23 platinum, 33 oyster, 65 champagne, 58 storm grey, 10 leaf, 41 ceramic blue, 02 lobelia, 39 mandarin. Het staat met de hand geschreven op een wit papiertje dat op een witte tafel ligt. Het zonlicht valt erop, achter de ramen van de studio de schittering van het IJ. Het zijn kleurnummers.
Dit is de taal van Stefan Scholten en Carole Baijings, ontwerpers, kleurexperts, meesters in detaillering. Ze zijn een maquette aan het bouwen voor een expositie tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven waar ze ambassadeur van zijn. Ze zijn ervoor gevraagd, zegt directeur Martijn Paulen, omdat ze boegbeelden zijn van het Nederlandse design. Ze hebben een internationale carrière en een internationaal netwerk. Bovendien weten ze artisticiteit en ambacht goed te koppelen aan het industriële productieproces. ‘Of ze nu voor IKEA of HAY ontwerpen, ze behouden hun integere signatuur.’

Foto: Jasper Zwartjes
Met haar tengere handen schuift Baijings blond, frêle, in een felrood T-shirt, huphuphup de miniatuurvoorwerpen op de juiste plaats in de maquette. De kleuren op het papiertje zijn die van de kartonnen stroken die straks in het Klokgebouw in Eindhoven als achterwanden voor het door hun gekozen design zullen fungeren. Onder de kop ‘Design in Full Colour’ hebben ze een groepje jong, internationaal talent bijeengebracht dat werkt met kleur. Niek Pulles zal er staan met de Foam Boys die hij deze zomer bij Comme des Garçons heeft geëxposeerd, Hannah Waldron met een wandkleed, Chiaozza uit Brooklyn met wandkastjes.
Poederpastellen
Als je de laatste vijf jaar een kleur zou moeten geven, kom je snel terecht bij de combinatie van pasteltinten en fluor van ontwerpduo Scholten (1972) en Baijings (1973). Natuurlijk is er genoeg gebeurd in de wereld dat eerder doet denken aan grijs, staalgrijs, aan het blauw van beschermpakken op Afrikaanse aarde, aan het zeegroen en cyclaam van de tunieken van de Indiase zusjes, opgeknoopt na eerst te zijn verkracht; aan donkerrood vooral, op bergen en vlaktes; al die kleuren bij elkaar in een mengkom, dat wordt zo zwart dat het geen kleur meer mag heten. Maar op het gebied van esthetiek zijn, om aan de ellende wat tegenwicht te bieden, de kenmerkende kleuren poederpastellen met een fluor touch. Scholten & Baijings gebruikten ze voor het eerst in 2005 in de Colour Plaids, lappen van merinowol met katoen, jacquard dubbel geweven, en het was een onmiddellijke hit. Dat palet, met dat fluor element, zag je de laatste jaren overal in terug: in het interieur, in sportschoenen, in kleding, accessoires.
Het handelsmerk van Scholten & Baijings is naast het kleurenpalet ook het kleurenverloop: het geleidelijk overgaan van de ene in de andere kleur. Verder maken ze gebruik van grafische patronen. ‘Blocks’ en ‘Grid’ zijn sleutelwoorden in hun collecties. Ze hebben het toegepast op vloerkleden, kasten, glaswerk, recent nog op tafels voor het grote Japanse meubelbedrijf Karimoku New Standard en op klokken en posters voor IKEA. Ze hebben zelfs een auto onder handen genomen: de MINI van BMW.
Nu staan ze aan de vooravond van hun doorbraak in de Verenigde Staten, waar de invloedrijke stoffenfabrikant Michael Maharam, voor wie zij recent een collectie meubelstoffen ontwierpen, als kerstgeschenk voor zijn relaties een Phaidon-boek over hun werk laat maken.

Foto: Jasper Zwartjes
Geen kunstenaars
Scholten & Baijings zijn commerciële ontwerpers, geen kunstenaars. Ze doen niet aan statements en ze maken geen social design. Ze kijken niet neer op IKEA, ze vinden het juist leuk dat hun ontwerpen nu eens voor een kleine prijs de markt kunnen bereiken. Ze houden van HAY’s ‘democratic design’: goede ontwerpen voor iedereen. Ze zijn vereerd als een museum iets aankoopt, maar ze hebben het liever bij de mensen thuis.
Hun mede-ambassadeur van de Dutch Design Week is de ‘speculatief ontwerper’ Arne Hendriks, die met zijn project The Incredible Shrinking Man op kunstzinnige wijze onderzoekt wat de gevolgen zouden zijn als mensen niet langer zouden worden dan vijftig centimeter. Vanwege zijn interesse in ‘creativiteit in omstandigheden van schaarste’ gaat hij voorafgaand aan het evenement een week vasten.
Dergelijk spektakelactivisme is Scholten & Baijings vreemd. Scholten is de zoon van een bankdirecteur die om de twee, drie jaar verhuisde en zijn nieuwe huis door de plaatselijke interieurzaak met designklassiekers liet inrichten. Aan Scholten dan de taak zijn jongenskamertje weer op orde te krijgen.
Dat hun ontwerpen zo aanslaan, past in de well being-trend die al een tijd aan de gang is en vooralsnog niet op z’n retour lijkt
Baijings is de dochter van een hooggeplaatste leidinggevende bij multinational Sara Lee. Ze zijn beschaafd, bereisd, hebben het slanke, goedverzorgde postuur van de betere klasse; ze weten hoe het hoort. Voor hen is duurzaamheid ‘een hedendaagse invulling geven aan oude ambachten’.
Ze bliezen het Nederlandse vlechtwerk nieuw leven in door wilgentenen te kleuren en te combineren met nieuwe materialen als plastic (Woven Willow voor Thomas Eyck), werkten samen met Ierse glassnijders in Waterford (het glaswerk Elements voor J. HILL’s Standard), en zorgden met Colour Porcelain voor een eigentijdse uitstraling van het Japanse ‘Arita’ porselein. Scholten: ‘Dat is onze vraag: hoe geef je een eigentijds gevoel aan iets dat al lang bestaat waardoor dat langer mee kan?’
Koestering
De studio van Scholten & Baijings zit onder in een appartementencomplex aan het Amsterdamse IJ. Overal staan hun ontwerpen. Stipjes, gaatjes, rondjes. Lijnen, dik en dun, diagonaal en recht. Water krijg je in een dun glas met een gouden stip op de bodem, koffie in een kopje van Japans lichtoranje porselein. Het woord dat opkomt is ‘translucent’: volgens het Engelse woordenboek: ‘allowing the light to shine through’.
‘Hun ontwerpen kenmerken zich door een grote mate van helderheid,’ zegt Saskia Huiting, als kleurexpert verbonden aan Histor en IKEA. ‘Dat komt: er zit heel veel wit in. In hun lichtblauw bijvoorbeeld zit veel wit, dat oogt heel fris. Zit er meer grijs in, dan oogt het veel klassieker. Je ziet nergens verzadiging in hun kleur – verzadigd wil zeggen dat er heel veel pigmenten in zitten, dan krijg je heel volle kleuren zoals bourgondisch rood of diepblauw. Hun kleuren stralen lichtheid uit, het is een heel optimistisch kleurgebruik.’De kleuren, zegt Baijings, zijn gericht op ‘koestering’, ‘op een verlangen naar zachtheid in het interieur’. ‘Juist nu er zoveel zwart in de wereld is, is er een sterke behoefte dat het thuis fijn voelt.’
Dat hun ontwerpen zo aanslaan, past in de well being-trend die al een tijd aan de gang is en vooralsnog niet op z’n retour lijkt. Binnenshuis mocht er na de minimalistische lijnen van eind jaren negentig weer meer ‘emotie’ in, en comfort. De jaren negentig hadden grijzen en bruinen meegebracht, en in dat landschap van zand, strand- en melkwit, forel, klei, leem, muisgrijs, kiezelgrijs, maakte iets met een geel fluor randje meteen indruk. ‘Kleur,’ zegt Scholten, zelf in een grijs T-shirt vandaag, ‘is, heel simpel, een middel om een groot gebaar te maken.’
Kleuren zijn hun ambacht geworden. Ze maken zelf verf, zelf kleuren, weten dat er op verschillende garens, verschillende houtsoorten, verschillende soorten klei verschillende soorten pigmenten moeten worden gebruikt. Ze geven hun ontwerp geen kleur, specificeert Scholten, ze geven vorm vanuit kleur.
‘Dat hele beschaafde palet is ontstaan uit de eigenzinnige intuïtie van een autodidact met de gestructureerde en georganiseerde verfijning van een vormgevingsstudent.’ Foto: Jasper ZwartjesAls een sonnet
Baijings is een autodidact, ze maakte reclamefilmpjes voor Coca-Cola en Citroën toen Scholten haar in 1999 ontmoette. Scholten heeft het kleurenvak geleerd van Mathieu Meijers, die kleuronderzoek geeft aan de Design Academy Eindhoven. Meijers’ studenten leren bijvoorbeeld om het verloop van de tijd – hoe het licht valt van ’s ochtends tot ’s avonds – weer te geven als een verloop van kleuren. Of te ordenen als een gedicht. Meijers: ‘Als je een reeks van tien kleuren hebt, kun je er vier samenvatten, als in een sonnet. Of je kunt er een herhaling van maken, zoals met rijm.’ Over de kleuren van Scholten & Baijings zegt hij: ‘Dat hele beschaafde palet is ontstaan uit de eigenzinnige intuïtie van een autodidact met de gestructureerde en georganiseerde verfijning van een vormgevingsstudent. Hadden ze allebei een vormgevingsopleiding gedaan, dan was het zo gepolijst geworden dat het geen zeggingskracht meer had gehad.’
De naam van hun tien maanden oude zoontje hangt in fluororanje op het prikbord. ‘Ze léven in hun eigen kleurpalet’
Deze zomer gaf Scholten een kleurworkshop voor meubelfabrikant Vitra op het Franse landgoed Domaine de Boisbuchet. Wat heb je daar geleerd, vraag ik aan Annie Lee Jonsson, een jonge textielontwerpster uit Zweden die de workshop volgde. ‘Dat kleur iets heel persoonlijks is,’ zegt ze. ‘But when it is right, everybody feels it.’
Elkaars huid
Eigenlijk zijn ze hun kleuren. Ingetogen, optimistisch. Hun overleg gaat op een rustige, vriendelijke toon, er zitten aanmoedigingen in, complimentjes: ‘Heel slim bedacht.’ ‘Had jij daar geen 9 voor op school?’ ‘Dat is lief om te zeggen.’ Het zwarte raster staat voor de zakelijke aansturing, het fluor-accent voor hun commerciële gevoel voor wat nieuw is. De naam van hun tien maanden oude zoontje hangt in fluororanje op het prikbord. Ze hebben ook poederroze trouwringen, maar dat is anders bedoeld. Toen ze gingen trouwen, wilden ze ringen van elkaars huid, ‘alsof je door elkaars ogen kunt kijken’. Ze gingen met een plastisch chirurg praten, maar die zei: ‘Jullie hebben gezonde handen, jullie wérken ermee, die huid laat je toch niet transplanteren, jullie lijken wel gek!’
Uiteindelijk hebben ze een tandtechnicus gevonden die van keramisch glas hun huid heeft nagemaakt en die op een ondergrond van goud heeft gezet. Die van Baijings, met de huid van Scholten, is wat donkerder. ‘Als je goed kijkt, zie je de huidstructuur.’
‘Ze léven in hun eigen kleurpalet,’ zegt Maurice Scheltens van het fotografenduo Scheltens & Abbenes, dat vaak werk van Scholten & Baijings fotografeert. Hij herinnert zich de kraamvisite bij Scholten en Baijings onlangs, de prachtige doos chocola die de gasten voorgehouden kregen, de chocolaatjes geschikt in een kleurverloop. De kroepoek voor de kinderen, gerangschikt in roze, gele, groene bloemen. Hij was ook op Scholtens verjaardag, waar de taartjes zo mooi stonden uitgestald ‘dat we twijfelden of het echt was’. Het is geen maniertje, wil hij daarmee zeggen. ‘Ze zijn zo. En dat is maar goed ook,’ voegt hij eraan toe. ‘Je overleeft in dit vak alleen als het oorspronkelijk is, want als je succes hebt, gaat iedereen je nadoen. Je blijft alleen overeind als het echt is.’

Transparant, mat, kleuring
Maar het gaat niet alleen om die kleuren. Het is de kleur in combinatie met de vormgeving. Bajings: ‘De detaillering.’ Scholten: ‘Gelaagdheid aanbrengen door structuren aan te brengen. Transparant, mat, kleuring. Die verbijzondering is onze kracht.’
Waar zij zich in bekwamen, is de ‘mass produced unique experience’, de persoonlijke, handgemaakte uitstraling van spullen die toch door de industrie vervaardigd zijn. Scholten: ‘Er is behoefte aan producten die verwijzen naar iets persoonlijks, one of a kind, maar dat niet per se hoeven te zijn.’ Baijings: ‘Zodat je er niet per se veel voor hoeft te betalen.’
Ga dat maar eens maken in twintigduizend stuks. Iets met een handgemaakte, persoonlijke uitstraling in een industrieel productieproces. Scholten: ‘Het zit in de details. Stel dat je in het productieproces alles net even anders maakt dan het prototype, dan blijft er niets meer over van je ontwerp.’
Om die kwaliteit te kunnen waarborgen, doen ze uitgebreide voorstudies en willen ze betrokken blijven bij elke stap in het daaropvolgende productieproces. Bij IKEA heeft dat tot ‘pittige onderhandelingen’ geleid. Scholten: ‘Scandinaviërs zijn sowieso wat rauwer.’ ‘Het werk is heel erg leuk,’ zegt hij, ‘maar het overtuigen dat dat moet, is…’ Baijings: ‘Daar heb je overredingskracht voor nodig.’ Scholten: ‘Daar moet het volume van de stem wel eens omhoog. Niet schreeuwen, maar: “Luister dit MOET echt gebeuren want anders hebben we ALLES voor niks gedaan.”’
Om duidelijk te maken hoe belangrijk de tussentijdse kwaliteitscontrole is, laten ze voorafgaand aan presentaties bij fabrikanten boeken maken over hun werkmethoden. Ze lezen die tekst tijdens de presentatie hardop voor. Scholten: ‘Je hebt klanten die zeggen: “O, ik snap het wel, ik snap wel wat je bedoelt.” Dan zeg ik: “Nou, volgens mij niet.” Dan ga ik het toch nog even uitleggen. Dat moet wel. Met name in de overdracht gaat het anders mis. Je garenleverancier – ik zeg maar wat – moet die stalen wel allemaal echt gaan maken, daar zijn kosten mee gemoeid. Ik wil duidelijk verteld hebben dat dat moet.’
‘Het zit in de details. Als in het productieproces alles net even anders maakt dan het prototype, dan blijft er niets meer over van je ontwerp’
Jammer
Wat hun grootste frustratie is? Scholten: ‘Tijd, denk ik.’
Baijings, die steeds heeft geglimlacht (een glimlach die soms iets resoluuts heeft), kijkt even op.
Scholten, tegen haar: ‘Tijd!’
Baijings: ‘Ik zou dat geen frustratie noemen.’
Scholten: ‘Wij hebben geen frustraties.’
Baijings: ‘Nee, eigenlijk niet.’
Scholten: ‘…maar dat de tijd zo weg tikt…’
Baijings: ‘De dagen gaan zó snel.’
Scholten: ‘Iedereen wil het steeds sneller hebben allemaal. Die deadlines worden steeds korter.’
Baijings: ‘Ze bellen je en ze hadden het eigenlijk al gisteren willen hebben.’
Scholten imiteert: ‘“Kun je dat even doen, even snel tussendoor?” Nee natuurlijk niet! Maar dan probeer je toch ergens…’
Baijings: ‘Om genoeg tijd te hebben om die samples echt zelf allemaal te maken…’
Scholten: ‘Wij weten dat we drie maanden nodig hebben…’
Baijings: ‘…om zelf te testen of we het echt goed genoeg vinden…’
Scholten: ‘Maar we krijgen van niemand drie maanden. Dus dat is onze… Ja, dan kun je zeggen: nou dan doe ik het niet, maar dat is ook niet helemaal van deze tijd. Sommige fabrikanten en opdrachten zijn zo interessant.’
Baijings: ‘Dat is geen “frustratie”, dat is eigenlijk meer jammer.’
Scholten: ‘Ik vind het nooit een heel prettig gezicht als mensen gefrustreerd zijn… je bent wel eens ontevreden…’
Baijings: ‘“Frustrerend”: zwaar woord, voor ons wel.’
Scholten: ‘Dan moet je ermee ophouden, als je gefrustreerd naar je werk gaat.’
Tegenwoordig maken ze ook wel eens iets zonder kleur. En ze hebben nu voor het eerst iets in het zwart gemaakt. De DOT Chair, voor HAY, maar wel met een geperforeerde zitting, zodat het licht er nog steeds doorheen kan.
Dutch Design Week Eindhoven, 18-26 oktober.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.