Thijs op woensdag! Sybrand Buma oogst flinke kritiek met zijn nationalistische koers, maar intussen krijgt hij wel het kabinet van zijn keuze. En als het voortijdig valt? Dan lonkt het Torentje.

Toen ik van de week Sybrand Buma ontspannen en goedlachs door het Kamergebouw zag wandelen begreep ik opeens waarom de CDA-leider op de uitslagenavond van de verkiezingen in maart met een bijna uitzinnige lach zijn partijgenoten toesprak, alsof zijn partij de grootste van het land was geworden: het was geen euforie die hem zo deed stralen, maar opluchting. Na ruim vier jaar ploeteren in de oppositie, na talloze verwijten dat het CDA onder zijn leiding op ‘verantwoordelijkheidsvakantie’ was, na aanhoudende kritiek dat hij met zijn conservatieve verhalen over islamitische migranten en de bedreiging van de joods-christelijke cultuur de PVV napraatte, na hoongelach over zijn pleidooi voor het staand zingen van het Wilhelmus, was hij erin geslaagd het CDA weer een factor van betekenis te maken, als derde partij in het land.

De volgende horde lijkt Buma nu te gaan nemen: het heroveren van regeringsmacht. Terwijl hij deze week zo ontspannen door het Kamergebouw stapte, zoemde door de wandelgangen dat de onderhandelaars van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie erop mikken het nieuwe kabinet in de tweede week van oktober te presenteren – gesteld dat de doorrekeningen van het CPB geen vervelende verrassingen opleveren: op maandag 9 oktober de bordesscène, op woensdag 10 en donderdag 11 het debat over de regeringsverklaring. Na maanden van tergend trage onderhandelingen zouden Rutte, Buma, Pechtold en Segers hebben bedacht dat enige haast nu geboden is, want later die week gaat de Koning op staatsbezoek in Portugal en de week daarna is de Tweede Kamer op reces. Kortom: het ziet ernaar uit dat Buma het kabinet van zijn voorkeur spoedig gaat binnenslepen.

Kortom: het ziet ernaar uit dat Buma het kabinet van zijn voorkeur spoedig gaat binnenslepen.

Advertentie

Advertentie

Eerder in de formatie kreeg de CDA-leider ook al zijn zin, toen GroenLinks uit de formatiegesprekken stapte. Het officiële verhaal van de andere drie onderhandelaars: er was met Klaver geen overeenstemming te bereiken over migratie. Maar eigenlijk was de jonge GroenLinks-leider al eerder vakkundig door Buma uitgerookt: wekenlang had de CDA-leider geen duimbreed toegegeven in de gesprekken over klimaat en duurzaamheid, waarna Klaver zijn knopen telde. Met GroenLinks verdwenen ook de ‘linkse dagdromen’ uit de onderhandelingen, waar Buma zich al tijdens de campagne fel tegen had afgezet. En zo werd het kabinet van zijn voorkeur mogelijk: zonder lastige linkse partijen, mét het pragmatische D66, en met de ChristenUnie als bondgenoot in plaats van christelijke concurrent in de oppositie.

In de nieuwe constellatie heeft Buma de gelegenheid de rechtse koers die hij in de oppositie inzette tot kabinetsbeleid te verheffen: een strenger migratiebeleid, meer geld voor Defensie en politie, zo min mogelijk omstreden milieumaatregelen, meer geld voor de bedreigde middenklasse.

In 2010 was het CDA nog diep verdeeld over de samenwerking met de PVV in het eerste kabinet-Rutte, in 2012 gevolgd door een dramatische verkiezingsnederlaag. Maar de kritiek van de sociaal-christelijke vleugel in de partij die zich toen nog krachtig roerde, met kopstukken als Ernst Hirsch Ballin, Herman Wijffels en Cees Veerman, is de afgelopen jaren vrijwel verstomd. De stevige taal die Buma sinds zijn aantreden als fractievoorzitter laat horen over migratie en de bedreigde Nederlandse cultuur krijgt in de partij opvallend weinig weerwoord – althans: in het openbaar. Ook zijn H.J. Schoolezing van vorige week (‘onze traditie en cultuur mogen we niet laten verwateren’) kreeg vooral flinke kritiek uit progressieve hoek. De enige CDA’er die het de afgelopen maanden waagde Buma in het openbaar de mantel uit te vegen was Herman Wijffels, in een veelbesproken interview in het AD: ‘Die man heeft helemaal niets met het duurzaamheidsvraagstuk’, sprak de voormalige SER-voorzitter.’ Als dat zo blijft, moet het CDA de oppositie maar in’. Maar Buma liet de kritiek stoïcijns van zich afglijden, en kort daarna stapte niet hij maar Klaver uit de onderhandelingen.

Alleen in Christen Democratische Verkenningen, het blad van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA, is bedekte kritiek op Buma’s koers te vinden. In het zomernummer pleit oud-minister Cees Veerman voor ‘rentmeesterschap’ en tegen reactionaire politiek, noemt journalist Marcel ten Hooven de huidige ‘nationalistische koers’ van het CDA een ‘dwaalweg’ en legt CDA-kenner Pieter Gerrit Kroeger uit dat de winst van het CDA bij de verkiezingen niet dankzij maar ondanks Buma’s rechtse campagne tot stand kwam.

Maar het ziet er niet naar uit dat Buma zich iets van zulke vermaningen zal aantrekken: dat heeft hij de afgelopen jaren ook niet gedaan. Tot nu toe heeft zijn rechtse koers hem bovendien gebracht waar hij wil zijn, het regeringspluche is nabij. De kritiek op de ‘verantwoordelijkheidsvakantie’ is nu al verleden tijd, straks kan het CDA weer doen waar de partij de afgelopen decennia heel behendig in is gebleken: regeren. En als het nieuwe kabinet – met haar magere meerderheid van 76 zetels in de Kamer – vanwege onderlinge spanningen tussentijds uiteen spat? Dan staat Buma klaar om de fakkel van Mark Rutte over te nemen, zeker nu binnen de VVD het gerucht gaat dat Rutte aan zijn laatste termijn als partijleider begint: welke VVD’er is in staat te flikken wat Rutte de afgelopen jaren heeft geflikt? Premier Buma: het zou zomaar kunnen.