
 {"id":100115,"date":"2008-12-13T00:00:00","date_gmt":"2008-12-12T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/poppenliefde\/"},"modified":"2008-12-13T00:00:00","modified_gmt":"2008-12-12T22:00:00","slug":"poppenliefde","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/poppenliefde\/","title":{"rendered":"Poppenliefde"},"content":{"rendered":"<p>Fotodocument \/ Reborn mamma\u2019s<\/p>\n<p>&#8216;Het is gewoon een trauma,&#8217; zegt Anneke de Vos, &#8216;zo heet dat, geloof ik.&#8217; Het was 1963 en haar pasgeboren dochter werd, nog voor ze haar goed had kunnen zien, afgevoerd naar de couveuseafdeling van het ziekenhuis. Ze was niet te vroeg geboren, maar ze woog te weinig. Zo weinig dat ze nog drie maanden in het ziekenhuis moest blijven, terwijl Anneke naar huis moest. &#8216;Ik mocht haar alleen vanachter glas bekijken. Dat ging zo in die tijd, ik mocht er niet bij blijven, haar niet zelf voeden, en drie maanden lang heb ik haar niet mogen vasthouden. Toen we haar eindelijk mee naar huis mochten nemen, was het alsof we een aangenomen kindje meekregen.&#8217;<\/p>\n<p>Over die moeilijke tijd vertelt Anneke de Vos terwijl ze de pop die voor haar op tafel ligt zachtjes streelt. De teckel Lady draaft vrolijk rondjes om haar heen. Onverstoorbaar gaat ze verder: &#8216;Met mijn man kon ik er niet over praten. Hij had niet zoveel met baby&#8217;s, en hij wilde naast onze dochter ook niet nog meer kinderen.&#8217; Vier jaar geleden overleed hij. Niet lang daarna kocht Anneke de Vos een levensechte babypop. Die had ze gezien in een advertentie van The Bradford Exchange, een Duits postorderbedrijf gespecialiseerd in &#8216;Idee\u00ebn om te verzamelen, exclusief in gelimiteerde oplage&#8217;. Geen speelgoed dus, maar een heel goed gelijkende pop gemaakt van zacht vinyl. Ze kijkt er verrukt naar en zegt: &#8216;Helemaal verliefd was ik op haar, meteen. Die vingertjes, die nageltjes, die plooitjes, die lieve kromme teentjes! En het mooist is nog wel,&#8217; ze buigt zich over de pop en snuift, &#8216;dat ze ook \u00e9cht naar baby ruikt.&#8217; De pop verspreidt een Zwitsalachtige, zoete lucht. &#8216;Dit glansgaren truitje dat ze draagt, had mijn dochter aan toen we haar uit het ziekenhuis meenamen,&#8217; zegt ze. En met zachte blik op de pop: &#8216;Je zit gewoon te wachten tot ze gaat ademen.&#8217;<\/p>\n<p>Ze heeft deze pop gekocht omdat ze zo&#8217;n onbestemd verlangen heeft naar lieve kleine baby&#8217;s en af en toe even dat handje wil vasthouden. Maar, wil ze graag duidelijk stellen, ze gaat er dus niet mee spelen of op straat lopen. &#8216;Ik ben geen demente bejaarde.&#8217; Ze heeft de pop ook meestal boven liggen, niet, zoals nu, in de woonkamer. Kordaat: &#8216;Ik geef haar ook geen naam, dat vind ik niet gezond. Het moet niet te gek worden hoor, het is maar een pop.&#8217;<\/p>\n<p>Zichtbare adertjes<\/p>\n<p>Dat het niet te gek moet worden met de poppenliefde vindt ook Carine Devriese. De Vlaamse poppenartieste wordt weliswaar volledig in beslag genomen door het werk aan haar poppen, maar er zijn grenzen. Zo schijnt het wel eens voor te komen dat een echtpaar hun gestorven baby&#8217;tje wil laten namaken. &#8216;D\u00e1t doe ik niet,&#8217; zegt ze beslist. Een babypop moet een bloem zijn, vindt Carine, een mooi en lief blozend wezentje.<\/p>\n<p>Het werk van Carine Devriese, zelf noemt ze het een uit de hand gelopen hobby, bestaat uit het rebornen van poppen. Dat is een uit Amerika overgewaaide trend onder poppenverzamelaars, waarbij een met de hand gemaakte pop een zo levensecht mogelijk uiterlijk krijgt aangemeten. De pop wordt eerst in klei geboetseerd, meestal naar voorbeeld van een foto van een echte baby. De gekleide pop gaat naar een werkplaats of fabriek om te worden afgebakken &#8211; dit unicaat is het meeste waard onder verzamelaars. Maar eerst wordt er nog een mal van gemaakt waar verscheidene afgietsels van komen. Die worden in RealTouchTM-vinyl gegoten, een mengsel van vinyl en siliconen, populair omdat het materiaal flexibel en bijna huidachtig aanvoelt. Dan is de babypop nog niet klaar, want er zit nog geen kleur op, de oog- en neusgaten zijn nog afgesloten, en hij is nog kaal. Nu begint het rebornen: de huid en andere onderdelen van de pop zo levensecht mogelijk maken. Met verf als Reallife-paint wordt de &#8211; vaak vlekkerige &#8211; babyhuid nagebootst, liefst met zichtbare adertjes, en het lijfje en het hoofd worden opgevuld met zware korrels om de pop &#8216;op gewicht&#8217; te laten komen: niets zo onecht immers als een babypop die niets weegt. Ogen en haar vormen het sluitstuk van een goed gelukte rebornbaby, want als die niet echt lijken, dan is de pop alsnog mislukt. Carine Devriese gebruikt meestal handgeblazen kristallen of glazen ogen, die in het dorpje Lauscha in Duitsland zijn vervaardigd. &#8216;Ze maken ze daar ook voor mensen die een oog missen, zo goed zijn ze. En via internet koop ik kostbare, kleine hoeveelheden geiten- of lamshaar in, en die zet ik haar voor haar met een naald in het kopje. Dat &#8220;rooten&#8221; luistert nauw, want te veel haar kan ook weer niet bij een baby.&#8217;<\/p>\n<p>Carine en andere rebornsters genieten een hoge status onder de kopers en verzamelaars van deze poppen, die zich wel reborn mamma&#8217;s noemen. Ze ontmoeten elkaar op poppenbeurzen en onderhouden contact via internet en e-mail. Het is een klein maar fanatiek netwerk dat zich uitstrekt van de Verenigde Staten en Engeland naar Nederland, Belgi\u00eb, Duitsland en Frankrijk. Sommige Nederlandse poppenmaaksters worden op beurzen in Amerika belaagd door de fans, zo populair zijn ze.<\/p>\n<p>Deze poppenliefhebbers kijken neer op de fabrieksexemplaren, zoals die van het merk Ashton Drake die The Bradford Exchange verkoopt, omdat die veel minder echt lijken dan de handgemaakte, waar dagen of soms weken werk in heeft gezeten. Het is een dure hobby: de prijzen vari\u00ebren van enkele honderden tot zelfs duizenden euro&#8217;s per babypop. &#8216;De rebornwereld is klein, maar er heerst veel jaloezie,&#8217; vertelt Carine. Iedereen probeert elkaar af te troeven met de nieuwste technieken en er wordt veel afgekeken. Carine verkoopt haar poppen via eBay, en ze krijgt veel vragen over haar werkwijze. &#8216;Ik heb er zoveel tijd en moeite in gestoken, en dan willen ze even vlug weten hoe ik dat doe,&#8217; zegt ze verontwaardigd. &#8216;Je hebt nu op eBay ook andere rebornsters die mijn stijl precies nadoen, tot de fotografie aan toe.&#8217;<\/p>\n<p>Gemiddeld maakt ze twee poppen per week. &#8216;Ik sta ermee op en ga ermee naar bed. Soms lig ik er zelfs wakker van.&#8217; Vooral wanneer ze bang is dat iemand niet helemaal tevreden is over haar werk. De feedback die mensen na aankoop op eBay geven, moet bij haar altijd honderd procent positief zijn. &#8216;Eenmaal gaf een vrouw, die tegen mij persoonlijk zei tevreden te zijn, op eBay de waardering &#8220;neutraal&#8221;. Alsof ze een mes in mijn rug stak, ik heb de hele dag geweend.&#8217; Alles moet altijd perfect zijn van haar, dat veroorzaakt nog wel eens spanningen. &#8216;Gelukkig staat mijn man achter me,&#8217; zegt ze met een verlegen lach. &#8216;Zonder hem was dit nooit gelukt.&#8217; Echtgenoot Filips is ook een praktische helpende hand: &#8216;Ik ben eigenlijk de secretaris van Carine, wat betreft de talen,&#8217; vertelt hij. &#8216;Als er mail uit Frankrijk, Duitsland of Engeland komt, dan beantwoord ik die.&#8217; Filips maakt ook de geboortecertificaten. Elke babypop die ze verkopen, krijgt een uitzet mee. Die is zorgvuldig samengesteld: Carine zorgt voor het slaapzakje, een knuffel, extra kleertjes, een muts en een armbandje, en Filips maakt het certificaat. &#8216;Een soort oorkonde met lintjes, een lakzegel en een stempel waarop staat dat Carine de kunstenares is. Verder de naam van de baby, het gewicht, de lengte en de datum waarop ze geboren is,&#8217; vertelt hij trots. &#8216;Of geboren&#8230; nou ja, gemaakt natuurlijk.&#8217;<\/p>\n<p>In huis hebben ze geen verzameling poppen. De werkkamer waar Carine ze maakt, is in een schuur in de tuin, met een fotostudio waarin ze haar creaties vastlegt voor eBay. Als de pop klaar is, houdt ze haar &#8211; het zijn voornamelijk meisjesbaby&#8217;s &#8211; meestal nog een week. &#8216;Ze staan nog even in de maxicosi in de living, voordat ik ze verkoop. Ik vind het moeilijk om ze in de doos te doen en afscheid te nemen, maar het moet. En dan begin ik weer aan een nieuwe.&#8217; Filips: &#8216;Ze is om de week verliefd.&#8217;<\/p>\n<p>Naam en sterrenbeeld<\/p>\n<p>Het is rustig in Het Dorp, de leefgemeenschap voor gehandicapten bij Arnhem die in 1962 tot stand kwam door een grootscheepse televisie-inzamelingsactie, gepresenteerd door Mies Bouwman. In het appartement van Margreet Bokhorst is het netjes, maar drukbevolkt. Overal waar je kijkt: poppen. Baby&#8217;s, slapend of met open ogen zittend in de boekenkast; peuters, staand op een standaard of twee aan twee gezeten op een stoel; nog meer baby&#8217;s, met lichte en donkere huidskleur, met jurkjes, matrozenpakjes, truitjes, rompers of broekjes aan. &#8216;Dit is een prematuurtje,&#8217; zegt Margreet Bokhorst, terwijl ze soepel haar rolstoel door de compacte eenkamerwoning draait en wijst op een slapende, zeer kleine babypop. &#8216;Erg moeilijk om daarvoor kleertjes te vinden.&#8217;<\/p>\n<p>De aankleding van de poppen is belangrijk voor haar, alles moet passen in het interieur. &#8216;Als ik \u00e9\u00e9n ding verander, moet de rest ook, ik kan bij wijze van spreken een groene pannelap krijgen en alles moet anders.&#8217;<\/p>\n<p>De kleertjes koopt ze op de kinderafdeling van gewone kledingzaken. &#8216;Poppenkleertjes vind ik helemaal niks.&#8217; Dat levert nog wel eens rare taferelen op, zoals die keer dat een verkoopster vroeg hoe oud de baby was voor wie dit truitje werd gekocht. Bokhorst: &#8216;In paniek zei ik maar wat, acht maanden of zo, ze griste het vestje uit mijn handen en riep: &#8220;Maar dan is dit veel te klein!&#8221; Goedbedoeld natuurlijk, maar ik wist me geen raad. Van ongemakkelijkheid kocht ik uiteindelijk iets wat veel te groot was voor die pop.&#8217; Ze hoopt ook altijd maar dat ze het niet gek vinden dat ze alweer babykleertjes komt kopen. &#8216;Ik heb natuurlijk de pech dat die rolstoel zo opvalt, laatst knikte een winkelmeisje in de H&#038;M zo vriendelijk naar me, die herkende me gewoon van de vorige keer.&#8217;<\/p>\n<p>De poppen geven glans aan het leven van Margreet Bokhorst. &#8216;Als ik &#8217;s nachts wakker word, zie ik al die poppenkinderen om me heen. Het geluk zat wel in mij, maar die poppenkinderen halen het naar boven.&#8217;<\/p>\n<p>&#8217;s Avonds, bij het televisie kijken, neemt ze gezellig een poppenkind op schoot. &#8216;Ik praat een beetje tegen ze, maar niet te veel.&#8217; Net als Anneke de Vos vindt ze: het moet niet te gek worden. Bij haar ligt de grens niet bij namen geven, want elk poppenkind van Margreet heeft een naam en een sterrenbeeld en karaktereigenschappen, maar ze gaat niet zo ver dat ze ze als surrogaatkinderen beschouwt. Ze hoort wel eens verhalen over al te fanatieke poppenmoeders, maar zo is zij niet. &#8216;Ik verstuur geen geboortekaartjes, voer ze geen pap en verwissel geen luiers. Wel heb ik het gevoel dat ik er een ziel in leg door veel naar ze te kijken.&#8217;<\/p>\n<p>Vijftien wiegjes<\/p>\n<p>Bij Anita van Hove was het, toegegeven, misschien wel een beetje t\u00e9 geworden. Een paar jaar geleden was haar poppenverzameling gegroeid tot tweehonderdachtenveertig stuks, en ondanks de vele kamers in het grote huis dat zij met haar gezin net over de grens van Belgi\u00eb bewoont, werd het haar man Marc toch te gortig. &#8216;Er stonden twee\u00ebnveertig wiegjes in de woonkamer,&#8217; zegt Anita met een aanstekelijke giechel, &#8216;dat was wel wat veel.&#8217; Ze besloot afstand te doen van het grootste deel, begon hiertoe een website en ging op poppenbeurzen staan. Maar de verzamelwoede werd daarmee niet minder, want met het verdiende geld kon ze weer nieuwe babyspulletjes kopen en bovendien kreeg ze er een hoop vriendinnen bij met dezelfde passie. De teller staat nu op achtenveertig baby&#8217;s &#8211; of was het negenenveertig? &#8211; en de woonkamer herbergt op het moment maar vijftien wiegjes.<\/p>\n<p>Dat echtgenoot en kinderen &#8211; drie zoons en een dochter &#8211; haar niet eerder een halt toeriepen, zal te maken hebben met de verandering die ze doormaakte toen ze begon met haar verzameling, ruim elf jaar geleden. &#8216;Ik had anorexia en woog nog maar zevenendertig kilo,&#8217; vertelt ze. &#8216;Ik was op het einde en moest opgenomen worden. In die tijd waren we een keer toevallig op een rommelmarkt en daar zag ik in een kraam zo&#8217;n pop liggen. Ik vond het prachtig!&#8217; Ze kijkt stralend opzij naar haar man, en vervolgt: &#8216;Marc zag mij kijken en vroeg: wil je die? Vanaf het moment dat ik dat baby&#8217;tje had, ging het beter, in een mum van tijd was ik weer aan het eten.&#8217; Ze wilde nog een babypop, en nog een, en haar man gaf toe, blij dat ze haar levenslust weer had gevonden.<\/p>\n<p>Het geneesmiddel is een hobby geworden, een verslaving bijna, zegt ze zelf. &#8216;Ik weet wel dat sommige mensen er raar tegenaan kijken. Ze vinden het luguber omdat het zo levensecht is, of idioot om er zoveel geld aan uit te geven.&#8217; Vooral mannen zijn sceptisch, merkt ze, als die meekomen omdat hun vrouw een pop van haar wil kopen. &#8216;Maar hoeveel mannen spelen niet met treintjes op zolder? Dat is toch hetzelfde? En hoe duur is het om oldtimers te sparen, of bijzondere postzegels?&#8217; Meestal hebben die mannen daar niets tegen in te brengen. Voor hen heeft ze dan een mooi presentje: een fotolijstje voor in de auto. Kan mooi een foto van de babypop in. &#8216;Niets lugubers aan.&#8217;<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Ze zijn niet voor kinderen, de handgemaakte levensechte babypoppen die via postorderbedrijven of eBay worden aangeboden. Wat beweegt de \u2018moeders\u2019 die deze dure poppen koesteren? \u2018Het geluk zat wel in mij, maar die poppenkinderen halen het naar boven.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-100115","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry"],"acf":[],"author_name":"Padu Boerstra","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/100115","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=100115"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/100115\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Padu Boerstra","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=100115"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=100115"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}