In de kelder van het redactiegebouw van Vrij Nederland, in een van de stellingkasten tussen stapels papieren, vonden we dit voorjaar een antieke geluidsband die kennelijk aan ieders aandacht was ontsnapt. Ook aan die van collega John Jansen van Galen, die in de aanloop naar het 75-jarig bestaan van VN uitgebreid research deed naar het verleden van het blad voor zijn boek De gouden jaren van het linkse levensgevoel, dat uiteindelijk een jaar na het jubileum zou verschijnen. Op het schutblad van de ‘Afonic low noise recording tape’ van het merk EMI staat te lezen: Opn. 15-5-1971, vergadering Vrij Nederland.
Wat waren dat voor opnames? Er is in de geschiedenis van dit blad véél vergaderd. Waarom vonden onze voorgangers juist deze vergadering zo belangrijk dat er een geluidsopname van moest worden gemaakt?
Een paar dagen later zaten we in een geluidstudio van Studio Desmet in Amsterdam waar een technicus een ouderwetse bandrecorder afstofte en met kabels aan een mengtafel verbond. ‘Zo moet-ie het doen,’ zei de technicus, en hij drukte op ‘play’.
De geluidsopname bracht ons terug in de tijd, naar een rokerige zaal vol voormalige verzetsstrijders en anderen die nauw betrokken waren geweest bij het ondergrondse Vrij Nederland.
De geluidsopname bracht ons terug in de tijd, naar een onbekende en ongetwijfeld rokerige zaal vol voormalige verzetsstrijders en anderen die nauw betrokken waren geweest bij het ondergrondse Vrij Nederland.
Het blad is opgericht op 31 augustus 1940, maar het dertigjarige jubileum werd niet in de zomer van 1970 gevierd, omdat er een brandje had gewoed op de redactie. De feestelijkheden waren uitgesteld en in de meidagen van 1971 alsnog op de agenda gezet. Op de eerste rij: Frans Hofker, die het eerste illegale nummer van VN had volgeschreven en gestencild in augustus 1940. Ada van Randwijk, weduwe van oud-hoofdredacteur Henk van Randwijk. Jurist Arie van Namen, de nummer twee tijdens de oorlogsjaren. En PvdA-voorman Joop den Uyl, die kort na de bevrijding redacteur van VN was geworden en op dat moment oppositieleider was.
Wat volgde was een confrontatie tussen twee generaties, die weliswaar dezelfde taal spraken, maar elkaar nauwelijks verstonden.
Arbeiderszelfbestuur
De voorafgaande jaren waren roerig geweest. Bij de PvdA was Nieuw Links de confrontatie aangegaan met de oude garde, in 1969 waren studenten in opstand gekomen tijdens de Maagdenhuisbezetting, bij de VARA en de VPRO waren programmamakers opgestaan tegen vermolmde bestuurders. Het gistte en het broeide en ook bij Vrij Nederland waaide een nieuwe wind. In maart 1969 was de destijds 37-jarige Rinus Ferdinandusse als vertegenwoordiger van de nieuwe generatie na een flinke machtsstrijd aangetreden als hoofdredacteur ten koste van zijn voorganger Matthieu Smedts. Die had vernieuwers als Jan Vrijman, Bibeb en Ferdinandusse binnengehaald, maar moest juist door hun toedoen het veld ruimen.
Ferdinandusse stond aan het hoofd van een zelfbewust clubje redacteuren, een gideonsbende die de tijdsgeest goed aanvoelde. Onder zijn leiding had de oplage een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt, wekelijks werden zo’n honderdduizend exemplaren verkocht.
Tegelijkertijd ontworstelden de redactie en uitgeverij Weekbladpers zich aan de invloed van de Partij van de Arbeid, vakbond NVV en De Centrale Arbeiders Verzekeringsbank. Die organen hadden in het verleden een belangrijke vinger in de pap gehad. Zo was er een redactieraad die periodiek bij elkaar kwam en die koers van het blad mede bepaalde. Joop den Uyl zat eind jaren zestig in die raad, en was het er bijvoorbeeld aanvankelijk niet mee eens dat Rinus Ferdinandusse de opvolger werd van Smedts omdat hij ‘politiek wat te neutraal zou zijn’.
Bij de Weekbladpers besloten werknemers in 1971, dus in hetzelfde jaar dat de jubileumbijeenkomst plaatsvond, tot de invoering van een vorm van arbeiderszelfbestuur, waarbij de uitgeverij voorlopig nog wel in handen bleef van vakbond en verzekeraar.

Pikant
Het was tegen deze achtergrond dat de redactie, oud-verzetsmensen, vertegenwoordigers van vakbond en PvdA, maar ook lezers en andere belangstellenden elkaar troffen tijdens de feestelijke maar ongemakkelijke bijeenkomst. Ontroerend was de bijdrage van ‘de heer Van Urk’ die in de oorlog het illegale VN in Den Helder had helpen verspreiden, was opgepakt en in het concentratiekamp blind was geraakt. ‘Ik heb sinds ik ben teruggekeerd geen kennis kunnen nemen van Vrij Nederland. Is het mogelijk om VN op band in te lezen?’
Hilarisch was de bijdrage van ‘de heer De Mos’ die zich verbaasde over ‘de zure kritiek op de VARA’, zich afvroeg of de ‘ietwat gepeperde schuttingwoorden’ konden verdwijnen (‘daar heb ik een brief over geschreven’) en bezwaar aantekende tegen de pagina met Zettertjes, de soms nogal pikant geformuleerde contactadvertenties.
De redactie onder leiding van Ferdinandusse hanteerde ‘een stevige dosis sensatiejacht’ bij haar berichtgeving over ‘de uiterste zelfkanten van het leven’.
Maar het historisch interessantste deel van de bandopname bestaat uit de confrontatie tussen de oude en de nieuwe garde. Hoogleraar algemene geschiedenis Bertus Schaper beet het spits af. Tijdens de oorlog schreef hij de nieuwsbulletins voor het ondergrondse Vrij Nederland en na de bevrijding was hij tot 1946 adjunct onder Henk van Randwijk. Hij was de kleinzoon van Jan Schaper, de Groningse huisschilder die een van de oprichters was van de SDAP en het zou brengen tot vicevoorzitter van de Tweede Kamer. Zelf behoorde Bertus Schaper tot de uiterst linkse vleugel van de PvdA. Hij vond dat bij VN een politieke lijn ontbrak, dat er bij voorbeeld niet werd opgeroepen tot ‘grondvorming in de richting van een links volksfront’. De redactie onder leiding van Ferdinandusse hanteerde volgens hem ‘een stevige dosis sensatiejacht’ bij haar berichtgeving over ‘de uiterste zelfkanten van het leven’. Hij verweet de redactie dat die zich te veel liet leiden door ‘allerlei wisselvalligheden, van stemmingen, van opkomst en neergang van allerlei stromingen’. Met andere woorden: de redactie van Vrij Nederland was volgens Schaper weinig beginselvast en maakte een zwalkend weekblad.
Steek onder water
Dat liet de gideonsbende onder leiding van Rinus Ferdinandusse niet over zijn kant gaan. Als eerste nam adjunct-hoofdredacteur Joris van den Berg (1932) plaats achter de katheder.
‘Ik maakte de krant,’ zegt Ferdinandusse terugkijkend. ‘Dit soort zaken liet ik graag aan Joris over.’
Van den Berg – een rasverslaggever die er het liefste op uit trok om ‘gewone mensen’ aan het woord te laten – sloeg op een geraffineerde manier terug. Het Vrij Nederland van de jaren veertig, zo stelde hij, was ‘een commentaren-krant’, met moraliserende papieren stukken over Honduras of de Amsterdamse Jordaan. ‘Het paste bij die jaren, maar als we daar mee door zouden zijn gegaan, was er geen Vrij Nederland meer,’ zo merkte hij fijntjes op. Het was een steek onder water aan het adres van Schaper, want het waren mensen zoals hij die dit soort beschouwingen schreven.
‘Die generatie had fundamenteel heel goede standpunten,’ zegt Joris van den Berg als we hem bijna een halve eeuw later de band laten horen. ‘Ze hadden zich verzet tegen de moffen, maar dat ging in wollige, serieuze, zwaarmoedige taal. Na de oorlog hebben wij een formule gevonden met een lichte toets, mede dankzij de interviews van Bibeb, om VN bij alle politieke standpunten toch leesbaar te houden.’
‘De sensatie die we brengen is dat wat er in de maatschappij leeft.’
Van den Berg memoreerde tijdens de jubileumbijeenkomst hoe oud-hoofdredacteur Matthieu Smedts op een dag redacteur Hein van de Weg tijdens een tramstaking naar buiten stuurde, om met de stakers zelf te gaan praten en daarover te schrijven. Dat was een doorbraak! ‘Dat is beslissend geweest, dat je naar mensen toe ging, daar waar het gebeurde, naar bouwplaatsen waar gestaakt werd.’
De beschuldiging dat Vrij Nederland op een sensationele manier over maatschappelijke ontwikkelingen zou berichten, wierp Van den Berg verre van zich. ‘De sensatie die we brengen is dat wat er in de maatschappij leeft. Het is leuk om je commentaren te ontlenen op basis van wat je op radio en televisie hoort en ziet, maar het is veel belangrijker om er zeven dagen in de week op uit te trekken!’
‘Allerlei kritikasterij’
Schaper liet zich niet uit het veld slaan. Natuurlijk, elke week een stemadvies was niet de bedoeling, maar VN was wat hem betreft ‘onherkenbaar’, sterker nog hij verweet ‘de heren’ dat ze aan hun artikelen ‘allerlei kritikasterij’ toevoegden, ze moesten niet denken dat ze ‘de wijsheid in pacht hadden’ want ‘dat is zurigheid’. Hij bedoelde: ga niet te veel vitten op linkse partijen en de vakbond. Immers: ‘De mensen moeten je trouw blijven, ook als de wind tegen zit.’
Daarna hield redacteur Joop van Tijn een superieur betoog, waarin hij de vloer aanveegde met Schaper. Van Tijn was nog niet uitgegroeid tot de gevreesde en bewonderde politieke interviewer van VN, maar hij was wel een gelauwerde verslaggever, bekend van televisie waar hij vanaf 1963 samen met onder meer Ferdinandusse in het panel had gezeten van het roemruchte programma Zo is het toevallig ook nog eens een keer.
‘Rinus was altijd politiek cabaret, Joop was een gladde prater,’ zegt Joris van den Berg. ‘Ik had ze allebei hoog zitten.’
Van Tijn begon zijn betoog met het op zijn plaats zetten van Schaper. ‘U weet dat het een bekende wens is van dramatische acteurs om nog een keer in een komedie te spelen,’ zo stelde Van Tijn. ‘Of van komieken die een drama willen spelen. Daar doet de heer Schaper mij aan denken als hij als historicus vooruit wil kijken.’
Vrij Nederland ‘houdt het hoofd koel’, ‘probeert te ontdekken waar gesjoemeld wordt’ en ‘waar met mensen wordt gemanipuleerd’.
Volgens Van Tijn vulde Vrij Nederland een vacuüm dat was ontstaan omdat het parlement ‘als controlerend orgaan volledig verstek laat gaan’ en aandeelhouders er op aandeelhoudersvergaderingen ‘voor spek en bonen bij zitten’. Vrij Nederland ‘houdt het hoofd koel’, ‘probeert te ontdekken waar gesjoemeld wordt’ en ‘waar met mensen wordt gemanipuleerd’. Mensen waren zich volgens hem aan het bezinnen op maatschappelijke structuren, hoe de macht functioneerde, en ze waren zich ervan bewust geworden dat die macht moest worden gecontroleerd. ‘Ik zou niet willen zeggen dat dit tijdperk zonder Vrij Nederland niet zou kunnen bestaan, maar wel dat veel mensen niet op de hoogte waren geweest als Vrij Nederland er niet was.’
Vlotte journalistiek
Schaper lijkt na het betoog murw. ‘Ik heb te veel genoten van het verhaal van Van Tijn om ervan te noteren en te reageren. En dat is ook een grote grief van Vrij Nederland, je leest het, je amuseert je, geïntrigeerd door wat erop een vlotte journalistieke manier aan het licht gebracht wordt, dat je er niet verder over nadenkt. Ik denk dat dat een van de bezwaren is van het nieuwe Vrij Nederland.’
‘Vrij Nederland was er niet alleen om de lezer te informeren, maar ook om hem te amuseren,’ zegt Joris van den Berg. ‘Die oudere generatie begreep onze humor niet. Ze dachten: die jongens maken maar een krantje, een flutdingetje. Maar redacteuren als Martin van Amerongen en Igor Cornelissen waren fundamentele denkers, met een lichte toets.’
‘U kunt ons niet verwijten dat we goed schrijven! Dat is net zoiets als Cruijff verwijten dat hij zo hard loopt dat u niet heeft gezien dat hij een kans heeft gemist.’
Van Tijn sloeg dan ook hard terug: ‘Ik begrijp dat “vlotte journalistiek niet”. Er zou een lijst met onderwerpen gemaakt kunnen worden waarover wij uiterst gedocumenteerde verhalen hebben gebracht, waardoor dingen aan het rollen zijn gekomen. U kunt ons niet verwijten dat we goed schrijven! Dat is net zoiets als Cruijff verwijten dat hij zo hard loopt dat u niet heeft gezien dat hij een kans heeft gemist. We willen de lezer overtuigen, maar niet op welke hij partij hij moet stemmen of hoe hij zijn toekomst moet inrichten, want dat moet hij zelf weten.’
Rinus Ferdinandusse viel zijn kompaan bij. ‘Wat wij doen, is mensen bewust maken dat er veel meer mogelijkheden zijn in dit leven, en dat ze zelf mogen zeggen en bepalen wat ze doen. Het losmaken van die gedachten is zo’n gigantische taak dat we daar nog lang niet mee klaar zijn.’ Hij stelde daarop voor ‘de discussie te besluiten’ omdat hij uit ervaring wist dat ‘wie nu niet gezegd heeft wat hij met Vrij Nederland heeft, dat straks bij het glaasje gaat doen’.
Brugfunctie
Maar zo snel ging dat niet. Voordat de bar werd geopend, kwamen nog twee vertegenwoordigers van het oude Vrij Nederland aan het woord. Joop den Uyl – twee jaar later zou hij minister-president worden van het meest linkse kabinet dat Nederland ooit heeft gekend – was van de oudgedienden nog het meest bij de tijd en dus mild over de koers van Ferdinandusse.
‘Ik vind dat een weekblad moet onthullen,’ zei Den Uyl. ‘Zeker voor een linkse krant is dat een plicht en ik vind dat Vrij Nederland dat vaak erg goed doet.’ Ook stemde hij in met het idee van Ferdinandusse dat VN moest laten zien hoeveel meer er te koop was in de wereld. ‘Die cultuurfunctie is de meest wezenlijke functie van Vrij Nederland,’ zei Den Uyl. ‘En naarmate het daar meer in slaagt, is het de moeite waard dat Vrij Nederland blijft en een grote krant is.’
Er ontbrak volgens Den Uyl ook wel wat: direct na de oorlog vervulde Vrij Nederland een brugfunctie en zaten er mensen met linkse én rechtse ideeën in de redactie. Dat was verdwenen en dat noemde Den Uyl ‘een verschraling’. Is het niet zo, redeneerde Joop den Uyl slim, dat het betoog van Ferdinandusse voor een wijdere blik op de wereld ook betekende dat er meer ruimte moest zijn voor ‘ontmoetingen’, zo ‘meer kansen scheppend voor het socialistische volksfront’? Geen wonder dat Den Uyl bij dat idee van Schaper uit kwam, drie weken eerder had hij een klinkende overwinning geboekt bij de landelijke verkiezingen waar zijn PvdA een lijstverbinding was aangegaan met D66 en de PPR, zonder dat op dat moment regeringsdeelname volgde.
Een ironisch terzijde
Het einde van de bijeenkomst verliep warrig. Dagvoorzitter George Cammelbeeck (die PvdA-senator en televisiebekendheid had de redactie twee jaar eerder bijgestaan in de strijd met oud-hoofdredacteur Matthieu Smedts) wilde na Den Uyl afhameren, maar vergat verzetsheld Arie van Namen, die het slotwoord zou verzorgen. ‘Je hebt het perfect gedaan George, maar verder weet je er niets van,’ merkte Ferdinandusse snedig op.
‘Ik begrijp niet dat u niets heeft gezegd over die afschuwelijk lange stukken, of die afschuwelijke schrijfstijl, de eigenwijsheid, het typische hobbyisme.’
Vervolgens wendde de hoofdredacteur zich tot de zaal met een ironisch terzijde: ‘Ik begrijp niet dat u niets heeft gezegd over die afschuwelijk lange stukken, of die afschuwelijke schrijfstijl die sommige redacteuren zich hebben aangemeten, de eigenwijsheid, het typische hobbyisme. Ook met verdere klachten kunt u zich bij mij vervoegen.’
Vervolgens wendde Ferdinandusse zich tot Van Namen, die hij aankondigde als de man die ‘nog een kleine toespraak’ zou gaan houden.
‘Een lichte toets is belangrijk,’ zegt Joris van den Berg, de band terugluisterend. ‘Rinus dankt voor de milde kritiek, maar hij bedoelt het tegenovergestelde. En met dat “kleine toespraak” zegt hij in leuke taal: niet te lang hoor.’
Verzetsheld Van Namen, die de laatste maanden van de oorlog vastzat op de gevreesde gang met de ‘hemelbestormers’ in het Huis van Bewaring aan de Weteringschans, reageerde niet op de steek onder water van Ferdinandusse, maar wendde zich tot de zaal en begroette tal van oud-verzetsstrijders met naam en toenaam. Hij benadrukte nog maar eens dat de oprichters van Vrij Nederland dat ‘met hun eigen centen hadden betaald’ en dat zij die het blad voortzetten daarvoor bloed zweet en tranen hadden gegeven en ‘daar nu nog de nadelen van ondervinden’. Dat het mensen waren geweest die ‘hun persoonlijke vrijheid op het spel zetten voor de vrijheid van een ander’. Gelukkig herkende hij zich in de waarden waar ook het Vrij Nederland van Rinus Ferdinandusse en Joris van den Berg voor stond: openheid, progressiviteit en strijd tegen machtsmisbruik. Nadat Arie van Namen ‘het huidige Vrij Nederland’ nog een lang leven had toegewenst, eindigt de bandopname. De strijd tussen de generaties, tussen de mannen van ‘40-’45 en de mannen van ‘68 – want vrouwen komen niet aan het woord – werd daarna ongetwijfeld nog lang voortgezet aan de bar.
Met dank aan oud-documentalist van Vrij Nederland Marleen van den Berg, die voor ons haar vader Joris van den Berg interviewde.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.