De aanval op Geert Wilders, het is een kunst op zich. VN sprak met politici, keek debatten terug en telde nauwkeurig de interrupties. ‘Geert wordt met de week kwetsbaarder.’
Zelf noemen ze het een treintje. Fractievoorzitters in de Tweede Kamer die achter elkaar een politieke tegenstander lastigvallen met interrupties. In het recente debat over de aanslagen in Brussel was het weer goed te zien. Alle media-aandacht ging natuurlijk uit naar de stuntelende minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie, maar het debat begon met een boze tirade van Geert Wilders tegen de moslimgemeenschap die terroristen de hand boven het hoofd zou houden. De gewelddadige jihad vloeit rechtstreeks voort uit de Koran, zei hij, en onder moslims zijn jihadisten ‘helden’.
Wat volgde was een schijnbaar gecoördineerde aanval op de PVV-leider die een aantal vaste elementen bevatte: als eerste stiefelde Alexander Pechtold van D66 naar de microfoon, Emile Roemer van de SP riep vervolgens zoals vaker dat Wilders niet iedereen ‘over één kam’ moest scheren, Jesse Klaver van GroenLinks probeerde het met een handreiking naar zijn opponent, Sybrand Buma van het CDA had een slimmigheid bedacht, Tunahan Kuzu maakte ruzie en Diederik Samsom van de PvdA bleef zitten.
Off-the-record
De aanval op Geert Wilders, het is een kunst op zich. Het strafproces tegen de PVV-leider om zijn minder-minder-uitspraken over Marokkanen komt langzaamaan op gang. De uitslag en het effect zijn echter ongewis. Intussen moet het echte politieke gevecht plaatsvinden in de democratische arena, de plenaire zaal van de Tweede Kamer. Daar denken partijen in elk geval voortdurend na over de beste manier om Wilders te bestrijden. Omdat veel fracties het vaak fundamenteel met hem oneens zijn, maar ook omdat de gewiekste populist in sommige peilingen de laatste tijd rond de veertig zetels schommelt en de verkiezingen zo ver niet meer weg zijn.
Ze denken er dus over na, maar er openlijk over praten doen ze doorgaans slechts besmuikt en off-the-record. Over strategie spreken op het Binnenhof ligt gevoelig, fracties laten zich niet graag in de kaart kijken. Vrij Nederland sprak met betrokkenen bij alle relevante partijen en keek debatten met Wilders terug. Op ons verzoek deed informaticus Maarten Marx van de Universiteit van Amsterdam bovendien cijfermatig onderzoek naar interrupties in de Handelingen van de Tweede Kamer.
Dit is het ultieme schrikbeeld: de nog onwennige GroenLinks-leider Jolande Sap die tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen in 2011 parmantig naar voren stapt met een stekkerdoos in de hand. Om te demonstreren hoe Geert Wilders de stekker uit het door hem gedoogde kabinet-Rutte I kan trekken. ‘Meneer Wilders, zo doet u dat,’ zegt ze met een glimlach. De interruptie ontploft als een granaat in haar eigen gezicht. Met een stalen gezicht repliceert Wilders: ‘Mijn conclusie is dat bij mevrouw Sap de stekker er nooit goed in heeft gezeten.’ Dodelijk. Politiek is het met Jolande Sap nooit meer goed gekomen.
Geert Wilders lijkt ongenaakbaar. ‘Hij kent de wetten van het theater als geen ander,’ zeggen velen op het Binnenhof: ‘Hij is daarin echt een meester.’ Wilders is snel, scherp en hoe paradoxaal het voor sommigen misschien ook klinkt: geregeld geestig. Interrupties deren hem niet. Op vragen geeft hij doorgaans geen antwoord, maar hij gebruikt ze als aanleiding zijn boodschap nog eens uit te zenden: stop de islamisering, de grenzen dicht voor massa-immigratie en regering donder op. Meestal heeft Wilders volkomen de controle. Om gek van te worden voor zijn tegenstanders.

Domme strategie
Slechts heel af en toe lukt het iemand de PVV-leider te ontregelen. In alle gesprekken is er één interruptie die door haast iedereen wordt geroemd. Hij staat op naam van Sybrand Buma. In een vluchtelingendebat in oktober las Wilders voor uit brieven die hem bereikten over misdragingen door asielzoekers. De CDA-leider stond op en vroeg Wilders wat hij eigenlijk zélf deed om dergelijke problemen op te lossen. Buma wees op een recente wijziging van de Crisis- en herstelwet die het mogelijk maakte om makkelijker grotere asielzoekerscentra te vestigen. Daar had de PVV gewoon voorgestemd.
Wilders zat onmiddellijk in de boom. Of Buma ‘in hemelsnaam’ niet iets beters kon verzinnen, fulmineerde hij. ‘Kom niet aan met zo’n wetje en zo’n regel waarvan we er hier per dag ongeveer duizend behandelen.’ Het gaf Buma de gelegenheid te zeggen dat Wilders wel makkelijk spreekt van een ‘nep-parlement’, maar dat hij zelf als Kamerlid belabberd functioneert: ‘Hij staat op straat, maar het werk waarvoor hij betaald wordt door al die mensen, doet hij niet.’
Binnen de CDA-fractie is men uiteraard tevreden: ‘We konden er vervolgens nog een paar keer overheen,’ klinkt het. Anderen maken de analyse dat Buma met een uitstekend voorbereide interruptie Wilders ertoe verleidde uit zijn comfort zone, zijn eigen frame te stappen. Om daarbuiten vervolgens te kunnen worden ‘afgemaakt’ omdat hij niet goed wist waar Buma het precies over had.
Een geslaagde aanval ‘op feiten’. Want met verontwaardiging alleen komen ze er niet, zo beseffen de meeste partijen. Het kán wel effectief zijn, zo verdedigt men in het vrijzinnige kamp, maar alleen als het ‘oprecht’ is. Zoals de woede die kamerbreed opstak toen Wilders voorstelde om een ‘kopvoddentax’ in te voeren. In haar memoires beschrijft toenmalig GroenLinksleider Femke Halsema dat ze het voorstel aanvankelijk wilde negeren. Maar toen ze de tranen in de ogen van haar collega Naima Azough zag, liep ze terug naar de microfoon. Daar beschuldigde ze Wilders ervan een ‘zedenpolitie’ in te willen voeren. ‘Maar telkens dat morele vingertje, dat mag je wel of niet zeggen, daar hebben mensen genoeg van,’ zegt Ronald van Raak, vooraanstaand SP-Kamerlid. ‘Natuurlijk zegt Wilders allerlei dingen die niet door de beugel kunnen. Maar als je bij iedere opmerking verontwaardigd staat te dansen, geef je hem juist veel te veel ruimte. Politici als Pechtold en Femke Halsema, die zich daarmee profileerden, hebben Wilders juist mede in het zadel geholpen – een domme strategie.’ De opmerking van de SP’er lijkt nogal op uitspraken van premier Rutte die het ‘de stijl’ van Wilders noemde ‘om hier regelmatig een stuk rood vlees de Kamer in te smijten. De vraag is of je daar iedere keer met z’n allen op moet duiken’.
Morele verontwaardiging raakt Wilders niet of nauwelijks. U kunt hoog of laag springen, zegt hij dan, ik maak zelf wel uit wat ik zeg. Kwaad wordt Wilders wel als hij op zijn verkeerde vrienden wordt gewezen. Zoals na een demonstratie van de PVV in Den Haag in 2013. Toen riep Alexander Pechtold hem ter verantwoording voor de nazi-symboliek die sommige aanwezigen uitdroegen en voor de extreemrechtse partijen in Europa waarmee hij samenwerkt. ‘Wat een zielig, miezerig en hypocriet mannetje bent u toch,’ brieste Wilders. Schelden wijst op ontregeling, maar het is de vraag hoe erg hem dat deert. Een deel van Wilders’ achterban vindt het juist enig dat de elitaire Pechtold even lekker op zijn nummer wordt gezet. ‘Geweldenaar die wilders!!!! president worden van dit land en die mark kanker rutten weg schoppen,’ luidde zomaar een van de vele juichende reacties op internet.
“Wilders in de hoek zetten en zeggen: ‘jij ben af’ werkt niet”, zegt men binnen GroenLinks.
Eenzame rol
Lange tijd was Alexander Pechtold in de Tweede Kamer dé Anti-Wilders. Dat begon al toen Wilders bij de regeringsverklaring in 2007 stampij maakte over de dubbele nationaliteiten van de PvdA-staatssecretarissen Aboutaleb en Albayrak. Toen streed hij nog samen met Femke Halsema. Sindsdien is Pechtold Wilders altijd weerwoord blijven geven. Zelfs toen de D66-leider zo nu en dan twijfelde over de eenzaamheid van die rol, zeiden zijn adviseurs: ‘Je moet het blijven doen, Alexander, dit is jouw ticket!’
Bij het aantreden van het kabinet-Rutte I in november 2012 stond Pechtold er zelfs helemaal alleen voor. Uit onderzoek van de UvA blijkt dat in het eerste jaar van de huidige parlementaire periode alleen de D66-leider Wilders nog onderbrak, gemiddeld vier keer per spreekbeurt. De overige fractievoorzitters negeerden de PVV-leider volledig. Wilders was uit de onderhandelingen in het Catshuis weggelopen, het kabinet-Rutte I was daarop gevallen en de PVV verloor de verkiezingen. De rol van Wilders leek uitgespeeld. Ook de vele cameraploegen op het Binnenhof lieten hem links liggen. En als Wilders zelf om aandacht vroeg, dan was het antwoord in de Tweede Kamer steevast: als u het allemaal zo goed weet, waarom bent u dan weggelopen?
Dat ‘wegloopargument’ is inmiddels wel uitgewerkt, erkent men ook binnen de toenmalige coalitie van VVD en CDA. Wilders profiteerde electoraal al tijdelijk van de Griekse schuldencrisis, en sinds het aanwakkeren van de vluchtelingenstroom afgelopen zomer heeft de PVV de wind weer helemaal in de zeilen. Met peilingen die soms op meer dan veertig zetels duiden. ‘Wilders is weer de vluchtheuvel van de angst,’ zegt men bij zijn tegenstrevers.
Sindsdien is het absolute aantal interrupties op de bijdragen van de PVV-leider geëxplodeerd (zie grafiek). Nog steeds is Pechtold zeer actief als criticus van Wilders (4,4 interrupties gemiddeld per debat). Maar sinds de vluchtelingencrisis is het speelveld in de Kamer drastisch omgegooid. Ook andere fractieleiders zijn veel actiever geworden in de verbale bestrijding van Geert Wilders. Vooral Jesse Klaver (GroenLinks, gemiddeld 4,9 interrupties), Sybrand Buma (CDA, 4,6 interrupties) en Gert-Jan Segers (ChristenUnie, 2,9 interrupties, waaronder ‘Meneer Wilders, wilt u meer of minder tegenstanders?’) doen dit politieke seizoen kwantitatief aan weerwoord niet meer voor Pechtold onder.

Stevig applaus
De D66-leider is nog wel vaak de machinist in de ‘treintjes’ aan de interruptiemicrofoon. In ongeveer de helft van de gevallen stapt hij als eerste naar voren. Overigens beweert iedereen dat zo’n gezamenlijke aanval onderling niet tevoren wordt afgesproken. Pechtold is snel en kan uitstekend improviseren. Bij de laatste Algemene Politieke Beschouwingen somde Wilders een alfabetische lijst op van tientallen gemeenten met een asielzoekerscentrum. Na ‘Zweelo’ en ‘Zwolle’, liep Pechtold naar voren en zei: ‘En die danken we allemaal …’ Er volgde een stevig applaus in de zaal. Daar was overigens niet iedereen blij mee. VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra – zelf nauwelijks actief bij de bestrijding van Wilders –kun je zelden op een tweet betrappen, maar nu twitterde hij: ‘Wilders die schreeuwt en D66 en GL die applaudisseren en daarmee geen oog hebben voor angst die er is. Zo voedt (sic!) je extrmisme van twee kanten.’ Erg goed had Zijlstra niet opgelet, want ook bij zijn coalitiepartner PvdA gingen de handen op elkaar.
Collega-fractievoorzitters kiezen echter nadrukkelijk voor een andere stijl. ‘De plaat van Pechtold is wel wat blijven hangen,’ klinkt het bij de concurrentie. Jesse Klaver bijvoorbeeld onderscheidt zich heel nadrukkelijk door Wilders niet steeds frontaal aan te vallen, maar hem telkens een handreiking te doen. ‘In de hoek zetten en zeggen “jij bent af”, werkt niet,’ zegt men binnen de partij. Tegenover de opsomming van misdragingen door asielzoekers, zette de leider van GroenLinks een lijstje van hakenkruizen en ‘eigen volk eerst’. Allebei even erg, was de boodschap van Klaver, maar het zijn allemaal incidenten. Op YouTube werd die interruptie 1,5 miljoen keer bekeken. En bij het debat over de aanslagen in Brussel onderbrak Klaver de PVV-leider met: ‘Mijnheer Wilders, u vindt het misschien niet leuk om te horen, maar wij horen bij elkaar. (…) Uw vijand — kijk om u heen, mijnheer Wilders — die zit hier niet.’
Veertig zetels
Leuk hoor die aanvallen van D66 en GroenLinks op de PVV, vinden andere partijen, maar effectief zijn ze niet. Het is vooral ‘preken voor eigen parochie’, zetels van Wilders afpakken lukt ze niet. Uit de peilingen blijkt inderdaad dat GroenLinks sinds het aantreden van Klaver zetels wint, maar Pechtold verliest terrein. Voor deze partijen is dat geen reden om de aanvallen te staken. ‘Als Wilders op veertig zetels staat, vertegenwoordigt hij nog altijd honderdtien zetels niet,’ zegt een insider bij D66. ‘Daar zijn wij graag de spreekbuis van.’
Maar er is meer dan dat. D66 en GroenLinks beseffen dat een gesprek met Wilders zelf vaak zinloos is. Toch zullen ze in het debat in de Kamer over het hoofd van de PVV-leider heen wel diens kiezer moeten bereiken. Die kun je niet negeren. Alexander Pechtold schreef in 2012 onder de titel Henk, Ingrid en Alexander een boekje over zijn gesprekken met PVV-stemmers. Dat deed hij opmerkelijk genoeg samen met publicist Bart Snels, nu adviseur van Jesse Klaver.
Electoraal verkeer van PVV naar D66 en GroenLinks of andersom is er nauwelijks. Met hun relatief grote aanhang onder hoogopgeleiden hebben beide partijen een profiel dat tegenovergesteld is aan dat van de PVV, die juist veel lager opgeleiden trekt. Voor andere, ‘volksere’, partijen ligt dat ingewikkelder. In de ‘oude wijken’ verloor vooral de PvdA de afgelopen decennia veel aanhang aan opkomende populistische bewegingen. Daarom is het opmerkelijk dat fractievoorzitter Diederik Samsom in de Tweede Kamer zo zelden het debat met Wilders opzoekt.
Plenaire duels
De PvdA-fractie verwees voor dit verhaal door naar partijvoorzitter Hans Spekman. Die waarschuwde in februari in NRC nog dat er door politiek en journalisten ‘veel te nuchter’ op Wilders wordt geregeerd. Diens oproepen tot verzet tegen de komst van asielzoekerscentra noemde Spekman ‘gevaarlijk’. Wilders mag geweld zelf dan afzweren, volgens de PvdA-voorzitter brengen de bedreigingen door anderen van lokale bestuurders de ‘democratie en rechtsstaat’ wel ‘in gevaar’.
Maar waarom is politiek leider Samsom bij de betogen van Wilders in de Kamer dan zo stil? ‘Zo’n treintje achter de interruptiemicrofoon zegt mij niet zoveel,’ zegt Spekman. ‘Daar staat iedereen vooral om in het NOS Journaal te komen. Ik kan me goed voorstellen dat Diederik niet opstaat.’ Wel heeft men volgens Spekman binnen de PvdA anderhalf jaar geleden ‘onderling’ afgesproken Wilders van repliek te dienen als hij weer mensen uitsluit. ‘Onze partij is namelijk opgericht om één samenleving te bouwen.’ Maar, zegt Spekman, dat moet vooral ook buiten de Kamer gebeuren. Ook Wilders kiest voor zijn boodschap andere kanalen. Vandaar dat Spekman zelf actief is op Twitter en Facebook om tegenover extreme uitspraken van Wilders te blijven pleiten voor integratie en tolerantie.
Vaker dan Samsom loopt zijn socialistische concurrent Emile Roemer (1,8 interrupties gemiddeld) naar voren. Maar de SP-voorman lijkt in de plenaire arena vooralsnog weinig vat te krijgen op Geert Wilders. Roemer herhaalt heel vaak zinsneden als ‘over één kam scheren’ of ‘bevolkingsgroepen tegen elkaar uitspelen’ zonder dat die aanvallen echt beklijven. Net als Spekman vindt SP’er Ronald van Raak de aandacht voor dit soort plenaire duels overtrokken. ‘Je moet dat juist ook doen (…) als er geen camera’s staan.’ Binnen de partij erkent men wel dat een deel van de kiezers twijfelt tussen PVV en SP. Van Raak dook daarom onlangs nog in het precieze stemgedrag van de PVV om duidelijk te maken wat het verschil is: ‘Je moet niet geloven wat politici zeggen, je moet kijken wanneer ze hun hand opsteken.’ Zo bleek de PVV te stemmen tegen SP-voorstellen om ouderen en chronisch zieken te helpen en tegen voorstellen om de belastingontduiking door multinationals tegen te gaan. ‘Wilders is in veel opzichten dus nog een rasechte VVD’er.’ Dat schrijft Van Raak vervolgens op in een blaadje voor actieve SP-leden die met die munitie de wijken ingaan.
Wilders stemde tegen voorstellen om ouderen te helpen. De SP: “Hij is een rasechte VVD-er dus.”
Overbodige maatregel
In Den Haag wordt de ‘aanval op inhoud’ het meest gewaardeerd. En wie daar steeds bedrevener in wordt, is CDA-leider Sybrand Buma. Een man met een lijzig en wat schril stemgeluid, maar een politicus die anders dan recente voorgangers als Balkenende en Van Geel houdt van het debat. Na zijn geslaagde interventie over grote asielzoekerscentra, attaqueerde hij Geert Wilders twee weken geleden bij het Brusseldebat op zijn mantra ‘grenzen dicht’. Bedoelt u een hek om Nederland, vroeg Buma? Natuurlijk niet, zei Wilders. Dan zégt u wel grenzen dicht, maar bedóélt u scherpe grenscontroles, zei Buma. Daar zijn CDA en VVD ook voor dus ‘doe een voorstel en wij gaan erover praten’. Toen Wilders vervolgens begon over veertigduizend Nederlandse militairen die vierhonderd grensposten moeten gaan bewaken, vroeg Buma hoe het moet met al die dorpen en steden waar de grens met Duitsland dwars doorheen loopt. ‘Militairen in de straat, is dat het beeld?’ En met grenscontroles kunnen we een Marokkaan met een Belgisch paspoort uit Molenbeek niet tegenhouden. ‘Die rijdt door (…). U doet de deur dus helemaal niet dicht.’ Wilders kwam er niet helemaal uit en Pechtold sprong erop om nog even door te sarren.
Partijen als CDA en VVD krijgen geregeld het verwijt dat hun tactiek tegen Wilders eruit bestaat dat ze naar rechts opschuiven. Om hem zo de wind uit de zeilen te nemen. Zelf houden ze bij hoog en bij laag vol dat ze die ‘rechtse dingen’ al veel langer zeggen. Zo mag het CDA graag verwijzen naar de nota ‘Alles van waarde is weerbaar’ uit 2006, die voor de opkomst van Wilders geschreven werd in reactie op de moord op Theo van Gogh.
Het is allebei waar. Het klopt dat veel van de voorstellen van CDA en VVD oudere wortels in de partij hebben, maar beide partijen zijn publicitair wel meer nadruk gaan leggen op de repressieve kant van hun gedachtengoed. Het CDA maakt geregeld een nummer van het strafbaar stellen van de verheerlijking van de jihad. Terwijl haast alle deskundigen het erover eens zijn dat het een overbodige maatregel is. En de VVD mag dan al veel langer pleiten voor sobere opvang voor asielzoekers, de bonkige Halbe Zijlstra doet er in de media wel een flinke schep bovenop als hij fulmineert tegen ooglidcorrecties en borstvergrotingen die asielzoekers zouden krijgen. Helpen tegen Wilders doet het allemaal niet, zegt men bij andere partijen: ‘Meehuilen werkt niet. Kiezers gaan toch voor het A-merk. Ze nemen geen Euroshopper als ze ook Calvé kunnen krijgen.’

Scherpere toon
Volgens Tunahan Kuzu is het zelfs zo dat álle traditionele partijen in het debat over asiel en integratie naar rechts zijn opgeschoven om Wilders de pas af te snijden. Kuzu stapte twee jaar geleden met collega Öztürk uit de PvdA-fractie en richtte de beweging ‘Denk’ op. Juist om de integratiekwestie. En eerlijk is eerlijk, in zeker opzicht is Kuzu in de Tweede Kamer dé ‘Anti-Wilders’ geworden. Met gemiddeld 5,9 interrupties per debat onderbrak de in Turkije geboren parlementariër de leider van de PVV dit politieke seizoen tot dusver het meest. ‘Wij hebben een ideaal,’ zegt Kuzu zelf: ‘Nederland is van ons allemaal. En misschien ben ik vanzelfsprekend de persoon die het voor dat ideaal op moet nemen.’
En dat doet Kuzu veelvuldig. Zijn eerste debat met Wilders (‘best wel spannend’) ging over de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo. Kuzu haalde het pamflet van de Noorse massamoordenaar Anders Breivik tevoorschijn. Die verwees in duizend pagina’s dertig keer naar Geert Wilders. Net zoals jihadisten met de Koran doen, wilde Kuzu maar zeggen. ‘Dat was voor het eerst dat iemand die Wilders’ idealen niet ziet zitten en zelf moslim is, hem aardig wist te pareren,’ aldus Kuzu. ‘Mag ik dat van mezelf zeggen?’
Toch lijkt Wilders niet erg onder de indruk. Sterker nog, vaak negeert hij Kuzu gewoon en gaat door met zijn betoog. Of hij maakt een neerbuigende opmerking. De laatste maanden wordt de toon tussen beide Kamerleden steeds scherper. De fractiegenoot van Kuzu vergeleek Wilders met ‘een gezwel’ dat moet worden weggenomen. Daarom reageerde Wilders in het recente Brussel-debat op Kuzu met de tussenzin ‘met alle respect, voor zover ik dat voor u kan opbrengen’. Hij zei dat een godsdienst als de islam een gezwel noemen nog iets anders is dan dat met een persoon doen. ‘U mag blij zijn dat ik u nog te woord sta.’
Het is de vraag wie wat met dergelijke schermutselingen wint. Maar Kuzu staat nog achter de vergelijking. ‘Het is een metafoor, dat moet je niet persoonlijk maken.’ Wilders is volgens Kuzu een ‘straatvechter’. Een zachte hand helpt niet, dus het moet hard. ‘En dus niet altijd binnen de ongeschreven parlementaire mores.’
Wegloop-argument
Geert Wilders is een stevige noot om te kraken. Maar ondanks de peilingen is de concurrentie beslist niet wanhopig. ‘Vergeet niet dat dit voor hem de meest veilige periode is. Hij kan alles zeggen en haast alles controleren,’ zegt een concurrent op de rechterflank. ‘Vanaf nu wordt dat alleen maar minder. Geert wordt met de week kwetsbaarder. Er komen verkiezingen aan en hij moet een lijst gaan samenstellen. Dat is voor hem een nachtmerrie omdat hij dan de controle verliest.’ Een collega op rechts voegt daaraan toe dat andere partijen op het volstrekte gebrek aan bestuurlijke ervaring van de PVV zullen gaan hameren: ‘En dan komt ook dat wegloop-argument weer terug. Wilders zegt dat hij de volgende premier wordt. Maar dan zeggen wij natuurlijk: toen jij de vorige keer bij de macht zat, deed je er niets mee en liep je weg.’
Vrijwel alle gesprekspartners achten het uitgesloten dat de PVV na de verkiezingen zal kunnen gaan regeren. Zelfs na een hypothetische monsterzege moet Wilders coalitiepartners vinden. Maar partijen ter linkerzijde zullen weigeren, het CDA zou ‘doormidden splijten’ als ze het waagstuk van 2010 zou gaan herhalen en de VVD wil alleen nog maar regeren met een meerderheid in de Eerste Kamer. Dat komt neer op een coalitie van vier partijen. En die combinatie is niet te vinden met de PVV. Dus ook díé boodschap gaat in een komende campagne klinken: een stem op Geert Wilders zal een verloren stem blijken te zijn.
Voorzitter!
Maarten Marx van het Instituut voor Informatica van de UvA telde de interrupties op Geert Wilders in de Tweede Kamer met een zelf ontwikkeld programma op basis van textmining in de Handelingen. Er is alleen gebruik gemaakt van debatten waarbij Wilders door een of meer andere fractievoorzitters werd onderbroken – soms met een heel betoog, soms alleen met de uitroep ‘voorzitter!’

Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.