Thomas Erdbrink is gesneuveld. Hij is een dijk van een journalist, maar een matige Zomergastheer. Typisch een slachtoffer van de nieuwste TV-denkfout: ‘als-ie dit kan, kan hij dat ook.’

‘Dit was Zomergasten!’, zei Thomas Erdbrink. Hij was als een kind zo blij dat het erop zat. Het was de laatste aflevering, en het leek erop dat Mark Rutte vlak voor de uitzending had aangeboden de regie over te nemen. Prima, moet Erdbrink gedacht hebben. De presentator werkte laconiek een lijstje vragen af, en nam genoegen met nietszeggende antwoorden: ‘Wat gaat er door je heen?’ – ‘Emoties.’ Een fout van de VPRO: zo’n lichtgewicht zet je niet neer tegenover een gast van het kaliber minister-president/berekenende gladjakker (aka ‘nat zeepje’).

Het was een hemeltergend slecht interview. Erdbrink vroeg niet door, gaf Rutte meer ruimte dan nodig was om in alle rust campagne te voeren, en liet de kijker achter met een vieze smaak in zijn mond. Erdbrink is een goede schrijvende journalist, maar als Zomergastheer was hij onder de maat.

Maar hé, Erdbrink had vóór Zomergasten een prachtprogramma gemaakt. Als Onze man in Teheran sleepte hij prijs na prijs binnen, flirtte hij met iedere talkshow host, won hij in rap tempo het hart van ieder gutmensch en werd hij het lievelingskind van de Nederlandse Publieke Omroep. Wie neemt het ze kwalijk? Een gedegen journalist, kennis van zaken, gids in een land dat voor vele kijkers een black box is, een hip voorkomen, een geinig stemmetje en een interessante vrouw. De ster is zijn eigen merk, stond vanmorgen nog in de Volkskrant-column van Jean-Pierre Geelen. En wij vraten alles waar Thomas Erdbrink op stond.

En het lievelingsmerk, eh -kind, mag dus Zomergasten hebben.

Ik noem het de promotievloek: de arme werknemer die zijn werk zo goed doet dat hij een promotie cadeau krijgt van zijn leidinggevende, en vervolgens geen ene pannenkoek bakt van zijn nieuwe functie. Het lijkt zo logisch: je bent goed in wat je doet, niet per se in nét wat anders. Maar als de kijkcijfers tegen blijven vallen, verdikt de mist zich in het blikveld van de NPO: dan grijpen ze naar clickbait van vlees en bloed. Ze lokken de kijker met een bekende kop, die op alle mogelijke manieren wordt ingezet. Geschikt of niet.

Noot: ik heb inmiddels, twee dagen na het schrijven van dit stukje, al zo’n honderd keer gehoord dat ik het over het Peter Principle heb als ik de ‘promotievloek’ opschrijf. Dat is niet de bedoeling, want dat principe zit echt wat anders in elkaar. Een tijd lang doorpromoveren tot je opgescheept zit met een functie die niets meer te maken heeft met jouw kunnen is wat anders dan wanneer je na één succesje een totaal ander vak aangemeten krijgt.

Het meest stuitende voorbeeld van de promotievloek in praktijk is Lauren Verster. Een mooie, brutale presentatrice, die een tijdje Jakhals was bij DWDD en 6Pack presenteerde op MTV. Leuk, tot Lauren het Merk ontdekte dat de kijker het pikte als ze zichzelf als stralend middelpunt liet filmen. Lauren!, heet haar programma tegenwoordig. (Linda had de punt al gekaapt, dus ging Lauren voor het uitroepteken.) Ze was op Ibiza, waar ze een aantal oninteressante mensen interviewde in het Engels van een tweedeklasser. In haar eigen woorden: ‘In de komende weken ga ik op zoek naar vrijheid op een van de meest vrije plekken op aarde.’ Dat snijdt geen hout, recenseerde Han Lips in het Parool. Ze was op vakantie op kosten van de kijker. Bovendien, recenseer ikzelf, was er geen reet aan: Lauren vertelde niets nieuws over Ibiza, en bestaat zelf uit bruine benen, de overpeinzingen van een schoolmeisje, een snufje narcisme, en gebakken lucht. Ze is ook verhuisd op kosten van de kijker: met haar nieuwe vriend huurt ze een duur appartement in Amsterdam, en haar ‘wenproces’ was volgens de Avro-Tros een peperduur tweeluik waard. Over de Amsterdamse Wallen zijn tal van prachtige producties gemaakt, dus de meerwaarde zou ‘m in in het merk Lauren! moeten zitten.

Ook Eva Jinek heeft het egodocument ontdekt, en de NPO Eva als merk. In De Verenigde Staten van Eva reist ze door het land waar ze geboren is, op zoek naar het Amerika uit haar jeugd. Eva op een paard, Eva op een motor, Eva op schietles, Eva naast een indiaan in een zweethut, waar ze in tranen naar buiten komt omdat ze haar ‘gedachten niet kan sturen’. Haar Engels is na Lauren (en Katja, for that matter) een verademing, net als haar journalistieke kwaliteiten, maar ook hier blijf ik me afvragen: waarom kijken we naar Eva’s persoonlijke zoektocht als we iets te weten willen komen over Amerika? Jinek is een talkshow host, geen Amerika-kenner.

Maarten van Rossem was er in 2009. Het werd een programma waarin de meerwaarde van de presentator – zijn kennis van de geschiedenis en zijn voorliefde voor het absurde – niet te miskennen viel. Hetzelfde gevoel dat ik kreeg bij Langs de oevers van de Yangtze, met Ruben Terlou, Grensland, met Jelle Brandt Corstius, en Onze man in Teheran. Maar helaas, de promotievloek is onvermijdelijk: het typetje Van Rossem bleek als merk goud waard en werd door de NPO volledig uitgemolken. Inmiddels is de NPO alle schaamte voorbij en wordt Van Rossem simpelweg op een stoel in de hoek van een studio gedrukt om tijdens De Slimste Mens lekker zichzelf te zijn. Meer niet.

Het absolute dieptepunt van met bekende koppen op safe spelen was F*ck me, I’m famous. Een programma van Filemon Wesselink, die probeert nog beroemder te worden met een programma over zijn worsteling met roem. Hij spreekt met lotgenoten als Matthijs van Nieuwkerk, Dave Roelvink, en Arie Boomsma. Het werd een opsomming van ‘ach en wee’-gesprekken over first world problems die geen enkele kijker bekend voorkwamen. (Behalve Van Nieuwkerk, Roelvink en Boomsma, die er vast de televisie voor hebben aangezet.)

Het kán wel, een boeiend NPO-format in de categorie egodocument. Denk aan de chronisch charmante Jort Kelder die ons zijn etiquette leert in Hoe heurt het eigenlijk, de bommen charisma van Beestieboys en Super Stream Me, het maffe BOOS! van Tim Hofman, Sophie Hilbrand met Sophie in de kreukels, of de gespeeld naïeve maar razend slimme Michael Schaap in De Hokjesman. Doen waar je goed in bent met jezelf in de hoofdrol: de schoenmaker bij zijn leest.

Láát ze daar, NPO. Mijn hart breekt bij het idee dat er volgend jaar weer een BN’er sneuvelt aan tafel bij Zomergasten (Doe het niet, Ruben!). Laat een documentairemaker documentaires maken en een journalist onderzoeken. Laat een interviewer interviewen en stel ze zelf geen vragen. Onderschat het ego niet van mensen die graag in het oog van de camera kijken. Gooi die arme BN’ers niet zomaar voor de leeuwen. Laat ze niet meer of minder doen dan waar ze goed in zijn. Dan kunnen ze rijpen binnen hun vakgebied. Gestaag, als goede wijn.

Zodat de volgende Zomergastheer na de laatste aflevering de camera inkijkt – de gast uitgeput en uitgehoord – en  hij of zij kalmpjes aan kan verzuchten: ‘Dit was Zomergasten. Jammer, hè?’