In verkiezingstijd hadden Rutte, Buma, Pechtold en Segers nog de mond vol over ‘moreel leiderschap’, maar toen bussen met vreedzame activisten op de snelweg werden klemgereden door agressieve raddraaiers dook de gehele coalitie snel weg achter de boze burger.

Toen afgelopen weekeinde drie bussen vol vreedzame actievoerders op de snelweg bij Joure werden klemgereden en het van de zijde van het kabinet oorverdovend stil bleef moest ik opeens weer denken aan een dubbelinterview van Mark Rutte en Lodewijk Asscher in mei 2016 in de Volkskrant. Daarin legde de liberale premier uit dat hij van zijn collega Lodewijk had geleerd wat vaker te zeggen wat hij echt van dingen vond. ‘Ik heb altijd getwijfeld of een politicus zich moet uiten over zaken die niet direct op te lossen zijn met een wet. Als liberaal ben ik geneigd om daar terughoudend in te zijn. De samenleving moet z’n werk doen, maar tegelijkertijd zijn er veel onderwerpen waar je mag normeren, waarbij je mening als politicus relevant is. Dat doe ik nu veel meer.’

Tijdens de verkiezingscampagne aan het begin van dit jaar legde Rutte in een brief aan alle Nederlanders uit wat hij daar ongeveer mee bedoelde: ‘We zullen glashelder moeten blijven maken wat normaal is en wat niet normaal is in dit land. We zullen onze waarden actief moeten verdedigen.’

Tezelfdertijd kondigde CDA-leider Sybrand Buma niets minder dan een ‘beschavingsoffensief’ aan tegen de ‘morele crisis’ waarin Nederland door toedoen van dezelfde Mark Rutte zou verkeren en verklaarden ook Gert Jan Segers van de ChristenUnie en Alexander Pechtold van D66 dat ‘beter luisteren’ naar de boze burger niet genoeg was en dat de politiek ‘moreel leiderschap’ moest tonen.

Maar de afgelopen dagen werd pijnlijk duidelijk wat de mooie woorden van de coalitiegenoten in spe waard waren, toen de bussen met actievoerders op de snelweg werden klemgereden door een handvol rechtsextremisten, met een kettingbotsing tot gevolg. Waarna op videofilmpjes via de sociale media te zien was hoe politieagenten bedeesd handen schudden met de raddraaiers, en zelfs niet ingrepen toen één van de agressievelingen de politie sommeerde één van de chauffeurs van de bus te halen, ‘en anders vraag ik de jongens om dat even te doen’. Uiteindelijk werden de bussen door de politie teruggeleid naar Amsterdam vanwege de dreiging van ‘verdere wanordelijkheden’, zodat het demonstreren tegen Zwarte Piet (eerder toegezegd door de burgemeester van Dokkum)  feitelijk onmogelijk werd gemaakt, en Jenny Douwes, die via Facebook tot het illegaal blokkeren van de snelwegen had opgeroepen, in de Telegraaf tot Friese ‘Jenny d’Arc’ kon worden uitgeroepen.

Maar wat deden de coalitiegenoten, die dit voorjaar nog de mond vol hadden over ‘moreel leiderschap’? Snel wegduiken achter de boze burger.

Een zeldzaam geval van eigenrichting, zou je zeggen, dat niet alleen schreeuwt om strafrechtelijke vervolging  van de daders (waartoe het Openbaar Ministerie inmiddels een onderzoek in gang heeft gezet) maar ook om een krachtige politieke veroordeling, al was het maar om te laten zien dat eigenrichting in Nederland niet wordt geaccepteerd. Maar wat deden de coalitiegenoten, die dit voorjaar nog de mond vol hadden over ‘moreel leiderschap’? Snel wegduiken achter de boze burger. Mark Rutte kwam niet verder dan de mededeling bij RTV Noord dat ‘we met z’n allen een beetje normaal moeten doen,’ en ‘wat ik niet wil is dat kinderen worden geconfronteerd met boze demonstranten’ – hetgeen net zo goed te verstaan was als: fijn dat de anti-Zwarte Piet-activisten zijn geweerd uit Dokkum door een stel moedige Friezen. En staatssecretaris Raymond Knops van het CDA liet zich zelfs ontvallen dat je ‘normaal gesproken’ geen snelwegen gaat blokkeren, maar dat hij wel begrip kon opbrengen voor het tegenhouden van de demonstranten.

Zelfs D66, de partij die zich al jaren profileert als hoedster van het recht, probeerde de kool en de geit te sparen. Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken meldde tegenover RTL Nieuws: ‘Als op de snelweg een blokkade wordt opgeworpen en dat mensen ook in gevaar worden gebracht, dat kan natuurlijk niet’, maar zei erbij dat hij de ‘emoties’ van de voorstanders van Zwarte Piet wel begreep. En zijn partijgenote Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken kwam dinsdag bij het Vragenuurtje in de Tweede Kamer aanzetten met de bestuurlijke dooddoener dat het recht om te demonstreren ‘bijkans heilig’ is, maar dat het lokale gezag de afweging moet maken of het ook kan. ‘Ik denk dat dit hierbij heeft gespeeld.’ Geen woord over het blokkeren van de snelweg, geen woord over de rechtsorde, geen woord over eigenrichting die in Nederland niet wordt getolereerd.

De coalitiegenoten zijn kennelijk zo bang voor de boze burger dat de goede voornemens over moreel leiderschap nu al zijn verdampt.