De bever was bijna verdwenen uit Europa. Zijn pels was populair en hij was kennelijk best te eten. Maar hij werd ook gemist. Met bevergeknaag aan bomen om dammen mee te bouwen verlegde hij waterstromen waardoor natuurgebieden diverser bleven, water werd vastgehouden en ecosystemen werden onderhouden. Na 150 jaar afwezigheid, werden bevers in 1988 opnieuw geïntroduceerd in Nederland.

Terwijl bevers nu weer lekker doen wat bevers doen, heeft de samenleving er profijt van. Tenminste, zolang de populatie niet te groot wordt. En dat is nu in Nederland al het geval. Met hun geknaag en gegraaf ondergraven ze sporen en wegen en verzwakken waterweringen. Zo moest gaas en hekwerk bij een woonzorgcentrum in Boxmeer voorkomen dat een brug het zou begeven. Een fietser zakte daar eerder door een wandelpad waar een beverburcht onder lag.

VRIJ NEDERLAND VERNIEUWT

Er gaat veel veranderen bij Vrij Nederland. Zo gaan we de redactie uitbreiden, de website en het blad opnieuw vormgeven en ons meer richten op onze oorspronkelijke missie. Benieuwd? Lees hier meer!

Wie wil weten hoe een uit de hand gelopen beverpopulatie eruit ziet, hoeft maar naar Argentinië te kijken. In 1946 zagen Argentijnse militairen dat er goed geld te verdienen was aan de beverbonthandel. Ze herplaatsten tien beverparen naar Tierra del Fuego, in Patagonië, de pelshandel zou nieuwe bewoners naar het gebied trekken, zo was het idee. De bevers deden wat er van ze verwacht werd, maar de jagers bleven weg. Andere natuurlijke vijanden waren er te weinig om de uitdijende populatie in toom te houden. In de decennia die volgden transformeerden de bevers het landschap naar veel te droog óf veel te nat; terwijl ze ook hier gewoon hun ding deden, hielpen ze hun eigen leefgebied naar de haaien.

Net mensen

Onze voorouders hebben onze natuurlijke vijanden vrij effectief onschadelijk gemaakt. Niet door als soort sterker zijn. Nee, ons succes en wat ons onderscheidt van de andere soorten is dat wij goed kunnen samenwerken. Onze soort is in staat om sociaal gedrag te belonen en asociaal gedrag af te straffen. Onze verre voorouders vonden manieren om pesten en andere vormen van ontwrichtend, zelfzuchtig gedrag binnen kleine groepen te onderdrukken. Door ons uitzonderlijke vermogen om samen te werken, gemeenschappen te vormen, ons in groepen aan te passen aan elke situatie en kennis door te geven, hebben we deze aardkloot zeer effectief gekoloniseerd.

Maar in een samenleving die niet langer leunt op jagen en verzamelen, maar op een economie die moet draaien, verliest het collectief. ‘Het is niet door de goedheid van de slager, de bakker of de brouwer dat we ons avondeten kunnen kopen. Het is hun eigenbelang’, schreef de econoom Adam Smith al in 1776 in zijn beroemde boek Wealth of Nations.

Inmiddels is dat de basis van onze samenleving: we zijn verantwoordelijk voor ons eigen succes en onze eigen pech, en eigenbelang leidt tot welvaart voor eenieder, zo is de dominante gedachte. De efficiëntie van de markt staat centraal als geluksmachine, geld uitgeven en verdienen vergroot de welvaart. Vanuit dit idee is het logisch dat deregulering en marktwerking nog steeds de boventoon voeren. Immers, alles wat het individuele vrije handelen belemmert, gaat in deze redenering ten koste van de welvaart. Neoliberale wereldbeelden leiden tot een samenleving waarin degenen met de meeste economische macht winnen. Op individueel niveau (als je denkt tot die groep te kunnen behoren of behoort) is dit een fantastisch idee.

De winnaars van dit systeem worden geprezen om hun vernuft. Miljardairs als Elon Musk of Mark Zuckerberg worden welhaast verafgood. Het doet er niet toe dat dit succes gestoeld is op geluk, collectieve of publieke kennis of tot stand komt doordat velen vanaf het begin met deze ondernemers meewerken. Wie het eigendom heeft, is de winnaar.

Individuele oplossingen voor collectieve problemen

Vanuit een ecologisch perspectief zijn wij weinig anders dan die Argentijnse bevers, maar dan op wereldschaal. Immers, die bevers hadden een fantastische tijd: geen natuurlijke vijanden, en wat zal het hen interesseren dat het ecosysteem waarin ze rondzwemmen overhoop ligt. Zolang er nog genoeg te eten en te knagen is, is er toch geen probleem? En dat is exact zoals wij ons gedragen, maar wel tegen beter weten in; er zijn slechts weinigen die klimaatproblemen of biodiversiteitsverlies nog ontkennen.

Geheel in lijn met ons wereldbeeld geloven we heilig in individuele oplossingen voor die duurzaamheidsproblemen. Als we nu minder energie gaan gebruiken, of efficiënter omgaan met grondstoffen, komt het allemaal goed. Maar we vergeten het systeem en het collectief. Het effect is juist dat we, ondanks dat we efficiënter zijn, meer grondstoffen en energie gaan gebruiken. Dit fenomeen staat bekend als de Jevons paradox, genoemd naar de negentiende-eeuwse wetenschapper die dit fenomeen voor het eerst beschreef. Auto’s rijden steeds efficiënter, maar in plaats van de motor kleiner te maken, werd de auto groter. Doordat elektrisch fietsen goedkoper wordt, gaan we juist meer energie gebruiken. Inmiddels hoeft een op de twee Nederlanders nauwelijks nog te trappen op de fiets.

In alle rollen die we hebben – consument, familie, opvoeder, werknemer, kiezer, vriend – kunnen we kiezen wat we doen

In alles wat we doen met betrekking tot het efficiënter maken van energie-en grondstoffengebruik zien we dit terug. De hele energietransitie is daardoor eigenlijk nog niet begonnen. Op mondiale schaal is hernieuwbare energie bovenal een toevoeging aan het energie-aanbod in plaats van een vervanging: additie in plaats van transitie. Innovatie, alleen vanuit het individuele perspectief, zorgt voor een economie die niet duurzamer wordt.

Streven naar eigenbelang

We streven nog steeds ons eigen belang na, zonder echte aandacht voor het collectief. Hoewel eigenbelang innovatie en welvaart stimuleert, toont de realiteit aan dat louter zelfzucht kannibaliseert op het collectief.

De econoom Dennis Snower en bioloog David Sloan Wilson stelden onlangs dat we het hele economische fundament moeten veranderen. We moeten af van alleen denken vanuit het individu. Mensen zijn sociale wezens, transacties zijn niet anoniem maar ingebed in sociale relaties en gevormd door sociale normen en waarden. We hebben te maken met verschillende niveaus in een economie, waar verschillend optimaal gedrag geldt dat ook nog verschilt per soort. Van bijenvolken en mierenkolonies die in extreme afhankelijkheid van elkaar functioneren tot solitaire soorten zoals otters, panda’s en zeeschilpadden.

Op het laagste niveau, het niveau van waaruit de economische wetenschap alles abstraheert, is het nastreven van eigenbelang nog altijd de meest logische strategie. Maar om verder te komen als collectief moet er wat worden opgeofferd: sociaal gedrag omdat men het collectief belang ziet, of sancties die door het collectief worden opgelegd om het individu te disciplineren, dat is wat daarvoor nodig is. Hoe sterker de groepscode, hoe sterker het collectief. Natuurlijk snappen wij dat als mensen ook wel: daarom hebben we wetten en regels. Maar in ons gedrag ontbreekt er wat.

vrouw eet appels
Illustratie: Rosa Snijders
Begrenzing

De vraag die we onszelf daarom altijd moeten stellen is niet alleen of we individueel het juiste doen, maar of we collectief bijdragen aan het welzijn van gemeenschappen en de planeet. Dit blijkt een moeilijke vraag. Veel van die ‘goeddoenerij’ begint en eindigt bij het individu. Neem de morele ambitie uit het laatste boek van Rutger Bregman; met de beste bedoelingen, maar wel vanuit een individueel perspectief wordt de lezer uitgedaagd om onder andere een nuttige baan te gaan zoeken. Natuurlijk is dat goed, maar niet goed genoeg. Sommigen hebben die keus niet omdat ze simpelweg een baan moeten hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. Daarnaast zijn er zo veel meer manieren waarop je kan bijdragen aan het collectief.

Het draait niet om wat we als individu goed of fout doen, maar om samen goed te handelen

In alle rollen die we hebben – consument, familie, opvoeder, werknemer, kiezer, vriend – kunnen we kiezen wat we doen. We kunnen ons stemgedrag afstemmen op het collectieve belang. Beter nadenken over de consequenties van wat we kopen. We kunnen anderen helpen, stimuleren, organiseren buiten markt en overheid, gewoon, voor ons allemaal. Het collectieve belang is uiteindelijk iets dat we zelf vormgeven.

Bij deze voorbeelden geven we nog niets op. Het is een soort open-einde goeddoenerij voor een doel. Er is echter geen garantie dat het genoeg is om het collectieve doel te halen, zoals bijvoorbeeld klimaatverandering beperken of het redden van de biodiversiteit. We moeten samenwerken en bereid zijn om offers te brengen om dat doel dichterbij te brengen. Maar dat is moeilijk in een samenleving waarin we het individuele belang zo hebben gedefinieerd dat niemand erop achteruit mag gaan en we niet kunnen omgaan met een collectieve begrenzing. Neem de stikstofcrisis. Terwijl we al jaren weten dat er te veel stikstof wordt uitgestoten, slagen we er niet in dit fatsoenlijk samen op te lossen.

Organiseren van collectief belang

Nu is de grote vraag: hoe organiseren we die collectieve oplossingen voor collectieve problemen dan wel? Helaas is daar geen kant-en-klare oplossing voor. We kunnen nog eens kijken naar Nobelprijswinnaar economie Elinor Ostrom, die een aantal ontwerpprincipes ontwikkelde waarmee samenwerking (in haar geval rondom gemeenschappelijke of gedeelde natuur zoals water, bos of visgronden) kan worden vormgegeven.

De oplossing begint met definiëren over welke groep het gaat, met duidelijke afspraken over de balans tussen het collectieve en het eigenbelang en met goede relaties met andere groepen. Ostroms inzichten zijn nuttig, alleen gebruiken we ze niet. Vaak hebben we geen heldere groep in de besluitvorming, zelfs een natiestaat is in sommige gevallen niet de juiste groep van belanghebbenden, bijvoorbeeld bij het tegengaan van klimaatverandering. Belangen van subgroepen (zoals van boeren) worden uitvergroot door gelobby, terwijl de belangen van anderen, zoals toekomstige generaties, nagenoeg afwezig zijn. Dit beter organiseren is niet strikt een politieke opgave; het is een opgave voor maatschappelijke participatie en kan bijvoorbeeld worden vormgegeven door actievere burger–en bewonersparticipatie. Denk daarbij aan burgerraden en burgercollectieven.

Expliciete afspraken maken over het collectieve versus het individuele belang doen we eigenlijk nooit, terwijl het volgens Ostrom nodig is voor succesvol bestuur. Als we bijvoorbeeld met rechtvaardigheidsprincipes uit de filosofie verdelingsvraagstukken oplossen, wordt het daarna makkelijker om sociaal gedrag af te dwingen. Nu kunnen we ons vaak slechts beroepen op algemene afspraken over wie wat wanneer moet opgeven.

Maar als laatste en waarschijnlijk het belangrijkste, is het hervinden van het menselijk succes in samenwerking voor het collectieve belang. Daar ligt de opdracht voor ons allemaal: hoe kunnen we in alles wat we doen en zijn bijdragen aan dat collectieve goed? Wat is ons sociale doel waarmee we de bevers ontstijgen?

Een ingebedde economie: betere bevers

Naast The Wealth of Nations heeft Adam Smith de The Theory of Moral Sentiments geschreven. Dit minder gelezen werk is in onze tijd eigenlijk relevanter. Smith bespreekt hierin leefregels die voortkomen uit de menselijke capaciteit voor empathie. Hij stelt dat mensen moeten streven naar hun eigen geluk en welzijn, maar dit moet in evenwicht zijn met de belangen van anderen. Morele handelingen worden gevormd door sociale interacties en de normen en waarden van de samenleving. Het gaat om deugden als welwillendheid, rechtvaardigheid en zelfbeheersing. Alleen dan kan het individueel handelen op een goede manier ingebed zijn in de samenleving binnen de grenzen van de natuur. Mensen zijn geen atomen die los van alles beslissingen nemen. We zijn ingebed in sociale relaties.

Net als bij de bevers in Tierra del Fuego houdt het voor mensen op als we alleen ons eigenbelang nastreven of het belang van een kleine groep. Dan zijn we bevers. Het draait niet om wat we als individu goed of fout doen, maar om samen goed te handelen. Of, om Smith te citeren uit de Theory of Moral Sentiments: ‘De mens verlangt van nature niet alleen bemind te worden, maar ook beminnelijk te zijn.’ Laten we proberen weer beminnelijk te zijn, door voor het collectieve belang te gaan.