Lofzang op de buurtwinkel

Net voor de Duitse grens ligt midden in het open landschap de buurtwinkel van Rudolf en Gerda Brunsveld. Een onopvallend pand in buurtschap IJzerlo, gemeente Aalten. Vroeger stond er een molen, een grondzeiler waarvan de wieken met doodsverachting vlak langs de grond scheerden.

De grootvader van Rudolf Brunsveld woonde destijds in Doetinchem en vond werk bij de molen. Elke week legde hij de afstand te voet af, 23 kilometer door weer en wind, want op zondag moest hij op tijd in zijn gereformeerde kerk zijn. Toen hij begon met het bakken van brood, was dat meteen een succes. De omringende kleine boerderijtjes waren gretige afnemers van zijn lekkere roggebrood. In 1912 kwam er een echt winkeltje, dat na de oorlog door Rudolfs vader verder werd uitgebouwd. Begin jaren zestig werd het zelfbediening. ‘Futuristisch,’ weet Rudolf Brunsveld nog. ‘Klanten die zelf hun spullen uit de schappen konden halen, wat was dat een overgang!’

De winkel in IJzerlo werd een begrip in de wijde omtrek. Lang voordat de Jumbo’s en de C1000-winkels zouden verrijzen, kwam iedereen zijn boodschappen doen op die rare plek waar vooral de persoonlijke band telde. Nog steeds bakt Rudolf Brunsveld, die de zaak eind jaren zeventig van zijn vader overnam, zelf zijn brood. Dat ambacht zit in de genen van de familie, denkt hij, want zijn dochter is ook bakker geworden; ze werkt in een dorp verderop en wil de zaak van haar ouders niet overnemen.

Twee keer per week open

Het is zaterdagochtend en redelijk druk. Jong en oud struint door de winkel. De zithoek is ingericht voor klanten die even willen bijpraten, alle dorpsnieuwtjes worden hier doorgenomen.

Gerda Brunsveld staat achter de kassa en maakt met iedereen een praatje. Boodschappen van oudere klanten worden door haar persoonlijk naar de auto gebracht. Broer Theo, die ook de catering verzorgt, een belangrijke poot van het bedrijf, staat vandaag bij het brood. Alleen oudste broer Wim (69) ontbreekt. Hij zit samen met een jonge boerin uit het dorp in Oeganda; ze zijn uitgezonden door Agriterra, een organisatie die zich inzet voor boeren in ontwikkelingslanden. Ze adviseren hoe de melkproductie daar verhoogd kan worden. Wim is nog niet eerder zo ver weg geweest. Hij vindt het een hele ervaring, schrijft hij in zijn e-mails naar huis. ‘Hoe ze hier boter maken, ze doen melk in een hele grote kalebas en dan schudden ze een half uur!’

Bij de kassa wil een oudere vrouw afrekenen. Ze is klein van stuk en een beetje onrustig. ‘Ik weet niet of ik genoeg geld bij me heb,’ zegt ze ongerust en laat de inhoud van haar portemonnee zien. ‘Je hebt altijd je pasje in je portemonnee zitten,’ weet Gerda, die ook haar pincode kent. Maar deze keer is er geen pasje, en ook niet genoeg contant geld. De rest komt volgende week wel, zegt Gerda. Een uurtje later komt de kleindochter van de vrouw boodschappen doen. Gerda vertelt dat haar oma net is geweest en warrig overkwam; de kleindochter besluit meteen even langs te gaan. ‘Daar ben ik blij om,’ verzucht Gerda, die zich zorgen maakte om haar vaste klant.

De winkel is het levenswerk van Rudolf en Gerda Brunsveld. Na veertig jaar met veel plezier dag en nacht te hebben gewerkt doen ze het nu wat rustiger aan, het assortiment loopt langzaam terug en ze zijn nog maar twee keer per week open, op woensdag en op zaterdag.

Buiten staat een container van Dorca, een christelijke hulporganisatie die actief is in Oost-Europa, het Midden-Oosten en Afrika en kleren inzamelt voor de allerarmsten. De familie Brunsveld voelt zich betrokken bij de wereld, ook als die buiten IJzerlo ligt.

Indrukwekkend assortiment

Veel buurtwinkels die vaak al generaties lang bestaan, moeten sluiten omdat ze de concurrentie niet meer aankunnen met de grote supermarkten die inmiddels ook thuis bezorgen en een persoonlijke service beloven. Volgens Van Tol Retail, die de meeste producten levert, zijn er de afgelopen jaren zo’n vijftig van de 350 buurtwinkels verdwenen. De NOS bracht laatst het nieuws dat de buurtwinkel in het Twentse Lattrop na 180 jaar zijn deuren moest sluiten.

Toch zijn er ook optimisten, jonge ondernemers die erin geloven dat mensen juist nu behoefte hebben aan kleinschaligheid, zeker in plaatsen waar geen grote supermarkt binnen handbereik is.

De nieuwe eigenaar van buurtwinkel Pekel in het Gelderse Bergharen wist dat hij een risico nam toen hij vorig jaar de winkel overnam. Op een zaterdagmiddag rijden we langs. De eigenaar maakt een wat gespannen indruk; hij vertelt dat hij meer dan tachtig uur per week werkt om zijn zaak van de grond te tillen. Hij is ervan overtuigd dat de omzet zal groeien, ook al zit hij onder de rook van een Jumbo: de service, de uitstraling naar de buurt. Klanten kunnen bij hem ook pinnen en hun poststukken afgeven, en hij werkt samen met een stomerij. Ook hier is een knus zitje: ‘We willen gezelligheid uitstralen.’

Zes kilometer verder, in Deest, zit de tijdelijke winkel van Leo Beukema. Zijn winkel brandde in 2012 tot de grond toe af, de vlammenzee is nog op YouTube te bekijken. Nu verkoopt hij in de sporthal van de plaatselijke volleybalvereniging. De klimrekken tegen de muur herinneren aan de oorspronkelijke bestemming. Zijn assortiment is indrukwekkend. Van Sinaspril tot paraplu’s, pennen, panty’s en slingers, er is een pinautomaat en een kopieerapparaat.

Het hoofd boven water houden blijft moeilijk, ook door de crisis, zegt Beukema: ‘Mensen geven minder uit.’ Maar het dorp laat hem niet in de steek, ze willen dolgraag dat de supermarkt met die grote variëteit aan artikelen blijft. De secretaris van de volleybalvereniging heeft het er grif voor over om nog een tijdje ergens anders te sporten tot het nieuwe pand er staat, zei ze in de Gelderlander. ‘Het belang van de supermarkt gaat voor.’

Appelmoes en stopwol

In Groesbeek lopen twee dames op leeftijd tevreden rond in de buurtwinkel die vroeger een Spar was. Omdat ze vaste klanten zijn, krijgen ze koffie in de coffeecorner voor de helft van de prijs. Een van de werknemers zet in opperste concentratie alle potjes recht, alsof zijn leven ervan afhangt. Hij is verstandelijk gehandicapt en mocht hier aan de slag. Een winkel die vanuit een zorginstelling wordt gerund: dit is de participatiesamenleving waar Mark Rutte van droomt.

Van Tol Retail komt deze opzet steeds vaker tegen, zegt formulemanager Thijs Kwakken­bos. Een prachtig initiatief, vindt hij, alleen ontbreekt bij de begeleiders van de verstandelijk gehandicapten de vakkennis nog wel eens.

En wat buurtwinkels tot een succes maakt, is juist die vakkennis, en natuurlijk de binding met de buurt.

In een onopvallende straat in Eede, Zeeuws-Vlaanderen, is de winkel van Marina gevestigd. Al meer dan tachtig jaar is De Schaar het kloppend hart van het 860 zielen tellende plaatsje op de grens met België. Vroeger hadden haar ouders hier een kleermakerij; toen daar geen vraag meer naar was, bedachten ze iets anders.

Het assortiment is groot. Van waspoeder (volgens de klanten goedkoper dan bij de supermarkt) tot tafelkleden, koptelefoons, Spa Citron, appelmoes, vers brood uit België, wc-borstels, stopnaalden, stopwol, vijf verschillende soorten oorstokjes, Sunlight zeep en appelstroop, alles tegen een lage prijs – ‘Ik koop verstandig in.’

De winkel doet ook dienst als postkantoor – de brievenbus is een grote plastic prullenbak waar een gleuf in is gemaakt – en je kunt er pinnen.

Van heinde en verre komen klanten naar Eede, vooral voor een praatje met Marina. Ze neemt voor iedereen de tijd. Of het nou jongetjes zijn die op vrijdagmiddag snoep komen uitzoeken of de vrouw die op zoek is naar tabletjes voor ‘innerlijke rust’.

Ze runt de winkel samen met haar man en haar broer. ’s Ochtends om half zes begint de dag en pas ’s avonds om half negen is ze klaar. Ze is in de zestig, maar onvermoeibaar.

Vroeger waren er verschillende supermarkten in Eede en zaten er twee slagers. Nu is alleen De Schaar nog over. Marina weet altijd raad, vertelt een klant. Ze had thuis haar hand gebrand en was meteen naar Marina gerend, die heeft tenslotte de opleiding tot drogist gedaan. Marina verzorgde de wond en stuurde haar naar de dokter, want het bleek ernstig.

Klanten die in deze dunbevolkte streek geboren en getogen zijn, zien de omgeving veranderen. Omdat de huizen goedkoop zijn, trekt het gebied allerlei soorten mensen aan. Sommige klanten voelen zich ingehaald door de moderne tijd, de computer zien ze meer als ballast dan als een verrijking van hun leven en als ze een instantie bellen, krijgen ze nooit een levend wezen aan de telefoon. Zo’n afstandelijke samenleving maakt onzeker. Stemmen doen de meesten niet. Waarom zouden ze? ‘Je hebt niets aan politici,’ is het eensluidende antwoord.

De meeste kinderen gaan in België op school, vertelt Marina, omdat het onderwijs daar stukken beter is. Dat geldt ook voor de medische zorg, merkt een klant op die zich in België net heeft laten behandelen.

Marina weet niet hoe het verder moet met de zaak als zij er straks mee ophoudt. Eigenlijk wil ze er ook niet over nadenken, de winkel is haar leven.

Meeneem-tajine

Henk en Karin de Kroon, die een goedlopende buurtwinkel in Utrecht hebben en over een paar jaar willen stoppen, maken zich geen zorgen over de toekomst. Er zijn al drie potentiële kopers.

In het Utrechtse Tuinwijk is de vroegere buurtwinkel overgenomen door de familie Chrifi en omgedoopt tot een delicatessenzaak. Chrifi hoopt met dit nieuwe concept – ontbijt to-go, tapas, noten en kruiden – de harten van de buurtbewoners te veroveren. Hun grote troef is meeneem-tajine, voor € 6,50 heb je een heerlijke maaltijd. Daar moet behoefte aan zijn in deze omgeving met veel tweeverdieners.

Thijs Kwakkenbos van Van Tol Retail ziet een trend. Vooral in grote steden nemen Marokkaanse of Turkse ondernemers buurtwinkels over. Of ze die ook draaiende kunnen houden? Dat is afhankelijk van de buurt, zegt hij: ‘Het moet ze gegund worden.’

Op de openingsdag eind december ziet Orange Delicatessen er tip top uit. Een vitrine vol tajines, rieten manden met kruiden, vers brood. Alle klanten krijgen gratis koffie met iets lekkers erbij.

Een van de dochters heeft een facebookpagina aangemaakt. ‘Weer een like!’ roept ze verheugd. Een buurtbewoner steekt hun via Facebook een hart onder de riem: ‘Prachtige winkel, zal zeker in een behoefte voorzien!’

Nee