Amos Oz is op vrijdag 28 december 2018 op 79-jarige leeftijd overleden aan kanker. Hij verwierf onder meer bekendheid door zijn roman Een verhaal van liefde en duisternis.
Amos Oz is ongetwijfeld de grootste schrijver van Israël (wie is eigenlijk de grootste bij ons? A.F.Th. van der Heijden? Arnon Grunberg? Cees Nooteboom?), Nobelprijswaardig zoals dat wat al te vaak heet en als je de Engelstalige Wikipedia mag geloven met zo’n vijftig prijzen en eredoctoraten op zak, maar wat wil dat allemaal eigenlijk zeggen?
Pablo Neruda was de grootste van Chili, maar niettemin een behoorlijk slechte, bombastische schrijver, en Vladimir Nabokov en Jorge Luis Borges behoren onbetwist tot de toppen van de wereldliteratuur, maar de Nobelprijs kregen ze er niet mee, misschien omdat ze arrogant en te conservatief waren. Amos Oz is groot, dat wil zeggen belangrijk, populair, gevierd, veelgelezen, maar misschien nog belangrijker is dat hij een good read is; zijn boeken zitten vol sap en kleur, je leest ze met plezier, hij is er voor een breed publiek, niet alleen voor intellectuele fijnproevers.
De Bezige Bij stickert trots dat ze hier 100.000 exemplaren van Een verhaal van liefde en duisternis hebben verkocht.
En dat geldt dan natuurlijk in de eerste plaats voor zijn magnum opus, Een verhaal van liefde en duisternis uit 2002, waarmee hij zijn naam voorgoed vestigde, ook in Nederland; De Bezige Bij stickert trots dat ze er hier 100.000 exemplaren van hebben verkocht.
Zulke aantallen snap je, het is zo’n boek dat een hele wereld in beeld brengt en en passant een paar onvergetelijke personages voor je neerzet, en dat ook nog eens in de aangename verpakking van een autobiografie, alles waar gebeurd en authentiek. Je zou het met enige overdrijving zelfs een soort nationaal epos van Israël kunnen noemen, Israël 2.0 dan, dat van na de stichting van de staat in 1948; dat van Israël 1.0 is natuurlijk de Bijbel.
Onvergetelijke bon mots
Een verhaal van liefde en duisternis, meer dan 600 pagina’s dik, vertelt de geschiedenis van de familie Klausner, zoals Amos Oz oorspronkelijk heette (Amos Klausner, geboren 1939) vanaf de armetierige maar kleurrijke wortels in negentiende-eeuws Oost-Europa, Polen, Litouwen, Oekraïne, tot haar komst in Palestina in het interbellum en door tot in de jaren veertig, vijftig van de vorige eeuw. Die laatste epoche, voorspel, geboorte en jonge jaren van de staat Israël, de schrijver zelf nog een ontvankelijke tiener, kun je rustig Amos Oz’ goudmijntje noemen; het gros van zijn verhalen speelt zich in die tijd af.
Niet gek dat lezers weglopen met Een verhaal van liefde en duisternis: het gaat over liefde en genegenheid, maar ook over huiselijke conflicten en geheimen. Het gaat over politiek-maatschappelijke tegenstellingen, maar ook over de grensoverschrijdende gruwel van de Jodenvervolgingen. Het is een toegankelijk geschreven verhaal, maar de schrijver springt slim door alle mogelijke tijden en onderwerpen heen, het zit vol met flashbacks en flashforwards zodat je ook weer niet het gevoel krijgt van een keukenmeidenroman op niveau.
‘Jeruzalem is een oude nymfomane die de ene na de andere minnaar doodknijpt voordat ze hen met een grote gaap van zich afschudt.’
En dan het thema, de coming of age van een gevoelig en slim jongetje met wie je je makkelijk identificeert, altijd een succesformule, en dat tegen de achtergrond van de Bildung van een hele staat, Israël. En dan is het ook nog lekker scherpzinnig geschreven met onvergetelijke bon mots als ‘Jeruzalem is een oude nymfomane die de ene na de andere minnaar doodknijpt voordat ze hen met een grote gaap van zich afschudt’ of ‘De roddel is het vulgaire nichtje van de belletrie’.
Proustiaans koekje
De hoofdpersonen in het boek, naast Amos zelf zijn ouders en zijn beroemde oom, de hebraïst Joseph Klausner (aan wie talloze pagina’s worden gewijd), alsook de meer incidentele passanten, joodse intelligentsia maar ook gewone huis- tuin- en keuken-Israëli’s, worden met kritisch erbarmen neergezet, en Amos Oz vervlecht zijn levensverhaal weloverwogen met een eeuw Joodse diaspora-geschiedenis.
Vluchtelingen, Holocaust-slachtoffers en -overlevers, pioniers van een nieuw land, ze verschijnen allemaal in dit boek dat dus zowel eenling, familie als een hele natie breed uitschildert. Het is daarmee een ‘vol’ boek zoals Prousts À la recherche du temps perdu dat is, je wordt meegevoerd naar een heel eigen wereld, misschien wel de banaalste maar zeker niet de minst belangrijke van alle lezersemoties.
Dat Een verhaal van liefde en duisternis meer is dan zomaar een autobiografie, spreekt wel uit het feit dat pas halverwege het boek de geschiedenis van Amos Oz zelf begint, met zijn allereerste herinnering, die aan een schoen: ‘een geurig nieuw bruin schoentje, met een veter met twee gelijke uiteinden en een zachte, warme tong.’ Een Proustiaans koekje zoals iedereen ze wel kent en zo doet Amos Oz het steeds; hoe bijzonder, hoe eigenaardig, hoe gruwelijk ook, van schoen tot shoah en van kinderangst tot kolonisatie, hij maakt je ermee vertrouwd.
Karakteristiek vind ik zijn beschrijving van twee toonaangevende politieke tegenstanders. Van Menachem Begin vertelt hij over een redevoering waarin de goede man in z’n onschuld voor ‘bewapenen’ telkens een woord gebruikte dat in Hebreeuws slang ‘neuken’ betekent: ‘De hele wereld neukt dag en nacht onze Arabische vijanden!’ Pauze.
Typisch Oz: je krijgt zijn personages, geleerd, belangrijk, interessant of modaal, allemaal in hun huiselijke, lullige plunje te zien.
De stem van de spreker was vol verachting en weerzin: ‘En wie neukt de regering Ben Goerion?’ En het portret van laatstgenoemde, een ‘visionaire boer’ bij wie Oz op bezoek mag, is al net zo grappig en karakteristiek. Ben Goerion placht zijn bezoek te trakteren op oraties aangaande Spinoza, die hij als een kampioen van de gelijkmatigheid en zelfbeheersing voorstelde: ‘“Nooit mag een mens zijn zelfbeheersing verliezen!” bulderde hij me toe als een onweersbui op de dag van het laatste oordeeel. “Nooit! En als je dat niet ziet, dan ben je het niet waard om spinozist genoemd te worden.”’
Typisch Oz: je krijgt zijn personages, geleerd, belangrijk, interessant of modaal, allemaal in hun huiselijke, lullige plunje te zien. Hij toont zich als literaire poppenspeler de oecumeen bij uitstek. Een verhaal van liefde en duisternis is dan ook een epos zonder echte helden. Amos’ ongelukkige, stijve ouders (zijn intellectuele, veeltalige vader die niet aan de bak komt in het kakelverse Israël, zijn melancholische moeder die als Amos twaalf is zelfmoord pleegt) zijn het niet, zijn oom Joseph is het niet, Begin en Ben Goerion zijn het niet, en Amos Oz zelf, de jonge kibboetsnik en strijder in de Zesdaagse Oorlog is het ook niet, al heeft hij in zijn jeugd wel een ideaal: ‘Ik wilde een sterke zwijgzame man zijn met een trage, diepe stem.’
En wat je intussen almaar sterk voelt, ook wel eens aangenaam na al die verpletterende en adembenemende Shoah-romans: er is ook nog een andere joodse twintigste-eeuwse geschiedenis dan die van de Holocaust, eentje die dichter bij de alledaagse wereld ligt, minder gruwelijk maar niet per se minder aangrijpend.
Al glurend
Een verhaal van liefde en duisternis is behalve een epos over Israël-in-wording ook het verslag van een schrijver die graag zijn credo prijsgeeft. Dat hij niet alleen dol is op taal, op het cartograferen van zijn wereld, maar ook op wat hij noemt ‘gluren’ en ‘zakkenrollen’ oftewel het observeren en plunderen van de buitenwereld: ‘Nog steeds bezondig ik me aan deze zakkenrollerspraktijken. Vooral bij vreemden.
Niks bijzonders natuurlijk, de schrijver als voyeur, maar Oz weet het fijn en toegankelijk en openhartig te verpakken.
En vooral in drukke openbare gelegenheden. In de rij bij het Ziekenfonds bijvoorbeeld. Of in de wachtkamer van een bureaucratische instelling, op treinstations en vliegvelden. Soms zelfs als ik achter het stuur zit, in files, door te gluren naar inzittenden van naburige auto’s: al glurend verzin ik verhalen. Ik gluur weer en verzin nog meer. Waar komt ze vandaan, die vrouw, te oordelen aan haar kleding, aan haar gelaatsuitdrukking, aan haar bewegingen terwijl ze haar make-up bijwerkt? Hoe ziet haar man eruit?’
Niks bijzonders natuurlijk, de schrijver als voyeur, maar Oz weet het fijn en toegankelijk en openhartig te verpakken, hij is geen schrijver voor exclusiviteiten en ideosyncrasieën maar voor menselijke, al te menselijke hebbelijkheden. En hij heeft het van, ahum, Tsjechov natuurlijk, de grootmeester, maar ook van Sherwood Anderson nota bene, de bij ons vrijwel vergeten Amerikaanse auteur van kleinsteedse verhalen over gewone mensen en hun bezigheden, lekker door elkaar gehusseld en bestrooid met de nodige ironie en psychologie.
Verzinsels en parabels
Een verhaal van liefde en duisternis mag dan Amos Oz’ pièce de résistance zijn, zijn meest toegankelijke boek en zijn visitekaartje voor de gemiddelde toegewijde lezer, toch geloof ik dat Oz op zijn best is als hij niet zijn geheugen maar zijn verbeelding gebruikt, de zakkenroller van zielen is, en dat is hij in bijna al zijn andere werk. Toegegeven, het valt allemaal wel min of meer te herleiden tot zijn eigen biografie, maar niettemin zijn het verzinsels, parabels, fictieve geschiedenissen.
Ergens in Een verhaal van liefde en duisternis schrijft Oz: ‘In 1950, op de avond van de dag dat ze elkaar toevallig zijn tegengekomen op de trappen van het Terra Sanctagebouw, ontmoeten Channa en Michaël (in de roman Mijn Michaël) elkaar weer in café Aztara in de Ben-Jehoedastraat in Jeruzalem’, een verwijzing naar een van zijn vroegste romans Mijn Michaël, waarin hij na de euforie van Israëls wittebroodsweken de kater beschrijft van een land dat ‘somber, vochtig, benepen en kleinzielig’ is geworden. Het werd een Israëlische bestseller.
In Mijn Michaël (1968, de schrijver was 28 toen hij het schreef) werkt Oz’ verbeelding op volle toeren. Het is de cri de coeur van een depressieve jonge vrouw Channa die vastzit in haar tegenvallende huwelijk met Michaël, een brave geoloog, veelal ‘mijn man’ genoemd. Ze zou willen dat hij een kerel à la Jules Vernes Michael Strogoff was (een held die trouwens ook in Een verhaal van liefde en duisternis opduikt).
Maar dat is hij niet, hij is liefhebbend maar saai, net zoals zij zelf ’s nachts droomt dat ze een prinses is maar overdag een jonge sloof aan het worden is. Channa is een gevoelige vrouw die zich met moeite staande houdt in ‘een vermoeid soort Jeruzalem’. Hoewel de generaties niet kloppen, denk ik eigenlijk dat Oz in Channa zijn eigen depressieve moeder heeft verbeeld. En in de hopeloos rationele Michaël zien we zijn vader terug, omgebouwd tot fictie.
Veel van Oz’ verhalen hebben een open einde, ze werken naar iets toe dat niet of niet helemaal wordt ingelost.
Amos Oz voelt zich in dit soort boeken zo te zien ook vrijer om iets van een karikatuur te scheppen, bijvoorbeeld in het portret van de dokter die Channa onderzoekt: ‘Neem mij niet kwalijk, mevrouw, heeft u de afgelopen tijd aan enige verstoring van de maandstonden geleden? Nee? Dat is een goed teken. Heel goed. Dat betekent dat het lichaam niet ook deel wil hebben aan het drama. Ach, met de geologie houdt uw man zich bezig, niet met de antropologie. Wij hadden het een beetje mis. Wij moeten nog een paar dagen blijven rusten.’ Grappig dat plurale ‘wij’ dat in het ene geval ‘ik’, in de volgende zin ‘u’ betekent.
Open einde
Veel van Oz’ verhalen hebben een open einde, ze werken naar iets toe dat niet of niet helemaal wordt ingelost. Zo eindigt Mijn Michaël met een soort Naturausgang waaruit de lezer dan maar het vervolg moet opmaken: ‘Een rustige wind zal de pijnbomen aanraken. De horizon zal langzaam bleek worden. En over de grote vlakten zal een koude kalmte neerdalen.’ Rustig, bleek en koud, laat ons eens raden naar het lot van Channa.
Ook de verhalen in een bundel als Dorpsleven (2009) geven geen uitsluitsel. Hier schetst Amos Oz het doodgewone, alledaagse Israël, net als alle andere landen ten prooi aan een boeiende maar evengoed onzekere vooruitgang.
Misschien wel het meest karakteristieke verhaal is ‘Graven’, waarin de bejaarde hoofdpersoon ’s nachts uit de slaap wordt gehouden door graafgeluiden. Maar niemand gelooft hem. De geschiedenis eindigt pointeloos, maar in dat open einde schuilt juist de kracht: wat is er aan de hand? Graven vijanden een tunnel onder het huis of wordt er aan de onvermijdelijke vooruitgang van Tel Ilan gewerkt? Oz laat het mooi in het midden.
Een thema dat Oz’ hele schrijversleven heeft beheerst, is verraad.
Ook ‘Erfgenamen’ heeft een surrealistische toets. Een vreemdeling komt op een dag bij Arjee Tselnik langs, beweert dat hij mede-erfgenaam van diens huis en goed is en het verhaal eindigt ermee dat hij samen met Arjee naast diens moeder in bed ligt. Het is haast onvermijdelijk dat je dit verhaal leest als een korte samenvatting van het Israëlisch-Palestijnse conflict (en wie weet ook de oplossing) maar Oz hoedt zich ervoor het zo’n expliciet-politieke lading te geven.
Erger dan verklikken
Een thema dat zijn hele schrijversleven heeft beheerst, is verraad. In zijn jongste roman Judas uit 2015 trekt en plukt mensenkenner Oz – van de genuanceerde kijk – er hevig aan: was Judas een verrader, of was juist Jezus de verrader van Judas’ hoop op de Messias? Was Ben Goerion een verrader of zijn tegenstander Abarbanel? Was De Gaulle een verrader (jegens de Algerijnen die hem ooit gesteund hadden) en waarom werden de aanslagplegers op Hitler verraders genoemd? Ook in Judas geeft Oz geen antwoord op deze onmogelijke vragen, de slotzin luidt: ‘En hij bleef staan om zich af te vragen.’ Amos Oz is zo iemand die zich dingen blijft afvragen.
Judas was vorig jaar boek van de maand bij DWDD – opmerkelijk, want het is zeker niet zijn meest publieksvriendelijke boek, niet alleen vanwege het zware thema maar ook omdat Oz er nogal wat essayistische passages doorheen roert (al haalt hij het niet bij collega Knausgard die in zijn laatste roman Vrouw de lezer een dikke 300 pagina’s lang slopende beschouwingen over Hitlers jonge jaren in de maag splitst), bijna als een schriftgeleerde; niet toevallig laat hij zijn beroemde oom Joseph ook nog even opdraven.
Verraad is ook het thema in Panter in de kelder uit 1995 (de derde druk van de vertaling verscheen zojuist bij De Bezige Bij), over het jongetje Profi dat wel heel erg op Amos Oz lijkt. Profi sluit vriendschap met een Britse officier, vertegenwoordiger van de gehate Britse bezettingsmacht in Palestina.
Daarom wordt hij door zijn vriendjes, die een soort club hebben gevormd om de Engelsen het land uit te knikkeren, ter verantwoording geroepen en veroordeeld: ‘Het is, Profi, omdat jij van de vijand houdt. Van de vijand houden, Profi, is erger dan informatie doorspelen. Erger dan strijders verraden. Erger dan verklikken. Erger dan wapens aan ze verkopen. Zelfs erger dan overlopen en aan hun kant strijden. Van de vijand houden, Profi, is het toppunt van verraad.’
Zelf werd Amos Oz door sommige Israëli’s voor een verrader gehouden toen hij na de Zesdaagse Oorlog in 1967 als een van de eersten een tweestatenoplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict propageerde. Het is een thema dat niet alleen hemzelf maar ook de staat Israël zwaar op de maag ligt.
Innemende echtheid
Ik denk dat de verhalen van Amos Oz bij veel lezers aanslaan omdat ze een mix te zien geven van lekkere vertelkunst en politiek-maatschappelijke relevantie. Het literaire mes snijdt aan twee kanten. Steeds voel je dat het niet zomaar verhalen zijn maar dat ze over vrede en veiligheid, vertrouwen en verraad gaan. Aan de andere kant blijkt in zijn boeken het land dat al sinds zijn grondvesting in het middelpunt van de wereldpolitiek staat, ook maar een gewoon land, met doodgewone mensen en huiselijke sores.
De zelfmoord van zijn moeder, die 600 pagina’s lang als een soort rode draad door het boek loopt, wordt pas op het allerlaatst, letterlijk op de laatste pagina’s, daadwerkelijk beschreven.
Daar komt nog bij dat Oz’ proza een eigenaardig soort authenticiteit uitstraalt, niet omdat zijn verhalen dichtbij de werkelijkheid en het ware leven staan (dat zegt niks, dat kun je ook uit je mouw schudden) maar omdat ze onbedoeld de schrijver zelf heel dichtbij brengen, een schrijver die soms verlegen met de zaak lijkt, het niet goed weet, gegeneerd lijkt.
Zo valt in Een verhaal van liefde en duisternis op dat hij allerlei scènes en beschrijvingen herhaalt, soms binnen een paar pagina’s alsof hij aan een soort geheugenstoornis lijdt, alweer vergeten is wat hij zojuist gezegd heeft. Over de schrijver Israël Zarchi: ‘Zijn zwarte haar stond als een amfitheater rondom een kleine kale plek’. Over Ben Goerion: ‘Hij had een profetische zilvergrijze haardos die als een amfitheater om zijn kale plek heen stond.’ En zo vertelt hij van een zekere meneer Staszek dat hij een opgetrokken wenkbrauw heeft en een tand mist, en een paar pagina’s vertelt hij het weer als voor het eerst.
De zelfmoord van zijn moeder, die 600 pagina’s lang als een soort rode draad door het boek loopt, wordt pas op het allerlaatst, letterlijk op de laatste pagina’s, daadwerkelijk beschreven, alsof het hem moeite kost, alsof hij zich schaamt, alsof hij het ons nog even gauw wil toeroepen vlak voor hij de kamer verlaat en de deur achter zich dichtgooit. Vergeetachtigheid, gegeneerdheid, het kunnen nog altijd literaire trucjes zijn, maar ze geven zijn boeken, bij alle virtuositeit, een glans van innemende echtheid.
En dat is de sleutel tot zijn geheim: Amos Oz pakt je in, als schrijver en als mens. Hij is een sympathieke twijfelaar, bescheiden als het om zijn eigen carrière gaat (‘Papa’s pinknagel was meer professoraal dan van “geparachuteerde” professoren zoals ik’), genuanceerd als schrijver, politiek correct als publieke figuur: voorman van de Israëlische vredesweging en de tweestatenoplossing. Kortom: hij deugt in onze ogen.
Uit Panter in de kelder: ‘De ouders hoopten dat wij, de kinderen, zouden opgroeien tot volkomen nieuwe joden, beter en mooier, breedgeschouderd, strijders en landbewerkers.’ Van dat overspannen ideaal van joden als een nieuw soort Herrenvolk komt in de boeken van Amos Oz over allerlei menselijk tekort bijzonder weinig terecht – en dat is maar goed ook.
Amos Oz, ‘Panter in de kelder’, vertaling Hilde Pach, De Bezige Bij, 176 p., € 16,99



Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.