
 {"id":102711,"date":"2008-10-04T00:00:00","date_gmt":"2008-10-03T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/niks-boze-buitenwereld-special-kinderrepubliek-der-letteren\/"},"modified":"2008-10-04T00:00:00","modified_gmt":"2008-10-03T22:00:00","slug":"niks-boze-buitenwereld-special-kinderrepubliek-der-letteren","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/niks-boze-buitenwereld-special-kinderrepubliek-der-letteren\/","title":{"rendered":"Niks boze buitenwereld!; SPECIAL KINDERREPUBLIEK DER LETTEREN"},"content":{"rendered":"<p>Po\u00ebzie voor kinderen<\/p>\n<p>We zijn dus heel gelukkig.<\/p>\n<p>Tevreden, blij; dat wel.<\/p>\n<p>En blijven samen hopen<\/p>\n<p>op ooit een fikse rel.<\/p>\n<p>Zo eindigt het gedicht &#8216;Wij&#8217; uit de bundel Altijd heb ik wat te vieren van Andr\u00e9 Sollie over een gelukkig gezin. Zeg dat wel, hopen op een fikse rel in de kinder- en jeugdpo\u00ebzie. Want er heerst daar een wonderbaarlijke harmonie en vrede. Terwijl overal om ons heen hangjongeren verschijnen, hulpinstanties incest- en moordpartijen op hun bordje krijgen en er de laatste tijd zelfs een aparte minister voor Jeugd en Gezin rondloopt, is er in de Nederlandse kinder- en jeugdpo\u00ebzie weinig tot niks aan de hand. Alleen de titels al blaken van genegenheid en positieve energie: Ik blijf altijd bij je, Altijd heb ik wat te vieren, Het punt met mij is dat ik alles kan, Kwam dat zien! Kwam dat zien! Scheidende ouders, kutmarokkaantjes, de thematiek van veel kinder- en jeugdproza lijkt hier ver weg.<\/p>\n<p>Ik begrijp het wel. Annie M.G. Schmidt riep haar lezertjes nog op om flink wat stouter te zijn, en wie weet hoeveel provo&#8217;s en hippies ze daarmee heeft gekweekt, maar in haar tijd moest er nog een brave wereld omvergetrokken worden. Nu staat overal de wereld in brand en lijkt de boodschap vooral: geniet, wees jezelf. Zo te zien moet zulke po\u00ebzie je ook een beetje beschermen, een gevoel van eigenwaarde geven; niet de buitenwereld dicteert hier het nieuws.<\/p>\n<p>Vandaar wellicht ook dat schrijvers van kinder- en jeugdpo\u00ebzie zich gemakkelijker tot het jonge kind richten dan tot de opgroeiende puber. Dat zal wel van twee kanten komen. Pubers lijken mij gemiddeld weinig ge\u00efnteresseerd in een dichterlijke versie van hun problematiek, als ze al po\u00ebzie gaan lezen dan waarschijnlijk eerder volwassen verzen. Proza lijkt grosso modo trouwens beter bij ze te passen. En dichters op hun beurt kunnen hun onschuld, hun spel met een ongebroken wereld, dat waarin ze zich juist van de &#8216;grote-mensen-po\u00ebzie&#8217; onderscheiden, niet kwijt in een pubervers. Een gedicht voor twaalfjarigen en ouder zal vanzelf op een volwassen gedicht gaan lijken.<\/p>\n<p>Henk van Kerkwijk durft het wel aan. In Seks in de brugklas heersen de hormonen, jongens kijken vieze plaatjes op internet, Jesse is op Dien, een jongen weet niet of hij op meisjes of op jongens valt en het is een gezamenlijk zwetend zwijgen \/\/ met klamme hand op hart en kruis. Maar zou een puber zoiets willen lezen, zou hij niet gegeneerd wegkijken bij zoveel begrip voor zijn problemen?<\/p>\n<p>Nee, dan is het jongere kind toch waarschijnlijk dankbaarder publiek.<\/p>\n<p>En dus wemelt het in de hedendaagse Nederlandse kindergedichten toch nog altijd van opa&#8217;s en oma&#8217;s, en van olifanten en giraffen of gedomesticeerde draakjes, en van spring- en aftelversjes.<\/p>\n<p>Wie de Nederlandse dichtkunst in hurkzit ondergaat, moet wel verrast zijn over de eindeloze mogelijkheden van telversjes en woordgrapjes. Ted van Lieshout is dunkt me een meester in het ongeforceerde genre. De kracht van zijn werk is dat het volkomen naturel overkomt:<\/p>\n<p>E\u00e9n baviaan<\/p>\n<p>at \u00e9\u00e9n banaan.<\/p>\n<p>Zeven bavianen<\/p>\n<p>aten zeven bananen.<\/p>\n<p>Zeven bavianen<\/p>\n<p>aten \u00e9\u00e9n banaan en<\/p>\n<p>zeven heren<\/p>\n<p>aten zeven peren.<\/p>\n<p>Ik vind daar eerlijk gezegd niet zoveel aan en dat lijkt me een goed teken, het is niet voor mij geschreven, het knipoogt niet eens naar mij.<\/p>\n<p>Sjoerd Kuyper, ook zo&#8217;n oudgediende in de kinderliteratuur, vind ik al wat leuker en spannender, maar ik denk ook direct dat-ie wat van me wil. &#8216;Als het nieuwe jaar begint&#8217; begint hij als volgt:<\/p>\n<p>Janbombarie, febrularie,<\/p>\n<p>ga toch alsjeblieft voorbij,<\/p>\n<p>ik wil maarten en aprillen,<\/p>\n<p>me vermeien in de wei.<\/p>\n<p>Daar voel ik de knipoog naar de volwassen lezer wel, ik ben gecharmeerd, maar weet niet helemaal zeker of dat wel zo hoort.<\/p>\n<p>Je kunt je afvragen wat deze gedichten extra te bieden hebben naast de overdadige wereld van kinderprogramma&#8217;s op televisie. Mij valt altijd op dat zulke programma&#8217;s het moeten hebben van de herhaling. Teletubbies, Kabouter Plop, Samson en Gert kunnen niet langdradig, nadrukkelijk en repetitief genoeg zijn. Po\u00ebzie voor dezelfde jonge kinderen is daarentegen vooral speels, inventief en fantasievol.<\/p>\n<p>Joke van Leeuwen, crack in de kinderpo\u00ebzie en deze kinderboekenweek aanwezig met de herdruk van de verzamelbundel Ozo heppie, blinkt erin uit. Weinig boodschap, geen moraal, maar hoogst originele, gekke taalgrapjes:<\/p>\n<p>Toe<\/p>\n<p>tje<\/p>\n<p>Wij zijn gek<\/p>\n<p>omen voor een lek<\/p>\n<p>kere kak<\/p>\n<p>etoe toe.<\/p>\n<p>Die is van slag<\/p>\n<p>room met pis<\/p>\n<p>tachenootjes en koe<\/p>\n<p>k.<\/p>\n<p>De kok krijgt een bed<\/p>\n<p>ankje. Wat een heer<\/p>\n<p>lijke kak<\/p>\n<p>etoe toe.<\/p>\n<p>Mmmmmmm<\/p>\n<p>et een lepeltje erbij.<\/p>\n<p>Mmmm, twee maal kak en ook nog pis, wat wil een kind nog meer!<\/p>\n<p>Toon Tellegen, vooral ook van de volwassen po\u00ebzie, verplaatst zich daarentegen in zijn verzamelbundel Er ligt een appel op een schaal helemaal niet per se in de kindergeest, maar neemt zichzelf als uitgangspunt. Daardoor verschillen zijn kindergedichten niet erg van zijn volwassen werk, met bijvoorbeeld metaforen als &#8216;verliefdheid is een reiziger die zijn koffer openmaakt&#8217; of zelfs regelrechte terugblikken: Lang geleden, toen ik nog ontoelaatbaar jong was, \/ vond ik een w. Wat zullen zijn ontoelaatbaar jonge lezers daarvan vinden? Het roept in elk geval de vraag op wat kinderen willen, po\u00ebzie op hun maat of po\u00ebzie die verder reikt. De eerste categorie lijkt me veruit in de meerderheid. Niet braaf, maar ook geen boze buitenwereld.<\/p>\n<p>Stop en hou je kop<\/p>\n<p>Edward van de Vendel beoefent samen met illustratrice Floor de Goede in Opa laat zijn tenen zien het nieuwe genre der stripgedichten, steeds een strip van een pagina met daarbij passende dichtregels. Goeie grappen, goeie vragen, goeie gevoeligheden. En en passant laat Van de Vendel ongemerkt ook nog zien hoe po\u00ebzie werkt, bijvoorbeeld in de strip &#8216;Denken en tanken&#8217;, over een meisje dat in de auto van haar moeder zit tijdens een tankbeurt en vraagt &#8216;met wie trouw jij, nu je weer trouwen kan.&#8217; Mama is gescheiden dus. En zo eindigt het met een po\u00ebtische lach en een moederlijke traan: &#8216;Dus: wat heb je aan denken en wat heb je aan tanken? Niets. Er komt altijd janken van.&#8217; Denken, tanken, janken, jazeker, plus toch een toefje boze buitenwereld, het lijkt me een puike mengsmering.<\/p>\n<p>De speelse vragen die Van de Vendel en passant in zijn gedichten stelt: zijn schelpen schelpen als ze leeg zijn of vol? Legt moeder met Pasen een ei? bevatten genoeg lucht en licht om zowel ernstig te zijn als te relativeren. Aan het eind van een van zijn jeugdige gedachtenkronkels zie je een vader op het strand staan die naar zijn onderzoekende zoontje roept: &#8216;Ja, stop en hou je kop en loop alsjeblieft eens door.&#8217; Zulke ongeduldige ouders horen er nu eenmaal ook bij. Van de Vendel zit, zoals de meeste kinderdichters, vol speelse gedachten, maar daarnaast lijkt hij een subtiel psychologisch spel met zijn lezertjes te spelen en levert hij ze naast pret en geborgenheid ook verzen die eindigen met kleine teleurstellingen en onaangenaamheden. En als je het leest, denk je: zo moet het.<\/p>\n<p>Saaie mussen<\/p>\n<p>Net als Toon Tellegen schrijft Eva Gerlach in de eerste plaats po\u00ebzie voor volwassenen, maar er verscheen ook wat jeugdwerk van haar: Hee meneer Eland en Oog in oog in oog in oog. In Het punt met mij is dat ik alles kan speelt ze met klassieke ingredi\u00ebnten uit de kinderliteratuur. Een klein jongetje dat een bijzondere band had met zijn opa, zojuist gestorven, heeft van hem een draakje gekregen, waar zijn ouders niks van weten. Zoals in het volwassen werk van Gerlach ernstige noties over menselijkheid en vergankelijkheid de boventoon voeren, zo gaat het ook hier. Ten diepste gaat dit boekje over vragen als: hoe sterk ben je als klein, zwak mens, en hoe behoud je, ondanks tijd en dood, de band met je omgeving. Ondanks de dramatische setting van een dode opa en een behulpzame draak wordt in deze gedichten in de eerste plaats gezocht naar verstand en vrede:<\/p>\n<p>Alsof gevaar belangrijk is. Die mus!<\/p>\n<p>Zit in de boom en zeurt: &#8216;Piep. Piep. Ik ben<\/p>\n<p>hier in mijn eentje en ik zit zo, weet je<\/p>\n<p>hoe? Zo stil, geen kleur, en nooit lawaai,<\/p>\n<p>zo mopperig, zo waterdicht, zo saai,<\/p>\n<p>ik eet alleen vierkante stukjes brood.&#8217;<\/p>\n<p>Ik hou van mussen. Lekker saai. Ik mik<\/p>\n<p>op hem door mijn twee vingers, ik schiet op hem<\/p>\n<p>met niks, geen lasergun, geeneens een buks,<\/p>\n<p>ik wil niet schieten en ik wil niet dood<\/p>\n<p>Onder het lezen dacht ik, is dit misschien bedoeld voor saaie, laffe en timide kinderen, die verworpenen der kinderaarde? Niet om ze op te beuren of omhoog te trekken, maar om ze te bevestigen in hun waarde? Dat zou een mooie, vergeten doelgroep zijn, want laten we eerlijk zijn: al die frisse en fantasievolle kinderen, daar geloof je toch ook niet in?<\/p>\n<p>Ik hout van bomen<\/p>\n<p>Wie veel waar voor z&#8217;n geld wil, moet het eens proberen met de verzamelbundel Kwam dat zien! Kwam dat zien! Mooie, onmogelijke titel trouwens. Hier tref je de fine fleur van de kinderdichters van Nederland aan plus gastoptredens van gelegenheids-kinderdichters als Menno Wigman en Joost Zwagerman. Behalve een bloemlezing wil dit boek ook een soort introductie tot de kinderpo\u00ebzie zijn, met vragen aan de deelnemers als: hoe schrijf je een gedicht? En: wat zijn je favoriete dichtregels?<\/p>\n<p>Wie alles leest en voor waar aanneemt moet wel vaststellen dat het in de Nederlandse kinderpo\u00ebzie een oecumene van jewelste is, met dichters die wel of juist niet willen rijmen, wel of juist geen hoofdletters gebruiken, wel of juist niet aantekeningen maken voor ze iets opschrijven. Anything goes, ook hier. Maar leidraad is toch dat in po\u00ebzie de dingen anders lopen dan in proza of elders in de taal, of zoals de samenstellers zeggen: &#8216;Ik hout van bomen is fout als je het in een opstel schrijft, maar als je het in een gedicht schrijft is het goed. Punt!&#8217;<\/p>\n<p>Kwam dat zien! Kwam dat zien! Is thematisch geordend, slakkengedichten bij slakkengedichten, draken bij draken, taalgrappen bij taalgrappen. Pesterijen, zaadlozingen en andere puberale ongemakken kom je hier niet tegen. Wat dat betreft bevestigt ook dit boek het beeld van de Nederlandse kinderpo\u00ebzie als een voornamelijk opgewekt circus. Alleen het lange gedicht van Florian Kullberg over Fred, uitgescholden voor &#8216;gestoorde gek&#8217;, en meegenomen door de politie omdat hij zijn belager in elkaar geslagen heeft, springt er uit. Hij is een van de jongste dichters van het gezelschap. Daarom: wie weet is het binnenkort met die overheersende vrede gedaan.<\/p>\n<p>Andr\u00e9 Sollie, \u2018Altijd heb ik wat te vieren\u2019, Querido, 40 pagina\u2019s, \u20ac 12,95<\/p>\n<p>Henk van Kerkwijk, \u2018Seks in de brugklas\u2019, Holland, 32 pagina\u2019s, \u20ac 12,50<\/p>\n<p>Ted van Lieshout &#038; Sieb Posthuma, \u2018Spin op sokken\u2019, Leopold, ongepagineerd, \u20ac 13,50<\/p>\n<p>Sjoerd Kuyper &#038; Marit T\u00f6rnqvist, \u2018Ik blijf ?altijd bij je\u2019, Querido, ongepagineerd, \u20ac 13,95<\/p>\n<p>Joke van Leeuwen, \u2018Ozo heppie en andere versjes\u2019, Querido, 56 pagina\u2019s, \u20ac 6,95<\/p>\n<p>Toon Tellegen, \u2018Er ligt een appel op een schaal\u2019, Querido, 90 pagina\u2019s, \u20ac 6,95<\/p>\n<p>Edward van de Vendel &#038; Floor de Goede, \u2018Opa laat zijn tenen zien en andere stripgedichten\u2019, Querido, ongepagineerd, \u20ac 12,95<\/p>\n<p>Eva Gerlach, \u2018Het punt met mij is dat ik alles kan\u2019, met tekeningen van Charlotte Vonk, Querido, 64 pagina\u2019s, \u20ac 14,95<\/p>\n<p>\u2018Kwam dat zien! Kwam dat zien! Querido\u2019s po\u00ebziespektakel 1\u2019 Querido, 96 pagina\u2019s, \u20ac 14,95<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Is kinderproza gedrenkt in menselijk leed, in kinderpo\u00ebzie overheersen vrede en vrolijkheid. Maar er zijn uitzonderingen.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[293,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Rob Schouten","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/102711"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=102711"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/102711\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Rob Schouten","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=102711"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=102711"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=102711"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}