Het Front National aan kop bij de regionale verkiezingen, de PVV op 39 zetels in de peilingen: volgens het AD droomt Geert Wilders al van het premierschap. Gaat het er dan toch van komen, dat kabinet Wilders I? Het antwoord: nee, natuurlijk niet.

‘Superbe, félicitations!‘ In zijn beste Frans stuurde Geert Wilders dit weekeinde per Twitter zijn hartelijke felicitaties naar Marine le Pen en haar nichtje Marion vanwege de overwinning van het Front National in de eerste ronde van de regionale verkiezingen: in Nord-Pas-de-Calais en de Provence haalde de partij boven de veertig procent van de stemmen.

Twitter

Deze dienst is alleen beschikbaar wanneer alle cookies zijn geaccepteerd

Wijzig cookie voorkeur

De winst van de Franse zusterpartij sterkt Wilders in de verwachting dat ook zijn PVV de grootste kan worden, nu hij al maanden op zo’n 39 zetels in de peilingen staat. In het AD van maandagochtend speculeerde de blonde leider alvast over de ministersposten die hij kan gaan claimen, zoals Immigratie en Integratie. De vraag is natuurlijk: waar heb je nog een minister van Immigratie voor nodig als de grenzen hermetisch dicht gaan?

Maar goed, het punt is dat Geert denkt dat hij premier kan worden. Door Blendle werd het AD-artikel zelfs aangeprezen onder de kop: ‘Gaat het dan toch gebeuren, kabinet Wilders I’?

Het antwoord: nee, natuurlijk niet.

In Frankrijk wordt er serieus rekening mee gehouden dat Marine Le Pen, na het winnen van de regionale verkiezingen, in 2017 het presidentschap in de wacht kan slepen. Daar zal Wilders zich ongetwijfeld graag aan spiegelen. Maar het grote verschil is dat het Front National inmiddels in grote delen van Frankrijk beschikt over een stevige partijorganisatie, terwijl de PVV nog steeds niet meer is dan een one man show met een onbetrouwbare hoofdrolspeler.

Er is in Nederland geen partij meer die met Wilders wil samenwerken in een coalitie, sinds hij in april 2012 onverhoeds zijn eigen gedoogkabinet ten val bracht. Ook beschikt de PVV nog steeds niet in de verste verte over acceptabele ministerskandidaten. Wie ziet het voor zich: Sietse Fritsma op Immigratie? Barry Madlener op Buitenlandse Zaken? Fleur Agema op Volksgezondheid? Dion Graus als staatssecretaris van Landbouw en Natuur?

Nog een reden waarom er weinig kans is dat Geert het succes van Marine Le Pen zal evenaren: hij heeft niets anders dan peilingen om blij mee te zijn, en die zeggen bar weinig in dit beweeglijke politieke landschap. Bij de verkiezingen van 2012 bijvoorbeeld kwam de PVV aanzienlijk lager uit dan de peilers voorspelden. In mei van dat jaar peilde Maurice de Hond nog 26 zetels voor Geert Wilders c.s., in september na de stembusgang waren er nog maar 15 van over. ‘Bij de verkiezingen van 2010 had je nog de “gordijnbonus”,’ zegt Tim de Beer van onderzoeksbureau TNS-Nipo. ‘Toen stemden er uiteindelijk meer mensen op de PVV dan de peilingen lieten zien. Maar dat effect is uitgewerkt, de PVV is salonfähig geworden. In de peilingen zit Wilders nu tegen zijn maximum.’

Dikke kans dus dat veel PVV-aanhangers op het laatste moment weer mokkend overstappen naar hun oude partij, of bij de verkiezingen helemaal niet komen opdagen. Uit kiezersonderzoek blijkt ook keer op keer dat veel PVV-sympathisanten er niet aan moeten denken dat Geert ook premier wordt: ze vinden dat de échte politieke partijen eindelijk eens naar ze moeten luisteren.

Het probleem is alleen: dat gebeurt al veel te veel. In geen land in Europa hebben de gevestigde politieke partijen zich de afgelopen jaren zozeer laten gijzelen door het populisme als in Nederland. Pijnlijke voorbeelden van de afgelopen tijd: Halbe Zijlstra van de VVD die met één oog op de peilingen suggereerde dat de asielzoekers voor borstvergrotingen naar Nederland zouden komen, Lodewijk Asscher van de PvdA die alarm sloeg over de vloedgolf van goedkope arbeidskrachten uit Roemenië en Bulgarije die over het land zou spoelen – allemaal niks van waar. Ondertussen werken hun partijen in de praktijk braaf mee aan het Europees migratiebeleid. De stoere teksten leverden dan ook helemaal niets op, behalve het wrokkige gevoel bij de kiezer dat de gevestigde partijen toch het één zeggen en het ander doen, waardoor het wantrouwen alleen maar wordt versterkt.

Heel anders is de aanpak van Klaas Dijkhoff, die als staatssecretaris van Asiel onverstoorbaar doet wat nodig is om vluchtelingen op te vangen, zonder op de peilingen te letten en zonder alarmistische taal uit te slaan. Volgens grootmoeders wijsheid heeft hij groot gelijk: eerlijk duurt het langst.