Het was weer een vrolijke, kleurrijke bedoening op de jaarlijkse Afrikadag van de PvdA. Minstens duizend Afrika-liefhebbers togen op 6 november naar het uitverkochte Tropeninstituut.
Stadsdeelvoorzitter Fatima Elatik en minister Lilianne Ploumen voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking hielden in de grote zaal bevlogen toespraken, waarna de deelnemers uiteengingen naar vele sessies met thema’s als ‘Werken aan beeldvorming over Afrika’, ‘Geloof, Hoop en Coöperaties’ of ‘Women Farmers in Sierra Leone’. En niet te vergeten: ‘Veiligheid en stabiliteit in Mali en de Sahel’. Die uitverkochte workshop werd de bezoekers speciaal aangeboden door het ministerie van Buitenlandse Zaken. Twee topambtenaren hielden betogen over de speciale relatie tussen Nederland en Mali en wat er moet gebeuren om het door internationale terreur en burgeroorlog verscheurde land weer op te bouwen.
Voorliefde
Toevallig of niet, een dag eerder presenteerde PvdA-minister Frans Timmermans van Buitenlandse Zaken – geflankeerd door zijn collega’s Ploumen en Hennis van Defensie – het kabinetsbesluit om een militaire missie naar Mali te sturen. Aanstaande woensdag gaan de ministers in de Tweede Kamer proberen brede steun te verwerven voor hun plannen. Wat hebben de Nederlandse militairen in de Sahel te zoeken?
De kern van de missie wordt gevormd door 220 militairen, onder wie 90 commando’s, die in het gevaarlijke noorden van Mali inlichtingen moeten gaan verzamelen. Zij worden beschermd door vier Apache gevechtshelikopters. Inclusief ondersteunende diensten moeten er binnenkort in totaal 368 militairen naar het Afrikaanse land vertrekken. De Nederlandse operatie, die ‘in beginsel’ twee jaar moet duren, maakt deel uit van een grotere missie van de Verenigde Naties om Mali te stabiliseren nu Franse troepen oprukkende Al-Qaida-milities hebben verdreven.
Volgens het kabinet dient de VN-missie ‘verscheidene Nederlandse belangen’, zoals voorkomen dat er ‘dicht bij huis’ een onbeheersbare situatie ontstaat en dat de problemen in de Sahel overslaan naar Europa en Nederland. Nieuw is dat de verantwoordelijke ministers er ook een economisch belang bij noemen: Noord-Afrika is voor Nederland een ‘belangrijke grondstoffenpartner’. Verder appelleert het kabinet aan de ‘solidariteit met de burgerbevolking’ en de jarenlange ontwikkelingsrelatie met Mali.
Eén cruciale factor in het besluit om naar Mali te gaan wordt niet genoemd: de voorliefde van de PvdA voor Afrika
De brief van het kabinet wekt hoge verwachtingen. Middels ‘een geïntegreerde 3D-benadering’ moet worden geprobeerd de veiligheid, de rechtsorde, de overheidsstructuur, de sociaal-economische ontwikkeling en het politieke proces in onderlinge samenhang te bevorderen.
Maar één cruciale factor in het besluit om naar Mali te gaan wordt niet genoemd: de voorliefde van de PvdA voor Afrika. ‘De PvdA heeft altijd een warm hart gehad voor Afrika, het is een stokpaardje van de partij,’ zegt generaal-majoor b.d. Kees Homan, expert in vredesoperaties bij Clingendael. ‘Geen wonder dat er in de PvdA zo veel animo is voor een missie naar Mali.’ Joël Voordewind, al vele jaren buitenlandwoordvoerder van de ChristenUnie in de Tweede Kamer: ‘De standaardhouding van de PvdA is: naar Afrika, naar Afrika!’
Halfslachtige houding
Die voorliefde voor Afrika is voor een belangrijk deel de erfenis van Jan Pronk, de voormalige PvdA-minister van ontwikkelingssamenwerking die al sinds de jaren zeventig ijvert voor betrokkenheid bij de armste landen in de wereld. ‘Die fakkel is het laatste decennium binnen de partij overgenomen door Bert Koenders,’ zegt Arjen Berkvens, directeur van de aan de PvdA gelieerde Foundation Max van der Stoel (FMS), die de jaarlijkse Afrikadag organiseert.
‘Koenders is ook de vader van de geïntegreerde benadering van veiligheid en ontwikkelingssamenwerking die je nu in de VN-missie naar Mali terugziet.’ Als minister van Ontwikkelingssamenwerking liet Koenders al in 2009 onderzoek doen naar een nieuwe vredesmissie in Afrika, tot woede van een groot deel van de Tweede Kamer omdat de Nederlandse krijgsmacht op dat moment nog op zijn tenen moest lopen om de missie in het Afghaanse Uruzgan vol te houden. Het VVD noemde het plan ‘krankzinnig’.

Maar het denken binnen de PvdA ging door. Zo organiseerde de Evert Vermeer Stichting (voorloper van de Foundation Max van der Stoel) op 26 april 2012 in de Amsterdamse Mozes en Aäronkerk een debatavond over Senegal en Mali, waar enige maanden daarvoor een burgeroorlog was uitgebroken. Bij die gelegenheid noemde een van de sprekers het noorden van Mali als gevolg van de terroristische dreiging ‘het nieuwe Afghanistan’.
Na de verkiezingen van september belandde de PvdA op het regeringspluche. In zijn allereerste buitenlanddebat als minister in november ontving Frans Timmermans de hartelijke felicitaties van Désirée Bonis, de nieuwe buitenlandwoordvoerder van de PvdA-fractie. Meteen daarna begon Bonis – oud-directeur Sub-Sahara Afrika op het ministerie van Buitenlandse Zaken – over de situatie in Mali. Zij vroeg Timmermans ‘te bezien’ hoe Nederland een missie kon optuigen ‘ter versterking van de capaciteitsopbouw en de training van het Malinese leger’. De kersverse minister antwoordde dat hij verwachtte dat als het verzoek kwam, Nederland ‘een zeer bescheiden bijdrage’ kon leveren.
Maar de situatie in Mali veranderde dramatisch. In januari vielen de Fransen Mali binnen toen de jihadisten in het noorden het regime dreigden weg te vagen (zie ook ‘Waarom de Fransen écht naar Mali gingen’, p. 24-31 van dit nummer). Al snel vroeg Frankrijk steun aan de EU om de regio te helpen stabiliseren. In Den Haag was de PvdA daar graag toe bereid, maar tot frustratie van Désirée Bonis zette de VVD in de coalitie de voet dwars: de randvoorwaarden zouden te vaag zijn, terwijl de Nederlandse troepen het Afghaanse Kunduz nog niet eens hadden verlaten. In mei deed minister Timmermans een nieuwe poging om trainers en militaire beschermers aan de EU-missie te leveren, maar de Fransen sloegen het aanbod af: te weinig en te laat. Voor Bonis was de halfslachtige houding van het kabinet een van de redenen om in juni haar Kamerlidmaatschap op te zeggen.
Wendbare brigades
Maar inmiddels was een oude bekende op het internationale toneel verschenen: luttele dagen na het bepalende topoverleg in Brussel benoemden de Verenigde Naties de Nederlandse Afrikaliefhebber Bert Koenders als speciale gezant in Mali. Koenders deed een dringend beroep op alle lidstaten, ook op Nederland, om blauwhelmen te leveren aan een grote vredesmissie. Uit regeringskringen valt te vernemen dat Koenders geen rechtstreeks contact heeft gezocht met Timmermans of premier Rutte. Maar het lag nu wel erg voor de hand dat Nederland met troepen zou gaan bijdragen. ‘Bij de keuze voor een missie naar Mali speelt naar mijn idee mee dat Koenders daar nu zit,’ zegt Arjen Berkvens van de Foundation Max van der Stoel. ‘Daarmee hebben we een duidelijk commitment.’
Maar inmiddels was een oude bekende op het internationale toneel verschenen: luttele dagen na het bepalende topoverleg in Brussel benoemden de Verenigde Naties de Nederlandse Afrikaliefhebber Bert Koenders als speciale gezant in Mali. Koenders deed een dringend beroep op alle lidstaten, ook op Nederland, om blauwhelmen te leveren aan een grote vredesmissie. Uit regeringskringen valt te vernemen dat Koenders geen rechtstreeks contact heeft gezocht met Timmermans of premier Rutte. Maar het lag nu wel erg voor de hand dat Nederland met troepen zou gaan bijdragen. ‘Bij de keuze voor een missie naar Mali speelt naar mijn idee mee dat Koenders daar nu zit,’ zegt Arjen Berkvens van de Foundation Max van der Stoel. ‘Daarmee hebben we een duidelijk commitment.’

Bij het ministerie van Defensie landde het plan voor een missie naar Mali intussen op zeer vruchtbare bodem. In stilte was de krijgsmacht al jaren bezig zich voor te bereiden op een missie in Afrika. Uit de WikiLeaks blijkt dat de toenmalige Amerikaanse ambassadeur al in 2005 signaleerde dat de Nederlandse krijgsmacht ‘overweegt de militaire aanwezigheid in Afrika uit te breiden’. Dat streven werd concreter toen in 2010 het draagvlak voor voortzetting van een robuuste missie in Afghanistan bij de PvdA snel afbrokkelde. ‘Voor de krijgsmacht was het belangrijk om te anticiperen op toekomstige missies,’ zegt terrorisme- en Afrikakenner Sergei Boeke van het onderzoeksinstituut ICCT die tot februari werkzaam was bij Defensie: ‘Dus bereidt Defensie zich al drie jaar voor om iets in Afrika te doen. De regio is heel instabiel en men weet dat daar het hart van de PvdA ligt. Die partij blijft voor Defensie een factor om op de langere termijn rekening mee te houden.’ Zo richtte de landmacht zich steeds meer op wendbare mobiele brigades, die zeer geschikt zijn voor inzet in Afrika (zie de column van Ko Colijn). En volgens ingewijden trainden Nederlandse commando’s de afgelopen jaren al in Ivoorkust, Mauritanië en: Mali.
Dutch approach
Deze zomer kwamen alle gunstige factoren voor een missie naar Mali ineens samen. Vandaar dat Timmermans in november zijn plannen officieel bekend kon maken. Michiel Servaes, buitenlandwoordvoerder van de PvdA sinds het vertrek van Bonis, is enthousiast over de missie: ‘Het is goed dat het kabinet bereid is die verantwoordelijkheid te dragen. Voor mij is Afrika geen doorslaggevende factor in die keuze. De PvdA heeft een traditie van internationale solidariteit en VN-operaties. Daar is deze missie een mooi voorbeeld van.’
Maar vanwege de onenigheid in de besluitvorming steunt de PvdA nu een missie die veel gevaarlijker is dan aan het begin van dit jaar nog de bedoeling was. De Nederlandse commando’s moeten opereren in onherbergzaam terrein waar het wemelt van de strijdgroepen. ‘Ingrijpen in Mali is noodzakelijk, want er is geen alternatief,’ zegt Sergei Boeke. ‘Maar Mali is nog steeds heel gevaarlijk. En zeker de omgeving van Gao, waar de commando’s worden ingezet. Daar heeft de opstand flink gewoed. De jihadistische milities Mujao en Mokhtar Belmokhtar hebben hun krachten gebundeld in Al Mourabitoun, en die is ook rond Gao actief. Dat is een zeer gevaarlijke groep, en een serieuze dreiging.
Terroristische organisaties kun je niet alleen met militaire middelen verslaan. Die wijken uit en komen terug zodra het mogelijk is. Je zult moeten zorgen dat het draagvlak onder de bevolking afneemt.’
Vanwege de onenigheid in de besluitvorming steunt de PvdA nu een missie die veel gevaarlijker is dan aan het begin van dit jaar nog de bedoeling was
De commandomissie in Mali wordt veel meer een vechtmissie dan de politietrainingsmissie in Kunduz waartegen de PvdA zich een paar jaar geleden nog fel verzette. En het is de vraag in hoeverre de Mali-missie beantwoordt aan de door de PvdA al jaren gekoesterde ‘3D-aanpak’, de combinatie van defense, development en diplomacy, die sinds de missie in Uruzgan bekendstaat als de Dutch Approach. Joël Voordewind van de ChristenUnie: ‘Daar paste de missie naar Kunduz veel beter bij. De bulk van de missie naar Mali is toch echt militair.’ Michiel Servaes van de PvdA erkent dat de nadruk in de missie inderdaad ligt op inlichtingen verzamelen door militairen. ‘Maar er gaan ook politietrainers en civiele ingenieurs mee. En belangrijker nog: de VN-missie als geheel is bij uitstek Dutch approach, in samenwerking met andere landen.’
Erg idealistisch
Volgens Bram van Ojik, fractieleider van GroenLinks in de Tweede Kamer, oud-ambassadeur in Afrika en voormalig topambtenaar op Buitenlandse Zaken, bestaat die 3D-benadering alleen op papier. ‘Als je echt een geïntegreerde aanpak wilt, moet je veel meer investeren in hulp en diplomatie. Het kabinet zegt nu: we gaan fijn met de Fransen samenwerken, zij doen de ene D en wij de andere D. Dat is volkomen naïef. De Fransen doen nooit iets samen, ze maken de dienst uit. Als ambassadeur in Benin merkte ik dat de Franse ambassadeur belangrijker was dan de president, terwijl het land al veertig jaar onafhankelijk was. De ambitie van de missie is wel erg idealistisch. Ze zeggen: we gaan daar de rechtsstaat uitrollen. Maar na twee jaar zijn we alweer weg. De les van eerdere operaties is juist: beloof minder, blijf langer. Maar wat doen we in deze missie? We beloven meer en blijven korter.’
Opmerkelijk genoeg waarschuwt ook VVD-buitenlandwoordvoerder Han ten Broeke de PvdA voor het verkopen van al te nobele praatjes. Bij de presentatie van de missieplannen wekte Timmermans de suggestie dat Mali over tien jaar op eigen benen moet staan. Dat is bij de coalitiepartner niet goed gevallen. ‘Daar zijn we helemaal niet verantwoordelijk voor,’ zegt Ten Broeke, die benadrukt dat de definitieve beslissing over de missie nog niet is genomen. ‘De Nederlandse missie bestaat uit commando’s die inlichtingen gaan verzamelen, de zwaarst bewapende en best getrainde troepen die zelfstandig moeten kunnen overleven in gevechtssituaties. Dat is de kern van de Nederlandse inzet voor de VN en alleen daarop moeten we worden afgerekend. Daarover mag geen mist ontstaan.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.