Uitgerekend in de week dat Hugo de Jonge plotseling bekend maakte dat hij terugtreedt als lijsttrekker omdat die taak bij nader inzien onverenigbaar bleek met zijn verantwoordelijkheden als coronaminister, verscheen het vervolg van Pieter Gerrit Kroegers veel geciteerde werk De rogge staat er dun bij, over de geschiedenis van het CDA tot 1998.

Onder de titel Tand des tijds doet Kroeger nu uit de doeken hoe het de partij sindsdien ook achter de schermen is vergaan. In het kloeke boekwerk van ruim vijfhonderd pagina’s presenteert de historicus, journalist en voormalig rechterhand van Wim Deetman en Camiel Eurlings de ene na de andere smakelijke anekdote, zoals de luisteraars van de podcast Betrouwbare Bronnen het van hem gewend zijn.

Hoe het Limburgse CDA zich eind jaren negentig wilde omvormen tot een soort CSU, de Beierse zusterpartij van de CDU. Hoe Balkenende als jong Kamerlid werd ontdekt als ‘onze Ronald Reagan. Een man die goed in zijn vel zat en wist wat hij niet wist’. Hoe Pim Fortuyn in 2001 rond de val van Jaap de Hoop Scheffer verwoede pogingen deed om leider van het CDA te worden. Hoe Maxime Verhagen en Jan Peter Balkenende het niet eens werden over een goede kandidaat voor het Europees presidentschap, en ook Balkenende die eervolle functie aan zijn neus voorbij zag gaan.

Hoe de partijleiding er tijdens het beruchte partijcongres in de Rijnhal in 2010 op rekende dat meer dan negentig procent van de leden zich achter de gedoogconstructie met de PVV zouden scharen, waarna de steun bleef steken op twee derde van de stemmen en het bleef broeien in de partij.

Hoe Henk Bleker – indertijd vurig voorstander van het omarmen van de PVV – in mei 2020 besloot zijn lidmaatschap van het CDA op te zeggen toen partijvoorzitter Rutger Ploum samenwerking met Forum voor Democratie principieel onaanvaardbaar noemde.

centrum van de macht

Al die fijne anekdotes op zichzelf maken Tand des tijds voor politieke aficionado’s al een onmisbaar boek. Maar het meest overtuigend is nog de diepere analyse: hoe het bij het CDA telkens nét anders gaat dan de buitenwereld aanneemt, hoe de partij keer op keer ten dode werd opgeschreven, en telkens toch weer wist terug te keren in het centrum van de macht.

Het begon al toen ARP, CHU en KVP in 1980 opgingen in het CDA, en PvdA-ideoloog Joop van den Berg de fusie beschreef als ‘sterven in elkaars armen’. Twee jaar later kwam Ruud Lubbers aan de macht, en begon hij aan zijn twaalfjarig premierschap. Tijdens de Paarse kabinetten in de jaren negentig meende half progressief Nederland opnieuw dat de heerschappij van het CDA definitief gebroken was.

In 2002 voerde Jan Peter Balkenende de partij naar een grote zege, en begon hij aan het eerste van zijn vier kabinetten. Na de mislukking van het eerste kabinet-Rutte in 2012 zakte het CDA naar een nieuw dieptepunt van dertien zetels en werd alom geroepen dat het nu toch écht klaar was met de macht van de christendemocraten – zelf schreef ik toen ook dat het hoog tijd was voor een lange tocht door de woestijn. Bij de verkiezingen van 2017 drong het CDA toch weer door in het hart van de macht, als tweede partij in het kabinet.

Zo werd in tien minuten beklonken wat de opmaat zou blijken voor het langstdurende premierschap in de Nederlandse geschiedenis.

En steeds spelen daar de opvolgingskwesties doorheen. In De rogge staat er dun bij beschreef Kroeger met veel oog voor detail hoe zich de opvolging voltrok van Dries van Agt die in 1982, moegestreden, de handdoek in de ring gooide.

Van Agt liep al rond met een perscommuniqué op zak waarin werd aangekondigd dat Jan de Koning in zijn voetsporen zou treden, maar tijdens een kort samenzijn van de partijtop bedankte Jan de Koning voor de eer en wees hij Ruud Lubbers aan, die op zijn beurt aan de fractie liet weten dat hij het verzoek ‘met een positieve grondhouding’ in beraad had genomen – waarna Dries van Agt naar eigen zeggen opgelucht kon verdwijnen ‘in de melancholieke nevels van de herfst’.

Zo werd in tien minuten door een groepje machtige heren beklonken wat de opmaat zou blijken voor het langstdurende premierschap in de Nederlandse geschiedenis. Zo doe je dat, zou de gehaaide oud-partijvoorzitter Piet Bukman er later over zeggen: ‘Hatsjiekiedee, greep houden op het proces’.

twee kroonprinsen

In Tand des tijds refereert Kroeger ook nog aan de soepele machtsoverdracht, al was het maar voor het contrast. Want heel anders ging het dit jaar met de opvolging van Sybrand Buma, die naar Leeuwarden was vertrokken om burgemeester te worden. Tijdens een bijeenkomst in het partijbureau op Prinsjesdag verkondigde de huidige partijvoorzitter Rutger Ploum nog stralend dat het CDA in een luxepositie verkeerde met maar liefst twee kroonprinsen: Hugo de Jonge en Wopke Hoekstra – én natuurlijk kroonprinses Mona Keijzer, die zich ook nog had gemeld.

Maandenlang bleef de opvolging in de lucht hangen. Op partijbijeenkomsten en in de Haagse wandelgangen zoemde vooral de naam van Wopke Hoekstra rond, als de enige in het CDA die het van de oppermachtige Rutte zou kunnen winnen. Achter de schermen werd de afspraak gemaakt dat Hugo en Wopke samen zouden uitmaken wie het zou gaan doen, en dat de ander zich ook publiekelijk achter de keuze zou scharen.

Lees ookDrie maanden op pad met Wopke Hoekstra, de kroonprins van het CDA16 december 2019

Maar toen Ploum in juni van dit jaar besloot er vaart achter te zetten en zich liet filmen terwijl hij in zijn Volvo cabrio ostentatief een grote bordkartonnen één ging plaatsen voor de deur van het ministerie van Financiën, het hoofdkwartier van Wopke Hoekstra, aan de kade in Rotterdam, de stad van Hugo de Jonge, en in de haven van Mona Keijzers geliefde Volendam, voelde Hoekstra zich voor het blok gezet en bedankte hij – tot verbijstering van zijn fans – voor de eer, met als argument dat hij zichzelf toch meer als bestuurder zag dan als ‘beroepspoliticus’.

amateurisch handwerk

Hugo de Jonge – die als coronaminister al bijna in het werk verdronk – maakte er geen geheim van dat hij helemaal niet zat te wachten op de inderhaast uitgeschreven lijsttrekkersverkiezing, maar liet zich toch overhalen mee te doen. Tot schrik van de partijtop meldde zich totaal onverwacht ook de eigengereide Pieter Omtzigt als kandidaat, en kwam Wopke Hoekstra niet met een eenduidige steunverklaring aan De Jonge, maar suggereerde hij in een haastig interviewtje vanaf zijn vakantieadres met De Telegraaf dat hij Omtzigt zou steunen en misschien zelfs beschikbaar zou zijn als diens premierskandidaat. Toen Hoekstra vervolgens verklaarde natuurlijk ook Hugo te zullen steunen als die zou worden gekozen, was het kwaad al geschied.

Lees ookOok nog eens gedoe binnen het CDA: Hugo de Jonge heeft wel iets beters te doen30 oktober 2020

Uiteindelijk wist De Jonge weliswaar van Omtzigt te winnen, maar met zo’n nipte meerderheid dat sindsdien alom getwijfeld werd aan de stevigheid van zijn mandaat. Zo dreigde het CDA de campagne in te gaan met een wankelende, overwerkte lijsttrekker, tegenover Mark Rutte die volgens de peilingen populairder is dan ooit.

Vanuit de partijtop van de VVD werd het amateuristische handwerk van Rutger Ploum grinnikend gadegeslagen.

De Telegraaf rook bloed, en kwam wekelijkse met nieuwe anonieme bronnen uit het CDA die meenden dat de partij onder leiding van De Jonge op weg was naar het ravijn. En Mona Keijzer, die tijdens de lijsttrekkersstrijd de kant van Omtzigt had gekozen, zaagde openlijk aan de stoelpoten van De Jonge, door in strijd met het kabinetsbeleid in NRC te suggereren dat de regels voor de horeca eigenlijk best konden worden versoepeld, want zelf had ze ook wel weer zin in een terrasje, gevolgd door het lekken van een vertrouwelijke notitie van haar ministerie waarin werd beweerd dat opening van de horeca het aantal besmettingen juist omlaag zou kunnen brengen.

Vanuit de partijtop van de VVD, waar men het CDA nog altijd als de enige echte electorale concurrent ziet, werd het amateuristische handwerk van Rutger Ploum en het daarop volgende gestook grinnikend gadegeslagen.

Maar met het leedvermaak bij de liberalen was het deze week snel gedaan, toen Hugo de Jonge plotseling het lijsttrekkerschap opgaf. Want daar verscheen opeens weer Wopke Hoekstra op het toneel: de enige man die het Mark Rutte bij de verkiezingen knap lastig kan maken. Bovendien lijkt Rutte nu nog oppermachtig in de peilingen, maar zoals hij zelf al regelmatig heeft aangevoerd kunnen de kansen snel keren in de politiek. Met de populariteit van Ruud Lubbers en Wim Kok was het na lange jaren in het Torentje ook plotseling gedaan.

De goede verstaander kan in Tand des tijds ook een bedekte steunverklaring aan Wopke Hoekstra lezen, met name in de uitvoerige beschrijving van diens betogen bij besloten partijbijeenkomsten in het afgelopen jaar, waar de minister van financiën volgens de auteur voor een enthousiast gehoor de contouren schetste van de christendemocratie van de eenentwintigste eeuw. Zo kunnen de kansen – nét anders dan verwacht – toch weer keren voor het CDA.

Deze column verscheen luttele uren voordat Wopke Hoekstra, inderdaad, tot lijsttrekker werd benoemd door het CDA-bestuur.