Na de ophef Wassila Hachchi moet een nieuw D66-reglement voorkomen dat Kamerleden tussentijds opstappen of zichzelf afsplitsen. Leuk geprobeerd, maar iets uithalen zal dat niet.

Op het congres van D66 in Arnhem komt morgen een motie in stemming van raadslid Jan Mülder uit Leusden. Hij wil dat het Kamerleden van zijn partij moeilijker wordt gemaakt tussentijds op te stappen. Toen Wassila Hachchi dat in januari deed – naar eigen zeggen om actief te worden bij de campagne van Hillary Clinton – ontstond er volgens Mülder ‘veel discussie’ over het wachtgeld dat ze bleef ontvangen. Hachchi was bovendien al het derde lid van de twaalfkoppige D66-fractie dat tussentijds opstapte. Wel gekozen worden, maar niet de volledige termijn uitdienen, roept volgens het raadslid regelmatig ‘maatschappelijke verontwaardiging’ op. Iets wat je als politieke partij kunt missen als kiespijn.

De motie van Mülder maakt goede kans, want het partijbestuur ondersteunt de gedachte om een ‘fractiereglement’ op te stellen om het ‘commitment’  van D66-Kamerleden aan hun mandaat te ‘bestendigen’, zoals het in het voorstel wordt verwoord. Dat reglement moet de fractie natuurlijk zelf gaan opstellen. Maar daar zou in moeten staan dat het gebruik van wachtgeld alleen acceptabel is als dat gebeurt ‘in de geest van de regeling en in lijn met de mores’ binnen de partij.

Los van de enorme vaagheid van die zinnen, is het natuurlijk de vraag of je er iets mee oplost. Kamerleden zijn qua stemgedrag vaak nog wel in de fractiediscipline te dwingen. Maar als ze eenmaal besloten hebben ermee te kappen, houdt weinig ze meer tegen. Bovendien hebben dissidenten de grondwet aan hun zijde. Daarin staat helemaal niets over partijen of fracties. Leden van de Staten-Generaal acteren ‘zonder last’. Dat wil eigenlijk zeggen dat ze kunnen doen waar ze zin in hebben.

En dat doen ze dan ook geregeld. Ook fractieleiders als Halsema of  Slob stapten vroegtijdig op, een deel van hun achterban teleurgesteld achterlatend. De boosheid is nog groter als Kamerleden hun fractie verlaten, maar toch in de Kamer blijven zitten als afsplitsing – zetelrovers worden ze genoemd. Het gebeurde de PVV met Bontes, Van Klaveren en Van Vliet, de PvdA met Kuzu en Öztürk en de VVD met Johan Houwers. Vooral die laatste partij was woedend en riep dat het afgelopen moest zijn met dat eigengereide gedoe van dissidenten.

Een jaar geleden leidde dat tot een notitie van het presidium van de Kamer. Ook al een uiterst vaag stuk waar je met enige moeite in kon lezen dat aan de grondwettelijke rechten natuurlijk niet kon worden getornd, maar dat het wellicht een goed idee zou zijn om afsplitsers een beetje af te knijpen in geld en spreektijd.

Het viel deze week nog niet mee om te achterhalen hoe het inmiddels precies met die discussie staat. Maar er blijkt in januari een besloten ‘werkgroep fractievorming’ te zijn geïnstalleerd die voor de zomer nog met een nieuwe notitie moet komen waarin maatregelen tegen dissidenten worden voorgesteld. Dat wordt dus nog spannend. Of eigenlijk niet. De afsplitsers worden misschien een beetje gekort in geld en spreektijd, maar uiteindelijk blijven ze toch wel doen waar ze zin in hebben.