Het is natuurlijk niet helemaal eerlijk, ons male privilage, dus compenseren ons suf. Weg met roze stofzuigertjes! Go, Suffragette! Hup, Chrissie Hynde! Wacht, Chrissie? Wát zeg je? Waar kunnen wij ietwat verwarde mannen ons nog aan vastklampen?

Laten we er bij voorbaat van uitgaan dat we met dit stukje hoe dan ook verkeerd zitten. Dat we verblind zijn door ons male privilege. Iets waar we overigens niet zoveel aan kunnen doen. We kregen het gratis bij onze geboorte, samen met ons white privilege. En dan hebben we het nog niet eens over die van God gegeven looks van ons.

Geluksvogels zijn we, maar dat wil niet zeggen dat we ongevoelig zijn voor het lot van diegenen die wat minder fanatiek met hun ellebogen werkten toen de privileges werden uitgedeeld. Neem onze zusters, en hun vrouwmoedige gevecht voor gelijke rechten: wij zijn vóór! Probleem is alleen dat we niet meer zo goed weten wáár we voor zijn, welke seksistische uitwas we ten strengste dienen af te keuren en welke feministische actie we moeten omarmen.

Twee jaar geleden, toen roze-stofzuigertjes-gate ons land in de greep hield, wisten we het meteen: dat onze kindjes anno 2013 nog in zo’n rolpatroon werden geperst, het was een regelrechte schande. Sindsdien boycotten wij de Bart Smit (en voor de zekerheid ook maar meteen Jan en Susan Smit), en schenken wij onze dochters en nichtjes uitsluitend nog stofzuigertjes in stoere camouflagekleuren.

En natuurlijk, bij de recent verschenen film Suffragette, over de Britse strijd voor vrouwenkiesrecht, zitten we vooraan, met een gebalde vuist in de lucht. Zoals we ook met bewondering kijken naar het altijd voorbeeldige Zweden, waar nu alle zestienjarigen het boek We Should All Be Feminists cadeau krijgen.

Maar soms is het lastig om elke feministische veenbrand op waarde te schatten. Als Bert Wagendorp in de Volkskrant een lofzang afsteekt over terrorisme-deskundige Beatrice de Graaf, en daarbij een grapje maakt over de ondergesneeuwde positie van ‘meneer de Graaf’, gaat ook bij ons het seksisme-alarm af. Want inderdaad: zoiets lees je nou nooit over de vrouw van Benno Baksteen. Tegelijkertijd zouden we er niet zo snel over durven beginnen tegen vrouwen in, bijvoorbeeld, Saoedi-Arabië, die al dolblij zijn dat ze sinds vorige week een eigen identiteitskaart kunnen krijgen. ‘Nee, bij ons hebben vrouwen het ook niet makkelijk. Of hebben jullie die column van Wagendorp soms niet gelezen?’

Minstens zo ingewikkeld is wat er dezer dagen zoal geldt als feministisch statement. De Pirelli-kalender, waar dit jaar geen sexy, naakte vrouwen op staan, maar sterke, geklede dames, die in de beleving van de gemiddelde automonteur niet heel hoog zullen scoren op de lekker-wijfindex, is er een.

Maar er zijn ook serieuze betogen waarin reality-ster Kim Kardashian, wereldberoemd vanwege omvangrijk achterwerk, als feministisch boegbeeld wordt geroemd omdat ze een fortuin wist te vergaren met een uitgelekte sekstape.

En wat moeten we bakken van de ‘feministische’ korte film Awakenings van lingerie-ontwerpster Marlies Dekkers, waarin Eva vanwege haar ongehoorzaamheid wordt opgevoerd als oer-feministe. Een redenatie waarachter je overigens enig eigenbelang kunt vermoeden. Want als Eva die appel niet had geplukt, liepen we nu nog allemaal naakt door het paradijs, en had Dekkers niemand om die ontzettend empowering bh’s aan te slijten.

Neemt u het ons vooral niet kwalijk, maar het duizelt ons zozeer, dat wij ons heel eventjes terugtrekken uit het feministisch debat.

Net toen we de Hedy d’Ancona-hotline wilden bellen voor een broodnodig stukje duiding, banjerde ook nog onze oude jeugdheldin Chrissie Hynde de discussie binnen. Deze sterke vrouw pur sang werd alom beschimpt omdat ze zichzelf in haar biografie de schuld geeft van een groepsverkrachting, nadat ze op haar twintigste stoned en half ontkleed een clubhuis van een beruchte motorbende binnen ging. Op haar beurt maakt Hynde moderne feministen die in minirokje de straat opgaan en vervolgens klagen over ongewenste intimiteiten uit voor ‘verwende kleuters’.

Tjemig, die Chrissie… Staat het feministisch discours al bol van de als hoofdzaak vermomde bijzaken, gaat zij ook nog eens morrelen aan de enige wet waar wij ons als ietwat verwarde mannen aan konden vastklampen: namelijk dat ‘nee’ altijd ‘nee’ is.
Dus neemt u het ons vooral niet kwalijk, maar het duizelt ons zozeer, dat wij ons heel eventjes terugtrekken uit het feministisch debat. Waar heb je anders zo’n privilege voor, als male zijnde?