der Jagt en Henk van Renssen<\/p>\n<p>What&#8217;s in a name?<\/p>\n<p>Mijn ene opa heette Klaas, de andere Willem. Ik heb dus een broer die Klaas heet en een broer die Willem heet. Zo ging dat in de jaren vijftig. Voor je geboren werd, was je naam al een feit, je erfde die volgens de gangbare regel dat grootouders moesten worden vernoemd. Het bijbelse gebod &#8216;eert uw vader en moeder&#8217; ligt hieraan ten grondslag. De oudste zoon kreeg de naam van opa aan vaderskant, de oudste dochter kreeg de naam van oma aan moederskant. De moeder van mijn vader heette Johanna; de moeder van mijn moeder heette Tietje. Ik was de oudste dochter.<\/p>\n<p>Wie vernoemt zijn dochter naar iemand die Tietje heet? Ik heb het mijn ouders vaak verweten. Wisten zij dan niet wat tietje betekent in de volksmond? Nee, dat wisten zij inderdaad niet. Mijn oma was een Friezin en er waren meer Tietjes in die regio.<\/p>\n<p>Alles hebben mijn ouders gedaan om mij ervan te overtuigen dat er met mijn naam niets mis was. Ik moest trots zijn op die erfenis. Zeker omdat juist oma Tietje vroeg stierf &#8211; ik heb haar niet gekend.<\/p>\n<p>Net voor mijn geboorte verhuisden mijn ouders uit het hoge noorden naar een boerendorp in het katholieke Brabant. Daar is heel wat afgelachen toen mijn geboortekaartje in de bus viel. Daar kende men andere tietjes. Mijn ouders merkten het niet, maar naarmate ik ouder werd, begon ik wel signalen op te pikken. Waarom moest iedereen altijd zo hard lachen als mijn moeder me riep om binnen te komen? Waarom schreeuwden al die boerenpummels steeds zo als ik aan het touwtjespringen was?<\/p>\n<p>Mijn redding kwam uit onverwachte hoek: de katholieke basisschool weigerde mij in te schrijven vanwege de godlasterende naam. Een non legde mijn ouders onverbloemd uit welke associaties mijn naam opriep. Ik herinner me nog goed hoe mijn moeder mij vervolgens briesend aan de hand terug sleurde naar huis. Onderweg kwamen we langs het huis van de dokter. In die tijd nog een notabele. De dokter, die in de tuin aan het harken was, wist raad: &#8216;Noem dat kind dan toch gewoon Titia.&#8217; De nonnen slikten het compromis. Op papier bleef ik Tietje, maar voor de buitenwereld werd ik Titia. Wie kon aan die naam nog aanstoot nemen? De herkomst Laetitia, godin van de vreugde, gaf me zelfs een zekere status.<\/p>\n<p>De last van de erfenis is sindsdien wel iets lichter geworden, maar het ongemak van mijn geboortenaam steekt bij tijd en wijle nog de kop op; officieel heet ik namelijk nog steeds Tietje. Eens, toen ik mijn naam opgaf aan een agent die mij bekeurde, kreeg ik een dubbele boete. Door te zeggen dat ik Tietje heette, dacht de agent dat ik hem in het maling nam. Bij een paspoortcontrole breekt het klamme zweet me uit. Bestudeert een postbeambte mijn ID-kaart, loop ik standaard rood aan. De verpleegkundige, die in de wachtkamer van de polikliniek lachend door de intercom &#8216;Tietje Wittenberg&#8217; oproept, haat ik uit de grond van mijn hart. Een collega, die voor een studiereis mijn vliegticket reserveert, neem ik even apart en krijgt uitleg en mijn echtgenoot die eens tegenover vrienden grapte &#8211; &#8216;ik ben de enige man die met drie tietjes in bed ligt&#8217; &#8211; was bijna mijn ex.<\/p>\n<p>Maar: schaamte maakt creatief. Zo heb ik regelmatig op een officieel document de eerste T laten lijken op de F. Wie twijfelt tussen de T of F kiest natuurlijk voor de F, van de naam Fietje kijkt niemand vreemd op. De digitalisering maakte helaas een einde aan deze vluchtweg.<\/p>\n<p>Een tijdje geleden heeft mijn oude vader &#8211; &#8216;zit je daar nog steeds mee?&#8217; &#8211; aangeboden op zijn kosten mijn naam officieel te laten veranderen. De verleiding om het te doen is groot, maar ik doe het niet. Met het veranderen van mijn naam zou ik mijn eigen vader en moeder niet meer eren &#8211; zij kozen een naam uit liefde.<\/p>\n<p>Daarom, in een tijd waar je je nergens meer voor hoeft te schamen, waar de meest bizarre dingen op tv worden vertoond, waar fokking alles moet kunnen, accepteer ik eindelijk mijn erfenis: ik ben Tietje, maar heet Titia.<\/p>\n<p>Titia Wittenberg, Amsterdam<\/p>\n<p>Mijn zussen weten het niet!<\/p>\n<p>Ze staan bij mij, ze staan bij mij! Al vanaf onze kindertijd weten mijn zussen en ik wat het meest geliefde object uit ons ouderlijk huis is: de twee porseleinen theekopjes uit Indonesi\u00eb die mijn moeder van haar moeder heeft ge\u00ebrfd. Gebroken wit met een schildering van bamboebladeren in groen en goud en een rijk craquel\u00e9 dat grote ouderdom suggereert. Tempo doeloe. Na het overlijden van mijn moeder bleven ze ongebruikt in de servieskast van ons ouderlijk huis staan. Ook al wist ik dat mijn vader niet hechtte aan deze kopjes, ik zweeg over de vraag naar wie ze uiteindelijk zouden gaan. Niet alleen omdat dit ongepast zou zijn, maar ook omdat duidelijk was dat dit tot onaangename taferelen met mijn zusters zou kunnen leiden. In hoeverre mijn hoogbejaarde vader op de hoogte was van deze sentimenten weet ik nog altijd niet, maar toen ik hem een paar jaar geleden op een zondag spontaan uitnodigde voor mijn verjaardag die op dezelfde dag zou worden gevierd, pakte hij de kopjes in en gaf hij me ze. Hij had geen gelegenheid meer gehad om iets te kopen, glimlachte hij verontschuldigend bij het zien van mijn verbouwereerde blik.<\/p>\n<p>Nu staan ze in mijn theekastje. Ik geniet ervan, elke keer als ik er naar kijk. Mijn zussen weten het nog steeds niet. Als ze op bezoek komen, schuif ik de kopjes van te voren iets verder naar achter, zodat ze die alleen met heel veel moeite kunnen zien. Duidelijk is wel dat dit slechts uitstel is. Vroeg of laat zullen ze voor de servieskast van mijn ouders staan en zich afvragen waar die Indonesische kopjes zijn gebleven. Of mijn vader, wiens vergeetachtigheid steeds manifester wordt, zich dat dan nog herinnert, is twijfelachtig.<\/p>\n<p>E.W. te U.<\/p>\n<p>Moeder in depot<\/p>\n<p>Hoeveel schilderijen hij precies van haar gemaakt heeft? Mogelijk twintig, maar het kunnen er heel goed dertig zijn geweest. Wat ik me weet te herinneren, is dat de doeken van aanzienlijke afmetingen waren, bijna levensgroot.<\/p>\n<p>De voorbereiding, daar begon het mee voor vader. Een behoorlijke tijd was hij kwijt met het timmeren van het geraamte, voordat hij het linnen door zijn handen kon laten glijden om het uiteindelijk strak te spannen.<\/p>\n<p>Ze was zijn muze &#8211; mijn moeder Eva. Misschien ook omdat ze iets weg had van Brigitte Bardot&#8230; dezelfde volle mond, het blonde haar. Onbenaderbaar, mooi, bekoorlijk. Zo heeft hij moeder steeds weer afgebeeld. En daarom was ik vernoemd naar Brigitte. Leuk, al moest ik eraan wennen dat ze steeds bloot waren: Brigitte en Eva. Maar de echte Eva is altijd naakt, zei mijn moeder en aaide me over mijn hoofd.<\/p>\n<p>Soms ging ik samen met mijn broer kijken hoe vader op zolder aan het werk was, met mijn moeder op de achtergrond in een modelpose. De klanken van Pink Floyd en de geur van vele shaggies vertelden dat de kunstenaar inspiratie had.<\/p>\n<p>Uren hielden ze het boven samen uit. Soms zelfs dagen. Als mijn broertje en ik ons verveelden, imiteerden we ze. De schilder en zijn muze. Hij trok zijn shirt uit &#8211; vader schilderde altijd met ontbloot bovenlijf &#8211; en ik ging naakt op een naar terpentine stinkende lap met verfvlekken liggen. Dat was het wel zo&#8217;n beetje. Ook wij hielden het uren zo uit. Professioneel verlegde mijn broertje af en toe een been of haalde in een snelle beweging een hand door mijn haar. Intussen bleef ik mijn lippen maar tuiten, terwijl ik zijdelings naar mijn moeder naast me keek. Wie was deze vrouw?<\/p>\n<p>Eens in het jaar verliet een van de vele Eva&#8217;s ons huis, nadat ze maanden in de gang had staan drogen, want volgens vader schoot dat op die vochtige zolder niet op. Was het eindelijk zover, dan leek hij een jager op weg naar de BKR om de prooi binnen te halen. Met zijn vrouw onhandig onder zijn beide armen stapte hij in de tram. Had de BKR een Eva aangekocht, dan volgde er een aantal maanden van overvloed voor de kunstenaar en zijn gezin. Voor ons betekende dat vooral: snoep, koek, fris en cadeautjes. Alleen daarom al namen we steeds weer met gemak afscheid van een versie van mijn moeder.<\/p>\n<p>Onlangs heb ik van mijn broer gehoord dat mijn moeder verspreid staat over verschillende depots in de stad. Of dat de bedoeling was, vroeg hij zich af. We besloten het samen eens uit te gaan zoeken. In een of andere opslag aan het IJ vonden we Eva met hoog gehakte, gespreide benen terug. Iets later troffen we de spirituele Eva, met het ei van brahma, aan in een verlaten kelder in Noord. En dan ook nog de Eva, een gevonden drieluik, geplaatst in een magisch realistische omgeving bij onze oude buren in Amsterdam-Zuid. De andere gevonden muzen laat ik voor het gemak buiten beschouwing. Moeder is thuis.<\/p>\n<p>Brigitte Fidessa Michelle Docters van Leeuwen, Duivendrecht<\/p>\n<p>Slapen onder een trouwjurk<\/p>\n<p>Het is kip! riep mijn broer Frank. De gelijkenis van de borstprothese met een kipfiletje was inderdaad treffend, maar hij stond mijn moeder prachtig. Stralend liet ze zich bekijken, zielsgelukkig met haar hervonden symmetrie. Wie haar niet kende, dacht een gezonde vrouw te zien.<\/p>\n<p>Mijn moeder was achtendertig jaar, ze had twee kinderen, en ze werkte als logopediste op een MLK-school. De tumor die ze een maand eerder in haar linkerborst ontdekt had, was zo groot als een rijksdaalder geweest. Haar borst was verwijderd, maar er waren uitzaaiingen en haar toekomst was allerminst zonnig.<\/p>\n<p>Tot een maand geleden leek het haar nog voor de wind te gaan. Ze had veel vrienden, ze deed werk dat ze leuk vond, en ze genoot van haar kinderen. Door haar ziekte werd de band tussen mij en mijn moeder anders. Sterker, maar vooral anders. Omdat ze geen partner meer had om haar zorgen mee te delen, deed ze dat met mij. Op tienjarige leeftijd kon ik moeiteloos meepraten over de voor- en nadelen van chemotherapie, de bijeffecten van bestraling, en de kosten van alternatieve therapie. Ik las en bediscussieerde de theorie van dokter Moerman met haar, en maakte ondanks mijn scepsis dagelijks biologische rauwkostsalades, met stukjes zelfgekweekte zwam die in een weckpot op het aanrecht groeide.<\/p>\n<p>Het effect van de borstprothese was tijdelijk. Mijn moeder straalde niet meer. De vonk was uit haar ogen. Naarmate de tijd verstreek en haar strijd tegen de kanker voortduurde, betrapte ik haar steeds vaker op stiekem huilen. Ze dacht dan dat wij in bed lagen, maar ik zat op de trap, en huilde met haar mee. Omgaan met haar verdriet was nog moeilijker voor me dan haar voor mijn ogen zien aftakelen.<\/p>\n<p>Mijn moeder praatte ineens vaak over vroeger, over haar kindertijd en over haar huwelijk, dat helaas mislukt was. Ze had me ook al &#8211; zeer tegen mijn zin &#8211; de bediening van de wasmachine en de wasdroger uitgelegd. Dat was een trieste dag.<\/p>\n<p>Het verhaal over haar trouwjurk zal ik nooit vergeten.<\/p>\n<p>Als baby lag ik in de familiewieg, onder een hemeltje gemaakt van de sleep van mijn moeders trouwjurk. Ze vertelde me dat ze een jaar voor die jurk gespaard had en niet toegegeven had aan de druk van haar familie om geen geld uit te geven aan een jurk die &#8216;ze toch maar \u00e9\u00e9n keer zou dragen&#8217;. Naast haar studie logopedie werkte ze als serveerster, en zo werd ze de prachtige bruid uit haar dromen, in een prachtige witte jurk met een schitterende lange kanten sleep die ze helemaal zelf had betaald. De wieg stond inmiddels weer bij haar schoonmoeder. Elke keer als we oma bezochten, ontsnapte ik naar zolder en hulde mij in het kant. Even was ik dan een prinsesje, of ook een bruid.<\/p>\n<p>Toen mijn moeder eens twee maanden opgenomen moest worden en we bij oma logeerden, rook ik er elke avond aan en zoende het. Het was mijn manier om dicht bij haar te zijn. Als ik later kinderen had, zou de wieg voor hen zijn.<\/p>\n<p>Mijn moeder werd niet oud. Slechts dertien jaar van mijn leven heb ik haar mogen meemaken. Ik ben nu twee\u00ebndertig, en heb inmiddels ook kinderen. Geen van hen heeft in dezelfde wieg gelegen als ik. Toen mijn oma overleden was en ik mijn vader belde om te vragen of ik kon helpen met het uitzoeken van de nalatenschap antwoordde hij: &#8216;Nee hoor, dankjewel. Ik heb alles aan een opkoper meegegeven. W\u00e9g met die troep!&#8217;<\/p>\n<p>Leonie Ruiter, Maastricht<\/p>\n<p>Geen echte kerels<\/p>\n<p>Mijn grootmoeder Aukje Visser was een markante vrouw. Ze was in 1897 in Friesland geboren. Ze heeft vijf kinderen grootgebracht en is altijd een werkende vrouw geweest. In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw had ze een dorpscaf\u00e9 in Friesland. Daar kwamen haar kinderen, aangetrouwde kinderen en kleinkinderen vaak het weekend bij elkaar, er waren genoeg kamers boven het caf\u00e9 om te blijven slapen. En &#8216;s avonds maakten we met schragen en planken een lange tafel in de achterzaal van het caf\u00e9, waar we met de hele familie gingen eten. We kwamen niet alleen voor ons plezier, we moesten ook allemaal hard meewerken als er een bruiloft, een toneeluitvoering of een begrafenis was. Ik was nog geen vijf jaar toen ik al botervlootjes kon opmaken. Gewoon werken, daar word je niet minder van was haar motto.<\/p>\n<p>Opoe Visser werd al in 1951 weduwe. Daarna had ze wel eens een afspraakje met een man, maar ze had geen interesse meer in een relatie. Iets opgeven voor een man? Dat nooit!<\/p>\n<p>Volgens mij vond ze Nederlandse mannen geen echte kerels. Ze was een struise ge\u00ebmancipeerde vrouw, die wel van een borreltje en een sigaretje hield. Mannen? Die versloeg ze met biljarten en die dronk ze onder tafel.<\/p>\n<p>Opoe hield vooral van reizen. Ze ging op haar zeventigste naar Veneti\u00eb, omdat ze graag met een mooie Italiaanse man in een gondel wou varen. Maar ze wou ook altijd nog naar Rusland. Waarom Rusland? Tijdens de oorlog had ze communistische sympathie\u00ebn opgevat. Na de inval in 1956 van Rusland in Hongarije, viel ze van haar geloof. Ik herinner me nog de felle discussies in het caf\u00e9. Ik was nog klein en verstopte me dan onder het biljart.<\/p>\n<p>Mijn nicht Anja, die eigenlijk ook Aukje heet, en ik waren van al haar negen kleinkinderen haar lievelingetjes. Was het omdat ze een beetje naamziek was of omdat we op haar leken? Anja en ik zijn alle twee zelfstandige ondernemende meiden die ook wel van een drankje houden. Zo vroegen we haar eens: opoe hoe kan dat nou? Onze ouders houden helemaal niet van uitgaan, reizen en een borreltje. Tja, meiden zei ze, dat slaat een generatie over. Toen beseften we dat we de genen van opoe Visser hadden ge\u00ebrfd.<\/p>\n<p>In de jaren zestig van de vorige eeuw kwam de vrouwenemancipatie op met Dolle Mina en Man Vrouw Maatschappij. Anja en ik hadden de voorvechters Joke Kool-Smit en Hedy d&#8217;Ancona helemaal niet nodig als rolmodel. Wij hadden opoe Visser.<\/p>\n<p>Uiteindelijk ging ze toen ze dik in de zeventig was naar Rusland. Ze was dan wel van haar communistische geloof gevallen, maar had nog steeds de wens Rusland met eigen ogen te zien. Opoe die een treinreis in Nederland een enorme onderneming vond en er niet eens aan begon als ze moest overstappen, die opoe reisde begin jaren zeventig van de vorige eeuw wel naar Rusland via Helsinki.<\/p>\n<p>Mijn nicht Anja en ik hebben altijd het idee gehad om de reis van opoe nog eens te maken. En dat gaat binnenkort gebeuren. Wij gaan naar Moskou en Leningrad in de voetsporen van opoe Visser. Van Rusland was haar trouwens het meest bijgebleven, dat er zulke mooie kerels wonen. Wij gaan natuurlijk voor de cultuur en de steden. En die mooie kerels? Toch maar eens met eigen ogen zien of opoe ook wat dat betreft in onze genen zit.<\/p>\n<p>Aukje Dragtstra, Zaandam<\/p>\n<p>Drie schutterige kusjes<\/p>\n<p>Ik woon op de plek waar ik achtentwintig jaar geleden ben geboren. Waar mijn vader eenenzestig jaar geleden geboren is. Waar mijn oma als jonge vrouw samen met haar man ging wonen. Een plek waar ze tien kinderen zou krijgen. En waar ze uiteindelijk, niet lang na haar vijfennegentigste verjaardag is overleden.<\/p>\n<p>Samen zaten we hier vaak als ze op me moest passen. Ik leerde hier koffie drinken. Ze had moeite om haar liefde voor mij te uiten. Ze knuffelde me nooit, gaf me nooit een kus. Alleen op mijn verjaardag kreeg ik drie schutterige kusjes. Pas later begreep ik dat ze nooit had geleerd hoe mensen hun affectie tonen aan elkaar. Toch wist ik dat ze op haar afstandelijke manier veel van me hield. Ze vertelde me verhalen over het boerenleven, hoe hard ze vroeger had moeten werken. Over de oorlog, over de bevrijding. Hoe ze de fiets van opa hadden verstopt onder de bieten. Ze was een stukje levende geschiedenis. Toen ze werd geboren lag de Titanic nog maar veertien dagen op de zeebodem. Alleen de dokter had een auto en als de pastoor op visite kwam, stond iedereen nog op.<\/p>\n<p>Ze trouwde pas toen ze al achter in de twintig was. Mijn opa heb ik nooit gekend. Hij overleed drie maanden na mijn geboorte.<\/p>\n<p>Een tijdje voor het overlijden van mijn opa had mijn vader het ouderlijk huis van hen gekocht. Hij beloofde dat ze tot aan het sterven in dit huis mochten blijven wonen. Een belofte die soms zwaar viel, maar niet gebroken werd. Ze was een boerenmens in hart en nieren. Ze kon intens genieten van het leven om haar heen. Elke winter werd ze verdrietig van het slapende land om haar heen. Ze miste het groen, het nieuwe leven in de stal. En elk voorjaar leefde zij, net als de natuur, weer op. Ze keek uren naar de nieuwe kuikentjes en lammetjes. Haar tuin veranderde dan weer in een keurig geordende weelde van geraniums en viooltjes.<\/p>\n<p>Van haar leerde ik ook het streekdialect. Ze sprak zelf alleen tegen vreemden Nederlands. Het leverde mij een onuitwisbaar accent op, maar ook een schat aan woorden. Dat accent bleek later in mijn leven vaak een handicap. Er werden achteloos tien punten van mijn IQ afgetrokken als ik mijn mond opendeed. Het maakte me soms boos, maar ik heb nooit geprobeerd om het af te leren. Ik wil niet verbergen waar ik vandaan kom. Als ik ooit kinderen krijg, zal ik proberen om dezelfde trots op hen over te brengen.<\/p>\n<p>Ze werd ziek. Zelf had ze er een rotsvast vertrouwen in dat ze beter zou worden. Pas toen de dokter steeds zorgelijker ging kijken en ze steeds meer pijn kreeg, werd het haar duidelijk dat ze dit keer de lente niet mee zou maken. Ze lag in een bed dat we voor het raam neer hadden gezet, zodat ze nog naar buiten kon kijken. Maar al snel werd het voor haar te pijnlijk om haar hoofd te bewegen. Toen ik een lammetje meenam uit de schuur en bij haar op bed zette begon ze te glimmen. Ze begon zachtjes te lachen toen het lammetje als op afspraak begon te mekkeren.<\/p>\n<p>Een paar dagen later begon ze langzaam af te glijden. Ik zat naast haar en hield haar hand vast. Ze was bang om dood te gaan, maar ook opgelucht dat ze eindelijk haar man en haar lievelingsbroer terug zou zien. Haar onvoorwaardelijke geloof in de hemel ontroerde me. Ik beloofde haar dat ik een eventuele dochter naar haar zou vernoemen, zodat ze er toch een beetje bij zou zijn. Ze glimlachte flauwtjes en kneep in mijn hand. Een paar dagen later was ze dood. Het tijdperk was ten einde. En nu schrijf ik dit in dezelfde keuken waar ze me al die verhalen vertelde. Ik kijk uit over de tuin waar ze elke lente viooltjes plantte, een traditie die ik voortzet. Ik hoor mezelf in dialect denken dat ze er mooi bij staan. Een erfenis hoeft niet tastbaar te zijn. Die is er elke dag op honderd verschillende manieren.<\/p>\n<p>Shirley Koggel, Dalfsen<\/p>\n<p>Zestien euro veertig<\/p>\n<p>Een rampzalig jaar was 2007 voor mijn vader: zijn lichaam hield ermee op en hij ging dood. Hij had er zelf lang naar toegewerkt, hij was alcoholist en voor iemand met zijn levensstijl heeft hij lang geleefd. Hij is er zestig jaar mee geworden. Een mooie leeftijd voor een Finse alcoholist.<\/p>\n<p>Mijn tante was de boodschapper. De politie kwam naar haar huis op 9 december toen het lichaam al was weggehaald, onderzocht en ge\u00efdentificeerd. Nou ja, wat aardig van al die mensen, dacht ik nog na\u00efef. Toen kon ik nog niet bedenken hoe rampzalig mijn eigen jaar zou eindigen.<\/p>\n<p>Eerst was ik opgelucht toen ik het hoorde. De dood betekende een bevrijding van alle vergeefse pogingen tot contact. We hebben elkaar nooit echt leren kennen: de scheiding van mijn ouders kwam al voordat er veel blijvende herinneringen waren van zijn aanwezigheid. Eens besloot mijn vader zijn kleinkinderen te komen bezoeken in Nederland. Ik woonde hier al vijftien jaar. Na anderhalf dag heb ik hem de deur gewezen, omdat hij zijn oude gewoonte &#8211; drinken &#8211; weer had opgepakt.<\/p>\n<p>Vier weken na zijn dood, op 29 december, was de begrafenis. In Finland is zo&#8217;n lange &#8216;wachttijd&#8217; heel gewoon, vertelde de begrafenisondernemer.<\/p>\n<p>Mijn tante meldde enigszins dwingend dat het mijn plicht was om te begrafenis te regelen: &#8216;Je bent tenslotte de erfgenaam.&#8217; Ik heb de telefoon gepakt en deed dat. Het moet wel vreemd hebben geklonken. Ik woon nu achttien jaar in Nederland. Hoewel Fins mijn moedertaal is, had ik weinig passende uitdrukkingen paraat. Toch heb ik de instanties gebeld die over een dood lichaam gaan, of over het verplaatsen ervan om hem definitief uit te checken.<\/p>\n<p>De bloemetjes zijn bij de juiste kist bezorgd op de juiste dag, er was een bijeenkomst achteraf, de catering was er met warm eten, de kist is verdwenen en mijn vader is uiteindelijk teruggekomen in een urn, de advertentie kwam ook in de krant van mijn geboortestad hoewel hij er niet meer woonde (de afkickkliniek was ergens anders).<\/p>\n<p>Zelf was ik er niet bij, maar mensen die mijn vader ooit hebben gekend wel.<\/p>\n<p>Hoe ruim je een leven op? Hoe ziet een huis eruit na een verwaarloosd leven? Ik kwam daar pas achter toen de verhuurder de deur van het huis opentrok in januari 2008. Er was weinig huis meer over, alleen de stank van de sigaretten leefde nog. Ik trof er een zwijnenstal aan, een smerig hol zonder sfeer.<\/p>\n<p>Het moment dat ik moest overgeven, kwam al snel. Ik trok de beschimmelde koelkast open en stikte bijna. Het servies in de kast plakte aan mijn handen. Mijn tegenaanval begon met twee rollen vuilniszakken en ik heb de zakken \u00e9\u00e9n voor \u00e9\u00e9n gevuld, vloekend en af en toe kokhalzend. Het was bijna vernederend om de troep van mijn onbekende vader op te ruimen. De foto&#8217;s van verre vakanties met voor mij vreemde mensen en hun kinderen heb ik weggegooid. Foto&#8217;s van feesten met dronken mensen met een akelig glazige blik ook. Ik trok alle kasten open. Welke deur ik ook maar opende, er stonden tassen vol lege flessen.<\/p>\n<p>In het dorp was men gelukkig voor Finse begrippen redelijk spraakzaam en behulpzaam: de bank betaalde de rekeningen, de kringloop nam een doos spullen (inclusief een volle fles sterke drank) in ontvangst. Ze haalden de gitaar en de fiets op. De huisbaas regelde een eindschoonmaak. Na twee dagen hard werken was ik trots en kon ik vertrekken met de erfenis die ik met het statiegeld van twee winkelkarren vol lege flessen had opgehaald: \u20ac 16,40.<\/p>\n<p>Heidi Heinonen, Leusden<\/p>\n<p>Een datum als erfenis<\/p>\n<p>Het duurt afwisselend elf jaar, zes jaar, vijf jaar, zes jaar en weer elf jaar voor er een vrijdag de dertiende in december valt. Ik weet dat omdat mijn vader zijn hele leven lang op deze datum heeft gewacht. Vele halfslachtige pogingen gingen eraan vooraf en hij werd wel eens opgenomen in het ziekenhuis vanwege zijn depressie. Naar het schijnt wandelde hij af en toe tot bij de spoorlijn of hij knalde met zijn auto op een recht stuk weg tegen een betonnen paal. Hij sprak vaak over zijn vader.<\/p>\n<p>Het echte werk moest wachten tot die ene bijzondere dag. Dat was de dag dat zijn vader, mijn grootvader, zelfmoord pleegde. Voor het zich herhaalde, wist ik niet in welk jaar dat gebeurde. In elk geval was ik nog niet geboren en ik heb hem dus nooit gekend. Maar mijn vader droeg zijn vader mee in elke cel, in de kiem van zijn wezen. En hij wachtte. Ik weet dat hij wist waarop.<\/p>\n<p>Er bestaat volgens mij geen enkele foto van mijn vader waarop hij lacht. Hij staat altijd op de achtergrond, aanwezig maar niet echt. Een geest in het plaatje. Iemand die al verdwenen is terwijl hij er nog is. We zijn hem een maand kwijt geweest. Een maand lang dreef hij in de rivier. Toen hij werd gevonden, ben ik niet naar hem gaan kijken.<\/p>\n<p>Die symbolische dag die hij had gekozen, de dag waarop hij zo lang wachtte, staat niet op zijn grafzerk. De overlijdensakte vermeldt het moment dat de stroming hem weer het land opstuurde en die datum werd gegraveerd in het monolithische marmer. De datum is mijn erfenis. Ik worstel met de gedachte dat ik ook de kiem meedraag. Wat zou er in mijn leven kunnen gebeuren dat het zaad laat openbarsten en ik het ploeteren zo hondsmoe word dat ik liever in de Leie spring dan verder te gaan. Hebben we allemaal zo&#8217;n breekpunt of is ook dat mijn erfdeel?<\/p>\n<p>Mijn vader overleefde vier vrijdagen de dertiende na mijn geboorte. Hij overleefde er acht in totaal. Acht keer is hij een beetje gestorven en de negende keer was fataal. Mijn vader was dertien toen zijn vader stierf en het kan niet anders of mijn grootvader stierf in 1957. Er zijn niet zoveel jaren met een vrijdag dertien december erin en ik weet wanneer mijn vader werd geboren. Het was op het einde van een oorlog.<\/p>\n<p>Negen kinderen liet mijn grootvader achter. De oudste zoon was mijn vader. Hij erfde de datum, een bakkerij en een lastig leven. Twee kinderen liet mijn vader achter. Wij erfden de datum, een levensverzekering en een iets minder lastig leven. Elke dag kijk ik in de ogen van mijn eigen twee zonen en ik hoop dat ik die datum uit hun nalatenschap kan schrappen.<\/p>\n<p>Wat ik me wil blijven herinneren, is hoe mijn pa op een zomerse dag in Blankenberge onversaagd de zee inliep met zijn rug naar ons toe. Hij was een uitstekende zwemmer en hield van het water. Ik bleef hem volgen tot hij nog een stipje was aan de horizon. Die nacht in december was het niet het water, maar de kou die zijn bloedend hart stopte. Zou hij nog gekeken hebben naar de oever? In 2013 kom ik mijn eerste vrijdag de dertiende december tegen na zijn overlijden. Een plaats kan je ontlopen, een huis kan je verkopen, maar die datum gaat nooit weg. Vierentwintig uur kan lang duren.<\/p>\n<p>Isabel Vanzieleghem, Gent, Belgi\u00eb<\/p>\n<p>Vreemde man in mijn aderen<\/p>\n<p>Er was een bruiloft. Je wordt bij zoiets nooit de hele dag beziggehouden, zelfs de zogenoemde daggasten kunnen even verpozen. Dus ik zat met wat nichten en tantes op het plein in de zon. Mijn magerste nicht trok aan mijn hemdje en keek naar mijn decollet\u00e9. &#8216;Waar heb je die toch vandaan?&#8217; zei ze, glurend naar mijn buste. Eigenlijk is haar stem zacht, maar nu we op een vierkant plein zaten, echode haar uitspraak alle kanten op. Mensen keken geamuseerd in onze richting.<\/p>\n<p>Ik wist niet direct wat te antwoorden. Ik had geen idee waarom mijn borsten zo waren en niet anders. Ze waren simpelweg een jaar of vijftien geleden komen opzetten, ze groeiden en waren nooit meer weggegaan. Vraagtekens had ik daar nooit bij gezet, sommige dingen heb je te accepteren. Mijn nicht bedoelde natuurlijk, dat ze zich afvroeg waarom ik zulke welvingen had en zij niet. Al mijn nichtjes zijn zo mager en hoekig, ze hebben nauwelijks heupen of boezem en rondingen zijn ver te zoeken. Dan ik. Ik ben struis, rond.<\/p>\n<p>De hele bruiloft bleef ik peinzen, ook toen we allang weer aan het programma deelnamen.<\/p>\n<p>Misschien komt het door de vreemde man in mijn aderen, dacht ik. De vreemde man, over wie nooit gesproken wordt. Maar of je nu over hem zwijgt of niet, hij bevindt zich in mijn genencode en in mijn huid. Hij zit in mijn oogkleur en in mijn haarstructuur. Er is best een kans, dat zijn zus mijn dijen heeft. Maar ik zal er nooit kennis van nemen, ik zal niet weten of hij \u00fcberhaupt een zuster heeft.<\/p>\n<p>Ik kon het niet helpen, maar het voelde plotseling aan als enorme verlatenheid. Niet bekend zijn met je vader, betekent ook dat je de helft van je genen niet kent. De helft van je genetische code, is de helft van je familie. En familie associ\u00ebren we nu eenmaal met warmte. Het is alsof ik mijn nestgeur niet geheel ken.<\/p>\n<p>Voor mijn geestesoog zag ik rijen pronte tantes staan die me lingeriewinkels wezen en vertelden hoe ik het best een rok kon dragen met die billen van ons. Ze zouden me geleerd hebben hoe met trots een rubensiaanse schoonheid te zijn. Mijn rondheid zou me nooit in verlegenheid gebracht hebben.<\/p>\n<p>Het was eigenlijk een beetje zot, besloot ik. Al die jaren had ik nergens over nagedacht, maar nu opeens miste ik tantes van wie ik niet eens wist of ze bestonden. En daarbij: misschien waren het wel heel snibbige tantes geweest, juist altijd zeurderig klagend over hun vormen.<\/p>\n<p>Misschien best fijn om niet alles te weten, niet iedereen te kennen.<\/p>\n<p>Uren later, op het feest komt mijn nicht naar me toe met een glimlach op haar gezicht. Begrafenissen en bruiloften staan garant voor oude foto&#8217;s en verhalen, nu had zij een bijzondere foto gevonden. Klein. Zwart-wit. Gekartelde randen. Op de foto een vrouw die de camera onderzoekend toe lachte. Ze had een permanentje en een bloemetjesjurk uit de jaren vijftig.<\/p>\n<p>&#8216;Kijk, dat ben jij,&#8217; zei mijn nicht.<\/p>\n<p>Dat kon niet waar zijn, in die tijd was ik nog lang niet geboren. Maar de hand van mijn nicht maakte een reis langs het beeld en toen begreep ik wat ze wilde zeggen. Ik heb de neus van de vrouw in de jurk. En de schouders, de lach, de heupen en de boezem. De erfenis komt dus niet van de vreemde man, noch van denkbare tantes. De erfenis komt van mijn grootmoeder.<\/p>\n<p>En verlatenheid is maar betrekkelijk.<\/p>\n<p>Caryn &#8216;t Hart, Leiden<\/p>\n<p>Lieve vrede<\/p>\n<p>&#8216;Het gaat niet goed met oma Gien,&#8217; zei mijn moeder.<\/p>\n<p>Dat was op mijn vijfendertigste verjaardag, mijn moeder, mijn zus Machteld en ik zaten op rieten stoelen in de tuin, dronken witte wijn en aten zelfgebakken appeltaart. Oma Gien was mijn moeders moeder, een kleine vierkante vrouw, die haar hele leven op het land had gewerkt. Ik was naar haar vernoemd.<\/p>\n<p>De dag daarop bezocht ik oma Gien in haar kleine kamer in een bejaardentehuis in Emmen. De theetafel stond vol foto&#8217;s in zilveren lijstjes. Ik kon er niets aan doen, ik bleef staren naar die ene foto, groter dan de andere en in kleur. Machteld in haar trouwjurk van ivoorkleurige kant, een zwierige sluier over haar blonde krullen die ondeugend opwaaide en haar half ontblote borsten bedekte. Ze showde haar slanke lichaam en welgevormde benen in hoge pumps, lachend aan de arm van haar steenrijke man. Ik nam de foto van mijn moeder en mij en zette die voor de trouwfoto. Mijn moeder in een eenvoudige zomerjurk en ik in broek en T-shirt voor de kamelen in Artis. Nog steeds keek Machteld mij stralend aan. Terwijl zij mijn oma nooit bezocht, was zij het meest aanwezig. Ik draaide haar portret om.<\/p>\n<p>Oma pakte mijn hand en streelde hem.<\/p>\n<p>&#8216;Oma,&#8217; zei ik, &#8216;toen mijn andere oma doodging, kreeg Machteld alle sieraden, omdat ze naar haar vernoemd is. En ik kreeg niets.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Och, kind, is dat zo?&#8217; Ze ging wat rechterop zitten en veegde met een zakdoek over haar lippen. Er kwam een dun straaltje vocht uit haar rechter mondhoek. &#8216;Ik heb geen sieraden, maar als ik dood ben, krijg jij mijn fiets, die is nog erg goed.&#8217; Ze knikte vriendelijk, ging weer liggen en sufte weg.<\/p>\n<p>Ik stond naast haar bed en keek naar haar ontspannen gezicht waar een weldadige rust van uitging, naar haar bloemetjesschort en haar oude handen die nog steeds een krachtige indruk maakten. Wat een verschil met mijn andere oma, een chique dame wier zijden blouses ruisten en wier kettingen tinkelden als je bij haar op schoot ging zitten. Ergens moest een plaats bestaan waar mensen gelijk zijn, dacht ik, waar mensen elkaar niet beoordeelden en niet zo vreselijk jaloers zijn. Ik had het tegen mezelf.<\/p>\n<p>Een maand later liepen we achter oma&#8217;s kist over het kerkhof. Het motregende, zoals het hoort bij begrafenissen. Mijn zwager liep aan de ene kant van mijn moeder, mijn zus en ik aan de andere kant. Machteld in een compleet nieuwe creatie van Mart Visser, haar hoge hakken zakten zo diep in het zand naast het graf dat het leek of ze niet meer los kon komen.<\/p>\n<p>Bij de koffie en cake boog ze zich voorover naar mijn moeder: &#8216;Oma heeft mij haar fiets beloofd,&#8217; zei ze.<\/p>\n<p>&#8216;Aan mij,&#8217; zei ik. Oma wilde dat ik haar fiets kreeg.&#8217; Ik verslikte me bijna in de cake. Machteld kwam zelden bij oma Gien en dus had oma gedacht. Ik wilde het uitleggen, maar haalde alleen mijn schouders op.<\/p>\n<p>Twee weken later reed ik naar mijn moeder, om oma&#8217;s fiets te halen.<\/p>\n<p>&#8216;Machteld heeft hem meegenomen,&#8217; zei ze.<\/p>\n<p>&#8216;Waarom heb je hem meegegeven, je wist toch dat hij voor mij was?&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Ja,&#8217; zei ze.<\/p>\n<p>&#8216;Maar waarom?&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Jij bent de oudste.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;En de wijste,&#8217; zei ik. Ik was kwaad, zo verschrikkelijk kwaad. Ik wilde Machteld bellen en zeggen dat ze mijn fiets moest teruggeven, dat oma de laatste week voor ze stierf in de war was, dat wij zussen in niets op elkaar leken. Ik deed het niet, ik roerde en roerde in mijn koffie. Op het antieke kastje stond een grote foto van oma, ze knikte mij vriendelijk toe.<\/p>\n<p>Mijn moeder stond op en nam me mee naar de bijkeuken. Daar stond een glanzend zwart gepoetste opoefiets, met dichtgeregen kettingkast en stevige jasbeschermers. Ze legde haar hand op het zadel en streelde hem. &#8216;Dit is de fiets van oma. Machteld heb ik de mijne meegegeven. Als ik dood ben, krijg jij oma&#8217;s fiets.&#8217;<\/p>\n<p>Hanneke Wagenaar, Monnickendam<\/p>\n<p>Kleine teentjes<\/p>\n<p>De spleet licht die vanuit de gang mijn kamer in valt, verjaagt noch mijn angst voor de man onder mijn bed, noch voor het monster in de kast. Ik hoor een geluid, houd mijn adem in, hoor niets meer. Houdt de man in de schaduw nu soms ook zijn adem in? Ademen we synchroon?<\/p>\n<p>&#8216;Je hoeft niet bang te zijn,&#8217; stel ik Karin gerust. &#8216;Dat is nergens voor nodig.&#8217; Ik druk haar hardplastic lijf tegen me aan en schuif mijn rug tegen de muur, zodat een reuzenspin of schaduwbeest me nooit van achteren kan bespringen.<\/p>\n<p>De vraag die mij al dagen, weken plaagt, dringt zich in de schemer wederom aan mij op. Waarom weten anderen zoveel meer dan ik? Papa is nog niet boven geweest. Hoe kan hij dan zo zeker weten dat er niemand in mijn kamer is? Mama was boven aan het werk toen ik vanmiddag een snoepje pakte, ze heeft me nooit kunnen zien en toch wist ze het. Het is niet mogelijk.<\/p>\n<p>Tenzij ik de enige ben, die echt is. Tenzij de hele wereld nep is en ik de enige ben die dat niet weet.<\/p>\n<p>Ik stel me het volgende voor. Twee reuzen. Een broer en een zus. Ze hebben een kijkdoos, met daarin de aarde. Ik ben niet zeker van de bedoelingen van de reuzen. In mijn bed hoop ik vurig dat ik hun lievelingspop ben, maar voor hetzelfde geld ben ik hun gruwelijke experiment en zijn mijn fouten hun bron van vermaak. Hoe dan ook, broer en zus verplaatsen de mensen om mij heen als pionnen. De wereld is in sc\u00e8ne gezet, de mensen zijn slechts marionetten. Maar wat zijn de reuzen met mij van plan?<\/p>\n<p>Dat ik anders ben dan anderen, daar twijfel ik geen seconde aan. Ik kan namelijk moleculen zien, nog een bewijs dat ik de enige ben die echt is. Mijn vader heeft het pas nog, onder de afwas, uitgelegd. Moleculen zitten overal in. In spullen, in water, in de lucht. En ze zijn zo klein dat je ze met het blote oog niet kunt zien. Niet eens onder een microscoop.<\/p>\n<p>Toen ik drie weken geleden op mijn rug in de tuin naar de lucht lag te kijken, zag ik ze opeens. Zwartgrijze kringetjes, die alle kanten opschoten. Ze gingen zo hard dat ik ze niet kon volgen.<\/p>\n<p>In mijn bed neem ik een besluit. Voorlopig houd ik geheim dat ik ze kan zien. Als ik nu vertel dat ik weet dat ik anders ben dan anderen, dat ik besef dat de wereld nep is, dan kan dat wel eens verschrikkelijke gevolgen hebben.<\/p>\n<p>Ga maar na. Als de hele wereld nep is, behalve ik, betekent dat ook dat mijn ouders mijn ouders niet zijn. Er zijn twee opties. A, ik ben hun adoptiekind, want de reuzen wilden een goed gezin voor me vinden waarin ik gelukkig was. B, mijn ouders zijn eigenlijk monsters die zich hebben verkleed als ouders. Hoe dan ook, ik ben niet hun dochter. En stel nu eens dat optie B klopt en ik vertel dat ik ze door heb, wat gaat er dan gebeuren?<\/p>\n<p>Ze komen de trap op. Mijn ouders. Wie zijn zij?<\/p>\n<p>Mijn ogen zijn nog wijd opengesperd. Mijn vader poetst zijn tanden in de badkamer. Mijn moeder loopt mijn kamer binnen.<\/p>\n<p>&#8216;Ben je nog wakker?&#8217; vraagt ze. Ik doe alsof ik slaap. Ze gaat op de rand van mijn bed zitten en aait over mijn hoofd.<\/p>\n<p>&#8216;Wat is er toch, meisje. Wat lig je te piekeren?&#8217;<\/p>\n<p>Opeens huil ik.<\/p>\n<p>&#8216;Hoe weet ik dat jullie mijn echte ouders zijn?&#8217; vraag ik. Mama knipt mijn leeslampje aan.<\/p>\n<p>&#8216;Kom, je bed uit. Zet je voet hier maar neer,&#8217; zegt ze. Zelf trekt ze haar sok uit en zet haar gebruinde voet met roodgelakte teennagels naast die van mij. &#8216;Kijk eens goed naar onze kleine teentjes. Die zijn precies hetzelfde. Kijk, die van mij kruipt onder de teen ernaast en dat heb jij ook. Precies zo. Hoeveel mensen ken je die precies zo&#8217;n teentje hebben? Dit is het bewijs dat ik echt jouw moeder ben en jij echt mijn dochter.&#8217;<\/p>\n<p>Nooit meer heb ik getwijfeld aan het bestaan van onze bloedband. Mijn zusje had ook zo&#8217;n teentje, dus we hoorden als gezin helemaal bij elkaar.<\/p>\n<p>Volgende week word ik negenentwintig. Ik verbaas me over heel andere dingen. Dingen zoals kleine teentjes. Want als we in de zomer op blote voeten door de tuin lopen, zie ik dat onze kleine teentjes absoluut niet op elkaar lijken. Hoe mijn moeder dat toch bedacht heeft. Mijn moeder en ik lijken enorm op elkaar, maar niet qua tenen.<\/p>\n<p>Ilse Ruijters Kimwierde, Almere<\/p>\n<p>Zonder nazaat<\/p>\n<p>Na mijn dood laat ik niets wezenlijks na. Een berg spullen die, zonder mij als verbindend element, slechts een willekeurige verzameling massaproducten vormt. Een aantal dossiers bij overheidsdiensten, werkgevers en artsen. Een vermelding in een database of op een website. Herinneringen in de hoofden van geliefden en bekenden, die met de tijd verkleuren en vervagen, totdat ook die ophouden te bestaan. Als je kinderloos blijft, is er geen erfenis.<\/p>\n<p>Jaren geleden fantaseerden mijn vrouw en ik over hoe ons kind eruit zou kunnen zien. Uiteenlopend van het wonderkind dat al onze goede eigenschappen zou verenigen, tot het misbaksel van onze eigenaardigheden en schoonheidsfoutjes. Tot de dag kwam dat het duidelijk werd dat wij nooit kinderen zouden krijgen.<\/p>\n<p>Als je hoort dat je kinderloos zult blijven, stort het kaartenhuis van de toekomst in elkaar. Het vanzelfsprekende huisje, boompje, beestje verdwijnt. De vraag wat het doel van dit leven is, krijgt niet het makkelijke antwoord van iedere ouder: de zorg voor mijn kind. Je wordt volledig teruggeworpen op jezelf en moet op eigen kracht betekenis geven aan de rest van je leven.<\/p>\n<p>Zelfs het verleden wordt door het gemis aangetast. De harde strijd van al je voorouders om het bestaan, de doorgifte van de genen, lijkt zinloos te zijn geworden als je geen nazaat hebt. Aan het eind van de rit is er niemand die de fakkel van je overneemt. Je bent het eindpunt van de lijn. Ga daar maar eens mee om. Met mij verdwijnen de familietrekken die generaties lang vorm en kleur hebben gegeven aan de maatschappij zoals ik die nu ken. De normen en waarden waar wij voor staan. De verhalen en herinneringen aan vaders en moeders, opa&#8217;s en oma&#8217;s en overgrootouders.<\/p>\n<p>Als het besef tot je doordringt dat er nooit kinderen zullen zijn, worden de keuzen die je maakt daar sterk door be\u00efnvloed. Sommige overwegingen van ouders verliezen voor ons elke betekenis; het eigen huis als vermogensopbouw voor de kinderen. De noodzaak om dingen voor later te bewaren, wordt ook minder. Er zullen na onze dood maar weinig mensen waarde hechten aan onze persoonlijke bezittingen. Aan ons dus de taak om zelf te zorgen dat ons bestaan op een ordelijke manier afgerond wordt. Met het stijgen van de jaren wordt de kans dat er naaste familie is om de losse eindjes aan elkaar te knopen steeds kleiner. Onze uitvaartwensen staan keurig op papier, de overeenkomsten netjes in mappen en zelfs de rommelzolder is opgeruimd. Wanneer wij gaan, kunnen de laatste restanten overzichtelijk verwijderd worden. Wij moeten zorgen dat er straks geen erfenis is.<\/p>\n<p>Dave Stam, Groet<\/p>\n<p>De jury bestond uit Padu Boerstra, Martje Breedt Bruyn, Mischa Cohen, Marijn van der Jagt en Henk van Renssen<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>De centen van je moeder, de ogen van je vader, de eigenaardigheden van je opvoeding: welke erfenissen draagt \u00fa mee, vroegen we. Bijna tweehonderd lezers voelden zich aangesproken en stuurden ons hun verhaal. Verrassend veel vrouwen. En de inzendingen gingen vooral over het erven van genen. Wat u niet allemaal aan uw ouders en voorouders te danken hebt: die rare kromme duim, de kleine teentjes van uw moeder, een gebit als de ru\u00efne van Philip Corvage in Vestdijks Ivoren wachters, het weelderige d\u00e9collet\u00e9 van een nooit gekende grootmoeder, een Brabantse zachte g, een krom armpje, &#8211; u ervaart dat als een ramp, of beschrijft het met een glimlach van herkenning.Natuurlijk waren er ook veel verhalen over trammelant met een nalatenschap. Zo veel werd duidelijk: er werd u van alles door de neus geboord. U viste weer eens achter het net. Er dook na de dood van uw vader een onbekend halfbroertje op. We lazen de verzuchting: &#8216;Als een geplukte kip ben ik achtergebleven.&#8217; En de klassieker: &#8216;En zo ga je na al je zuinigheid en vlijt dood met een miljoen op de bank.&#8217; U schudde het hoofd, u dacht na en schreef het op. Veel inzenders kwamen tot dezelfde berustende conclusie: herinneringen zijn meer waard dan sieraden, en geld maakt niet gelukkig.Uit alle ons toegestuurde kleine en grote drama&#8217;s koos de jury de twaalf mooiste verhalen.<\/p>\n","protected":false},"author":3380,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/105105"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=105105"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/105105\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"AndorT","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/3380"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=105105"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=105105"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=105105"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}