Ik wist niet dat je de tram kon nemen naar een sloppenwijk, maar dat kan in Casablanca. Nagelnieuwe trams rijden dwars door de stad naar de verre uiteinden, geruislozer en efficiënter dan de trams in Rotterdam. Bij de tramhaltes hangen posters van een vitale stad: aankondigingen van een hardloopwedstrijd, een congres over studeren in het buitenland en het Festival van de Lach in Theater Mohammed Vl. Eindpunt van de tram is Sidi Moumen, een schaduwstad van golfplaten, stof en modder, waar duizenden gezinnen opeengepakt wonen in krotten van snel gemetselde muurtjes en waaihout. Een uitzichtloos bestaan aan het uiteinde van de miljoenenstad waar ze niet echt bij horen.
De eerste glimp van Sidi Moumen zag ik op het filmfestival in Rotterdam, in de film Les chevaux de Dieu (De paarden van God, 2012). De paarden van God zijn de jihadisten uit de sloppenwijk, zelfmoordterroristen die twaalf jaar geleden schijnbaar uit het niets opdoken in het drukke centrum van Casablanca. Zelfuitgeroepen imams konden in Sidi Moumen makkelijk jongens voor de jihad ronselen in hun ‘garagemoskeeën’. Niemand van buiten wilde daar komen, er was geen enkele controle. Twaalf jongemannen bliezen zichzelf op. Ze sleurden 33 mensen mee de dood in. Het was de bloedigste aanslag in Marokko ooit en markeerde het begin van een offensief om de correcte islam te verspreiden.
Bloed overal
Boubker Mazoz moet zijn stem verheffen om boven het roffelende geluid uit te komen dat van buiten zijn kantoor binnendringt. Zeven jongens in donkerblauwe T-shirts oefenen hun drumsolo’s op ijzeren tonnen. Ze werken zich in het zweet. Explosies van geluid, korte verbeten stiltes, ritmische stokslagen. Ze moeten hun energie kwijt, zegt Mazoz. De Sidi Moumen Stars volgen de Mazoz-methode van het Sidi Moumen Cultureel Centrum. De slogans in de Engelse folder verraden de Amerikaanse achtergrond van Mazoz. Believe in what you do, lead by example & never give up. Hier volgen de kinderen van de sloppenwijk Engelse en Franse les, ze spelen toneel en maken muziek, ze voetballen en spelen basketbal.
Waar wonen wij, vragen de moeders zich af die hier hun kinderen proberen groot te brengen.
Boubker Mazoz studeerde aan de New York University in de tijd van Woodstock (‘we were not allowed to go’) en werkte daarna jarenlang voor het Amerikaanse consulaat in Rabat. Geschokt was hij toen hij niet lang na de aanslagen een bezoek bracht aan Sidi Moumen en ontdekte dat er geen enkel buurthuis of cultureel centrum was waar de 350.000 mensen (inmiddels is hun aantal verdubbeld) naartoe konden gaan. In 2006 richtte hij er zelf een op.
Aan de muur hangen foto’s uit zijn tijd bij het consulaat, handen schuddend met koning Mohammed Vl, met George W. Bush, met Bill en Hillary Clinton.
‘Kun je hiernaar kijken?’ vraagt Mazoz. Hij heeft een stapeltje fotolijstjes van de plank genomen, nu liggen ze met de afbeelding naar beneden op tafel.
‘Kun je hiernaar kijken?’ herhaalt hij langzaam.
‘Waarnaar?’
Hij draait het bovenste fotolijstje om. Een close-up van een levenloos lichaam, liggend op straat, bloed overal, het lichaam gehavend alsof een reusachtig beest happen vrat van buik en bovenbenen.
‘Dit is wat van de slachtoffers overbleef.’
Hij weet niet wat hij met de foto’s aan moet. Hij kreeg ze van de persfotograaf, een vriend van hem. Hij heeft overwogen om ze aan jongens in Sidi Moumen te laten zien om ze op andere gedachten te brengen, mochten ze met plannen rondlopen om de volgende aanslag te plegen. ‘Maar ik heb het nog niet gedurfd,’ zegt Mazoz. ‘De foto’s zijn te vreselijk.’

Marginalisatie
De film De paarden van God heeft Sidi Moumen niet geholpen, stelt Mazoz vast. Als je naar de film kijkt, dan denk je dat alle hoofdpijn van de wereld zich hier ophoopt: drugs, criminaliteit, geweld, armoede, prostitutie. Scènes van jongetjes die niet op school zitten maar in vuilnisbelten wroeten, op zoek naar iets wat ze kunnen verkopen voor een paar dirham.
Waar wonen wij, vragen de moeders zich af die hier hun kinderen proberen groot te brengen. In De paarden van God is Sidi Moumen het voorportaal van de hel. ‘Het was niet eens de armoede die de daders tot extremisme dreef,’ zegt Mazoz. ‘Het is de marginalisatie. De buitensluiting. Deze jongens zochten naar hun identiteit, ze hoorden nergens bij.’ Soms hoor je dit als verklaring waarom Marokkaanse jongens in Nederland vatbaar zijn voor de propaganda van jihadisten: ze vinden geen aansluiting bij de westerse samenleving. Mazoz wijst op hetzelfde mechanisme in eigen land. ‘Marokko negeerde hen. Het gaat om het gevoel van waardigheid dat zij van niemand kregen. Als Al-Qaida hen dat kan geven, dan kiezen ze voor Al-Qaida.’ Het is volgens hem ook niet moeilijk te begrijpen waarom Marokko in de top-3 staat van landen die rekruten levert aan de Islamitische Staat (IS). Jonge Marokkanen trekken noordwaarts op zoek naar een beter bestaan. Bij de kust aangekomen, hebben ze de keuze tussen de gevaarlijke overtocht naar Europa (waarvoor ze moeten betalen) en IS (van wie ze geld krijgen en een doel om voor te leven, te sterven zelfs).
Naïm gaat me Sidi Moumen laten zien. Hij houdt een taxi aan die rammelend op weg gaat. Hij draagt een zwart T-shirt met het logo van Amnesty International en een rugzak met de Palestijnse vlag. Hij is een van de jongens die de vluchtlijn naar buiten volgde, de sloppenwijk uit. In de tegenoverstelde richting van de extremisten die nu in Syrië en Irak hun heilige oorlog voeren.
Overdag werkt hij met drie vrienden aan een startup in hartje Casablanca en in de tijd die overblijft doet hij vrijwilligerswerk in Sidi Moumen. Hij studeerde Engels en internationale betrekkingen, maakte studiereizen naar de Verenigde Staten en het Midden-Oosten. Zijn dagen zijn zo lang dat zijn hoofd er soms van duizelt. Om acht uur gaat hij de deur uit en vaak is hij pas om elf uur weer thuis. Hij gelooft in de Mazoz-methode: aan de jeugd in Sidi Moumen laten zien hoe je de weg uit de sloppen kunt vinden, met de talenten die je hebt. De oudere jeugd is hier de jongere jeugd tot voorbeeld.
Naïm dirigeert de taxichauffeur naar een vuilnisbelt waar krotten tegenaan hangen van golfplaten, stukken hout en plastic. Schapen scharrelen tussen de krotten, was wappert aan waslijnen, een woud van schotelantennes op de daken. Hier wordt geleefd als in de stad, maar dan in afgeleide vorm. De mensen tappen de elektriciteit illegaal af van de lantaarnpalen. Water halen ze bij publieke fonteinen. ‘Dit deel van Sidi Moumen heet Thomas,’ zegt Naïm. Het decor van De paarden van God. Thomas is vernoemd naar de Franse koloniaal die hier grondstoffen delfde en daarvoor arbeiders van het platteland naar de stad haalde. Zo, zegt Naïm, zijn alle sloppenwijken van Marokko ontstaan, als project van de kolonialen.
Vrouwen moeten hun kracht ontdekken, ze kunnen het verschil maken in de samenleving.
Verticale krottenwijken
De taxi rijdt naar een kaal veld bezaaid met stukken losliggend beton, plukjes gras en keien, waar plastic tasjes knisperen in een zomerbriesje. Rondom het veld betonnen flats van zes verdiepingen hoog, blokkendozen in een eentonig ritme, met ook hier een dakenwoud van schotelantennes. Volgens het programma ‘Steden zonder krotten’ dat de regering lanceerde in 2003 moesten alle krotten in Marokko in 2010 vervangen zijn door sociale woningbouw als deze flats. Voor een prikje konden de krotbewoners een appartement betrekken. ‘Steeds schoof de deadline een jaar op,’ zegt Naïm, ‘en nu zijn de krotten er nog.’ Tweederde van de krotwoningen is verdwenen, platgewalst door bulldozers, de mensen verplaatst naar appartementen in de flats. Maar het lost niets op, zegt Naïm. Het leven in de flats is hetzelfde als het leven in de krotten. Verticale krottenwijken zijn het. De mensen hebben geen werk, ze hebben geen geld, ze onderhouden hun appartement niet. Ze overleven in de schaduweconomie van kleine handeltjes en (vaak genoeg) criminaliteit. Naïm weet van een man die zijn ezel elke avond drie hoog de trap op neemt naar zijn woning en de ruzies die daardoor ontstaan met de buren. Maar zijn ezel zou zeker gestolen worden als hij hem beneden zou achterlaten. Mazoz zei eerder op de dag: security is an illusion. Veiligheid is een illusie, zolang er geen zekerheid heerst op drie cruciale terreinen: gezondheidszorg, onderwijs en werkgelegenheid. ‘Dat geeft waardigheid aan een mensenleven en met een gevoel van eigenwaarde zijn ze minder vatbaar voor extremisme.’ Naïm had het geluk om met een beurs te ontsnappen aan het staatsonderwijs, dat volgens Mazoz zo slecht is dat het alleen maar opleidt tot werkloosheid, uitzichtloosheid.
Almachtige koning
Dwars door Casablanca heen, door straten waar mannen de hele dag theedrinken op terrassen (en vrouwen gesluierd langsschuiven) en door het centrum met knipperende neonreclames (waar mannen en vrouwen samen aan het bier zitten en een sigaretje opsteken), rijden we in anderhalf uur met de tram naar het andere uiteinde van de stad, naar Nadia Eddoukkali. Zij is een morchida. Morchidat zijn vrouwelijke imams, alleen mogen ze niet preken, en daarom zijn ze eigenlijk geen imams maar ‘religieuze gidsen’. De morchidat zijn onderdeel van het offensief tegen extremistische cellen, radicale imams en gewelddadige salafisten dat de koning en zijn regering inzetten na de aanslagen van 2003. Het ministerie van Religieuze Zaken begon twee jaar later met de opleiding van morchidat aan het instituut Mohammed Vl, waar sindsdien honderd vrouwen per jaar afstuderen. Illegale moskeeën werden gesloten, alle imams die niet de officiële lijn volgen kregen een preekverbod, honderden verdachten verdwenen in de gevangenis, een tv-kanaal begon 24 uur per dag preken uit te zenden. Het idee achter het tv-kanaal en de morchidat is hetzelfde: het verspreiden van de gematigde islam moet de extremistische variant de wind uit de zeilen nemen.
Wat is dan die gematigde islam? Daar zijn twee soorten antwoorden op. Het eerste soort hangt samen met de godsdienstige boodschap, de tweede soort met de politieke macht in dit land. De boodschap van de gematigde islam gaat over vreedzaamheid, verdraagzaamheid, tolerantie en respect. Iedereen die ik er naar vraag, gebruikt deze woorden. De islam in Marokko is op de malekitische wetschool gebaseerd; vermengd met plaatselijke invloeden, zoals van het soefisme, levert dat een typisch Marokkaanse variant van de islam op, waar de koning als ‘Leider van de gelovigen’ aan het hoofd staat. Koning Mohammed Vl (alom bekend als M6), zo leren alle Marokkanen, stamt rechtstreeks af van de Profeet – wat betekent dat de hoogste politieke leider van het land, de almachtige koning, praktisch boven elke kritiek verheven is. Nu hoor je mensen in Casablanca en Rabat zeggen: wat een geluk dat onze koning modern en ruimdenkend is! Wat een prettige omstandigheid dat hij de vreedzame islam wil verspreiden, niet alleen in eigen land maar tot ver over de grenzen!

Hun kracht ontdekken
Naïm fluistert in mijn oor: dit is de gastenkamer, hele families zitten het hele jaar door in kleine zijkamertjes zodat deze kamer onberispelijk blijft voor de drie keer dat er gasten komen. Nadia Eddoukkali is naast haar man Mohamed op een van de banken gaan zitten. Ze vertelt dat zij vrouwen en kinderen in haar wijk de juiste interpretatie van de koran voorhoudt. ‘Dat wil zeggen: gematigd en vreedzaam.’ Dat doet ze al vijftien jaar, (een morchida was ze lang voordat de officiële opleiding startte), alleen is de aandacht na 2003 verschoven richting de boodschap van het anti-extremisme. ‘Maar de kern blijft hetzelfde: God schiep verschillende volkeren en zij moeten in vrede met elkaar op aarde leven. Mensen vermoorden omdat ze een ander geloof aanhangen, heeft niets met de islam te maken.’ Ze geeft workshops aan vrouwen om over de radicale ideeën te praten die hun zoons op internet kunnen vinden. Ze zien filmpjes van de IS en lezen koranteksten los van de context, waardoor ze op verkeerde ideeën komen. Toch, zegt Eddoukkali, zijn de ouders in deze wijk eerder bang dat hun zoons verslaafd raken aan drugs en op het criminele pad terechtkomen dan dat ze zich bij IS aansluiten.
De vrouwen volgen niet alleen koranlessen, maar leren ook lezen en schrijven en krijgen computerles. Het woord empowerment valt. ‘Vrouwen moeten hun kracht ontdekken,’ zegt Eddoukkali, ‘ze kunnen het verschil maken in de samenleving.’
In een ander Arabisch land zou dit ongehoord zijn – zoals met veel zaken loopt Marokko ook met de emancipatie van vrouwen voor de troepen uit. Wat vinden de mannen daarvan, zo lang gewend aan de machtspositie die hen automatisch ten deel valt op grond van hun geslacht? ‘Ha,’ zegt Mohamed met een lachje, ‘die vinden het fijn als hun vrouw wat onafhankelijker is, dan hebben ze minder tijd om op hun man te vitten. Ze weten beter wat ze doen moeten en zijn niet meer de hele tijd met hem bezig.’
Beheersing
In de tram naar station Casa Voyageurs, waar de trein naar Rabat zal vertrekken waar ik het instituut wil bezoeken waaraan de morchidat studeren, vertelt Naïm over het referendum dat de koning organiseerde over de nieuwe grondwet. Het was M6 ten voeten uit, zegt hij. ‘Zijn methode is containment. Beheersing. De Arabische Lente is hier in de kiem gesmoord door deze methode. Tegen de demonstranten zei hij: jullie willen verandering? Een nieuwe grondwet? Kunnen jullie krijgen, ik stel een commissie in. Wekenlang hoor je niets van die commissie, mensen verliezen hun belangstelling, gaan over tot de orde van de dag. Dan komt er een voorstel voor de nieuwe grondwet, waarvan het belangrijkste nieuws is dat de veranderingen niets veranderen aan het feit dat M6 alle macht in handen heeft.’
De koning zelf had van tevoren gezegd dat hij ja ging stemmen en de imams in de moskeeën hielden die vrijdag een voorgeschreven preek waarin ze de mensen aanspoorden om ook ja te stemmen (Zouden ze de wil van God willen trotseren? Zouden ze de wil van de afstammeling van de Profeet willen trotseren? Zouden ze de toegang tot het paradijs willen riskeren?) Naïm verliet de moskee toen de imam zei: als je ja stemt kom je in de hemel, als je nee stemt kom je in de hel.
De mannen vinden het fijn als hun vrouw onafhankelijk is, dan heeft ze minder tijd om op haar man te vitten.
Bijna honderd procent van de kiezers stemde in 2011 voor de grondwetswijziging (waarbij driekwart van de stemgerechtigden kwam opdagen). De koning is razend populair en de redenering die je vaak hoort is: hij doet zoveel meer voor het volk dan zijn vader. Het leven is zoveel beter nu. Voor Naïm is Marokko een repressieve staat (Amnesty International meldde in mei 173 gevallen van marteling en mishandeling door de autoriteiten tussen 2010 en 2014 en wie een aanklacht indient, loopt zelf het risico op vervolging), maar niet veel Marokkanen zeggen het hem na. Voor een deel lijkt het een generatiekwestie. Wie Hassan ll meegemaakt heeft, vindt het bewind van zijn zoon een verademing. Boukber Mazoz wijst de huidige koning zelfs aan als de factor van verandering. Een veel gehoorde verzuchting luidt: dankzij M6 zijn we niet in dezelfde chaos beland als Syrië en Egypte. Verandering moet in kleine stapjes komen, zegt Mazoz, anders ontspoort het hier net zo hard als daar.
Salafisten met banen en bedrijven
Abdesselam Lazaar, een beminnelijke man in een djellaba met een fez op zijn hoofd, geeft een rondleiding door het fonkelnieuwe Instituut Mohammed Vl in het universiteitsdistrict van Rabat. Een dag eerder stonden Fatima uit Rotterdam (die het Arabisch voor me zou vertalen) en ik hier ook voor de poort, maar toen was directeur Lazaar een afstandelijke man in een djellaba met een fez op zijn hoofd. Hij meldde dat we zonder toestemming van het ministerie voor Religieuze Zaken geen stap in zijn instituut mochten zetten. Gelukkig bleek de Nederlandse ambassade goede banden te onderhouden met de sleutelfiguur op het ministerie, en na een paar telefoontjes kon Lazaar me een dag later alsnog ontvangen. Alleen nam Jamila uit Rabat de plaats in van Fatima uit Rotterdam (zij moest terug naar haar schoonfamilie in Meknes).
Fatima, die in Rotterdam als buurtcoach in de gaten houdt of in haar buurt geen jongens en meisjes de weg van de radicalisering inslaan. Een Rotterdamse Marokkaan had een IS-vlag in zijn huiskamer hangen. Wat doe je dan? Heel voorzichtig opereren. Ze wil niet dat iemand onterecht op een zwarte lijst terechtkomt en dan verandert in opgejaagd wild. Radicalisering is ingewikkeld. ‘Baard en burka wijzen misschien op radicalisering, maar misschien ook niet. Salafisten beslaan een heel breed scala. Het zijn niet allemaal jihadisten, ik ken ook salafisten met banen en bedrijven. Ze eten beschuit met muisjes bij de geboorte van hun kind. Het is zo moeilijk om te weten wie de stap naar het jihadisme gaat zetten en wie niet.’
Jamila kijkt met grote ogen naar de hagelwitte gebouwen, naar de fontein, de planten in de binnentuin. Poorten en galerijen, een binnenplaats waar mannen in lange gewaden rondlopen. Jamila is hoogleraar Engels op de Mohammed V Universiteit van Rabat, met een campus die volgens haar in een slecht onderhouden staat verkeert. ‘Alles wat in dit land met religie te maken heeft, krijgt veel geld. De gewone scholen en universiteiten hebben nauwelijks budget. Mensen met weinig geld zijn aangewezen op openbaar onderwijs. Het is gratis, maar ze worden bijzonder slecht opgeleid.’
Gedrag op de werkvloer
Lazaar opent de deur naar een collegezaal waar een sjeik in een microfoon zijn praatje houdt, en naar twee leslokalen waar vrouwen achter computers zitten voor hun ICT-lessen. Telkens wanneer Lazaar langskomt, lichten de gezichten van de studenten op, lachen breed naar hem. Het is in de eerste plaats om humanitaire redenen, zegt Lazaar, dat Marokko studenten uit het buitenland naar Rabat haalt. Ze komen uit Mali, Tunesië, Guinee, Ivoorkust, Frankrijk. Ze krijgen een vliegticket, een maandelijkse toelage, een kamer op de campus, gratis gezondheidszorg. ‘Ons tweede doel is een gezonde islam te verspreiden, die de extremistische islam moet overwinnen. De ongezonde islam heeft geen banden met een van de vier wetscholen en houdt er een eigen interpretatie op na, zoals de salafisten die het om heel andere zaken dan het geloof te doen is. Om geld, olie en macht. Hun interpretatie “alle ongelovigen moeten sterven” klopt niet. In de koran staat “doodt geen enkele ziel”. Als ze de koran werkelijk zouden lezen, dan zouden ze geen aanslagen plegen.’
De koning zegt dat onze samenleving geen vooruitgang kan boeken zolang vrouwen zich niet emanciperen.
Hij stelt ons voor aan Rachida Boubekri. Ze werkte na haar opleiding aan het Instituut vier jaar als morchida in moskeeën, gevangenissen, jeugdcentra en scholen. Nu begeleidt ze aspirant-morchidat. Om toegelaten te worden, moeten zij een bachelordiploma hebben en de halve koran uit hun hoofd kennen. Mannen moeten de hele koran uit hun hoofd kennen, omdat ze erover moeten kunnen preken. Naast theologie volgen de studenten ook colleges psychologie, geschiedenis, rechten en communicatie. Boubekri wil vrouwen ervan doordringen dat zij een waardevolle bijdrage aan de samenleving kunnen leveren. Dat zij niet binnenshuis hoeven te blijven, zoals de traditie voorschreef aan hun moeders en grootmoeders en zoals de extremisten nog steeds voorschrijven. Dat zij de vrouwen uit de tijd van de Profeet voor ogen moeten houden, die stonden ook op gelijke voet met mannen. Alleen, zegt ze, wel binnen de grenzen van onze overtuiging. Wat zijn die grenzen? Ze verdwijnt met Jamila in een Arabische woordenstroom. Na afloop zegt Jamila dat Boubekri om het antwoord heen bleef draaien en uiteindelijk iets zei als: iedereen weet wat ik bedoel, het heeft te maken met gedrag op de werkvloer. Ze mogen wel glimlachen naar mannen en aardig tegen ze doen, maar ze moeten blijven beseffen dat zij moslima zijn.

Een zachte manier
Aan de rand van de medina, de oude Arabische stad omgeven door boulevards uit de Franse tijd, moeten we wachten tot alle mannen uit de moskee verdwenen zijn. Ze hebben het middaggebed achter de rug, op blote voeten komen ze naar buiten en trekken hun slippers weer aan. Bij de poort staat Hanane Dahi. Als de laatste man uit zicht is, gebaart ze ons naar binnen te gaan. Veelkleurig tapijt met ingeweven vakjes, waar de gelovigen op hun knieën gaan voor het gebed, richting Mekka.
Na haar bachelor in religieuze studies en jarenlange zorg voor de kinderen, besloot Dahi de studie tot morchida te volgen. Ze spoort vrouwen aan om hun dochters naar school te sturen en zelf ook te leren lezen en schrijven als zij dat nog niet kunnen. Hoe meer geletterde vrouwen er zijn, zegt ze, hoe minder onderdrukte vrouwen er zijn. ‘Vrouwen waren in Marokko lange tijd onderdrukt vanwege de intellectuele kramp waarin de Arabische wereld verkeerde, daterend van ver voor de kolonisatie. De overtuiging heerste dat het haram is om je dochter naar school te sturen en dat vrouwen er uitsluitend zijn om mannen te dienen en kinderen groot te brengen. Na de onafhankelijkheid in 1956 begon de renaissance en nu hebben we een moderne koning, die zegt dat onze samenleving geen vooruitgang kan boeken zolang vrouwen zich niet emanciperen.’
De aanslagen in 2003 waren de katalysator om morchidat in te zetten, maar voor die tijd werd al nagedacht over het verspreiden van een gematigde islam. ‘Het is niet zo dat we keihard ingaan tegen de extremisten, wij hebben een zachte manier. We leveren de vrouwen rolmodellen en leggen de nadruk op goed gedrag, houden ze voor om tolerant te zijn tegenover ongelovigen. Zo geven zij dat weer door aan hun kinderen. Onze manier vereist een lange adem.’
Marokko is niet open
Tussen de talloze Marokkaanse vlaggen in het centrum van Rabat wappert de Nederlandse vlag aan de gevel van het Nederlands Instituut Marokko (gelieerd aan de Radboud Universiteit in Nijmegen). Binnen draait een film. Een close up van een brandende sigaret, die in real time verandert in as. De sigaret opent de serie The One Minutes, waarvoor de Marokkaanse filmmaker Yassine El Idrissi 24 filmpjes van een minuut uitkoos met als thema de Arabische Lente. Onder de trailer klinkt het geluid van een wekker, maar het kan ook van een tijdbom zijn; onderwijl verschijnt de tekst Na de Arabische Lente is de winter aangebroken.
De jonge Marokkanen snappen niet wat de brandende sigaret met de Arabische Lente te maken heeft.
In het zaaltje heerst na afloop onbegrip. De jonge Marokkanen snappen niet wat de brandende sigaret met de Arabische Lente te maken heeft. Ze snappen het filmpje waarin een jongen op straat wordt doodgeschoten en het filmpje waarin een oude Algerijn zegt dat de onafhankelijkheidsoorlog met Frankrijk tenminste ergens over ging. ‘De brandende sigaret,’ legt Yassine El Idrissi uit, ‘is een metafoor. Het is me bekend dat Europeanen van metaforen houden en dat Marokkanen liever directe actie zien.’ Yassine El Idrissi doorliep de Nederlandse Filmacademie, op vijf minuten fietsen van Moskee Al Kabir, de grootste en oudste Marokkaanse moskee in Nederland. Zijn films draaien op de grote festivals en vorig jaar zond de VPRO zijn documentaire Yassine gaat naar Syrië uit. Hij is bezig een beroemdheid in Europa te worden, maar in zijn moederland Marokko is hij liever niet beroemd. Dat zou hem alleen maar in de weg zitten. ‘Als je hier films maakt die binnen de regels vallen, dan is er geen enkel probleem. Maar als je wilt zeggen wat je wilt, dan heb je wel een probleem.’ Voor elke opname is autorisatie nodig, en als het onderwerp de autoriteiten niet aanstaat, dan komt die autorisatie er niet, heel laat of in zeer beperkte mate.
Mensen denken dat Marokko een open land is, zegt hij tegen de jongens in de zaal. Zoveel toeristen komen naar ons land! ‘Maar Marokko is niet open, de media vertellen een nationalistisch verhaal, zoals alle landen dat doen, inclusief de Europese. Uiteindelijk vormt dat de basis van uitsluiting en racisme. Iedereen zou zelf over politiek en de islam moeten nadenken, niet het verhaal van de regering klakkeloos navolgen.’
Geluksvogels
Het is ramadan, uit Marokko zijn 45 imams naar Nederland gevlogen om de gelovigen bij te staan. Onder hen bevinden zich drie morchidat en een van hen spreekt de vrouwen in de Moskee Al Kabir aan de Weesperzijde toe. Op het programma staat hetzelfde wat zij in het land van herkomst doen: de gelovigen doordringen van de ware islam, de gezonde islam. Fatima uit Rotterdam had in Rabat een tweetonige fluit geblazen. Ja, ze zien het aankomen in Nederland: imams importeren! Maar ook: wat willen we liever? De gezonde islam, met een vinger in de pap van de staat, of de vrijheid waarin extremistische imams oproepen tot de jihad?
Hanane Eljed uit Rabat, een frêle jonge vrouw in een lang groen gewaad, is voor de eerste keer van haar leven in Nederland. Ze loopt door Amsterdam en ziet mannen met baarden en vrouwen met hoofddoeken. Niemand legt ze een strobreed in de weg. Tegen de vrouwen in de moskee zegt ze: jullie zijn geluksvogels om in dit land wonen. Ze is hier om verkeerde informatie te corrigeren. Ze geeft een voorbeeld. Een imam had gezegd dat het haram is om hun Nederlandse vrienden te omhelzen. Nee, zegt Hanane, dat kan wel, onze godsdienst is open en tolerant.
In een zijkamer van Moskee Al Kabir gaat Hanane achter een tafel zitten. Op een paar rijen stoelen zitten vrouwen in leeftijd variërend van middelbaar tot oud, met hoofddoeken en lange gewaden. Ze spreken zachtjes Arabisch met elkaar. Ze lezen in schriftjes met Arabische teksten. De vrouwen luisteren met stoïcijnse blik, armen over elkaar, naar de Arabische spraakwaterval van Hanane. Na afloop vertelt Khadija Addi van de stichting Ibn Kahldoun (die bij de moskee hoort) dat het voor deze vrouwen een moeilijke tijd is. Ze mochten van hun mannen nooit naar de moskee. Dat is aan het veranderen. Hun dochters gingen in Nederland naar school, hun dochters hangen een moderne islam aan. De dochters zeggen: ik heb een baan en een auto – en ik zorg voor de kinderen, wij zijn gelijk aan onze mannen en de islam keurt dat goed.
De koning van Marokko is ook in Amsterdam populair. ‘Gelukkig is zijn invloed groot!’ zegt Addi. ‘Hij heeft veel aandacht voor ons, ook al wonen we in het buitenland. Extremisten krijgen in Marokko dankzij hem geen kans meer. De Marokkaanse politie is heel sterk, hun ogen zijn altijd open. Niemand kan daar wat verkeerd doen, of de politie pakt ze op.’ Tegen Hanane heeft ze gezegd: wij leven hier, niet in Marokko. Zij heeft niet het idee dat de jongeren via de moeders te beïnvloeden zijn. Thuis zijn ze misschien braaf, maar de moeders hebben geen zicht op wat ze met hun vrienden op straat uitspoken. Ze legde de morchida uit hoe het leven in Nederland is. Moslims en moslima’s krijgen opmerkingen op straat over hun lange gewaden en hoofddoeken. Mensen spugen en zeggen rot op naar je eigen land. Om over de uitspraken van Geert Wilders nog maar te zwijgen. ‘Wij zeggen tegen onze jongeren: trek je daar niets van aan, Allah straft hem op zijn tijd. Maar jongeren kunnen onverwachts reageren en de weg van de radicale islam inslaan. Zeker als ze hier geen baan kunnen krijgen omdat ze Mohammed heten.’
Naïm is een gefingeerde naam, zijn echte naam is bij de hoofdredactie bekend.
Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl).
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.