
 {"id":101801,"date":"2008-10-28T11:44:00","date_gmt":"2008-10-28T09:44:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/alleen-in-zijn-kamer-profiel-p-f-thomese\/"},"modified":"2008-10-28T11:44:00","modified_gmt":"2008-10-28T09:44:00","slug":"alleen-in-zijn-kamer-profiel-p-f-thomese","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/alleen-in-zijn-kamer-profiel-p-f-thomese\/","title":{"rendered":"Alleen in zijn kamer. Profiel P.F. Thom\u00e9se"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element lead-bold\">\n<p>Stijl als enig engagement en absolute trouw aan de pen: dat is de kern van P.F. Thom\u00e9se. De auteur van het cynische Vladiwostok!, het verstilde Schaduwkind en het veeleisende Nergensman is een solist die geen blad voor de mond neemt en dus ook vijanden maakt.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Het is druk in theater Het Kruispunt te Barendrecht. Donderdagavond 25 september stond lang van tevoren in de agenda van menige bezoeker genoteerd, hoor ik. Dan immers doet &#8216;het Hard Gras-team&#8217; deze rustieke parel van de provincie Zuid-Holland aan. &#8216;Nog nooit zoveel mannen hier gezien,&#8217; kirt de juffrouw van de koffie.<\/p>\n<p>De gulle lach is reeds voor de &#8216;enerverende 90 minuten zonder verlenging&#8217; hoorbaar, rolt tijdens de voorstelling wave-gelijk van de voorste naar de achterste rij en weer terug, in schier eindeloze herhaling. Maar dat valt in het niet bij het kolkend enthousiasme voor de slotact van Hard Gras On Tour.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Fijnzinnig begeleid op de piano door Anna Enquist staan de andere schrijvende voetballiefhebbers Henk Spaan, Michel van Egmond, Marcel van Roosmalen, Herman Koch en P.F. Thom\u00e9se op het podium, in strak gelid, het bekken naar voren gekanteld. Uit volle borst, als gedreven amateurs, aandoenlijk uit de maat, zingen ze hun clublied &#8216;Stille Willem&#8217;, met het volgende refrein: &#8216;Willem moet het hebben van zijn loopvermogen \/ Willem is een stille, eigenlijk niet zoveel aan \/ Willem klaagt niet \/ Willem doet zijn mond nooit open \/ Altijd maar zijn best doen zo goed als hij kan, als hij kan.&#8217;<\/p>\n<p>Het is even wennen om hem daar op de b\u00fchne te zien: de estheet Thom\u00e9se, auteur van het hooggestemde, cultuurkritische essay &#8216;De narcistische samenzwering&#8217; en het verstilde requiem Schaduwkind (2003), voorvechter van de literatuur als superieure uitdrukkingsvorm, doodsvijand van de verbale platitude. Maar hij staat daar volop te glunderen, te midden van voetbalcultuurminnend Barendrecht.<\/p>\n<p><b>Kutlucht<\/b><br \/>&#8216;Een schoolreisje&#8217; noemen de deelnemers van de Hard Gras-vriendenclub hun uitjes deep down Nederland. Pret gegarandeerd. Zeker bij Pieter Frans Thom\u00e9se, geboren te Doetinchem op 23 januari 1958, gehuwd, zorgzame (thuis)vader van twee jonge zoons en negen boeken, residerend in een statige wijk in Haarlem, roepnaam: Frans. De fine fleur van Barendrecht heeft vanavond zijn schelmse kant leren kennen.<\/p>\n<p>De met ontroerende filmpjes gelardeerde tragikomische voorstelling bestaat uit het voorlezen van twee eigen verhalen de man en twee reeksen gedichten de vrouw. Het duurt geruime tijd voor de zaal door krijgt dat Thom\u00e9ses eerste verhaal, gelicht uit zijn begin volgend jaar te verschijnen roman J. Kessels: The Novel, helemaal niks te maken heeft met de wondere wereld van het voetbal. De enige link is dat het autobiografische verhaal een bezoek betreft van Thom\u00e9se en diens vaste reisgezel J. Kessels aan Hamburg, een havenstad met een vermaarde voetbalclub.<\/p>\n<p>Hamburg is misschien nog wel bekender om de Reeperbahn, een gebied dat de twee reisgenoten danig verkenden, onthult het verhaal. Al in de eerste toplessbar ruiken ze &#8216;een kutlucht&#8217;, van een vrouwelijk personeelslid afkomstig. Die kutlucht achtervolgt ze, van kroeg naar ondergrondse afwerkplek. De term &#8216;kutwijf&#8217; is niet van de lucht, het r\u00e9gent &#8216;kutwijven&#8217; in Thom\u00e9ses proza en Barendrecht schuddebuikt en giert volop in de solide stoelen van theater Het Kruispunt. Na afloop geeft Henk Spaan, die als hoofdredacteur van het literaire tijdschrift Hard Gras de rol van ceremoniemeester vervult, Thom\u00e9se een standje. Bij zijn tweede verhaal grijnst Thom\u00e9se bovenmeester Spaan oneerbiedig aan als hij de titel noemt: &#8216;De Duitsers&#8217;. Spaan, in geoliede samenwerking met Thom\u00e9se, schrikt zogenaamd. Het publiek schiet in een lachstuip, want die verwachten nog meer schmierende belevenissen met lichtekooien, Duitse k\u00fatwijven. Maar dat is buiten de onvoorspelbare schrijver gerekend. Met veel vertoon van angstaanjagende feitenkennis debunkt Thom\u00e9se namelijk de voetbalstrategie en verdiensten van die Mannschaft.<\/p>\n<p>Na afloop van de avond zijn er twee schrijvers die grote stapels boeken te signeren hebben: Anna Enquist en P.F. Thom\u00e9se. De zwijgzame auteur is weer zijn verlegen ogende zelf, die zich niet goed raad lijkt te weten met al die diepdoorvoelde, direct geformuleerde complimenten over Schaduwkind, het klaaglied voor zijn jonggestorven dochter Isa. Een oudere lezeres in de wachtrij, die zelf ook verdriet heeft gekend: &#8216;Hij is een uitzonderlijk schrijver.&#8217;<\/p>\n<p><b>De macht van het woord<\/b><br \/>Juist, mevrouw. Vrienden en vijanden van P.F. Thom\u00e9se zijn het over \u00e9\u00e9n ding eens: hij is een groot literair talent. Nader bezien: hij is een virtuoos stilist, maar wat hem nog het meest van anderen onderscheidt, is het onberekenbare in zijn polyfone oeuvre. Elke keer komt hij met een boek waarin hij iets nieuws probeert, een ander (proza)genre kiest en de lezer weer voor een verrassing stelt. Nooit een herhaling van zetten. Hij wil zich slechts, als gefragmenteerd ik, laten kennen uit wat hij schrijft. Hij moet zichzelf daartoe herschrijven, steeds weer een verknoeid, misplaatst leven thematisch verbeelden. Slechts de vorm waarin hij zich giet &#8211; een mal per personage, per boek, per pastiche &#8211; telt, en vooral de taal, bevochten op de wereld van alledag.<\/p>\n<p>Nader begrip van de persoonlijkheid Thom\u00e9se is noodzakelijk voor een bredere greep, want d\u00e9 noemer binnen zijn grillige oeuvre is de maker, in die zin dat een volgend boek langs lijnen van temperament voortkomt uit zijn leven \u00e9n een diametrale reactie vormt op het boek daarvoor. Na het onbevangen Izak moest wel het cynische Vladiwostok! komen, zoals op het veeleisende Nergensman de literaire slapstick J. Kessels: The Novel zal volgen.<\/p>\n<p>Altijd is de inzet hoog, de ambitie opgeschroefd. Daar begon zijn literaire loopbaan ook mee: het streven een uitzonderlijk schrijver te worden, de literatuur te dienen, het uiterste uit jezelf te halen.<\/p>\n<p>&#8216;Als puber wilde ik dat al,&#8217; brombast Thom\u00e9se daags na het Barendrechtse avontuur, terug in Haarlem, gezeten aan de hardhouten eettafel in de ordelijke woonkamer. In de vierde klas van het Stedelijk Gymnasium in &#8216;s-Hertogenbosch ervoer hij de macht van het woord. Hij verzorgde toen met wat vrienden, in navolging van K.L. Poll in NRC Handelsblad, het &#8216;Cultureel Supplement&#8217; in de schoolkrant, een katern dat drie maal zo dik werd als de schoolkrant zelf. &#8216;Elk nummer schreven we namens de rector een ingezonden brief, waarin stond dat hij zo ingenomen was met het vorige nummer, hoezeer hij genoten had van de treffende vergelijkingen, met ten besluit een Latijnse spreuk. Zoals Horatius zei, heren&#8230; Corpsballengedrag,&#8217; grinnikt hij.<\/p>\n<p>&#8216;Los van het plezier bij het uittikken van zoveel absurditeiten, raakte ik bekoord door het effect van zo&#8217;n gedrukt stuk: groter dan wanneer je zomaar ergens iets zei. Als je de macht van het woord ervaart, droom je van schrijver zijn. Ook in de liefde wierp het schrijven vruchten af; mijn eerste vriendin heb ik epistolair veroverd. Wat op de dansvloer niet ging, lukte vanachter het bureau.&#8217;<\/p>\n<p><b>Dromen in Zaltbommel<\/b><br \/>&#8216;Frans was vijftien en hij zat daar boven in dat grote ouderlijk huis een beetje te somberen en zich onbegrepen te wanen, in een kamer die hij donker had gemaakt,&#8217; herinnert kunstenares Wendelien Sch\u00f6nfeld, achternicht van P.F. Thom\u00e9se, zich. Als kunstacademiestudente toog ze ooit op de fiets van Rotterdam naar Zaltbommel om bij de Thom\u00e9ses te logeren. Ze herinnert zich haar jongere achterneef scherp. &#8216;Hij overtrof mij, had allerlei boeken gelezen waar ik nog nooit van had gehoord. Dus het gesprek was gauw afgelopen, ook op muziekgebied. Hij leefde altijd al voor de literatuur, had al in zijn hoofd dat hij schrijver wilde worden. Het streven uitzonderlijk te zijn, zat er van meet af aan in. Hij moet zich anders dan anderen hebben gevoeld.&#8217;<\/p>\n<p>In zijn essaybundel Nergensman (2008) vergroot de schrijver het raadsel rond zijn levensfeiten, zoals de meervoudsvorm in de ondertitel &#8216;Autobiografie\u00ebn&#8217; aangeeft. Als strooigoed in het boek, ter mystificatie, dienen hoofdstukjes met de titel &#8216;Even een biootje&#8217;. In de eerste staat: &#8216;Vader verstrooid, moeder in de war. Groeide te midden van enkele bedienden op in het afgelegen Zaltbommel, in een gevleugeld wit landhuis (&#8230;). Oudste en enige zoon. Wereldvreemd.&#8217;<\/p>\n<p>Wendelien Sch\u00f6nfeld: &#8216;Toen hun ouders begin jaren zestig verhuisden naar Zaltbommel, hebben Frans en zijn zusje Leontien bij ons gelogeerd. Hij was vier en ik heb hem toen voorgelezen. Ik herinner me hem als een ernstig, in zichzelf gekeerd iemand die dat allemaal tot zich nam, niet meteen hoera riep. Geen rennertje, maar een stil, ingetogen, serieus kind. Die vanzelfsprekende aandacht waarmee hij ging zitten en luisteren.<\/p>\n<p>Zijn ouders behielden altijd een soort studentenhuwelijk. Ook toen ze later vier kinderen hadden en al eeuwig in Zaltbommel woonden. Zelf moesten ze een beetje lachen om dat grote huis. Wie in zo&#8217;n kast woont, zou zich navenant, als notabel, kunnen gedragen. Zo niet Frans&#8217; ouders. Het kwam niet bij ze op om daar status aan te ontlenen. Ze zochten geen aansluiting of aanpassing in Zaltbommel, maar niet uit verwatenheid. Beiden waren dromers. Met eten was het zo dat iemand eens voorstelde: zal ik maar iets gaan koken? Beiden rookten ontzettend veel. Literatuur en kunst waren belangrijk. Frans&#8217; vader dichtte vroeger. Hij was directeur van een drukkerij, dus er was vanzelf veel belangstelling voor de inhoud en de vormgeving van boeken.<\/p>\n<p>Frans behoorde in dat gezin tot de eerste leg, zoals zijn moeder Betty dat noemde. Met zijn zusje dat twee jaar jonger is, deelde hij geen interesses. En met zijn twee andere zusjes scheelde hij te veel in leeftijd. Toen Frans vijftien was, waren ze zeven en vijf. Ik geloof niet dat het bij een van de vier opkwam om steun te zoeken bij elkaar, zo verschillend zijn ze.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Onthecht&#8217; is een te actieve typering voor het gezin Thom\u00e9se. &#8216;Zijn moeder was niet iemand die met de vuist op tafel sloeg. Ze zette achter alles een vraagteken. Ook bij het overlijden van zijn vader gebeurde dat. Wat moeten we doen? Dat moet zwaar geweest zijn voor Frans, als oudste en enige zoon.<\/p>\n<p>Zijn vader was totaal niet autoritair. Hij keek met verbijstering naar het gezin en identificeerde zich helemaal niet met zijn rol. Iedereen liep af en aan in dat huis, er waren geen strikte regels.&#8217;<\/p>\n<p><b>Ambigue jongens<\/b><br \/>Lezen was een vanzelfsprekendheid thuis, herinnert Thom\u00e9se zich. Zijn vader was een echte lezer en een van de opdrachtgevers van diens drukkerij was uitgeverij Athenaeum-Polak &#038; Van Gennep. Als scholier maakte hij mee hoe al die boeken binnenkwamen: James Purdy, Gerard Reve, Witold Gombrowicz. En De Revisor. Alles las hij. Nietzsche was zijn grootste revelatie: z\u00f3 schrijven, tegelijkertijd po\u00ebtisch, lyrisch, komisch en ernstig, dat wilde hij. Met van die splijtende inzichten zoals de innig bewonderde Gerrit Krol ze formuleert &#8211; ook een schrijver die door Nietzsche is aangeraakt. Zelf schrijver worden, dat wilde hij kortom. P.F. Thom\u00e9se zou hij zich noemen, naar voorbeeld van J.D. Salinger. Een onpersoonlijke buitenkant moest het zijn, om afstand te scheppen tussen zijn levens op schrift en zijn werkelijk bestaan. Levens ja, want literatuur heeft volgens hem te maken met verscheidene identiteiten: &#8216;Het zijn meestal ambigue jongens die daardoor aangetrokken zijn, jongens die twijfelen over hun identiteit. Niet de zeilers en brommerjongens, want die weten precies hoe het zit.&#8217;<\/p>\n<p>Maar tussen droom en daad staan praktische bezwaren. Dus ging hij in 1977 geschiedenis studeren in Amsterdam. Grimmig: &#8216;Dat waren de Duyvendak-achtige jaren toen alles gepolitiseerd was en onderwerp van democratische processen, en dat verhield zich slecht tot kennis en uitzonderlijkheid. De studie geschiedenis werd in die tijd sociaal-economisch ingevuld; de patroonheilige was de marxist Jan Romein. Dus ik ergerde en verveelde mij tijdens die werkcolleges. En dacht: die boeken kan ik net zo goed thuis lezen.<\/p>\n<p>Ik had toen nog een heel romantisch idee van het leven. Dat je de pagina&#8217;s als in een boek maar om hoefde te slaan en het leven zou zich vanzelf aan je vertonen. Maar dat bleek allerminst het geval. Als je niet studeert, moet je geld verdienen. Dus heb ik ongevraagd mijn diensten aan diverse kranten aangeboden. Dat ik uiteindelijk in Eindhoven en Tilburg voor de Brabant Pers kwam te werken, is te danken aan een krankzinnig toeval. Om mijn eerste reis naar Amerika te financieren, was ik als twintigjarige in een fabriek gaan werken. Daardoor kon ik mij een extravagantie permitteren, een ets in een kunsthandel in Den Bosch. Die stond ik daar uit te zoeken toen een oudere heer mij aansprak: zo jongen, ge\u00efnteresseerd in kunst? Hij vroeg wat ik later wilde worden en omdat ik niet &#8216;schrijver&#8217; durfde te zeggen, zei ik: journalist. Dat trof, want hij was hoofdredacteur van een krant waar ik nog nooit van had gehoord, Het Nieuwsblad van het Zuiden. Ik mocht langskomen.<\/p>\n<p>Ik werkte in die tijd bij Heineken in de bottelarij, dus ik rook kennelijk naar bier toen ik op sollicitatiegesprek kwam bij Arie de Mug &#8211; zo heette hij. Als een echte negentiende-eeuwer, met een denkbeeldige bolhoed, oreerde hij erop los, stelde op zeker moment vast dat ik aangenomen was en een interne opleiding mocht volgen omdat ik volgens hem maar matig geschoold was. En hij zei: dat drinken is ook verder geen probleem. Hij had er een gehad die binnenkwam op twee kratjes bier per dag en die had hij teruggebracht tot \u00e9\u00e9n krat.&#8217;<\/p>\n<p><b>Brute dood<\/b><br \/>Het zat de adolescent Thom\u00e9se aanvankelijk mee. Een reis met de Greyhound-bus door de Verenigde Staten, Canada en Mexico bleek vormend. Maandenlang reizen, onderwijl lezen, zonder noemenswaardig menselijk contact. &#8216;Je bent alleen, op jezelf teruggeworpen. Daar begon het grote leven.&#8217;<\/p>\n<p>Hij was eenentwintig, werkte in de journalistiek en deed daarmee iets wat zijn vader graag zelf had gewild: schrijven als beroep. Diens plotselinge dood noemt hij een keerpunt in zijn leven: &#8216;Longkanker, hij was een pijproker. Opgenomen en de operatie niet goed doorstaan, shock. Dat was voor mij nogal ingrijpend, want ik was er als enige van de familie bij. Ik kwam op bezoek en mocht niet bij hem. Dan krijg je al die ziekenhuiseufemismen te horen die het alleen maar gruwelijker maken dan het toch al is. Vijf uur naar een dichte deur zitten staren. Het was 1979, dus: meneer, de arts is nog even met de pati\u00ebnt bezig. Na een paar uur houd je dat niet meer uit. Maar die verpleegsters mochten niks zeggen. Ze moesten op de arts wachten. Gruwelijk, uit menselijk oogpunt.<\/p>\n<p>Toen mocht ik uiteindelijk, na zes uur, bij hem. Mijn vader was versuft. Ik wist nog niet wat een shock was, het wegvallen van de bloeddruk door interne bloeding. Ik voelde natuurlijk allang aan dat het niet klopte, vanuit oerkennis, intu\u00eftie: dit is gevaar. Ik wist dat ik hem niet alleen kon laten. Ik ben daarom de hele nacht gebleven &#8211; liggend op een bankje.<\/p>\n<p>Toen werd ik &#8216;s morgens om vier uur wakker en liep de intensive care binnen. Daar werd ik weggeduwd, het was niet de bedoeling dat er een toeschouwer bij was. Hij werd voor een spoedoperatie weggevoerd, min of meer levend &#8211; dan rennen ze mee. Strijkbouten erop, infusen &#8211; vergeefs. Dan zie je zo&#8217;n arts door een gang, die als in een film van Bu\u00f1uel kilometers lang is, op je aflopen en hij komt maar niet dichterbij en h\u00edj weet al wat het is en opeens staat hij voor je neus. Dan hoef je het eigenlijk niet meer te horen. Ik wou dat niet. Niet onder woorden gebracht zien.&#8217;<\/p>\n<p>Een keerpunt. &#8216;Je associeert het volwassen leven voortaan heel acuut met de dood. Brute dood die je niet aan ziet komen. Een vader die jong sterft, ondermijnt ook de levenscycli die je zelf verwacht.&#8217;<\/p>\n<p><b>Tobben, twijfelen, zuipen<\/b><br \/>In dat bestaan, plotseling zo op losse schroeven gesteld, bleef \u00e9\u00e9n verlangen onwrikbaar: fictie schrijven en publiceren. Thom\u00e9se richtte zijn leven daarop in en het is hem gelukt: met de publicatie van zijn verhalenbundel Zuidland in 1990, die een jaar later werd onderscheiden met de AKO Literatuurprijs. Waarmee de jaren voor Zuidland in retrospectief een lange aanloop vormen tot dat succes.<\/p>\n<p>Maar dat doet geen recht aan hoe die periode w\u00e9rkelijk was, met het tobben, de gedurige twijfel, &#8216;het nachtenlange zuipen en ouwehoeren, over meiden, literatuur, muziek en over niets,&#8217; weet Thom\u00e9ses vriend Jos Kessels, die vereeuwigd is in de verhalenbundel Greatest Hits (2001) als J. Kessels.<\/p>\n<p>Jos Kessels, columnist bij het Eindhovens Dagblad, blijkt als twee druppels water te lijken op het personage J. Kessels: de man die nooit danst en nooit huilt &#8211; een vat vol versteende emotie. Liefhebber van vette country, Amerikaanse films &#8211; Scorsese! &#8211; de boeken van Jack Kerouac en vooral Charles Bukowski. Hardboiled. Overtuigd roker en drinker. Streetwise. Rauwe, wat slepende stem. Mickey Rourke in de Nederlandse provincie, denk ik als ik hem ontmoet in een volle Tilburgse kroeg waar ondanks de anti-rookwet iedereen stug doorpaft.<\/p>\n<p>Thom\u00e9ses portrettering van zijn vriend en vaste reisgenoot in Greatest Hits en J. Kessels: The Novel blijkt dermate dwingend dat het ondoenlijk is Jos en J. te scheiden. Geeft niks, wuift J. Kessels, die een genereuze slok Dubbele Trappist in zijn keel giet. &#8216;Alles klopt. Waar gebeurd.&#8217; Al was het wel even wennen om hun belevenissen geboekstaafd te zien. Not amused was J. Kessels, die bewust een leven in de luwte leidt. &#8216;Ik dacht: dat is toch iets van ons? Het ging toch om het reizen?&#8217; Maar ja, het zijn mooie verhalen en alles went. &#8216;Als ze mij vragen wat ik in mijn leven bereikt heb, zeg ik: ik ben een literaire quizvraag geworden in de VPRO-gids. Wie is de reisgenoot van P.F. Thom\u00e9se, stond er.&#8217;<\/p>\n<p>Hij is benieuwd naar J. Kessels: The Novel, want &#8216;Frans heeft een fabelachtig geheugen&#8217; en zelf was hij hun reis naar Hamburg totaal vergeten. Ja, nu je het zegt, die meiden in die toplessbar stonken enorm en was er niet iets met hoeren in een parkeergarage? Reisbestemming Hamburg: &#8216;Dat kwam door een nummer van Phil Ochs, Pleasures of the Harbour &#8211; deprimerender kan niet. We moesten en zouden toen naar een havenstad.&#8217;<\/p>\n<p>Begin jaren tachtig leerden ze elkaar kennen. Beiden waren eindredacteur voor de Brabantpers en ze kwamen tot de ontdekking dat ze een passie voor Amerika en voor films deelden. De Italiaanse film voor Thom\u00e9se. J. Kessels zat &#8216;helemaal in het Amerikaanse spul&#8217;. Way deep: hij l\u00e9\u00e9fde als de helden uit de countrysongs, films en slice of life-literatuur. Het moet voor Thom\u00e9se zijn geweest of hij zijn eigen Neal Cassady ontmoette, met wie hij &#8211; in afwachting van zijn te schrijven literatuur &#8211; alvast kon leven als romanpersonage in een boek dat hij misschien ooit zou schrijven.<\/p>\n<p>Wie J. Kessels ontmoet, begrijpt &#8211; los van hun vriendschap en gedeelde interesses &#8211; diens belang voor Thom\u00e9se. J. Kessels volgde zijn dromen en stemde zijn leven daar zo goed mogelijk op af. Jack Kerouacs cultroman On the Road las hij op zestienjarige leeftijd en hij wist sindsdien wat hij wilde: reizen. &#8216;Ik kom uit een klein dorp in Limburg, had verder niet zoveel gezien.&#8217; Begin jaren tachtig maakte hij een paar lange soloreizen naar Amerika, specifiek naar muziekstad Austin. Later toog hij met Thom\u00e9se naar dat Beloofde Land: in 1987 door de zuidelijke staten, in 1990 naar de westkust. Altijd op de bonnefooi: &#8216;We reden rond en kwamen op een gegeven ogenblik in New Orleans. Daar zopen we de hele nacht door en dachten: moeten we eigenlijk verder? Negen dagen zijn we gebleven. Om zes uur &#8216;s middags opstaan en gelijk zuipen. Op een nacht werd ik beroofd door een hoer. We verloederden, dus gingen we verder.&#8217;<\/p>\n<p>Thomas Mann in de Etos, op zoek naar luiers in de aanbieding, zo luidt een zelftypering in Nergensman. Na de uren met J. Kessels kunnen we er een aan toevoegen: Art Garfunkel te midden van Good Old Boys. Een beeld van de latere schrijver, verstrooid, verzonken in zijn eigen wereld. &#8216;Zaten we in een caf\u00e9 in Montgomery. Frans met zijn kroesharen. Allebei met een colbert. Dat maakte ons al verdacht. Op een gegeven ogenblik kwam er een vent op Frans af, wat of hij met zijn haren uitgespookt had. Even later zag ik hem met andere vechtersbazen groeperen aan de bar. Ik zei tegen Frans: we moeten n\u00fa weg, zo dadelijk wordt het knokken hier. Hij: &#8220;Maar die man vond mijn haar leuk!&#8221; Hij had niet door dat ze het niet pikten dat een blanke negerhaar heeft. Zoiets gebeurde een keer of vier, Frans had niks door.&#8217;<\/p>\n<p><b>Prachtig verwoorde hopeloosheid<\/b><br \/>Die reizen waren een hoogtepunt in de magere jaren tussen het moment dat P.F. Thom\u00e9se in 1984 zijn baan opzegde als journalist en de AKO-bekroning voor Zuidland. Dat ontslag nemen gebeurde theatraal, zoals het een fin-de-si\u00e8cleschrijver betaamt: een briefje met de Couperus-achtige tekst &#8216;Ik verve\u00eal me zo, dus ik neem ontslag.&#8217;<\/p>\n<p>Thom\u00e9se, gedempt ironisch: &#8216;Ik dacht toen nog dat alles wat ik schreef bewaard zou worden, dus als het Letterkundig Museum zou aankloppen, kon ik beter een goede brief hebben.&#8217;<\/p>\n<p>J. Kessels had dat ontslag zien aankomen: &#8216;Hij is recalcitrant en buitengewoon intelligent en die lui op de krant pakte hij helemaal in. Maar hij wilde schrijven en was bang hier ingekapseld te raken.&#8217; Thom\u00e9se, zelf: &#8216;Schrijven is niet alleen een paar uur schrijven, maar ook lezen, je los maken van beslommeringen, geestelijke vrijheid bereiken. Mijn vader heeft de keuzen die hij wilde niet gemaakt. Dat gaat mij niet overkomen, hield ik mezelf voor. Ik stop niet omdat ik een keer mijn caf\u00e9rekening niet kan betalen.&#8217;<\/p>\n<p>Amsterdam riep, want daar zaten de meeste Nederlandse schrijvers en P.F. Thom\u00e9se gaf daaraan op zesentwintigjarige leeftijd gehoor. Hij sprokkelde zijn kostje bij elkaar door freelance werk: onder meer stukjes in het Eindhovens Dagblad over film via zijn vriend J. Kessels, en tweemaal een kleurenbijlage van Vrij Nederland, over respectievelijk het stille verdriet van de lagere echelons clubschakers (zelf was hij er zo een) en cowboys in de polder (ge\u00efnspireerd door J. Kessels). Ook moderniseerde hij een streekroman &#8211; Gerbrand Bakker waardig, meesmuilt hij.<\/p>\n<p>In 1986 publiceerde hij een paar verhalen in De Revisor en dacht: ik ben er. Toen begon hij maar alvast aan een semi-autobiografische roman, het latere Heldenjaren (1994). Zuidland verscheen, de AKO-prijs viel hem toe. Maar tevreden was hij niet: &#8216;Ik kon wel snel goed schrijven, een zekere brille was er. Maar die hield me juist aan de oppervlakte, die ik paradoxaal genoeg bereikte door heel diepzinnig te doen, vanuit de gedachte dat je zwaar op de hand moet zijn om serieus genomen te worden. En ik dacht niet in verhalen, maar in beschrijvingen. Misschien had ik met po\u00ebzie moeten beginnen.&#8217;<\/p>\n<p>Arjan Peters, literair criticus van de Volkskrant en Thom\u00e9se-bewonderaar, is milder over de eerste literaire schreden van deze &#8216;verslagen romanticus&#8217;. Hij wijst op het verhaal waarmee Thom\u00e9se de literatuur betrad, &#8216;Leviathan&#8217; uit Zuidland. &#8216;Na vier pagina&#8217;s zijn er al drie doden te betreuren. En dan moet het schrijverschap van Thom\u00e9se nog goed en wel aanvangen! Welnu, dat is zijn wereld. Prachtig verwoorde hopeloosheid, die troost in zich draagt door die verzorgde stijl, en die door onverhoedse woede kan worden opgepookt.&#8217;<\/p>\n<p><b>Leven op papier<\/b><br \/>Voor de een is vroeg debuteren de doodssteek, want hoe verder? De ander bezuurt een gewonnen AKO-prijs. Kort nadien, in een eindejaarsuitzending van NOS Laat, zocht Maartje van Weegen de gekwelde schrijver op in zijn toenmalige buitenverblijf aan de rand van Bergen, alwaar hij geen letter meer op papier kreeg. &#8216;Ik had het idee dat iedereen mij daar zag zitten, achter mijn Olympia-schrijfmachine. Dat was ook zo. Ze kwamen met hun neus tegen de ramen staan. Ik herinner mij een wandelend echtpaar: &#8220;Daar zit ie dan. Met zijn AKO-prijs.&#8221; Ik werd doodmoe van mijn eigen onmacht om mijzelf terug te toveren naar het rijk van de onzichtbaarheid. Ik verlangde terug naar de hoogmoed van mijn dromen, de almacht van mijn verzinsels.&#8217;<\/p>\n<p>Die impasse, die zich aanvankelijk manifesteerde als writer&#8217;s block, duurde en duurde. Weliswaar verschenen Heldenjaren (1994) en de sardonische novellenbundel Haagse liefde &#038; De vieze engel (1996). Maar moeizaam bleef het. Nog gezwegen over de drank &#8211; veel drank, zegt hij zelf. &#8216;Ik voelde mij niet de schrijver waar de wereld op wachtte. Ik was niet degene die ik wist te zijn. Ook in de liefde gaf ik mij niet helemaal en die halfslachtigheid krijg je met gelijke munt terugbetaald: met gedoe, ruzie, jaloezie, overspel, vliegend serviesgoed. Ik heb heel lang een onvolwassen leven geleid. Overtuigd van een soort voorlopigheid: dit is niet mijn leven wat ik in mijn hoofd heb, want dat is het leven op papier.&#8217;<\/p>\n<p>Dat veranderde op een dag in november 1996 door zijn ontmoeting met de destijds zevenentwintigjarige Makira Mual, zijn latere echtgenote. Zij werkte voor het radioprogramma Ophef en Vertier en Gerrit Krol en Thom\u00e9se waren de studiogasten. Makira Mual blikt terug: &#8216;We raakten aan de praat en ik ging met hem mee naar caf\u00e9 De Zwart, waar hij veel kwam. Daarna zijn we gaan eten. Die eerste avond was beslissend. Het goede aan Frans is dat hij over alles kan praten, zonder versierderig te zijn. Hij had iets serieus, dat ik erg prettig vond. Iemand die ge\u00efnteresseerd is in een gesprek. Ik ben vrij snel bij hem ingetrokken. Het leven dat ik op die zolder in Amsterdam-Zuid aantrof, was tegen de keer. Veel tapijten, oude schilderijen, antieke parafernalia, omgevallen boekenkasten. Ik dacht: zo kan je dus ook wonen, als man. De meeste mannen hebben een stereotoren, een computer en geen smaak. Frans had daar een mooi, teruggetrokken, verstild plekje gecre\u00eberd.&#8217; Het leven lachte hem voorzichtig toe. Thom\u00e9se: &#8216;Die verandering heeft met Makira te maken. Daarvoor kende ik geen florissante periode. Ik dronk. Dat afbouwen duurde een paar jaar, maar toen ik Het zesde bedrijf schreef, had ik het gevoel voor het eerst een beetje te kunnen toveren: het spelen met stijlen, de humor, de vaart, de losheid. Voor het eerst had ik niet het gevoel dat er iemand meelas, zo&#8217;n geheimzinnige instantie die klaarstond om alles te verscheuren. Misschien wel iets Borgesiaans als het gezicht van de eeuwigheid, waarbij de literatuur een religie is en er slechts oog is voor de hogepriesters. Het schrijven ging voor het eerst, door de verliefheid op Makira, met een geluksgevoel gepaard. Het gevoel dat de wereld je toebehoort.&#8217;<\/p>\n<p>Een nieuw hoofdstuk brak voor Makira Mual aan: leven met P.F. Thom\u00e9se. Zelf werkt ze bij de NPS-televisie. De schrijver is in Haarlem inmiddels een vertrouwde verschijning, die met zo&#8217;n trendy carri\u00e8remoedersbakfiets zijn twee zoontjes kriskras door de stad vervoert, naar cr\u00e8che en school. Het drukke gezinsleven, met kinderen, wringt hem uit, maar geeft ook energie. Maar Makira heeft daar beter zicht op, vindt hij. Zij: &#8216;Het mooie aan Frans is dat hij je blik op de wereld scherp houdt. Altijd gesprekken over wat dan ook: een kind uit de cr\u00e8che van onze jongste, een boek dat hij gelezen heeft, een stuk in de krant &#8211; hij staat niet stil. Zelfs als hij monomaan bezig is met een boek. Hij heeft een groot associ\u00ebrend vermogen, alles heeft met alles te maken. Dus dat zijn fijne conversaties. Hij heeft een razend pulserend brein, dat indrukken verwerkt en waaruit nieuwe gedachten voortkomen.&#8217;<\/p>\n<p><b>Onkuise passages<\/b><br \/>Aan dit geluk ging veel ellende vooraf, culminerend in een depressie bij Thom\u00e9se, een bruusk vertrek bij zijn uitgever Querido, een breuk met zijn vrienden en kennissen uit schrijverscaf\u00e9 De Zwart, danig ge\u00ebscaleerde ruzies met zijn mederedacteuren van het literaire tijdschrift De Revisor en uiteindelijk de vroegtijdige dood van hun zes weken oude dochtertje Isa. Dat was de echte ramp: het overlijden van hun eerstgeborene. Vanuit dat perspectief vormen de tegenslagen voordien kleine ellende.<\/p>\n<p>Niettemin: veel betrokkenen uit die tijd vertonen dezelfde terughoudendheid om hun verleden met Thom\u00e9se op te rakelen. Ook al is die heftige periode nu al weer acht, negen jaar geleden en bevindt Thom\u00e9se zich in een andere, rustige levensfase, kennelijk zijn veel conflicten onverwerkt gebleven. Dat geldt met name de angst dat zijn intellectuele verontwaardiging, zijn weigering om compromissen te sluiten, de drift om geschonden principes, zich fysiek zou vertalen.<\/p>\n<p>Aan zijn breuk met de literaire scene lag een gevoel van diepe teleurstelling ten grondslag. Eerst over het lot van Het zesde bedrijf. Die briljante historische roman over de eerste Nederlandse feministe Etta Palm, geportretteerd als een zichzelf voorbijlopende vrouw in de overgang, een boek dat door de critici vrijwel unaniem is toegejuicht, had niet voor de verwachte doorbraak gezorgd. Ook de exploitatie van Het zesde bedrijf in Duitsland viel tegen, anders dan Thom\u00e9ses redacteur Anthony Mertens hem, op grond van de initi\u00eble afspraken met de Duitse uitgever, had voorgespiegeld.<\/p>\n<p>Volgens Joost Zwagerman, die in diens essaybundel Pornotheek Arcadi\u00eb en in de columnbundels Landschap met klein vuil en Het wilde westen respectievelijk twee polemieken \u00e9n een lofzang (op Schaduwkind) wijdde aan P.F. Thom\u00e9se, had hij simpelweg beter moeten weten. &#8216;Het is bekend dat Anthony Mertens in zijn enthousiasme een Martin Ros-achtige kant heeft. Dus moet je hem niet al te letterlijk nemen. Thom\u00e9se deed dat wel en hield Mertens persoonlijk voor het gebrek aan succes van zijn werk in Duitsland aansprakelijk.&#8217;<\/p>\n<p>De spanning liep zelfs zodanig op dat Thom\u00e9se op een dag zich met grote stappen een weg baande door het grachtenpand aan het Amsterdamse Singel waarin Querido gevestigd is, de trappen besteeg naar de zolderkamer van Mertens, om daar na een woordenwisseling diens grote bureau vol gelezen en ongelezen manuscripten met \u00e9\u00e9n woeste zwaai leeg te vegen.<\/p>\n<p>Met dat verhaal geconfronteerd, brengt Thom\u00e9se de beroemde sc\u00e8ne in herinnering uit Bob Rafelsons film Five Easy Pieces waarin Jack Nicholson herhaaldelijk probeert in een cafetaria een omelet naturel te bestellen. Totdat zijn geduld op is, hij te grof wordt en drankjes van de tafel wegzwiept. Een sc\u00e8ne later ontvangt hij complimenten voor zijn gedrag. Zijn reactie: &#8216;Yeah, well, I didn&#8217;t get it, did I?&#8217;<\/p>\n<p>De strekking is duidelijk: het haalde niks uit, zinloze actie. Dat hij Querido verliet, was onontkoombaar: &#8216;Mijn vertrek kwam door een eindeloze reeks van op zich onbenullige incidenten. Die lui daar waren slecht voor mijn werk. Voor iedereens werk, als je het mij vraagt. Een uitgeverij die zichzelf belangrijker acht dan zijn auteurs heeft het niet begrepen. Al die boeken zagen er ook hetzelfde uit: als Querido-boeken. Dat schreven ze ook met koeienletters op elke kaft: Querido. Ik schrijf echter Thom\u00e9se-boeken.<\/p>\n<p>Het manuscript van Greatest Hits heeft daar een jaar bij de &#8220;beste redacteur van Nederland&#8221;, zoals hij zichzelf liet noemen, op de verwarming gelegen, tevens als onderzetter voor koffiebekertjes. Terwijl drie, vier uitgevers jarenlang hadden gesmeekt om het uit te mogen geven als Querido het niet wilde doen. Die J. Kessels-verhalen hadden namelijk al in tijdschriften gestaan. Ik had ze met zoveel plezier geschreven, en daar verdwenen ze in de kantoorroutine van iemand die achter zijn bureau wachtte tot de vijf weer in de klok zat. &#8220;We zijn er mee bezig,&#8221; hoorde ik dan.<\/p>\n<p>Hetzelfde gold voor hun houding ten aanzien van Het zesde bedrijf, dat directeur Ary Langbroek, die geen Duits beheerste, onder erbarmelijke condities had verkocht aan een oud-Oost-Duitse uitgeverij die alle &#8220;onkuise&#8221; passages wenste te schrappen. Tegen mij werd verteld dat er een &#8220;megadeal&#8221; was gesloten, waar hij geen nee tegen had kunnen zeggen. Met een behoorlijk voorschot en een gigantisch publiciteitsbudget. Toen ik om opheldering vroeg, gaf niemand thuis en wist niemand ergens van. Had ik het allemaal zelf verzonnen, beweerden ze, Ary en Anthony. Maar al die leuke passages waren er evengoed uit geschrapt. Die brave Oost-Duitsers voelden zich totaal opgelaten met dat boek van mij en hebben het een stille dood laten sterven.&#8217;<\/p>\n<p>Anthony Mertens gaat niet in op de verwijten: &#8216;Ik wil liever niet aan Thom\u00e9se herinnerd worden en nog minder aan die rotperiode met hem. Daarom reageer ik niet op diens infame leugens.&#8217; Ary Langbroek excuseert zich; hij is momenteel &#8216;te grieperig om zorgvuldig te reageren op de beweringen van Thom\u00e9se, en welles-nietes voegt weinig toe&#8217;.<\/p>\n<p><b>Benauwd<\/b><br \/>Er speelde m\u00e9\u00e9r dan zijn onvrede over Querido, die voor hem de vorm aannam van een oedipaal afscheid, aldus Thom\u00e9se. Algehele weerzin jegens wat hij onomwonden &#8216;het letterenwereldje&#8217; noemt, beving hem. &#8216;Ach, al die bezorgde schrijvers die kantoor hielden in De Zwart en daar hun carri\u00e8retjes regelden. De debet-credit-balansen die daar, en trouwens in het hele letterenwereldje, worden bijgehouden. Als jij iets voor mij doet, doe ik het voor jou. Pater Anthony Mertens als de gedienstige consigliere van de Brabantse literatuurmaffia. Gereformeerd is de typering van de Nederlandse letteren, maar achter de schermen en onder de toonbank is de zaak behoorlijk katholiek. En niet alleen in De Zwart, ook het literair-universitaire milieu, het prijzencircuit, de recensentenwereld is doortrokken van de rooms-katholieke samenwerkingsgedachte. De ambitie van dat soort mensen is helaas veel groter dan hun talent. Er wordt veel gewild en weinig gekund in de vaderlandse coterie\u00ebn. Staan ze daar allemaal weer met hun glaasjes in de hand.<\/p>\n<p>Ik kreeg het daar zo benauwd van dat ik in een paar weken tijd alle banden heb doorgesneden. Querido, De Revisor, mijn zogenaamde schrijversvrienden in De Zwart, alles, iedereen. Ich brauche Luft, schrijft Nietzsche over een vergelijkbare situatie. Het was een heel donkere periode in mijn leven. Al die laffe, schijnheilige smoelen speelden &#8216;s nachts door mijn hoofd als schilderijen van Ensor, Goya, Bosch. Was ik besmet geraakt? Het beproefde recept van eenzaamheid als reinigingsmiddel hielp. Ik zag bijna niemand meer, nog steeds zie ik nauwelijks iemand. Goddank.<\/p>\n<p>Ik heb twee, drie jaar lang niets willen en kunnen publiceren, zoveel afkeer had ik van het literaire bedrijf gekregen. Ook na het ontvangen van de AKO-prijs en de brute introductie in de wonderen der Nederlandse letteren heb ik zo&#8217;n inzinking gekend. Ook toen wist ik &#8211; door de kakofonie van valse tonen om mij heen &#8211; niet meer hoe ik tot mijzelf, tot de stilte moest spreken. Ik moet alleen staan, ik kan niet anders. De aantrekkingskracht van het geschreven woord is voor mij altijd geweest, van kinds af aan, dat je er alleen mee bent. De schrijver zit alleen in een kamer, de lezer zit alleen in een kamer. Dat is het.&#8217;<\/p>\n<p><b>Helpdesk van Opzij<\/b><br \/>P.F. Thom\u00e9se is niet de eerste die tot het inzicht kwam dat een schrijver far from the madding crowd het best gedijt en hij zal niet de laatste zijn. Toch ging die ontwikkeling bij Thom\u00e9se niet zonder slag of stoot. A fortiori is dat te zien bij zijn korte redacteurschap van De Revisor.<\/p>\n<p>Als de naar het absolute neigende persoonlijkheid die hij is, beschouwde hij de literatuur als religie en daar paste onversneden engagement bij: hij werd redacteur van het literaire tijdschrift dat hij als adolescent al las en waarin hij debuteerde met fictie: De Revisor. Hij begon in 1998 met grootse plannen. Schrijver Jacob Groot, die toen al vier jaar deel uitmaakte van de redactie: &#8216;We wilden de literatuur verlossen van de dictatuur van de Neerlandistiek &#8211; tegen de onderneming om er een Rijkswaterstaat van te maken. Het kwam goed uit dat Frans de redactie binnenstapte met zijn pamflet tegen &#8220;de narcistische samenzwering&#8221; als het ware onder zijn arm. Dat was veel meer dan een afrekening met autobiografische romans. Het betekende een afscheid van een zelfgenoegzame, incestueuze, arrogante leescultuur, van de literatuur als clubbing. Niet voor niets volgde kort daarop zijn vertrek bij Querido. Samen met Kees &#8216;t Hart wilde ik van De Revisor een denkend tijdschrift maken. Met Frans en Oek de Jong erbij werd het een stuk degelijker, en dat bedoel ik ook ironisch. Ze zijn trouwens maar kort gebleven. Frans is een practicus pur sang. Maar wel de rebelse practicus van de verbeelding. Het betekende dat op de werkvloer ernstige botsingen plaatsvonden en het hele zootje uit elkaar spatte.&#8217;<\/p>\n<p>Kees &#8216;t Hart en Jacob Groot verlieten in 1999 de De Revisor-redactie, Oek de Jong vertrok in 2000 &#8211; evenals Anthony Mertens. Juli 2000 bleef Thom\u00e9se alleen achter, als eenmansredactie. In zijn dagboek over de periode 1997-2002, getiteld De wonderen van de heilbot (2006) laat Oek de Jong zo weinig los over zijn korte redacteurschap dat dat juist uiterst veelzeggend is. &#8216;Na een volkomen onverwacht conflict&#8217; stapte hij op, staat er. Verder valt het woord &#8216;pijnlijk,&#8217; waarmee niet &#8216;beschamend&#8217; bedoeld wordt, maar iets dat er emotioneel inhakte.<\/p>\n<p>P.F. Thom\u00e9se verliet in 2001 het blad. Eerder dat jaar waren de filosoof Menno Lievers, de dichter Ilja Leonard Pfeijffer en de schrijver Allard Schr\u00f6der toegetreden tot de redactie. Lievers herinnert zich dat het stimulerend begon, met principi\u00eble discussies over de literatuur. Volgens hem kwam na die gelukkige periode een kentering du moment dat Thom\u00e9se e-mailaansluiting kreeg op 20 februari 2001. &#8216;Frans declareerde per mail een door hem voorgeschoten redactie-etentje bij Ary Langbroek en sprak hem daarbij aan als &#8220;Boer Ary&#8221;, omdat hij op een boerderij bij Barneveld woont.&#8217; Boer Ary &#8211; dat viel niet goed ter uitgeverij. &#8216;Vanaf dat moment stonden de redactievergaderingen in het teken van Frans&#8217; oorlog met Querido.&#8217; De andere redactieleden konden zich vinden in Thom\u00e9ses klacht dat Querido zich te weinig inzette voor De Revisor en in gebreke bleef bij de werving van nieuwe abonnees. Lievers: &#8216;Wie toen probeerde een abonnement op De Revisor te nemen, kreeg, volgens Frans, de helpdesk van Opzij aan de lijn.&#8217; Bij een radiouitzending gaf Thom\u00e9se vervolgens het telefoonnummer van Ary Langbroek door aan de luisteraars die zich zouden willen abonneren.<\/p>\n<p>Diezelfde tijd kreeg Thom\u00e9se door dat met het manuscript van Greatest Hits, dat al geruime tijd op Mertens&#8217; bureau lag, niets zou gebeuren. Bij elk bezoek aan diens kamer zag hij dat het stof zich op zijn verhalen ophoopte. Dat schelmse proza vond men bij Querido niet in zijn oeuvre passen. Alleen zei niemand dat tegen hem.<\/p>\n<p>De maat was voor hem vol: De Revisor moest weg bij Querido, vond hij. Maar de andere redactieleden achtten de toekomst van hun blad beter gediend door bij Querido te blijven. Met als gevolg grove onenigheid. Op 15 mei 2001 kwam een eind aan zijn redacteurschap. Per e-mail liet hij weten: &#8216;Vanmiddag ben ik helaas verhinderd, evenals alle verdere tijdstippen, aangezien ik niet alleen in de uitgever maar ook in de zittende redactie alle vertrouwen verloren heb.&#8217;<\/p>\n<p><b>Notoire kwaadspreker<\/b><br \/>Hij kwam terecht in een depressie, constateert P.F. Thom\u00e9se achteraf. In de zin van verlies aan levenslust en verlangen. &#8216;Na Het zesde bedrijf was het vertrouwen in het leven en in mezelf niet zo groot.&#8217; In die periode, waarin hij brak met zoveel en zovelen, ontstonden de meeste vetes. Onder Nederlandse schrijvers lijkt conflictvermijding doorgaans de hoogste norm, maar bij de naam &#8216;Thom\u00e9se&#8217; zijn de rapen terstond gaar. In een recente column in Het Parool schrijft A.F.Th. van der Heijden dat de &#8216;notoire kwaadspreker&#8217; P.F. Thom\u00e9se &#8216;de boh\u00e8me van het Spui&#8217; waarmee hij gebroken heeft, nu &#8216;met een toneelkijker vanuit Haarlem&#8217; beziet. Joost Zwagerman, snijdend: &#8216;Ik ken geen rancuneuzer mens in de literaire wereld dan Thom\u00e9se. Ik publiceerde een polemische reactie op zijn interessante maar nogal vrijblijvend-pessimistische essay &#8220;De narcistische samenzwering&#8221;. Hij antwoordde met een kinderachtig stuk vol persoonlijke sneren. O, dacht ik, moet het zo bij die Thom\u00e9se.&#8217;<\/p>\n<p>Makira Mual: &#8216;Ik hoor Frans wel eens waarheden verkondigen waarvan ik weet dat die hem last zullen bezorgen. Hij kan niet anders in het leven staan, zo wars van hypocrisie. Ik zou niet in zijn schoenen durven staan. Want de literaire wereld heeft lange tenen. De boze reacties zijn meestal voorspelbaar. Frans blijft daar nogal onbewogen onder.&#8217; En geamuseerd, weet zijn vriend Herman Koch. &#8216;Hij heeft altijd over dezelfde schrijvers leedvermaak, als er weer zo eentje zeurt.&#8217;<\/p>\n<p><b>Geen bidprentjes<\/b><br \/>Het was al geen beste tijd voor Thom\u00e9se, maar het ravijn opende zich helemaal toen, zes weken na haar geboorte, zijn dochter Elisa Makira overleed. Isa betekende alles voor hem. Koch: &#8216;Ik herinner mij hem het scherpst zoals hij met zijn eerste kind bovenaan de trap stond, stralend en gelukkig. Kort daarna was ze dood.&#8217; Een ramp die hem dreef tot het schrijven van het tot op het bot verkillende requiem Schaduwkind. Jan Siebelink: &#8216;Mijn intiemste beeld van hem is toen hij mij Schaduwkind overhandigde, zonder woorden. Het zat in cellofaan en hij zei: ik schrijf er niks in, want het is wel duidelijk. Toen kon ik ook niks zeggen, ik zat half te huilen.&#8217; De lof van collega&#8217;s en critici was unaniem en juist dit boek, dat verscheen bij zijn nieuwe uitgever Contact, bezorgde hem zijn doorbraak bij het grote publiek, in binnen- en buitenland.<\/p>\n<p>Over vrijwel alles wil Thom\u00e9se breeduit vertellen. Maar over dit verdriet en de rouw is hij zwijgzaam. Wat hij wil zeggen, staat tenslotte in Schaduwkind.<\/p>\n<p>Makira Mual: &#8216;Per letter las ik het boek. Telkens wanneer hij weer een stukje af had, liet hij het me lezen. Eigenlijk is Schaduwkind een conversatie geweest tussen ons. Er werd gesproken tussen ons via wat hij schreef. Je bent op het scherpst van je zinnen als er zoiets gebeurt, je kunt totaal de afgrond ingaan of je kunt je bewust zijn van die scherpte &#8211; dan kun je niet anders dan schrijver zijn. M\u00edjn ontlading was Schaduwkind lezen. En daarvoor: heel veel praten, veel de natuur ingaan naar plekken waar ze ons niet kennen, de meest ingewikkelde dingen koken, koken is vitalistisch, verder leven, afwezig zijn in het koken. En onder dat koken hoorde ik tik-tik, het schrijven aan Schaduwkind. Het is door onze ervaring alsof je een waarheidsserum hebt gekregen; je ontdoet je van de onechtheid van het bestaan om je heen, ook met mensen die je kent. Er is een enorme concentratie in zo&#8217;n periode. Het was geen mooie periode, het woord is: intens.<\/p>\n<p>Het staat er, door Schaduwkind. Omdat het zo moet. Alles wordt minder als je erover begint. Als ik Schaduwkind google, kom ik op fora waar bozige vrouwen roepen: &#8220;Waar is die moeder in dit hele verhaal?&#8221; Hij spreekt tot mij via Schaduwkind, wat kan ik meer willen? Schaduwkind is nergens larmoyant of klagerig. Alles wat ik lees over vrouwen in die situatie, daar herken ik mij helemaal niet in. Dat verdriet etaleren is eerder een gebrek aan gevoel.&#8217; Dan: &#8216;We hebben in die periode juist het samen lachen als enorm bevrijdend ervaren. Je bent dan scherp en dus ook in je humor. Dat is iets dat ons altijd verbonden heeft.&#8217;<\/p>\n<p>Volgens Jacob Groot stelt Schaduwkind in wezen het bedrog van de rouw aan de kaak. Thom\u00e9se reageert: &#8216;Gekunsteld is een pejoratieve term geworden. Maar alles wat je schrijft, is kunstmatig. Alleen is niet elke kunst zich bewust van vorm. Als je iemand kent, is &#8220;echt gebeurd&#8221; genoeg. Maar ken je iemand niet, dan wordt het gebrek aan vorm lachwekkend. Wie publiceert, richt zich per definitie tot onbekenden, dus kun je niet zonder vorm. Daarom kan ik uit Schaduwkind voorlezen. De clich\u00e9s moest ik vermijden; ik had mijn kind onrecht gedaan met bidprentjes of verregende teddyberen. Zulke clich\u00e9matige uitingen bij oprecht verdriet zijn echt bedoeld, maar pakken uit als leugens.&#8217;<\/p>\n<p><b>Aanval op de clich\u00e9s<\/b><br \/>Hoe kom je na het van gene zijde geschreven Schaduwkind verder, met een nieuw boek? Makira Mual: &#8216;Izak, het minst begrepen boek binnen zijn oeuvre, is het boek van de hoop; hij heeft zich ermee een weg terug naar het leven geschreven, na Schaduwkind. Het had ook te maken met de geboorte van onze zoon Frederik: zo&#8217;n totaal eigen persoonlijkheid. Een kind dat zo zintuiglijk en goed om zich heen keek. We hebben ontzettend vaak met hem door de Haarlemmerhout gewandeld. En eindeloos door de duinen, langs de zee. In die natuurervaringen ligt de kiem van Izak: de natuur is daarin een personage op zichzelf.&#8217;<\/p>\n<p>Even onvoorspelbaar was de vlijmscherpe satire na Izak. Vladiwostok!, over twee foute, geile mannen uit de verstrengelde wereld van media en politiek, belichaamt het engagement dat er voor Thom\u00e9se toe doet: &#8216;Engagement wordt in Nederland vooral gezien als meedoen. Meedoen met een petitie, met een discussie. Dat gelul. Terwijl het engagement voor mij juist zit in het n\u00ed\u00e9t meedoen.<\/p>\n<p>De apocriefe uitspraak van Adorno over de onmogelijkheid van po\u00ebzie na Auschwitz gaat niet over de concentratiekampen, maar over de moedwillige pervertering van de Duitse taal door de nazi&#8217;s. Met hun eufemismen over &#8220;de definitieve oplossing van het jodenprobleem&#8221; en dergelijke hadden de nazi&#8217;s de taal zo grondig vervuild dat deze niet zonder meer gebruikt kon worden. Dus, bedoelde Adorno, er moest na Auschwitz juist wel po\u00ebzie worden geschreven, maar alleen goede dan, om de taal te reinigen.<\/p>\n<p>Dat is mijn engagement. De taalnazi&#8217;s van nu zijn de reclamejongens, de communicatiedeskundigen, de journalistieke napraters. Maar ook alle middelmatige schrijvers die de oneindige werkelijkheid versimpelen en versmallen tot een reeks voorgekakte standaardzinnen. Dat soort lui zijn mijn vijanden. Die moeten onthoofd worden door mijn prachtige, almachtige pen. Elk boek moet een aanval zijn op de clich\u00e9s, moet wat ervoor geschreven is doen verbleken. Engagement is geen kwestie van onderwerp maar van stijl.&#8217;<\/p>\n<p><b>Loyale roofvogel<\/b><br \/>Dat hij zich in zijn oeuvre op de gelijkgestemde lezer richt, staat met zoveel woorden in Nergensman: &#8216;Degene die tot meerderheden spreekt, spreekt over de hoofden heen.&#8217; In zijn bestaan richt hij zich op zijn gezin en een paar vrienden &#8211; maar dan ook totaal. In de buitenwereld mag de einzelg\u00e4nger Thom\u00e9se meedogenloos zijn, maar wat zijn vrienden Jacob Groot, Wendelien Sch\u00f6nfeld, J. Kessels, Jan Siebelink, Henk Spaan en Herman Koch in hem het meest waarderen, is: zijn absolute loyaliteit. In hun woorden, die in strekking volstrekt unisono zijn, lijkt hij wel een heilige. In nood of bij een begrafenis van een dierbare, hij is er. Altijd een aandachtig oor, immer een juist advies. Spaan: &#8216;Als het om literatuur gaat, kan Frans h\u00e9\u00e9l streng worden. Maar wat voor hem telt, is hoe je priv\u00e9 met elkaar opschiet. Ik waardeer Frans als volkomen tolerante, trouwe vriend.&#8217; Siebelink, die benadrukt dat ze beiden &#8216;Geldersmannen&#8217; zijn: &#8216;Ik bewonder hem niet alleen als een groot schrijver, een van de allerbeste stilisten in ons taalgebied. Als trouwe vriend is hij ook heel belangstellend hoe het met mijn kinderen gaat en de kleinkinderen; hij weet precies hoe ze allemaal heten.&#8217; Makira Mual: &#8216;Frans is volledig toegewijd aan degenen voor wie hij liefde en genegenheid voelt. Zelden iemand gezien die zo&#8217;n aandacht heeft voor zijn kinderen of zijn nichtjes, voor zijn vrienden. Eerlijk is het woord als ik aan hem denk. Denk ik aan een beeld van hem, dan zie ik een adelaar voor mij, met een heel scherpe blik, waarmee hij dat erg kleine, bange muisje ziet.&#8217; Lacht: &#8216;In elk geval een roofvogel. Met klauwen.&#8217;<\/p>\n<p>Sch\u00e9rpe klauwen, zeggen zelfs zijn vrienden. Siebelink: &#8216;Hij is een duistere man. Er zit demonie in &#8211; dat herkennen we bij elkaar.&#8217; Koch: &#8216;Frans straalt de keurige, serieuze meneer uit. Terwijl hij dat helemaal niet is. Bij sommige mensen die hij vertrouwt, komt die ondeugende, licht kwaadaardige, licht mensenhatende kant naar boven &#8211; en in zijn boeken. Die kant deel ik met hem.&#8217; Groot: &#8216;Zijn werk is verzorgd, van goeie komaf bij wijze van spreken, maar altijd subversief. Vandaar zijn thematische voorliefde voor de zelfkant als een spiegel van de hogere, offici\u00eble verloedering.&#8217;<\/p>\n<p><b>Groot geluk<\/b><br \/>Na die jaren van zoeken is het zover: P.F. Thom\u00e9se leeft het schrijversleven dat hem past. Makira Mual: &#8216;Hij is altijd met heel erg veel plezier aan het werk. Boven dat toetsenbord. De periode dat een idee geboren wordt, is voor hem het moeilijkst om het dagelijks leven draaiende te houden. Hij wil zich onderdompelen in waar hij in zijn hoofd mee bezig is, eigenlijk niet bestaan. Dat is lastig in een gezin met jonge kinderen. Maar is de kop eraf, zit hij in die flow, dan lijkt het alsof hij licht wordt, dan lukt hem alles, is hij koning over de materie. Dan kun je hem alledaagse dingen vragen: opeens kan hij wel met die twee sporen leven &#8211; doordat hij weet dat hij goed aan het schrijven is. Het schrijven is allesbehalve een kwelling voor hem. Hij is dan op zijn gelukkigst. De kwelling begint pas als het boek het huis uit gaat.&#8217;<\/p>\n<p>Ten slotte de hamvraag: geniet hij de erkenning die hij wil? Thom\u00e9se: &#8216;Ik ben van karakter een protestantse jongen in die zin, dat ik me alleen tot God verhoud. En die God ben ik zelf. Dit leidt tegelijk tot hoogmoed en nederigheid, een nogal eens onhandige combinatie.<\/p>\n<p>Er is altijd een moment tijdens het schrijven dat ik weet: dit wordt goed, beter dan ik had durven hopen. Dan begint het, dan krijg ik vleugels. Dat w\u00e9\u00e9t ik, daar heb ik geen bevestiging voor nodig. Die toestand, een groot geluk, daar zou ik het liefst in blijven.<\/p>\n<p>Erkenning van buitenaf behoort voor mij tot het domein van de ijdelheid, iets wat mij natuurlijk niet vreemd is. Maar het is geen doel, het is een bijkomstigheid. Nadeel van erkenning is, dat het altijd te weinig is. Of op verkeerde gronden. Mensen hebben het immers altijd over zichzelf, ook als ze het over jou hebben.<\/p>\n<p>Het mooist is bewondering van iemand die je zelf bewondert. Gerrit Krol die mij vertelde dat hij na lezing van Vladiwostok! een tijdje \u00f3\u00f3k zo ging schrijven. Dat vind ik mooi, ja.&#8217;<\/p>\n<\/p><\/div>\n<p><\/p>\n<p>\u00a0<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Stijl als enig engagement en absolute trouw aan de pen: dat is de kern van P.F. Thom\u00e9se. De auteur van het cynische Vladiwostok!, het verstilde Schaduwkind en het veeleisende Nergensman is een solist die geen blad voor de mond neemt en dus ook vijanden maakt.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[95,97,14],"tags":[783],"acf":[],"author_name":"Jeroen Vullings","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/101801"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=101801"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/101801\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Jeroen Vullings","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=101801"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=101801"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=101801"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}