Ik ken weinig mensen die mordicus tegen windmolens zijn. Ligt ongetwijfeld aan mijn vriendenkring van linkse braveriken die keurig biologisch vlees kopen, D66 of GroenLinks stemmen en een kleine, zuinige auto rijden omdat ze ‘bijna alles op de fiets doen’. Toch blijk ik bevriend met ze te zijn: onvervalste tegenstanders – gewoon, omdat die krengen lelijk zijn, ze op subsidie draaien en omdat het allemaal overdreven is, dat groene gedoe.
We stonden op de steiger van de jachthaven, beetje te ouwehoeren over onze zeilboten. Het zeilseizoen begint bijna, plannen voor nieuwe tochten krijgen vastere vorm. ‘Maar ja, het IJsselmeer is het IJsselmeer niet meer,’ zei een van hen. ‘Overal komen die vreselijke windmolens. Doodzonde: waar je ook zeilt, je ziet ze altijd.’
Dit bleef het beslissende argument: ze verpesten het uitzicht en het IJsselmeer moet blijven zoals het is. Cijfers, ratio en nuance waren ondergeschikt, belangrijker is het gevoel dat er weer eens onzinnige plannen zijn bedacht door wereldvreemde ambtenaren, dat in Nederland voor de zoveelste keer gezond verstand moest plaatsmaken voor morele doordraverij en dit alles overgoten met een scheutje wij-jongens-onder-mekaar-begrijpen-dat-maar-de-rest-van-de-wereld-is-achterlijk. Een manier van redeneren die bouwvakkers, taxichauffeurs en niet-lullen-maar-poetsen-ondernemers verbindt in hun voorliefde voor De Telegraaf.
Ik kan er slecht tegen: niet geremd door enige kennis jezelf als baken van gezond verstand beschouwen met eigenbelang als onvermijdelijk eindpunt van je redenering. Goed, het uitzicht tijdens een zondags zeiltochtje verslechtert – vind ik ook erg. Maar is dat echt belangrijker dan de gevolgen van klimaatverandering? Wat wil je dan, kolencentrales blijven stoken? Vind je kernenergie na Fukushima echt een serieuze optie? Waarom negeer je de feiten en stel je de onvermijdelijke overgang naar duurzame energie uit, ook als dat ongemakkelijke maar ondergeschikte gevolgen heeft?
Het verbaasde me ook. Met een van deze zeilers maakte ik ooit een prachtige oversteek naar Engeland. Ik was onder de indruk van hoe hij zich zorgvuldig en bedachtzaam voorbereidde op verwachte en onverwachte tegenslagen. Tijdens de laatste nacht op de Noordzee trok de wind aan. Was het tijd om te reven? Altijd een lastige vraag, want bij zware zeegang is reven geen prettig klusje en soms zelfs gevaarlijk. Als het harder gaat waaien, moet het; maar misschien neemt de wind af en kunnen we lekker in de beschutte kuip blijven zitten.
Hij leerde me een oude schipperswijsheid: ‘Als je je afvraagt of het tijd is om te reven, is het tijd om te reven: een rif steek je liever te vroeg dan te laat. Kom, aan de slag, dat rif moet er in.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.