‘Ik was jaloers op een jongen in de straat omdat hij Thomas heette.’ Al bij de eerste zin zet schrijver Thomas van der Meer (1986) je in zijn debuutroman Welkom bij de club aan het twijfelen: lezen we hier een autobiografisch verhaal?

Vervolgens word je meegenomen in een tragikomische, vlotte aaneenrijging van alledaagse scènes uit het leven van een transgender man, die zo gek wordt van alle meningen, opmerkingen en goedbedoelde reacties dat hij een nieuwe stad en baan zoekt. Waar hij beseft dat hij voor de buitenwereld nooit aan zijn transseksualiteit zal kunnen ontsnappen.

Waarom vinden jullie interviewers de vraag of het boek autobiografisch is zo interessant, vraagt Thomas zich halverwege het interview af.

En dan, richting het einde, staat er: ‘Ik dacht: als ik ooit een boek schrijf over mijn ervaringen, dan laat ik Henri eruit.’ Henri, een slechte date, staat er wél in. Is het dan toch allemaal verzonnen?