Dankzij subsidie is autorijden voor iedereen betaalbaar en niet ‘elitair’. Waarom eisen we bij kunst dan toch steeds dat iets zichzelf kan bedruipen, vraagt Lieke Marsman.
Subsidies: het zijn vreemde dingen. Er zijn een hele hoop zaken die gesubsidieerd worden en toch denken we bij het woord in eerste instantie vooral aan subsidie voor de kunsten. Iemand die heel moeilijk kijkt doet iets waar niet iedereen naartoe wil en krijgt daar gratis geld voor, terwijl er ook voorstellingen zijn die zichzelf wel kunnen bedruipen. Dat laatste klinkt best plausibel: als iets zichzelf niet kan bedruipen, dan zitten er blijkbaar niet genoeg mensen op te wachten.
Het grappige is dat er nog wel meer dingen zijn die zichzelf niet kunnen bedruipen. Op olie en steenkool bijvoorbeeld zit jaarlijks wereldwijd zo’n 5300 miljard dollar subsidie (‘meer dan de wereldwijde overheidsuitgaven aan gezondheidszorg’). In 2011 kostte dat de gemiddelde Nederlander 340 euro . Dit is nodig, want als olie niet kunstmatig goedkoop gehouden wordt, kunnen we het niet meer betalen. En het leverde ook een hoop op natuurlijk: met een beetje auto rijden heb je die 340 euro zo terugverdiend, je benzine is immers een stuk goedkoper. Dat de globale CO2-uitstoot met het stoppen van subsidies op fossiele brandstoffen met 17 procent af zou nemen, zoiets neem je dan voor lief.
Nu heb ik zelf ooit in een verloren jaar mijn rijbewijs gehaald, maar omdat ik geen auto kan betalen, neem ik sindsdien veelal de trein. (De NS is eind jaren ’90 geprivatiseerd omdat men steeds meer weerzin kreeg tegen subsidie voor openbaar vervoer. Grappig is dat met de auto reizen, mede dankzij alle subsidies op olie, nu financieel voordeliger is dan reizen met de trein – mits je je de aanschaf van een auto kan veroorloven. Terwijl treinreizen een stuk minder milieubelastend is) In ieder geval: die 340 euro die ik jaarlijks betaal voor het goedkoop houden van olie zijn voor mij dus weggegooid geld. Maar ik begrijp ook wel dat andere mensen liever wel met de auto willen – in een auto zitten is heel comfortabel – en totdat we wereldwijd aan de groene energie zitten wil ik niet dat olie alleen toegankelijk wordt voor heel rijke mensen. Dat olie elitair wordt, zeg maar. Dat wil ik niet.
Subsidie is een manier is om de prijs van wat dan ook betaalbaar te houden. Zit er subsidie op kunst, dan zou je dus heel goed kunnen zeggen dat dit een manier is om deze kunst minder elitair te maken.
In 2014 zei Jet Bussemaker over de bezuinigingen op kunst en cultuur dat er twee mogelijke effecten zouden kunnen zijn: ‘dat mensen verder moeten reizen voor het kunstaanbod en dat mensen door de crisis sowieso al minder te besteden hebben’. Ik kan nog wel meer mogelijke effecten bedenken en hoe het tweede deel van die zin een mogelijk effect van kunstbezuinigingen vormt begrijp ik niet, maar dat we door kunstbezuinigingen verder moeten reizen in onze auto’s vol gesubsidieerde benzine om van kunst te kunnen genieten vind ik ironisch.
Gelukkig heb ik een fiets. Die bedruipt zichzelf.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.