‘Witte fiets’ Luud Schimmelpennink en Daan Roosegaarde, hippie met een businessplan, over de erfenis van Provo, vijftig jaar later. ‘Jullie hadden schijt aan het systeem, ik ben een happy infiltrator.’

‘We hebben elkaar nog nooit ontmoet, dit is onze eerste date. Vind ik leuk man, kom maar op.’ Daan Roosegaarde (35), uitvinder, kunstenaar, entrepreneur, is energiek als altijd. Hij is net binnengestapt in het kantoortje van collega-uitvinder Luud Schimmelpennink (79), medebedenker van het Witte Fietsenplan en ontwerper van de Witkar. Radicale vernieuwer Roosegaarde en voormalig Provo Schimmelpennink raken meteen in gesprek. De een schildert internationale vergezichten, de ander keert liefst zo snel mogelijk terug naar de grachtengordel. Roosegaarde, wijzend op een plattegrond aan de muur: ‘Kijk, dat kan de fysieke lay-out van een stad zijn, maar ook de zachte constructie van een softwaresysteem. Ik interpreteer hem even op twee manieren.’

Het zal gaan over de nalatenschap van Provo, vijftig jaar na dato, en over de betekenis daarvan voor de ontwikkeling van smart cities. En ook over hun uitvindingen en waarom die van Schimmelpennink maar zo zelden en die van Roosegaarde juist steeds vaker ook echt worden uitgevoerd. Af en toe illustreren ze hun betoog met een tekeningetje, Schimmelpennink op een velletje papier, Roosegaarde op zijn iPhone 6. ‘Plannetjes bekokstoven, daar houd ik erg van,’ zegt hij. Binnenkort overlegt hij met ‘special envoy’ Neelie Kroes, architect Rem Koolhaas en burgemeester Eberhard van der Laan over het nieuwe initiatief StartupDelta, dat gevestigd zal worden op het voormalige marineterrein in de Amsterdamse binnenstad. ‘We zitten in de houtskoolschetsfase van een ontwerp waaraan we met zijn allen werken. Als ik zo’n term hoor, moet ik even glimlachen. Houtskool, dat is zo iets van een andere generatie.’

Crowdfunding avant la lettre
Deze eerste date is in het souterrain aan de Amstel waar Luud Schimmelpennink de afgelopen decennia heeft gewerkt aan het doorontwikkelen van de Witkar, het elektrische autootje dat samen met de metro en de deelfiets de binnenstad voor iedereen toegankelijk kan maken. Het eerste karretje reed rond dankzij crowdfunding avant la lettre: zeventig mensen betaalden allemaal honderd gulden. In de jaren zeventig van de twintigste eeuw reden er als experiment vijfentwintig door de stad, tussen vijf oplaadstations. ‘Wij waren het allereerste systeem dat cashloos op straat betaalde, met magneetstrips,’ zegt Schimmelpennink. Door ‘tegenwerking van de gemeente’ moest de proef worden beëindigd voordat het Witkarnetwerk tot volwaardig systeem kon worden uitgebreid. Als Amsterdam niet had dwarsgelegen, dan was het systeem wereldwijd uitgerold, daarvan is Schimmelpennink overtuigd.

De witkar uit 1968. Foto: Joost Evers/ANEFO/NA
De witkar uit 1968. Foto: Joost Evers/ANEFO/NA

‘In de vorige eeuw begrepen ze je nog niet, Luud, maar je hebt gelijk gekregen,’ zegt Roosegaarde. ‘Zelfs Apple is nu bezig met een zelfrijdende elektrische auto, logisch, de auto gaat steeds meer op een rijdende iPad lijken.’ Op zijn smartphone laat hij een futuristisch ontwerp van BMW zien: ‘Kijk, een zelfrijdende auto zonder ramen, een generiek ding maar superpersoonlijk op het moment dat je instapt. Dan herkent hij je en past zijn instellingen bij je aan. De wand wordt je facebook-stream. Het is letterlijk een bubbel, wat fijn en tegelijkertijd supereng is.’ Schimmelpennink, onverstoorbaar, zegt dat hij al lang bezig is met een zelfrijdende Witkar. ‘Dan word je thuis opgepikt door zo’n karretje en naar de Albert Heijn gebracht of naar het dichtstbijzijnde metrostation. Wat je in de stad nodig hebt, is meer een people mover dan een auto zoals zo’n BMW.’
Roosegaarde: ‘Je hebt gelijk: hoe futuristisch ook, die auto blijft een los object, geen onderdeel van een systeem. Die obsessie voor auto’s is bizar, want juist de infrastructuur bepaalt hoe een stad eruitziet. Dat is ook wat je nalaat aan de volgende generaties.’

Het ontwerp van een strakke eigentijdse Witkar, niet meer helemaal wit maar met gele accenten en robotwieltjes, hangt aan de wand naast de beroemde witte-fietsenfoto van fotograaf Cor Jaring. De tekst boven die Witkar 3.0: ‘Terug naar de toekomst.’ Roosegaarde fotografeert het affiche en twittert ter plekke: ‘“Witte Fiets” Luud Schimmelpennink & Daan Roosegaarde praten over slimme steden.’

Sociaal disconnected
In de uitzending van Zomergasten die Daan Roosegaarde anderhalf jaar geleden samenstelde voor de VPRO had hij het al aangestipt: als ‘hippie met een businessplan’ beschouwt hij zichzelf als erfgenaam of op zijn minst als achterneefje van Provo.

Roosegaardes smart highway. Beeld: studio Roosegaarde
Roosegaardes smart highway. Beeld: studio Roosegaarde

‘Nog niet eens zo lang geleden durfden we nog echt te dromen in Nederland,’ herhaalt hij nu zijn stelling. ‘Het beste voorbeeld daarvan waren de plannen van Provo, die nu nog steeds actueel zijn. Het werd in die tijd al als een provocatie gezien om een fiets wit te schilderen en zonder slot op straat te zetten. Het was disruptive in de goede betekenis van het woord. Delen is het nieuwe hebben, dat wist Provo toen al en daar komt de rest van de mensheid nu pas achter.’

Schimmelpennink: ‘Het leek toen revolutionair en ondermijnend, maar de grap was: we waren niet op macht uit, we wilden de mentaliteit veranderen. Een heel mooie, beperkte doelstelling. Het delen van fietsen is nu in veel grote steden ingevoerd, er rijden er een miljoen rond, in onder andere New York, Londen, Parijs en Barcelona. De markt voor deelfietsen is becijferd op 5,3 miljard euro. Al die booming steden zijn op zoek naar een andere inrichting van de infrastructuur, dat is een immens afzetgebied. In mijn ontwerp is het vervoer een mix van lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelvoertuigen. Het stadsvervoer is puur elektrisch, zonder uitlaten en dus zonder fijnstof en stikstofdioxide.’ Roosegaarde: ‘En het gaat verder dan alleen schone lucht, het gaat letterlijk om verbinding. Als het centrum en de suburbs fysiek en daardoor ook sociaal disconnected zijn, leven mensen langs elkaar heen en ontstaat een voedingsbodem voor radicalisering.’

Roltrap over het IJ
Amsterdam, waar het toch ooit allemaal werd bedacht, loopt hopeloos achter, ziet Roosegaarde. ‘Wethouder Kajsa Ollongren van D66 gaat daar over kunst en innovatie. De ambitie van de stad mag best wat meer worden geprikkeld, want de echte drang tot verandering: ik voel hem hier nog niet. Laten we om te beginnen alle in beslag genomen fietsen uit dat depot in het Westelijk Havengebied wit verven en terugplaatsen in de stad.’

Schimmelpennink weet beter, op grond van jarenlange ervaring: ‘Dat gaat echt niet werken, alles draait om onderhoud en logistiek. De verdeling over de stad moet gegarandeerd zijn en dat kan alleen als het systeem met een app wordt aangestuurd. Die dingen moeten bovendien ijzersterk zijn. Kijk, dit prototype van de nieuwe witte fiets is in Barcelona geproduceerd. Het zadel stelt zich automatisch in op de juiste hoogte, je kunt er lokale reclame op tonen en hij is supersimpel. In het stuur zit een iPad met routeplanner en het belangrijkste is dat hij geen ketting heeft. Op de meest innovatieve versie zet je al trappend een generator in beweging waarmee je energie opwekt.’

Daan Roosegaarde: 'In de vorige eeuw begrepen ze je niet, Luud. Maar je hebt gelijk gekregen.' Foto: Stephan Vanfleteren
Daan Roosegaarde: ‘In de vorige eeuw begrepen ze je niet, Luud. Maar je hebt gelijk gekregen.’ Foto: Stephan Vanfleteren

Roosegaarde: ‘Dat is het mooie. Ooit faalde jouw plan, deels omdat al die fietsen werden overgeverfd of gejat. In de steden waar het nu wel werkt, heeft de technologie ervoor gezorgd dat het lukt. De dromen van de hippies en de provo’s van een halve eeuw geleden kunnen nu pas worden uitgevoerd, dankzij de 21ste-eeuwse techniek. Wij kunnen van alles fantaseren, maar technologische vernieuwing maakt het denkbare ook echt mogelijk. En dan volgt het moeizame proces van implementatie. Kijk, een filmpje met mensen die voor het allereerst op een roltrap naar boven gaan. De totale verwarring die hier toeslaat is een metafoor: de wereld verandert en dat is eng, je weet niet precies wat je ermee moet, alleen dát je er iets mee moet.’

Schimmelpennink begint te schetsen. ‘Je verhaal brengt me op een idee. Er wordt gedacht aan een brug over het IJ, de pont trekt het niet meer. Als dat nou eens een roltrap zou zijn?’

Niet wit maar géél
Luud Schimmelpennink, opgegroeid in Amsterdam-Zuid als oudste van een katholiek gezin met elf kinderen, was in 1965 met zijn dertig jaar een stuk ouder dan de meeste provo’s. En hij was nogal burgerlijk, zeker vergeleken met de zelfs nog een paar jaar oudere Robert Jasper Grootveld. Hij had een baan als ingenieur bij een polyesterfabriek, was een nerd voordat dat woord was uitgevonden. Met zijn vrouw en twee dochters woonde hij aan de Amsterdamse Heiligeweg en hij raakte gefascineerd door de happenings op het nabijgelegen Spui. Grootveld en de zijnen verkondigden bij het Lieverdje de opstand tegen het roken en tegen de consumptieverslaving, ‘gnot’, in het algemeen. Waarmee ze hun tijd een halve eeuw vooruit waren. Het veranderde Schimmelpenninks leven, hij nam ontslag en zou nooit meer een vaste baan hebben. ‘Mijn geld verdiende ik met het adviseren van bedrijven, een paar dagen in de maand. Verder deed ik aan gemeentepolitiek en werkte ik aan de Witkar.’

Roosegaardes nieuwe studio. Foto: Studio Roosegaarde
Roosegaardes nieuwe studio. Foto: Studio Roosegaarde

Van nostalgische gevoelens kan niemand hem beschuldigen, maar het deed hem goed om zijn mede-provo’s te zien bij de première van de film Rebelse Stad in Eye Amsterdam. Saartje Stolk was er, die ooit als meisje van zeventien naar haar bruiloft reed achterop de witte fiets van haar aanstaande, de inmiddels overleden drukker-activist Rob Stolk. Roel van Duijn, tegenwoordig actief als liefdesconsulent en aanklager van de AIVD, was er ook, net als Irène van de Weetering. Zelfs het eerste Provo-raadslid, Bernhard de Vries, reisde voor deze gelegenheid vanuit zijn Italiaanse bergdorp naar Amsterdam. En Aatje Veldhoen deelde als in de jaren zestig erotische Rota-prints uit aan de hoofdpersonen uit de film.

Zelf werd hij vooral bekend doordat hij de rookbommen fabriceerde die tijdens het huwelijk van Beatrix en Claus de wereldpers haalden. En door het Witte Fietsenplan dat hij vijftig jaar geleden in het blad Provo publiceerde. Al was dat, daar moet hij eerlijk in zijn, gebaseerd op een idee van Robert Jasper Grootveld. Zelf had hij een lichte voorkeur voor het niet wit maar géél schilderen – ‘voor mij de kleur van openbaar vervoer’ – van de fietsen die Provo overal in de stad zonder slot wilde neerzetten, zodat iedereen zich gratis door de stad kon verplaatsen. Een ‘fiets, net iets meer dan niets’, luidde de slogan van Robert Jasper Grootveld. Grootveld was de anarchistische visionair en hij, Schimmelpennink, was de praktijkman die het Witte Fietsenplan ook echt wilde realiseren. ‘Allebei verwachtten we dat we de wereld zouden veranderen. Dat is een beetje tegengevallen.’

Verlangen naar impact
Het heeft misschien wel iets tragisch dat de ideeën van Provo overal werden opgepikt behalve in zijn eigen stad, erkent Schimmelpennink. ‘Dit is zo’n beetje mijn laatste kans en ik heb het gevoel dat ik er nu vrij dicht bij ben.’ Na de filmpremière in Eye was hij dus op burgemeester Eberhard van der Laan afgestapt en had hem op de man af gevraagd: ‘Komt er nog wat van? Van dat fietsen delen? Van die Witkar? Van die broodnodige vernieuwing van het lokale openbaar vervoer?’ Vechten tegen de bierkaai, daar moet je niet benauwd voor zijn, vindt Schimmelpennink.

Dat is helemaal in de lijn van Daan Roosegaarde. Opinies zijn er al genoeg, ‘maar daarmee komen we geen fuck verder’, vindt hij. ‘Ik heb minder schijt aan autoriteit dan jullie destijds,’ zegt hij. ‘Ik ben meer een happy infiltrator, ik kruip het systeem binnen en ik stel scherpe vragen. Maar ik ben zeker idealistisch gedreven, want anders was ik wel bij bloody Philips gaan werken.’

Schimmelpennink: ‘Philips is misschien niet zo’n goed voorbeeld meer.’

‘Je hebt helemaal gelijk, het oude Philips is dood,’ beaamt Roosegaarde. ‘Maar mijn punt is: ik wil autonoom zijn, maar ik heb wel een verlangen naar impact.’

Hij ziet meer kansen in autostad Rotterdam voor Schimmelpenninks plannen. ‘Daar is het gemeentebestuur veel actiever, het is ook een van de viezere steden van Europa dus ze moeten daar wel op zoek naar oplossingen. Je kunt wel fantaseren over de ideale stad, maar in de praktijk zal het meestal gaan om het hacken en updaten van wat er al is.’ Schimmelpennink: ‘Bestaande steden zijn sowieso interessanter dan nieuwe. En Rotterdam heeft als basis een goeie metro die grote hoeveelheden mensen kan rondpompen, alleen is die heel grof qua structuur. De verdere ontsluiting kan met mijn stadssysteem.’

De dromen van de hippies kunnen nu pas worden uitgevoerd, dankzij de 21ste-eeuwse techniek. Foto: Stephan Vanfleteren
De dromen van de hippies kunnen nu pas worden uitgevoerd, dankzij de 21ste-eeuwse techniek. Foto: Stephan Vanfleteren

Roosegaarde, enthousiast: ‘Dan moeten we met Pex (Langenberg, D66-wethouder van onder andere Duurzaamheid en Mobiliteit, MC) en Aboutaleb aan tafel gaan zitten. Ze zijn in Rotterdam net begonnen met een nieuw programma van 42 miljoen euro waarmee ze fijnstof en smog willen reduceren, dus ze zien ongetwijfeld iets in schoon, fijnmazig openbaar vervoer. Een Five Minutes City, naar een idee van architect Winy Maas van MVRDV: een stad waarin je elk ander punt binnen vijf minuten kunt bereiken.’

Zelf verhuist hij binnenkort met zijn Studio Roosegaarde – ‘we zijn nu met een man of zeventien’ – ook naar Rotterdam vanuit zijn huidige standplaats Waddinxveen. Deze week wordt een nieuwe betonvloer gestort in de oude glasfabriek uit 1936 in Delfshaven, Rotterdam-West. ‘De verbouwing is een lastige, het is een enorme ingreep. Elke twee dagen zit ik vrolijk te bekvechten met architecten. Ik wil géén ontwerp, ik streef juist naar afwezigheid van een signatuur. De historie moet behouden blijven, maar het pand moet ook leefbaar zijn en energieneutraal. We tappen restwarmte van de nabijgelegen Enecocentrale af en we verwerken transparante zonnepanelen in het glazen dak, zodat het licht naar binnen kan en meteen energie opwekt. Rotterdam is bang dat het daar weer een hoerenbuurt gaat worden, ze wilden dus investeren en halen ons daar graag naartoe. In ruil overleg ik een paar keer per jaar met het gemeentebestuur over het vernieuwen van de stad.’

Een superpoëtische stad
Een week na hun eerste ontmoeting aan de Amstel zien Roosegaarde en Schimmelpennink elkaar terug op een anoniem industrieterrein in Waddinxveen. Voor de loods waarin het bedrijf van Roosegaarde nu nog is gevestigd, staat zijn zilverkleurige Porsche Carrera naast zijn witte Toyoya IQ te blinken in de winterzon. ‘Een nogal banaal ding, zoals elk bezit,’ zegt hij verontschuldigend. ‘Ik betaal uiteindelijk liever voor mobiliteit dan voor een object op vier wielen.’ Schimmelpennink heeft wel een rijbewijs, maar hij bezit geen auto. ‘Ik fiets vooral. En ik doe aan autodelen, waar ook al te weinig in wordt geïnvesteerd door de gemeente. Terwijl: als je een ton voor een Tesla kunt neertellen, kreeg je tot voor kort gratis een oplaadpaal voor je deur.’

Roosegaarde: ‘Ik rijd en ik vlieg veel, produceer veel afval, ik ben een lomp wezen en dat vind ik irritant. Ook al is het met een reden, daar heeft de planeet geen fuck aan. Dat vind ik dus een belangrijke vraag: hoe kan ik mijzelf minder lomp maken.’

Ze mogen geestverwanten zijn, ze bewegen zich in werelden die elkaar maar af en toe lijken te raken. In dezelfde tijd dat Luud Schimmelpennink in Amsterdam-Noord de première van de Provofilm bezocht, was Daan Roosegaarde te gast op het World Economic Forum in het Zwitserse Davos.

Ontwerp voor smogvrij park. Beeld: Studio Roosengaarde
Ontwerp voor smogvrij park. Beeld: Studio Roosengaarde

Schimmelpennink is niet echt onder de indruk. ‘Daar ben heb ik mijn stadsplannen ook weleens gepresenteerd. Ik herinner me vooral dat het veel gedoe was, ik kreeg een heleboel geld en ik werd afgehaald van het vliegveld.’

Roosegaarde, onverminderd enthousiast: ‘Oprichter Klaus Schwab heeft me inmiddels gevraagd als Young Global Leader, dus ik mag daar elk jaar terugkomen. Rutte was er, Máxima, de hele shit. Dat stemt me hoopvol, niet zozeer voor mezelf, maar vanwege het feit dat creativiteit toch maar mooi een plek heeft veroverd in die wereld van geld en macht.’

Schimmelpennink: ‘Meer dan vroeger, dat is zeker zo. Geld is meestal het probleem niet, het gaat om de wil om te investeren.’

Roosegaarde: ‘Vroeger ging het alleen maar over hard kapitaal: investeerders en banken. Maar in Davos werd dit jaar het belang benadrukt van zacht kapitaal: nieuwe plannen, nieuwe dromen. Ook al zijn ze vaak aartsconservatief, de CEO’s van deze wereld hebben door dat ze om te overleven moeten investeren in nieuwe ideeën. Er waren veel burgemeesters van wereldsteden, dat zijn ook belangrijke opdrachtgevers. Ken je dat boek van Benjamin Barber? If Mayors Ruled the World? Dat zal ik je geven, dat is echt gaaf. Ik heb tegen een aantal burgemeesters in Davos gezegd: wij kunnen een superpoëtische stad voor je maken, zonder energierekening. Wil je de eerste zijn? Dat kan, geef ons een jaar of twee, drie de tijd.’

Bamboefietsen
Luud Schimmelpennink is samen met onder anderen de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan lid van een commissie die Bangalore ondersteunt, met achteneenhalf miljoen inwoners de op twee na grootste Indiase metropool. ‘Vroeger was die stad groen en werd er veel gefietst. Als je daar nu komt, denk je: daar is geen beginnen aan. Eén grote autopuinhoop. Maar het is ook het belangrijkste centrum van informatietechnologie in India en er komt nu geld vrij om die stad te verduurzamen. Er zijn zelfs plannen voor een witte-fietsenplan, met lokaal geproduceerde bamboefietsen. Van der Laan gaat mee naar Bangalore, die is daar de koning.’

‘Burgemeesters als Van der Laan, Van Gijzel, Aboutaleb moet je hebben,’ beaamt Roosegaarde. Dan schakelt hij naar de overtreffende trap: ‘Ik heb in Davos met een Indiase gouverneur gesproken die tachtig nieuwe steden wil bouwen in de komende tien jaar. En ik heb het over smart cities gehad met koning Abdoellah II van Jordanië, die een energieneutrale stad wil bouwen. Soms ging het over praktische zaken als efficiëntie, veiligheid, voorkomen van files. Maar het ging ook over poëzie of over stedenbouwkundige identiteit. Ze zagen veel in onze smart highway, in ons smogvrije park, in onze lichtgevende fietspaden. En ze zeiden: scale up en kom naar ons toe.’

De nieuwe markt is Azië, Nederland is vooral een proeftuin voor het uittesten van plannen, vindt Roosegaarde. ‘Ik ben opgegroeid bij de Nieuwkoopse plassen, buitenlanders vinden het landschap daar prachtig, de Dutch clouds, de kanalen. Natuur is dat niet, het is een machine, een manufactured landscape. Voor ons Nederlanders is dat normaal: de relatie tussen natuur, creativiteit en techniek zit in ons DNA. Daar zouden we meer mee moeten doen. Maar wat ik hier te vaak hoor, is: “Wat jij wilt, wat jij hebt bedacht: dat kán helemaal niet.” Dat zul jij vast herkennen, Luud.’

Schimmelpennink: ‘Zeker. Of anders zeggen ze wel: dat hebben we al eens geprobeerd en toen is het ook niet gelukt.’ Roosegaarde: ‘Melanie Schultz claimt dat Nederland in 2040 het Singapore van Europa moet zijn. Nu die ambitie is uitgesproken, zullen we haar daar aan blijven herinneren – en eraan blijven werken.’

Irritante fase drie
Plannen genoeg, maar hoe ga je van idee naar ding, waar is het kantelpunt, waar moet je zijn om de innovatie te versnellen? ‘Dat we nu onze slimme snelwegen aan het uitrollen zijn,’ zegt Daan Roosegaarde, ‘is te danken aan de samenwerking tussen entrepreneur – bouwonderneming Heijmans – en kunstenaar. Twee verschillende manieren van denken komen daarin samen. De wegenbouw is aartsconservatief, de laatste uitvinding is dubbellaags Zoab uit 1985. Mijn god, al dertig jaar was er niets nieuws bedacht of was althans elke voorgestelde innovatie een stille dood gestorven. We hebben een gesprek gevoerd met de CEO Nederland van Tesla en de CEO van wegenbouwer Heijmans. Die hadden elkaar nog nooit ontmoet, wat raar is: hun producten raken elkaar letterlijk. En nu wordt er sinds kort gewerkt aan electric priority lanes, weggedeelten waarop je elektrische auto tijdens de rit wordt opgeladen.’

Het gaat erom dat je mensen meekrijgt voor je plannen, beaamt Schimmelpennink, en dat staat succes soms in de weg. ‘Na zo’n halve eeuw lobbyen hoor ik: daar heb je hem weer met zijn Witkar. Zo tegen het eind van mijn leven realiseer ik me dat mijn grootste kracht is dat ik in concepten kan denken. Maar het echt op de markt brengen, daarin ben ik een beetje versleten en jij kunt dat juist goed, Daan. Het zou fantastisch zijn als het jou lukt, jij kunt er als een Robert Jasper Grootveld van deze tijd de magie aan toevoegen.’

Witte Fietsenplan in 1966. Foto: Cor Jaring/Spaarnestad/HH
Witte Fietsenplan in 1966. Foto: Cor Jaring/Spaarnestad/HH

Roosegaarde zal zijn best doen voor de Witkar 3.0. ‘Ik leg het onder mijn kussen,’ zegt hij. ‘Maar het is een lange weg, je weet, als je voorbij fase 1 komt, de fase van “dat kan helemaal niet, wat jij wilt is onmogelijk”, en je gaat tekenen hoe je het had bedacht, dan beland je in fase 2: “Wat jij hebt getekend, dat mag niet volgens de regels.” En als je die hobbel hebt genomen, kom je in de irritante fase drie: “Hoezo wás het er niet allang, dat ding dat jij hebt bedacht?” Weet je wat Mark Rutte letterlijk tegen me zei, in Davos? “Waarom ligt dat lichtgevende asfalt van jou nog niet overal in Nederland? Ik dacht: hallo zeg, waar was jij twee à drie jaar geleden? Toen iedereen beweerde dat wat ik wilde absoluut niet kon?

De avond dat ik Zomergast was, zette Rijkswaterstaat nota bene voor het eerst de verlichting langs de snelwegen na elf uur ’s avonds uit. Een episch moment, vind je niet, het is toch even absurd als symbolisch dat je als ontwikkeld land het licht uitdoet? Maar inmiddels zijn ze daar gekanteld. En nu hebben we de opdracht van Melanie, van de minister, gehad om een plan voor de Afsluitdijk te maken. Tweeëndertig kilometer lang!’

Lichtgevende bomen
‘Dit is mijn droomfabriek,’ zegt Roosegaarde. Hij geeft een kleine rondleiding door de veertig meter diepe loods, zijn speelplaats. Stellingen vol dozen met vergeten of voorlopig onuitvoerbare plannen staan naast maquettes van werk in uitvoering. Op een pallet ligt een basaltblok, meegenomen van de Afsluitdijk. In het nieuwe pand in Rotterdam zal straks een maquette worden gebouwd van zestien meter lang, waarmee in de komende maanden het masterplan ontwikkeld zal worden. ‘De Afsluitdijk wordt voor 820 miljoen verhoogd en verstevigd, maar die dijk heeft ook een grote culturele impact. Het komende halfjaar gaan we daaraan werken.’

Een clubje jongens is in stilte aan het werk. ‘De mensen die ik nu aanneem, zijn vooral white coats, echte biologen,’ zegt Roosegaarde. ‘Je hebt maar een paar goeie mensen nodig om een verandering teweeg te brengen. Ik heb een idee, ik pak een paar slimme mensen, die stop ik in een ruimte en ik zeg: we gaan pas naar huis als het klaar is.’

Hij sleept een stuk smart asfalt naar een verduisterde ruimte om het glow-in-the-dark-effect te kunnen showen. Het testgedeelte, een fietspad van een paar kilometer bij Nuenen dat overdag oplaadt en zichzelf ’s avonds verlicht in patronen uit het schilderij De sterrennacht van Van Gogh, heeft wereldwijd publiciteit opgeleverd. ‘Met dat fietspad hebben we het culturele verleden gekoppeld aan technologie van de toekomst. Datzelfde kan ook met natuur, met biotechnologie. Samen met een paar geniale gekken en met de Wageningen University proberen we nu lichtgevende algen te versmelten met planten om zo lichtgevende struiken en lichtgevende bomen te kunnen laten groeien.’

Droomfabriek: 'Je hebt een idee, stopt een paar goede mensen in een ruimte en zegt: we gaan pas naar huis als het klaar is.' Foto: Stephan Vanfleteren
Droomfabriek: ‘Je hebt een idee, stopt een paar goede mensen in een ruimte en zegt: we gaan pas naar huis als het klaar is.’ Foto: Stephan Vanfleteren

Een beetje ongedurig, als Schimmelpennink vertelt over stadslandbouw en over zijn ontwerp voor een roterende plantenkas waarbij de machines stilstaan terwijl de grond eronder door draait: ‘Ik pak hem even iets verder weg. En dan voorspel ik dat we in 2030 niet meer hoeven te bouwen, maar dingen kunnen laten groeien. Dan zijn we de 3D-printer voorbij. De natuur heeft biljoenen R&D-jaren extra gehad, daar kunnen we veel van leren. Ik wil de natuur copymorphen naar de wereld waarin wij leven.’

Naast de maquette voor Schiphol, een nog geheim project waarover alleen mag worden vermeld dat het honderdzestig meter lang zal zijn, staat een werkende miniatuuruitvoering van het smogvrije park dat Roosegaarde in Rotterdam zal aanleggen. ‘Over twee maanden is het af, nu zit het nog in de utopiafase.’ Er moet een gebiedje ontstaan met een diameter van vijftig meter waar je vrij kunt ademhalen omdat de lucht plaatselijk wordt gereinigd van roet en fijnstof. ‘Mijn smogvrije park is niet dé oplossing. Maar ik laat mensen in een stad ruiken hoe schoon de toekomst kan zijn en dat zorgt voor een push om erover na te denken hoe je de hele stad smogvrij kunt maken. Rotterdam is het pilot project. Ik heb al een afspraak ingepland met de burgemeester van Beijing, Wang Anshun. En Mexico City komt ook kijken.’

Roosegaarde laat een zakje roet zien. ‘Kijk man, echte Beijingsmog. Het fijnstof dat is geïoniseerd en afgevangen, zetten we daarna onder hoge druk.’ Schimmelpennink: ‘Als de druk maar hoog genoeg is, wordt dat diamant, hè.’ Roosegaarde: ‘We zijn nu smogringen aan het maken, en smogmanchetknopen. In Rotterdam zal het park honderdvijftig smogsieraden per dag opleveren, straks in Beijing is dat 3500 per dag. Zo draag je door een ring te kopen bij aan een schonere lucht. Mijn smogsieraden en jouw witte fietsen, Luud, ik koppel ze keihard aan elkaar. Wat je doet moet sociale impact genereren, niet per se geld. Dat heb ik geleerd van jouw legendarische witte fietsenplan.’