Het idee
‘Is dit nou alles? Ga ik dit de rest van mijn leven doen?’ Ilja Klink had nog maar drie jaar lesgegeven toen ze de grenzen van het leraarschap al in zicht kreeg. ‘Ik had me er helemaal op gestort, ik hield van mijn leerlingen op het Amsterdamse Barlaeus gymnasium, ik had er ook veel geleerd. Ik had een eerste eigen lesprogramma ontwikkeld, het Europees Jeugdparlement opgezet, was mentor geweest en leerjaarcoördinator. Maar nu viel er voor mijn gevoel niets nieuws meer op te zetten en ik dacht: ik ben docent Engels, dus ik kan niets anders, dit is het dan. Ik redeneerde vanuit dat ouderwetse paradigma en wist toen nog niet dat het ook anders kon. Ik ging me vervelend gedragen en ik kon niet meer de leukste en de best mogelijke docent zijn voor mijn leerlingen.’
Ze vroeg haar rector om advies. Hoe zou ze zich verder kunnen ontwikkelen? ‘Hij stelde voor dat ik toetsen zou kunnen gaan maken voor het Cito. En ik schrok, ik was dertig en dacht: shit, moet ik dit nog zesendertig jaar volhouden?’
Wat haar overkwam, te snel afknappen op wat toch het mooiste beroep van de wereld zou moeten zijn, daarvoor wil Ilja Klink als directeur van het nieuwe opleidingsinstituut de Nederlandse School (dNS) haar collega’s behoeden. Ze kreeg het voorstel om de nieuwe opleiding te gaan leiden, samen met dean Harry Starren, voormalig directeur van opleidingscentrum De Baak. Vanaf begin van dit jaar is ze bezig met het voorbereiden van het eerste cursusjaar, dat in september van start gaat. De school wordt op vrijdag 19 juni feestelijk geopend: een deeltijdopleiding voor ervaren docenten, die in de leer gaan bij elkaar, maar ook bij denkers en leiders buiten het onderwijs. Ze voltooien hun opleiding met een meesterproef: het ontwikkelen en op hun eigen school invoeren van een vernieuwend lesprogramma.
een aardig mondje Khmer
Zelf zag Klink destijds geen andere mogelijkheid dan om ontslag te nemen, tot verbijstering van haar collega’s. ‘Het was een moeilijke beslissing om afscheid te nemen van die fantastisch leuke school, maar ik stelde mezelf gerust: de meeste leerlingen waren een stuk slimmer dan ik, die zouden zich ook echt wel redden zonder mij.’
Ze besloot om haar kennis daar in te zetten waar ze echt nog iets kon betekenen en vertrok naar Cambodja om er twee jaar lang als vrijwilliger te werken voor Voluntary Service Overseas. Ze leerde er een aardig mondje Khmer – ‘geen moeilijke taal, maar er zit inmiddels wel sleet op want je kunt er hier vrij weinig mee’ – en hielp schoolleiders en docenten om het onderwijs te verbeteren in de provincie Koh Kong. Ze woonde in het gelijknamige en ‘fenomenaal prachtige’ plaatsje bij de Thaise grens. ‘Het is daar nu beter ontsloten, maar destijds was het er wild west met veel criminaliteit en armoede. De weinige westerlingen die er woonden, hielden zich vooral met duistere handeltjes bezig en hadden een slechte naam. In mijn straat leefden de meeste mensen van 1,25 per dag. Dus ik dacht: als zij dat kunnen, ga ik dat ook maar proberen.’ Op sommige scholen liepen de ratten door het klaslokaal en boeken ontbraken vaak. Het leek een hopeloze zaak om onder die omstandigheden werkelijk iets te verbeteren aan het onderwijs in Koh Kong. Maar Klink leerde dat echte veranderingen traag tot stand komen en dat haar inspanningen uiteindelijk wel degelijk resultaat hadden.
dansen op rapmuziek
Nog geen jaar terug in Nederland hoorde ze dat er iemand werd gezocht om een nieuw lyceum op te zetten in Amsterdam-Noord. ‘Ook dat leek een mission impossible, die locatie was toen echt nog niet hip en happening. Ze hadden een gek nodig die dat wilde gaan doen en ik was de juiste gek op het juiste moment.’ Zonder enige ervaring als schoolleider werd ze aangenomen en samen met het door haarzelf aangestelde team maakte ze een succes van het Hyperion Lyceum. ‘Het was lastig in het begin: de meeste schoolleiders zijn mannen van een zekere leeftijd, ik was een jonge vrouw. En niemand had ooit van het Hyperion gehoord. We hebben het eerste jaar geïnvesteerd in nadenken over onderwijs: meer op projectbasis, vakken combineren, langere lesuren om rust in de school te creëeren.’ Klink en haar mensen stampten in korte tijd een opleiding uit de grond waarbinnen gymnasium werd gecombineerd met een nieuw schooltype, dat ter plekke werd bedacht: ‘atheneum-plus’. ‘Daarvoor ontwikkelden we drie nieuwe vakken: grote denkers, logica & argumentatieleer en lifestyle informatics. En recent is er met drama en rede nog een nieuw vak bijgekomen.’
Dankzij het VPRO-programma Tegenlicht kon de buitenwereld meekijken hoe leerlingen in de klas ‘grote denkers’ van leraar Simon Verwer inzicht kregen in het denken van Aristoteles door het langdurig observeren van een mandarijn. Bij Frans werden de voorzetsels er ingehamerd door dansen op rapmuziek. Duits daarentegen was helemaal afgeschaft – het Hyperion geeft voorrang aan wereldtaal Spaans, en te veel vakken zou de rust op school niet ten goede komen. Klink, die als rector was blijven lesgeven, las met haar leerlingen Americanah van Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie. ‘De klas klaagde eerst dat ik het ze veel te moeilijk had gemaakt. Maar we hadden het net over het principe van white privilege dat in dat boek benoemd wordt toen de rellen in Ferguson losbarstten. Toen begrepen ze waar het echt over ging.’
een nieuwe leerschool
De andere manier van lesgeven sloeg aan: het Hyperion, mede opgericht vanwege de stijgende populariteit van de Amsterdamse gymnasia waardoor steeds meer leerlingen werden uitgeloot, krijgt nu zelf meer aanmeldingen dan er plaatsen zijn. ‘De eerste keer was dat was vreemd en pijnlijk, maar het was ook een bewijs van ons succes.’
In 2017 gaat de school, nu nog tijdelijk gevestigd achter het Shell Grootlab, verhuizen naar een gloednieuw schoolgebouw in Amsterdam-Noord.
Nog voor de eerste paal voor de nieuwe school de grond in gaat en trouwens ook nog voordat de eerste leerlingen van het Hyperion eindexamen hebben gedaan, was het voor de ongedurige Klink alweer tijd om verder te kijken. ‘Veel taken had ik uit handen gegeven aan de docenten, ik had mezelf overbodig gemaakt. Als het aan mij had gelegen, had ik geen opvolger gekregen: het docententeam kon de school prima zelf leiden.’
Ze kreeg bovendien een aanbod dat ze niet kon weigeren. Hans van der Wind en Map Nihom, oprichters van de Nederlandse School (dNS), vroegen haar om de eerste directeur te worden van de nieuwe, ambitieuze lerarenopleiding. ‘Het was een geweldig voorstel en ook heel vleiend,’ zegt Klink. ‘De initiatiefnemers van dNS wilden niet iemand van de gevestigde orde aan het hoofd, juist niet. Je bent jong maar je hebt jezelf bewezen met het van de grond af opzetten van Hyperion, zeiden ze. Wil je dat voor ons ook doen?’
Vijf jaar geleden hadden de twee mannen – de één CEO van Van Dijk Educatie en de ander een boardroom consultant uit een onderwijsfamilie – de koppen voor het eerst bij elkaar gestoken. De huidige lerarenopleidingen schoten in hun ogen tekort en ze bedachten een nieuwe leerschool voor meester-docenten, met als leidraad drie domeinen: onderzoeken, ondernemen en ontwerpen. De Nederlandse School mocht een prototype testen op het Hyperion. ‘Het beviel leerlingen en leraren goed: projectmatig onderwijs, denken als een gamedesigner, werken met levels.’
Bussemaker-bashen
Ze is zelf een typisch geval van iemand die opklom dankzij het universitair onderwijs. Maar van Ilja Klink geen kwaad woord over de omstreden uitspraak van minister Jet Bussemaker in de Volkskrant dat niet iedereen altijd maar hogerop moet willen komen. Dat citaat moet je volgens Klink in een bredere context zien. ‘Dat Bussemaker-bashen is me een beetje te gemakkelijk. Het is duidelijk wat ze bedoelde te zeggen, namelijk dat er niets mis is met het mbo en het hbo, en daar heeft ze groot gelijk in.’
Klink ging na het vwo als eerste van haar familie naar de universiteit om Engels te studeren, met als doel vooral om veel boeken te kunnen lezen en erover te schrijven. ‘Mijn grote voorbeeld was Vrij Nederland. In de klas mochten we kiezen welk blad we wilden lezen, we kregen dan steeds het tijdschrift van vorige week. Een soort leesmapsysteem, en ik koos voor VN.’
Thuis was er geen krant, dat was te duur. Haar ouders waren gescheiden en ze werd opgevoed door haar moeder, die een tijd in de bijstand zat. ‘Mijn moeder was wel slim en als ze in deze tijd naar school was gegaan, had ze allerlei extra ondersteuning gekregen vanwege haar dyscalculie en andere leerproblemen, maar in haar tijd gold ze gewoon als dom. Ze is juist een heel verstandige vrouw, al heeft ze een totaal ander pad bewandeld dan ik. Ze is in de parfumeriezaak van mijn oma gaan werken en ze heeft daarna carrière gemaakt in de cosmetica-industrie. Ik ben heel erg trots op haar. Ze is net met pensioen gegaan – nu moet ik voor het eerst van mijn leven zelf mijn mascara kopen.’
het klassieke gildesysteem
We zitten in het Freedomlab, een Amsterdams onderzoekscentrum voor creatieve ontwikkeling: Campus, College, Consulting, Concepts & Coffee. Maar we zijn niet, zoals afgesproken, in de Warroom, waar ik zou aanschuiven bij een rondetafelgesprek met early adopters voor een laatste kritische bespreking van het programma. De uitnodiging kwam van Vera Bachrach, producer van de Nederlandse School en in het verleden behalve een mentorleerling van Ilja Klink ook een van de bedenkers van de fameuze Tostifabriek. Maar hoe communicatief en dynamisch en open naar de buitenwereld de moderne leraar zich ook moet opstellen, op het allerlaatste moment bleek er bij de deelnemers toch geen behoefte aan een pottenkijker bij die expert meeting.
Het is ook spannend, met nog maar ruim een week te gaan voordat in het Amsterdamse EYE, vlak om de hoek bij het Hyperion Gymnasium, de Nederlandse School officieel haar virtuele deuren zal openen. ‘We zetten niet weer een schoolgebouw neer, de lessen vinden overal plaats waar kennis te halen valt. Dat kan ook in de keuken van een topkok zijn, in het atelier van een kunstenaar of op het voormalige marineterrein in Amsterdam, bij StartupDelta.’
Bij alle grote plannen is de start van de Nederlandse School tamelijk bescheiden: om te beginnen zullen 45 docenten van 15 partnerscholen door het hele land in anderhalf jaar tijd worden opgeleid tot meester-docent. De terminologie van de opleiding verwijst volgens Klink bewust naar het klassieke gildesysteem. ‘We kijken naar het leraarschap als een ambacht. En we zien voor onze opleiding erg veel in een het idee van de meester en zijn gezel.’
Het beleid en de ontwikkeling van onderwijs kun je het beste in handen leggen van de leraren, dat is het uitgangspunt, en dus moeten leraren minder in zichzelf gekeerd worden en de snel veranderende buitenwereld de school binnen sleuren. Directeur Klink: ‘Leraren moeten creatiever en ondernemender worden, we hebben als vakgenoten veel te lang stilgestaan.’
De ambities zijn niet gering: in 2025 moet ons onderwijs weer bij de top van de best presterende onderwijslanden horen, voor minder doet de Nederlandse School het niet. Het zijn grote woorden, maar het gaat hier dan ook niet om een gewone opleiding, je moet ons eerder zien als een beweging, zegt Klink. Om dat later iets te nuanceren: ‘Dat klinkt misschien een tikje te pretentieus. Wat ik bedoel is dat we déél uitmaken van een brede beweging die een alternatief zoekt voor de top-down-benadering in het onderwijs. En als het lukt, zullen we over tien jaar duizenden docenten in staat hebben gesteld om hun scholen naar een hoger niveau te tillen. We willen samen met docenten, scholen, wetenschappers en creatieve industrie werken aan het leren van de toekomst.’
stille revolutie
Ze hebben er geen Maagdenhuisbezetting voor nodig – al riep de Rotterdamse schoolleider Eric van ’t Zelfde onlangs nog wel op tot een lerarenstaking tegen de onderbetaling van docenten – maar er is wel een stille revolutie aan de gang in het voortgezet onderwijs. Jonge leraren zien dat het Nederlandse onderwijssysteem absoluut moet veranderen om te voorkomen dat in de toekomst opgebrande leraren leerlingen in megascholen opleiden voor achterhaalde studies en verdwijnende beroepen. Ze leggen zich niet neer bij de regeltjes van de onderwijsbureaucratie, de ophokplicht en de inspectiebezoeken. Ze zien meer in individuele benadering van leerlingen en peer review van docenten, en willen het systeem naar hun hand zetten en omdraaien. Flipping the classroom is begonnen als een andere manier van lesgeven – eerst verdiepen leerlingen zich ter voorbereiding op de les door middel van filmpjes en boeken in een onderwerp, daarna biedt de leraar verdieping van de stof in de klas. Maar het staat inmiddels ook voor het overnemen van het onderwijs door degenen die er het meeste verstand van hebben: de leraren, samen met de leerlingen.
Aan welke kennis en vooral welke manier van kennisverwerving is er eigenlijk behoefte? Kan klassikaal lesgeven in een reeks afgebakende vakken leerlingen nog wel voorbereiden op het leven na het eindexamen?
‘de bende van negen’
De beweging voor onderwijshervorming is op veel plaatsen tegelijk ontstaan, maar er is een kleine, rumoerige voorhoede, onder wie geschiedenisleraar Jelmer Evers en wiskundeleraar René Kneyber. Zij stelden twee jaar geleden Het Alternatief samen, een bundel essays over onderwijs die ging gelden als een manifest tegen de afrekencultuur in het onderwijs – de term rendementsdenken was toen nog niet bedacht. Een Engelstalige, internationale versie van hun invloedrijke boek verschijnt begin juli bij de Amerikaanse uitgeverij Routledge. Ilja Klink en de Nederlandse School maken ook deel uit van die voorhoede – en hoe klein en onderling verweven die club eigenlijk is, blijkt uit haar antwoord op de vraag of ze regelmatig met Jelmer Evers overlegt over hun verwante onderwijsideeën. ‘Regelmatig… dat kun je wel zeggen, we hebben net samen een huis gekocht en gaan samenwonen.’
Klink en Evers maakten vorig jaar ook allebei deel uit van een groep vernieuwende leraren die ‘de bende van negen’ werd gedoopt en die de nota ‘samen leren’ opstelden in samenspraak met de onderwijswoordvoerders van PvdA en VVD. Daarmee leken ze aan politieke invloed te winnen, al kregen ze ook wel het verwijt dat ze zich hadden laten inpakken door de regeringspartijen. ‘Die zogenaamde bende komt nog steeds af en toe bij elkaar,’ zegt Klink. ‘Vorige week nog, we bespraken de innovatiepot van 5 miljoen voor ideeën van docenten die we hebben weten te veroveren.’ Wel zijn er inmiddels twee leden om goede redenen afgevallen. René Kneyber, docent wiskunde op een vmbo Kader Beroeps aan het Oosterlicht College in Nieuwegein, heeft het naast zijn baan inmiddels druk met de Onderwijsraad, het adviescollege waartoe hij vorig jaar is toegetreden, als eerste leraar ooit – zijn sollicitatiebrief is na te lezen op zijn twitteraccount. En de Rotterdamse schoolleider Eric van ’t Zelfde is helemaal in beslag genomen door zijn Hugo de Grootschool, de ooit als ‘zwak’ aangemerkte school die recent drie ton kreeg toegezegd van het enthousiaste softwarebedrijf Afas. ‘Het is voor het eerst dat ik hoor van zo’n extreem geval van schoolsponsoring in Nederland,’ zegt Ilja Klink. ‘Je kunt je twijfels hebben bij die ontwikkeling, maar Van ’t Zelfde kan er ongetwijfeld erg veel goed mee doen. Leraren als Kneyber en Van ’t Zelfde zijn als ondernemende docenten rolmodellen voor ons als opleidingsinstituut.’
De wereld buiten de school
Het afgelopen halfjaar trok Ilja Klink door het land als onvermoeibare ambassadeur van de Nederlandse School. ‘Ik was op zoek naar partnerscholen en ik werd erg vrolijk van die zoektocht. Ik kwam in allerlei uithoeken van het land waar mensen fantastisch werk doen maar zich vaak geïsoleerd voelen binnen hun eigen school. Zij zijn blij met onze opleiding omdat ze bij ons samen met collega’s kunnen experimenteren, in de leer kunnen gaan bij specialisten en hun persoonlijkheid en presentatie kunnen ontwikkelen. Want voor de klas staan is uiteindelijk ook theater.’
Tijdens haar tour zag Klink hoeveel ruimte er toch nog is binnen de strakke regels en roosters waaraan scholen gebonden zijn. Rob Houben, wiskundeleraar op een vmbo-school, is een van degenen zich aanmeldden voor de Nederlandse School. Hij sloopte letterlijk de muren weg tussen gangen en klaslokalen in het verouderde jaren-vijftiggebouw van de Da Caposchool in Sittard. Soms is zijn onderwijs individueel, dan weer geven hij en vier collega’s samen les aan een klas van honderd kinderen, zodat alle kinderen op hun zwakke punten kunnen worden bijgespijkerd en op hun sterke punten gestimuleerd en vrijgelaten. Of zodat ze met zijn allen op pad kunnen gaan om naar kunst te kijken. Van vmbo-leerlingen wordt gezegd: daar kunnen we niet mee naar een museum, maar daar weigert Houben zich bij neer te leggen. Ze verdienen, vindt hij, net zoveel moois als alle andere kinderen. Anderen, zoals Paddy Harbers van het Rietveld College in Doetinchem, halen via hun netwerk tientallen specialisten de klas binnen om de leerlingen en hun docenten in contact te brengen met de wereld buiten de school.
weer waardering
Juist aan ervaren en ondernemende leerkrachten als Houben en Harbers is behoefte op de Nederlandse School, die co-creatie hoog in het vaandel heeft staan, zegt Ilja Klink. ‘Er zijn al veel geïsoleerde initiatieven binnen en buiten het onderwijs die wij in onze nieuwe opleiding willen bundelen. Neelie Kroes en haar StartupDelta hebben net een geweldig gezelschap IT-specialisten bereid gevonden om naar scholen toe te komen voor gastlessen. Als ik zoiets hoor, stuur ik meteen een berichtje naar scholen die ik ken: hebben jullie dit al gezien? Doen! Als ik nog rector van het Hyperion was geweest, had ik onmiddellijk de telefoon gepakt en Neelie Kroes gebeld. Want dat moet veel meer bij onderwijs gaan horen: weten waar je moet zijn om expertise vandaan te halen.’
En als het is gelukt om als klein sleepbootje de logge tanker van het Nederlandse onderwijs bij te sturen, is het dan niet het moment om zelf ook weer voor de klas te gaan staan?
Ilja Klink moet er even over nadenken. En nog even. ‘Dat ik mij na drie jaar lesgeven afvroeg wat er nog meer te koop was, zegt vooral iets over mijzelf, niet over mijn collega’s,’ zegt ze dan. ‘Maar als je als leraar meer contact hebt met de wereld buiten school, zullen zij-instromers vaker kiezen voor het onderwijs. Er zal weer waardering komen voor het leraarschap als het mooiste beroep. En dan is het wat mij betreft practice what you preach: al is het in deeltijd, ik zal zeker terugkeren voor de klas.’
Ilja Klink | over vernieuwend onderwijs
Ilja Klink | over vernieuwend onderwijs
Ilja Klink | over vernieuwend onderwijs
‘
‘
‘
‘
‘
‘
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.