Boven het hoofd van de rij wachtenden wappert een gigantische Nederlandse vlag aan de gevel van Reguliersgracht 18. Het is het pand waar leden van de illegale kranten Het Parool en Vrij Nederland elkaar in de oorlogsjaren in het diepste geheim ontmoetten. Het wachten is op het moment dat de 97-jarige Wim van Norden, de laatste nog levende oprichter van Het Parool, ondersteund door zijn vrouw Tyl, de steile trap van het grachtenpand heeft beklommen. Hij was hier eerder: tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam hij verschillende malen op bezoek voor overleg met de Vrij Nederland-groep. De bewoner van het pand, effectenhandelaar Sander Wellensiek, was vanaf 1941 nauw met Vrij Nederland verbonden.

In de overvolle woonkamer neemt Wim van Norden plaats achter een laag tafeltje. De aanwezigheid van een hoofdrolspeler uit het verzet maakt indruk op de aanwezigen, onder wie opvallend veel jongeren, die tot achterin de keuken meeluisteren. Het gesprek begint met een vrolijke noot als blijkt dat het drie dagen eerder zelfs zijn eigen krant is ontgaan dat oprichter Van Norden nog in leven is. In een verhaal over de journalist Max Nord, een goede vriend die eveneens bij de Paroolgroep hoorde, had de voormalige verzetskrant Van Norden in een moeite door ook maar meteen dood verklaard: ‘Max Nord, zei de inmiddels overleden Paroolcollega Wim van Norden, was een fulltime verzetsman.’
‘Dat was een oefening,’ zegt Van Norden tot hilariteit van zijn publiek. ‘Naar voorbeeld van keizer Karel de vijfde die in 1500 zijn begrafenis organiseerde op het plein voor zijn Brusselse paleis, zodat hij precies kon aangeven hoe hij het wilde.’ En, voegt hij er opgewekt aan toe: ‘Zo’n test heb ik dus ook met de krant afgesproken en wat mij betreft is de oefening geslaagd, ik kan er vrede mee hebben dat men na mijn overlijden denkt te kunnen volstaan met een halve zetregel.’
Een dag eerder rectificeerde Het Parool de pijnlijke fout, het gevolg van een eindredactionele vergissing: ‘Van Norden leeft nog.’ De Paroolman in hart en nieren overwoog geen moment de krant op te zeggen, zegt hij. ‘Ik kan hem trouwens helemaal niet kwijtraken, want ik betaal hem niet.’ Om ook zijn buurtgenoten aan de Reguliersgracht en omgeving duidelijk te maken dat de geruchten over zijn dood schromelijk overdreven waren, maakte hij samen met zijn zoon Maarten en dochter Suzanne een rondje door de buurt.
Vandaag is hij met de taxi gekomen vanaf zijn huis, driehonderd meter verderop aan de oneven kant van de Reguliersgracht, waar hij al decennia woont naast het pand dat in de oorlog diende als onderduikadres voor medewerkers van het illegale Parool. ‘Op Reguliersgracht 109 woonden een tijdlang Simon Carmiggelt en Max Nord met hun gezinnen, op de eerste etage. Daarboven op de tweede etage waren logeermatrassen voor mensen uit het verzet die onderdak nodig hadden.’
Het gesprek komt hierna al snel op de intense samenwerking tijdens de laatste oorlogsjaren tussen Het Parool en Vrij Nederland. ‘We kregen in 1942 contact en hebben goed samengewerkt. VN-hoofdredacteur Henk van Randwijk was een exuberante man. Voor mij zijn zulke mensen verbluffend, omdat ik nauwelijks iets durf te zeggen en afwacht wat een ander doet. En dat was bij Van Randwijk niet moeilijk.’ Er waren ook meer levensbeschouwelijke verschillen tussen de twee illegale groepen, vertelt Van Norden. ‘De Vrij Nederland-mensen waren sociaal voelende christenen met een sterke afkeer van de bezetter. Wij van Het Parool kwamen meer uit de linkse hoek: sociaaldemocraten en communisten.’
De samenwerking tussen de twee groepen werd in de loop van de oorlog steeds intensiever. ‘Vanaf 1942 hebben we op twee niveaus samengewerkt. Het ene niveau was dat ieder voor zich bezig was een illegale krant te onderhouden. En dat is een raar bedrijf om te doen met een geweer in je rug dat je iedere dag weer kan doodschieten.

Het andere niveau was meer politiek: wij van Het Parool stonden een linkse lijn voor en naarmate de oorlog vorderde werd ook Vrij Nederland steeds linkser. We onderhielden gezamenlijk contacten met de regering in Londen, waren samen boos over de verkeerde maatregelen die er genomen werden, over het onbegrip dat er heerste over wat er in bezet gebied speelde. We trokken ook samen op als de groepen ter linker zijde binnen het verzet toen Londen vertrouwensmannen benoemde onder leiding van Lodewijk Bosch van Rosenthal, die waren aangewezen om de orde te organiseren wanneer de Duitsers definitief zouden vertrekken en die daartoe met Seys Inquart onderhandelden.’
Naarmate het gesprek vordert, wordt duidelijk dat Van Norden naar de bijeenkomst is gekomen om een belangrijke kwestie te bespreken die hij puntsgewijs op een papiertje heeft geschreven. Het gaat om een volgens hem totaal verwaarloosd onderwerp in de Nederlandse geschiedschrijving. Vrij Nederland en Het Parool hebben, zegt Van Norden, in de jaren 1943-44 ‘wereldpolitiek bedreven’. De verzetsgroepen raakten betrokken bij de voorbereiding van een putsch – codewoord ‘Heirat’ – van Duitse officieren onder wie de later geëxecuteerde graaf Claus Schenk Von Stauffenberg tegen Adolf Hitler.
‘Het plan was om Hitler te vermoorden. Een van de samenzwerende officieren had een Nederlandse moeder, hij had ook nog steeds een landgoed in de omgeving van Coevorden. Via een contactpersoon van Vrij Nederland kwamen we met deze generaal Wilhelm Staehle in contact. Mensen van ons hadden gesprekken met hem in een schipperscafé in Coevorden.’ Beroepsmilitair Staehle gaf de Nederlanders de adembenemende informatie dat de opstandige generaals vergevorderd waren in het organiseren van een opstand tegen Hitler. ‘Staelhe had een veel te groots beeld van het Nederlandse verzet,’ grinnikt Van Norden. ‘Hij dacht dat we de beschikking hadden over een ondergronds leger en hij vroeg of de verzetsbeweging hier kon garanderen dat ze zich zou onthouden van gevechtshandelingen als de opstandelingen op Nederlands grondgebied de strijd zou aangaan met de SD en de SS, die het hier voor het zeggen hadden.’
De mensen van Het Parool en Vrij Nederland besloten de zaak voor te leggen aan de Nederlandse regering in Londen. ‘Daar werd op gebruikelijke wijze eindeloos intern gezeverd en geschoven met memoranda,’ zegt Van Norden. ‘Wilhelm Staehle begon ongeduldig te worden en vroeg: waar blijven jullie nou.’ Het antwoord moest uiteindelijk komen van de Amerikanen. ‘Generaal Dwight Eisenhouwer liet weten: ons oorlogsdoel is de onvoorwaardelijke nederlaag van Duitsland, daarover wordt niet gemarchandeerd.’
De boodschap was duidelijk: het Nederlandse verzet mocht geen rol spelen bij plannen van Duitse generaals. ‘Onze mensen hebben die boodschap doorgegeven aan generaal Staehle. Een paar maanden later volgde op 20 juli 1944 de mislukte aanslag door Von Stauffenberg, waarna de groep werd opgerold. Wilhelm Staehle werd in april 1945 in Berlijn geëxecuteerd.’
Na een uur is de bijeenkomst afgelopen en vertrekken de meeste aanwezigen naar een volgend huis van verzet. Anderen blijven zitten. Straks zal de taxi voorrijden om Wim van Norden en zijn vrouw Tyl de driehonderd meter terug te brengen naar nummer 111. Tot het zover is, blijft Van Norden nog even napraten. ‘Ging wel goed,’ oordeelde hijzelf over zijn naar nu blijkt laatste publieke optreden.
Wim van Norden wordt vandaag, vrijdag 5 juni, begraven op De Nieuwe Ooster. Gerard Mulder schreef ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van Van Norden de ongeautoriseerde biografie ‘Wim van Norden. Portret van een courantier’ (niet meer in de handel).
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.