
 {"id":104879,"date":"2008-07-26T00:00:00","date_gmt":"2008-07-25T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/lonend-probleem\/"},"modified":"2008-07-26T00:00:00","modified_gmt":"2008-07-25T22:00:00","slug":"lonend-probleem","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/lonend-probleem\/","title":{"rendered":"Lonend probleem"},"content":{"rendered":"<p>Lobbyen in Washington<\/p>\n<p>Op een middelbare school in het stadje Billings, in de staat Montana, zei Barack Obama het luid en duidelijk: &#8216;Na bijna dertig jaar in Washington ziet John McCain niet meer wat voor ons inmiddels volkomen helder is: dat lobbyisten niet zomaar onderdeel zijn van het systeem, maar onderdeel van het probleem.&#8217; Enkele dagen daarvoor &#8211; het was laat in mei &#8211; had McCain, de Republikeinse presidentskandidaat bij de komende verkiezingen, een van zijn belangrijkste campagnemedewerkers aan de kant gezet vanwege zijn banden met lobbygroepen. Dit voormalig Congreslid uit Texas was de vijfde op rij die de campagne van McCain moest verlaten in verband met lobbyactiviteiten. Pijnlijk, omdat ook McCain van zijn verklaarde weerzin tegen lobbyisten een centraal punt van de campagne heeft gemaakt. Hij heeft bovendien een reputatie hoog te houden als strijder tegen de groeiende invloed van lobbyisten in Washington.<\/p>\n<p>McCain liet het er niet bij zitten en reageerde op Obama&#8217;s speech door publiekelijk aandacht te vragen voor de aanzienlijk meer ontspannen regels die Obama hanteert ten aanzien van lobbyisten in zijn gevolg. Ook riep McCain zijn Democratische tegenstrever op eerlijk te zijn over &#8216;de lange lijst federale lobbyisten die hem adviseren over beleidskwesties&#8217;.<\/p>\n<p>Spilzucht<\/p>\n<p>Sindsdien proberen beide kandidaten elkaar te overtreffen in hun uitgesproken weerzin tegen de lobbyisten. Dat is begrijpelijk. In de afgelopen jaren ontstond commotie, ook buiten Washington, door enkele omkoopschandalen waarbij prominente lobbyisten waren betrokken. Tegelijkertijd is de invloed van de lobbyisten in de regeringsperiode Bush jr. alleen maar toegenomen, waardoor de walging nog verder is gegroeid. Het aantal in DC geregistreerde lobbyisten verdubbelde in de laatste zes jaar, om in 2007 uit te komen op 34.750. Dat zijn tachtig lobbyisten per afgevaardigde. En 347 per senator.<\/p>\n<p>Ook de bedragen die lobbyisten hun klanten rekenen, verdubbelden in vijf jaar tijd. Vorig jaar, zo berekende het Center for Responsive Politics, betaalden bedrijven gezamenlijk 2,81 miljard dollar aan enkele grote lobbyfirma&#8217;s. Hierbij zijn dan nog niet eens de bedragen gerekend die bedrijven rechtstreeks in de partijkas van politici storten.<\/p>\n<p>Het effect van dat lobbyen is goed te meten. Het aantal regelingen dat het bedrijfsleven meer dan honderd miljoen per jaar kost, is in dezelfde jaren met vijftien procent gedaald. Tegelijk zijn de overheidsuitgaven in Amerika sinds 2000 met maar liefst 32 procent gegroeid. En dat onder een Republikeinse president die zegt te geloven in een kleine overheid. (Alleen onder de Democratische president Johnson, die onder Republikeinen doorgaat als de Sinterklaas van de Amerikaanse staatshoofden, kwam de groei van de overheidsuitgaven in de buurt van het spectaculaire cijfer dat Bush cum suis genereerden.)<\/p>\n<p>Natuurlijk, een deel van deze groeiende spilzucht heeft te maken met de oorlog in Irak. Maar er worden jaarlijks ook miljarden dollars uitgegeven aan &#8216;speciale projecten&#8217; via zogenaamde earmarks. Het &#8216;oormerk&#8217;, of &#8216;ezelsoor&#8217; is een belangrijk instrument in het verbond van Washington met de lobbyisten. Als een wet eenmaal is goedgekeurd door het Congres maar nog niet door de president is ondertekend, kunnen Congresleden er nog extra bepalingen inschuiven. Deze extra bepalingen, de &#8216;earmarks&#8217;, maken geld vrij voor projecten waarmee Congresleden hun stemmers in de eigen staat plezieren. In de afgelopen jaren werd jaarlijks meer dan dertig miljard dollar op deze manier vrijgemaakt, drie keer zo veel als in de jaren negentig.<\/p>\n<p>Holbewoners<\/p>\n<p>De grens tussen lobbyen en ordinaire omkoping is dun. Een berucht voorbeeld is dat van lobbyist Jack Abramoff, een vertrouweling van de Republikeinse partijstrateeg Karl Rove. Abramoff had voor zes indianenstaten geregeld dat ze casino&#8217;s mochten blijven uitbaten zonder veel belasting te betalen. Tegelijk organiseerde hij oppositie tegen deze inheemse volkengroepen, opdat ze hem nog meer zouden betalen om hun speciale positie te behouden. In totaal betaalden de Native Americans Abramoff 82 miljoen dollar. In ruil daarvoor, zo bleek tijdens de rechtszitting, noemde de lobbyist zijn klanten in vertrouwelijke mails &#8216;holbewoners&#8217; en &#8216;idioten&#8217;.<\/p>\n<p>Tot afgrijzen van het Republikeinse partijestablishment leidde John McCain de Senaatscommissie die de wandaden van Ambramoff publiek maakte. McCain trok daarbij fel van leer en concludeerde: &#8216;Het systeem is kapot.&#8217;<\/p>\n<p>Zo kapot, dat het misschien niet meer valt te repareren, ondanks de daadkrachtige retoriek die beide presidentskandidaten momenteel loslaten op de lobbybranche. Want er zit een adder onder het gras: lobbyen werkt. Dat is nu ook bevestigd door onderzoek dat drie bedrijfseconomen vorige maand publiceerden.<\/p>\n<p>De drie wetenschappers verdeelden Amerikaanse beursgenoteerde bedrijven in twee groepen: een groep die wel geld uitgaf aan lobbykantoren en een groep bedrijven die dat niet deed. In drie jaar tijd bleken de actief lobbyende bedrijven meer winst te genereren dan de bedrijven die geen aanwezigheid in DC hadden gekocht. En niet zo&#8217;n beetje ook: het verschil bleek maar liefst acht procent. Voor grote multinationals betekent dat een verschil van honderden miljoenen dollars.<\/p>\n<p>Miljonair<\/p>\n<p>Behalve prachtige getallen en grafieken (zie vn.nl) geeft het onderzoek een aardig inzicht in de bedragen die bedrijven spenderen aan lobbyfirma&#8217;s. Zo heeft General Electric de grootste lobbypot: 18,7 miljoen dollar op jaarbasis. Ook zijn de stijgende inkomens van de lobbyisten terug te vinden in het onderzoek. Oud-politici kunnen in een klap miljonair worden door naar K Street te verhuizen, de straat in Washington waar de meeste lobbyfirma&#8217;s kantoor houden. Er is daardoor zelfs een kleine industrie ontstaan. Het is inmiddels zover dat zo&#8217;n vijfhonderd, veelal zwarte inwoners van DC, een bescheiden inkomen genereren met in de rij staan voor commissievergaderingen van het Congres. Voor gemiddeld twintig dollar per uur houden zij een plaatsje warm voor een lobbyist. Die kan zijn tijd immers aanzienlijk rendabeler doorbrengen.<\/p>\n<p>Het succes van lobbyisten en hun salarissen verschaffen beide presidentskandidaten nog een andere dan een electorale reden om te hoop te lopen tegen de makelaars in invloed: er is ook een financi\u00eble prikkel. De stijgende inkomens van de lobbyisten hangen direct samen met de groeiende salariseisen van de eigen campagnemedewerkers. Om goed ingevoerde persoonlijk medewerkers niet te verliezen aan de lobbyfirma&#8217;s, betalen Amerikaanse politici tegenwoordig al jaarsalarissen van boven de driehonderdduizend dollar.<\/p>\n<p>Probleem met deze redenering is wel dat als Obama en McCain het voor elkaar krijgen het arbeidsaanbod voor lobbyfirma&#8217;s te laten dalen terwijl de vraag naar lobbywerk uit het bedrijfsleven blijft groeien, de beloning voor lobbyen alleen maar zal stijgen. Daar is geen van de kandidaten mee gediend, zeker niet als hun verontwaardiging oprecht is. John McCain en Obama moeten op hun woorden letten.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Het aantal lobbyisten in Washington DC blijft groeien. Want lobbyen werkt, zo bevestigt recent economisch onderzoek. Hoe groot de walging van de kiezers ook is.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[193,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Pieter van Os","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/104879"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=104879"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/104879\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Pieter van Os","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=104879"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=104879"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=104879"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}