Wil Schuurman
‘Economische recessie, angst, wantrouwen en uitzichtloosheid. Crisis in Nederland en de buitenlanders als zondebok. Het lijkt de verklaring voor de onweerstaanbare opkomst van een nieuw verschijnsel in de Nederlandse politiek: de Centrumpartij.’
Het is 9 november 1983 en verontruste Nederlanders hebben zich verzameld in de studio van ‘BGTV’, een praatprogramma van de VPRO waarin gebeurtenissen worden besproken ‘die de tijdgeest illustreren’. Deze aflevering: de opkomst van de extreem-rechtse Centrumpartij van Hans Janmaat. ‘Dreigt de geschiedenis zich te herhalen?’ vraagt de presentator. ‘En wat te doen? Negeren? Ontmaskeren? Bestrijden? Verbieden?’
Er heerst verbijstering in de zaal. Mensen kunnen niet geloven dat zoveel Nederlanders zo racistisch zijn, zo gevaarlijk, want daar is de meerderheid bij ‘BGTV’ het over eens: het gedachtengoed van Janmaat is gevaarlijk.
Afgelopen oktober begonnen Sadettin Kirmiziyüz en ik aan de voorbereidingen voor een voorstelling over reaguurders en de vraag wat je wel en niet mag zeggen in de openbare ruimte. Het gesprek kwam al snel op Hans Janmaat, de rechtse politicus die in de Tweede Kamer zat toen wij tieners waren. Wat hij precies had gezegd, wisten we eigenlijk niet meer, maar we wisten wel dat het fout was en dat iedereen het daarover eens was. Janmaat ging een grens over en werd daarvoor gestraft.
We herinnerden ons de aanslag op een bijeenkomst van zijn partij in Kedichem waarbij Wil Schuurman, zijn secretaresse en latere vrouw, een been verloor, en hoe laconiek we daar destijds op reageerden. Moet je maar geen racistische dingen zeggen.
Sadettin plukt van het internet een oud partijprogramma van de Centrum Democraten, de partij die Janmaat oprichtte nadat hij brak met de Centrumpartij.
De titel: Oost West Thuis Best. Stop discriminatie van Nederlanders. Schoner milieu zonder belastingverhoging. Nederland geen immigratieland. Benzine fl 1,50 per liter.
Was dit het? Als dit gedachtengoed gevaarlijk was, is een groot deel van de Nederlandse politici nu gevaarlijk. We lezen het twee keer door op zoek naar de levensgevaarlijke ideeën die ons toen zo verontwaardigden. We vinden ze niet en beginnen ons af te vragen: waren we toen gek of zijn we het nu?
Walkure
Een week later staan we voor de deur van Wil Schuurman, de weduwe van Hans Janmaat. Ze zat van 1994 tot 1998 voor de Centrum Democraten in de Tweede Kamer. In linkse bladen van toen werd ze omschreven als ‘de bloeddorstige vriendin’ van Hans Janmaat en ‘de Walkure van het Centrumdemocratische schemerrijk’. Aan de telefoon klonk ze vooral verbaasd. ‘Je mag me alles vragen,’ zei ze, ‘maar ik weet niet of je wat aan me hebt.’
Als we hebben aangebeld, duurt het even voor Wil de deur helemaal open heeft (het is met haar rolstoel onhandig manoeuvreren in de kleine gang) maar dan staan we tegenover haar. Haar blonde haar is korter dan op de foto’s van vroeger, ze draagt een wollen trui en zit rechtop in de rolstoel, alsof ze elk moment kan opstaan. De stomp die haar rechterbeen was, ligt verborgen in een opgevouwen broekspijp. Haar gezicht is rond en meisjesachtig, ze wordt dit jaar 71, maar ik zou haar nog geen zestig schatten.
Wil verontschuldigt zich. ‘Ik heb niets in huis, alleen maar oploskoffie.’ Ze rijdt ons voor door de smalle keuken naar de woonkamer. Een bankstel, een computer, een grote tv en drie papegaaien in reusachtige kooien. De deurtjes staan open. ‘Ze moeten vrij kunnen vliegen,’ zegt Wil. Ze houdt niet van opgesloten dieren. ‘Erg, hè!’, klinkt het uit een van de kooien. ‘Ja hè, Sjako, het is erg,’ antwoordt Wil. ‘Je moet er niet van schrikken, hoor,’ zegt ze tegen ons, ‘ze schreeuwen hard maar ze doen niets.’ Wils ene papegaai zegt de hele dag ‘Erg hè’, de ander roept af en toe ‘Au’, die kan ook hoesten, vertelt ze, dat komt door zijn vorige baasje, een vrouw met COPD die ze kent van de taxibus. De derde papegaai is nieuw en nog een beetje verlegen. Zijn vorige eigenaar deed hem weg vanwege zijn klompvoeten. Wil heeft zich over hem ontfermd.
Met elkaar lachen
We vragen hoe ze terugkijkt op de tijd met haar man, en op haar jaren bij de Centrum Democraten. Wil haalt haar schouders op en glimlacht. ‘Ik heb het naar mijn zin gehad,’ zegt ze. ‘Dat kwam grotendeels door Hans, we konden ongelooflijk met elkaar lachen.’
En hoe kijkt ze terug op de morele verontwaardiging die hun partij teweegbracht?
‘Ik probeer me er niet te veel mee bezig te houden,’ antwoordt ze. Haar toon is luchtig, bijna opgewekt. ‘Er zijn maar weinig dingen die me nog echt dwars zitten. Hans kreeg een boete omdat hij zei: Nederland voor de Nederlanders. Ik denk niet dat iemand daar nu nog om veroordeeld wordt. Ik heb jaren later geprobeerd die veroordeling terug te draaien, maar dat gebeurde niet. Je moet het zien in de context van de tijd, was het antwoord. Dat verbaast me. Waarom kan Wilders nu ongestraft veel ergere dingen zeggen?’
Ze beantwoordt haar eigen vraag: ‘We hadden onze tijd niet mee. De mensen schrokken van zo’n nieuw geluid. Wij werden meteen in de hoek van het antisemitisme gezet, daardoor werden we in verband gebracht met de oorlog, met de NSB en dan kan je het wel schudden in Nederland.’
Waren jullie dan niet antisemitisch, vraagt Sadettin.
‘Nee,’ zegt Wil stellig. ‘Er sloten zich mensen bij ons aan die rare ideeën hadden, maar dat waren niet onze ideeën. Dat er een foto van mij in het Anne Frank Huis hing in de tentoonstelling Fout na de oorlog vond ik verschrikkelijk. Het dagboek van Anne Frank was een van mijn lievelingsboeken vroeger, ik kreeg het van mijn joodse opoe.’
Het water kookt, Wil rolt naar de keuken om de koffie te maken.
Besmet
Een filmpje in het kader van de Zendtijd voor politieke partijen, uitgezonden op 29 mei 1992. Wil zit aan een tafeltje met een gekleurde bos bloemen erop in dezelfde kleuren als haar blouse. ‘Als de grenzen open blijven staan en duizenden werklozen ons land binnenstromen, kunnen er spanningen ontstaan in de samenleving,’ zegt ze, ‘vooral met de aanhang van de fundamentalistische islam.’ In het volgende shot zit Hans Janmaat aan het tafeltje. Hij pleit ervoor nieuwkomers verplicht te laten integreren, het leren van de Nederlandse taal verplicht te stellen en criminele asielzoekers uit te zetten.
De reacties op YouTube eronder zijn recent: ‘Weinig charismatisch, maar wat een ziener!’ ‘Helaas moest deze ketter op de linkse brandstapel.’ ‘Twintig jaar later heeft deze “gek” in alles gelijk gekregen.’
Wil schuift terug op de bank. Ik vraag haar of ze ergens spijt van heeft.
Ze knikt. ‘Ik heb iets gezegd over islamitische vrouwtjes, dat had ik niet hoeven zeggen. Ik heb hier buren die moslim zijn en daar kan ik het goed mee vinden. De meeste moslims zijn heel gewone moslims. Ik had daar niet zo fel op hoeven zijn, maar ik had last van Turken bij mij in de buurt. Die stonden op het pleintje en die vielen Nederlandse vrouwen lastig. Ik kreeg heimwee naar het Nederland van vroeger. Het begon heel klein, een bijeenkomst bij mij thuis met mensen die hetzelfde voelden. En Hans sprak, hij deed alles uit zijn hoofd, dat vond ik knap. Later begreep ik dat het was omdat hij bijna blind was. Dat heeft hij nooit naar buiten gebracht, want dan ben je weg, zei hij altijd. Maar hij deed de dingen op de tast. In de Tweede Kamer wist hij precies hoe hij moest lopen en hij had altijd papieren bij zich om te doen alsof hij voorlas, maar hij zag echt bijna niks. Zijn lenzen waren zo dik dat we ze meteen terugvonden als hij ze liet vallen. Als hij wilde lezen, moest hij een liniaal gebruiken met een vergrootglas erin, die schoof hij dan zo over het boek. Ik moest voor hem kijken hoe de mensen naar hem keken. En als je zo slecht ziet, helpt het natuurlijk niet dat iedereen op een grote afstand blijft. Er was niemand in de Tweede Kamer die naast ons wilde zitten of met ons wilde lunchen. Wij waren besmet.’
Twee weken voor ons bezoek aan Wil dronken we koffie met emeritus hoogleraar politicologie Meindert Fennema, die het archief van Janmaat beheert. Hij vertelde ons over het interview dat hij Janmaat ooit afnam en hoe Janmaat hem na afloop uitnodigde om samen te lunchen. Fennema sloeg het aanbod af. Niet omdat hij er geen zin in had, maar omdat hij wist dat hij zijn wetenschappelijke carrière op zijn buik kon schrijven als hij met Janmaat gezien zou worden in het restaurant van de Tweede Kamer. Dat was laf, zei hij, dat zou hij nu anders doen.
‘Uw been is eraf’
Buiten wordt het donker. De papegaaien houden zich stil en Wil laat ons haar lievelingsmuziek horen op Spotify. ‘Hello’ van Lionel Richie, een Jiddisch klaaglied van Zwarte Riek over de jodenhoek in Amsterdam, de Spaanse muziek waar ze vroeger graag op danste. En ik denk aan de verontwaardigde mensen in de studio van BGTV die in de uitzending steeds zeggen: het gevaarlijkste is dat je het niet direct ziet.
Kijken Sadettin en ik niet goed? Zijn we de afgelopen vijftien jaar onverschillig geworden voor het gevaar? Of is dit nu eenmaal wat er gebeurt als je dichtbij komt? Het menselijke gezicht dat alles relativeert? Ik vraag me af hoe de BGTV’ers van toen dit gesprek zouden voeren, maar waarschijnlijk waren ze om te beginnen nooit over de drempel van dit huis gestapt. Partijleden van de Centrum Democraten werden nauwelijks geïnterviewd, niemand wilde hun een podium geven. En als het wel gebeurde, gingen de journalisten er met gestrekt been in. Op de website van de VPRO is een radio-item terug te luisteren waarin Janmaat te gast is in de studio. De journalisten zijn zo druk bezig hem kritisch aan de tand te voelen dat ze uitsluitend zelf aan het woord zijn. Wat was er gebeurd als Janmaat destijds wel de ruimte had gekregen? Zou Nederland er nu dan beter of slechter voor hebben gestaan?
Ik vraag Wil of ze met zoveel tegenwerking nooit ging twijfelen aan de standpunten van de Centrum Democraten. Ze schudt haar hoofd. ‘Geen twijfel, maar het doet wel wat met je.’
Ik probeer niet naar de stomp te kijken.
Sadettin vraagt haar of ze duidelijke herinneringen heeft aan de aanslag.
‘Ik herinner me alles,’ antwoordt Wil. ‘Op weg naar Kedichem had ik een visioen, ik zag een weiland vol anti’s. Ik riep nog naar Hans: allemaal anti’s! We draaiden ons om en er was niks, ik zat voor aap, maar ik had dus een voorgevoel. We waren nog geen tien minuten in het hotel en toen kwamen er agenten binnen. We verzoeken u om de zaal te verlaten, zeiden ze, want er komen demonstranten. Maar ze vergaten te melden dat ze vooraan de optocht hadden meegelopen, de anti’s waren er al.
Mensen met helmen op en dikke kettingen, je weet niet wat je ziet, ik denk zo’n tweehonderd man. Sommige mensen herkende ik, bijvoorbeeld Hans Knoop. Dat vond ik vreselijk, dat hij daar stond, want ik had veel respect voor die man, hij had Menten gepakt, de oorlogsmisdadiger. Ze omsingelden het hotel. Ik heb nog nooit zoveel haat gezien in mensen en we konden geen kant op. Wij waren met een man of zestig, denk ik, er zaten veel ouderen bij. En ja, waar ga je dan naartoe? We gingen naar boven omdat ze de ramen begonnen in te gooien. Grootste fout. Ineens kwam er rook uit de vloer. We wilden de gang op, maar die stond ook vol rook. Later heeft de rechter nog gezegd: u had zo het gebouw kunnen verlaten, u had niet hoeven te springen, maar je kon daar niet door, dat kan niet met rook. Dus toen hebben we lakens aan elkaar geknoopt en ben ik maar gesprongen. Het was vrij hoog en ik ben met mijn been in het glas terechtgekomen, dat weet ik nog, en dat ik daar op de grond lag. In het ziekenhuis dacht ik: nou, het gaat wel met mijn been, ik kon alleen mijn tenen niet bewegen. Toen kwam er een dokter die zei: “Ik moet u wat ernstigs vertellen.” Ik zeg: “Ja, wat is er dan, ga ik dood?” Hij zegt: “Nee, u bent stabiel, maar uw been is eraf.”
Ik zeg: “Nou ja, als ik dan maar wel een prothese kan dragen.”
Maar ze hadden die stomp, dat bot, veel te kort gemaakt, waarom weet ik nog steeds niet want er was niks gebroken. Ik heb het wel geprobeerd, een prothese, maar dat lukte niet. Je hebt geen grip, het is veel te kort.’
Racist in de auto
Een aflevering van het programma ‘Andere tijden’. Activist Jack van Lieshout vertelt luchtig over de voorbereidingen die de antifascisten troffen op de dag van de aanslag in Kedichem. Ze namen ‘smijtmaterialen’ mee en ‘slamaterialen’. Toen ze Kedichem inreden, zei hij tegen zijn vrienden in de bus: dit is een stil dorpje, maar dat zal vandaag wel anders worden. Geweld werd niet geschuwd. ‘We hebben de fusie tussen de CP en de CD goed verstoord,’ zegt hij. ‘Dus het is effectief geweest?’ vraagt de interviewer. ‘Zonder meer,’ zegt Van Lieshout. ‘Dus weinig spijt?’ ‘Geen seconde.’
Dat er niemand is veroordeeld voor de aanslag vindt Wil pijnlijk, maar ze heeft geen zin meer om zich daarmee bezig te houden. Ze heeft het verwerkt en achter zich gelaten. Dat was een lange weg. Na Hans’ dood stortte ze in. Op zijn sterfbed hief hij de partij op, Wil bleef achter met niets.
‘Toen kwam het ineens op me af,’ vertelt ze. ‘De dingen die er over mij gezegd zijn, de manier waarop mensen met ons omgingen.’ Zachtjes praat ze verder. ‘Ik begon toen aan mezelf te trekken. Als er eenmaal een velletje los zit, dan kan je blijven trekken. Vel voor vel, tot het bloedt. Ik heb hard moeten vechten om er weer bovenop te komen.’
Jarenlang had ze last van fantoompijn, vreselijke pijnen in het been dat er niet meer was. ‘Het was ondraaglijk soms,’ zegt ze, ‘en verwarrend, want je voelt de pijn, maar wat er pijn doet, is er niet. Misschien is dat de ergste pijn.’
Sinds ze onlangs nieuwe medicatie kreeg, is er ze er eindelijk van af. Ze voelt zich rustig nu, zegt ze. Met politiek bemoeit ze zich niet meer. Ze heeft haar dieren, een Spaanse penvriend, haar muziek, en ze speelt Final Fantasy op de Playstation 3 die haar zoon voor haar kocht. Ze vindt het een mooi spel. Met mensen van over de hele wereld die samen het kwaad verslaan. Haar avatar is een lange blonde healer die de gewonde strijders verzorgt.
Het enige dat haar nog wel eens steekt, is dat ze na de aanslag geen bloemetje kreeg van de Tweede Kamer. ‘We hadden een pot,’ vertelt ze, ‘waar iedereen elke maand geld in deed en als er dan iemand ziek was, dan kreeg die een bloemetje. Ik heb elke maand meebetaald, maar geen bloemen voor mij. Niet eens een kaart.’
We drinken nog wat oploskoffie en kijken hoe Wil een potje Final Fantasy speelt. Haar team wint. Daarna haalt ze jeugdherinneringen op, aan de Amsterdamse Pijp waar ze vroeger woonde en aan hoe ze in 1949 als zesjarig meisje al mee demonstreerde met de communisten. Samen marcheren voor een beter Nederland. ‘Ik kom uit een rood nest,’ zegt ze, ‘ik heb niks met rechts, nooit gehad.’ We luisteren naar Zwarte Riek op Wils computer. Amsterdam huilt, waar het eens heeft gelachen. Als Sadettin vraagt of we haar verhaal mogen gebruiken voor onze voorstelling, veert Wil op. ‘Wordt het een satire?’ We schudden ons hoofd, maar ze wil toch graag komen kijken.
‘Dit zou Hans mooi hebben gevonden,’ zegt ze, ‘hij was gek op theater. Als zijn ogen niet zo slecht waren geweest, was hij acteur geworden.’
Ik zeg dat de voorstelling ook confronterend kan zijn, maar ze wuift mijn woorden weg. ‘Ik ben wel wat gewend.’
Ze wordt niet vaak meer geconfronteerd met haar politieke verleden, zegt ze, maar laatst ging het mis. Een Surinaamse vrouw die voor het eerst meereed in de taxibus zag haar zitten en begon tegen de chauffeur, ook een Surinamer, te schreeuwen dat er een racist in de auto zat. ‘Maar die man rijdt mij al jaren,’ lacht Wil, ‘die liet zich niet gek maken. Hij zei: ik ken deze vrouw en ze is geen racist.’
VN Bladwijzer
Online bronnen
CD in de media
Nauwelijks aan het woord
Het filmpje van Wil Schuurman en Hans Janmaat in de Zendtijd voor politieke partijen, de uitzending van BGTV over de opkomst van de Centrumpartij, het VPRO-radio-item waarin Janmaat te gast is maar nauwelijks aan het woord komt, de aflevering van Andere tijden over de aanslag in Kedichem en andere bronnen die in het artikel hiernaast worden genoemd, kunt u terugvinden op de website van Vrij Nederland.
Bladwijzer
Ga naar VN.nl/wilschuurman
Nee
Marjolijn van Heemstra is theatermaker, schrijver en dichter. Eerder maakte ze voorstellingen over onder meer Desi Bouterse en vredesactivist Gary Davis. De voorstelling ‘Jeremia’ over Hans Janmaat, die ze samen maakte met Sadettin Kirmiziyüz, gaat op 6 februari in première in Frascati in Amsterdam.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.