Deze week staan in Vrij Nederland veertien ijzersterke verhalen. De bijdrage van Ilja Leonard Pfeijffer, over de dood van een in zijn pacifisme geradicaliseerde terrorist, leest u hier.

‘Maar wanneer was het precies?’

‘Tijdens mijn eerste ambtsperiode. Ik was gouverneur van die provincie in het Verre Oosten. Een strookje zand, dat was het. Mijn jaargenoten van het diplomatenklasje hebben tijdens de slotborrel grappen over mij gemaakt omdat ik daar werd gestationeerd. Zij hadden zelf de hippere posten toegewezen gekregen, minstens de helft van hen in de marmeren instituten van de hoofdstad, vlak bij hun favoriete restaurants en bordelen, en de anderen op om vergelijkbare redenen gewilde posten als Korinthe en Smyrna.’

‘Of Alexandrië.’

‘Dat was de hoofdprijs. Dat was en is nog steeds onze grootste afvaardiging. Grote belangen, weinig werk. Je moet de toevoer van het graan gaande houden. Maar daar bestaat al minstens tien jaar een uitstekende infrastructuur voor. Er is geen interne onrust en de restaurants zijn subliem. Nergens eet je de ibistongetjes zoals bij Chez les Muses naast de oude bibliotheek.’

‘We dwalen af.’

‘Maar ik heb er het beste van proberen te maken. En het was niet makkelijk, dat kan ik wel zeggen. Toen ik er kwam, was het een uiterst onrustig gebied. Ik heb de politie geprofessionaliseerd en meer bevoegdheden gegeven. Ik heb onze soldaten ingezet om wegen en schooltjes te bouwen om de hearts and minds te winnen van de lokale bevolking. We hebben fouten gemaakt, maar we hebben veel bereikt. Toch hielp het niet. Kleine religieuze splintergroeperingen bleven actief. De lone wolfs waren wellicht nog gevaarlijker.’

‘Lone wolfs?’

‘Zoals hij. Hij was een lone wolf. We hielden hem natuurlijk al langer in de gaten. In elk geval vanaf het moment dat hij die daad van vandalisme pleegde in de tempel van de stad stond hij met dieprode vinkjes in onze bestanden. De onderzoekscommissie heeft bevestigd dat de instanties daar adequaat hebben gehandeld. Daar kwam toen dat geval wijnfraude overheen. Daar hadden we misschien eerder kunnen ingrijpen, dat wil ik wel toegeven, al is het wijsheid achteraf. Destijds zag het Openbaar Ministerie geen reden tot vervolging. Pas toen hij zich in de zorgsector begaf, zijn we hem systematisch gaan volgen. Dat was voor ons de rode lijn. Vanaf dat moment hebben we ook de bevoegdheden gekregen om al zijn communicatie te monitoren.’

‘Wat was zijn netwerk?’

‘Dat was verwaarloosbaar. Hij was echt een lone wolf. Onze veiligheidsdiensten spraken van twaalf volgelingen. Niet meer.’

‘Twaalf?’

‘Boeren, herders en vissers. Een enkele ambachtsman.’

‘Desalniettemin heeft de staat hem als een gevaar beschouwd. Waarom was dat? En waarom is er niet eerder ingegrepen?’

‘Hij predikte een extremistische vorm van vreedzaamheid die als opruiend werd ingeschat’

‘Intern veiligheidsbeleid heeft vaak veel gemeen met de paradox van de haas en de schildpad, zoals geformuleerd door Zeno. In het diplomatenklasje werd dat onderwezen als de wet van de remmende snelheid. Hoewel alle middelen tot je beschikking staan, kun je niet harder lopen dan je tegenstander. Een man die je volgt, mag je niet inhalen. Ik kan niet verder ingaan op de werkwijze van onze veiligheidsdiensten, maar u zult zich in grote lijnen kunnen voorstellen wat onze problemen waren en welke overwegingen een rol hebben gespeeld. Ook op de risicoanalyse kan ik niet al te diep ingaan. Ik hoop dat u daar begrip voor hebt. Het enige dat ik kan zeggen, is dat hij een complex geval was. Hij was geradicaliseerd in zijn pacifisme. Hij predikte een extremistische vorm van vreedzaamheid die als opruiend en staatsgevaarlijk werd ingeschat. Ook al bestond zijn cel slechts uit twaalf actieve handlangers, hij kon bij gelegenheden aanzienlijke mensenmassa’s mobiliseren. Een zekere vorm van charisma kon hem niet worden ontzegd.’

‘Is er op enig moment gebruikgemaakt van infiltranten?’

‘Dat kan ik bevestigen noch ontkennen.’

‘Mijn bronnen spreken van ten minste één informant die al in een vroeg stadium in de cel is geïnfiltreerd.’

‘Laat ik mij zo uitdrukken: wanneer je werkt voor een supermacht die de beschikking heeft over het sterkste leger van de wereld, zou het onlogisch zijn om niet alle middelen aan te wenden die je ter beschikking staan om de rust te handhaven in het gebied waarvoor je verantwoordelijk bent.’

‘Was die informant ook betrokken bij zijn arrestatie?’

‘Het Openbaar Ministerie heeft autonoom gehandeld conform de regels van de rechtsstaat.’

‘Er wordt gesproken van een financiële vergoeding. De infiltrant zou een aanzienlijk bedrag hebben ontvangen in ruil voor informatie over de schuilplaats van de verdachte.’

‘Van die geruchten heb ik kennisgenomen. Maar wij hoefden niets te betalen voor welke vorm van intelligence dan ook. Wij waren bij voortduring op de hoogte van zijn whereabouts.’

‘Toen hij uiteindelijk werd gearresteerd en aan u werd voorgeleid, wat was toen de formele aanklacht?’

‘Die was tweeledig. Hij ontkende en ondermijnde het centrale gezag door zich te presenteren als de koning van mijn provincie. Dat was revolutionair gedrag dat ik onmogelijk kon tolereren en dat wist hij. Toch bleef hij zijn claim ook tijdens het verhoor halsstarrig herhalen. Hij stuurde doelbewust aan op een confrontatie met mij en het gezag dat ik vertegenwoordigde. De tweede aanklacht was dat hij zich valselijk voordeed als de Messias.’

‘De Messias?’

‘Het inheemse volk van die provincie hangt een monotheïstische dwaalleer aan, die we lange tijd hebben getolereerd. Het is onderdeel van hun religie om te geloven dat hun enige god zijn zoon naar de aarde zal sturen om zijn volk te verlossen. Hij wordt de Messias genoemd, de gezalfde verlosser.’

‘Ik heb bevolen hem op de gebruikelijke wijze te laten executeren’

‘En hij beweerde dat hij de zoon van die god was? Een sterk verhaal.’

‘Dat vond ik ook. Onder andere omstandig heden zou ik het hebben afgedaan als een onbenullige kwestie van inheems bijgeloof en had ik mijn schouders opgehaald. Maar het probleem was dat een groeiend aantal mensen hem begon te geloven. En zijn claim leidde tot grote irritatie bij het lokale religieuze gezag, met wie wij tot op zekere hoogte gedwongen waren samen te werken. De rust in de provincie stond op het spel.’

‘Wat was uw uitspraak?’

‘Ik heb bevolen om hem op de gebruikelijke wijze te laten executeren.’

‘En is die straf ook uitgevoerd?’

‘Natuurlijk is die straf uitgevoerd. Mijn orders werden altijd stipt opgevolgd. Hij is gestorven aan het kruis op de berg Golgotha en ergens daar in de buurt begraven.’

‘Tot zover de onsterfelijkheidsclaim van deze zogenaamde zoon van god.’

‘Dat zou je zeggen. Maar Palestina is een merkwaardige provincie. Bepaalde vormen van religieuze halsstarrigheid zijn onuitroeibaar en dreigen de werkelijkheid te vervormen op een manier die rationeel bestuur bijzonder bemoeilijkt. Er werd beweerd dat hij op de derde dag uit de dood is opgestaan. Ik heb zijn graf laten controleren en het bleek inderdaad leeg. Zijn stoffelijk overschot was verdwenen. We hebben het nooit teruggevonden. En er waren steeds meer mensen die beweerden dat ze hem hadden gezien en dat hij zelfs de verwondingen aan zijn handen en enkels had laten zien. Zo dreigde zijn onsterfelijkheid op een paradoxale manier alleen maar te worden bevestigd door zijn executie.’

‘En geloofde u dat verhaal?’

‘Mijn punt was om u duidelijk te maken voor welke bijzondere problemen ik mij gesteld zag als gouverneur van Palestina. Maar nee, natuurlijk geloofde ik het niet. Het is, om met uw woorden te spreken, een sterk verhaal en daarmee uiteindelijk van geen belang. Ik maak me sterk dat u het ooit zou hebben vernomen als ik het u niet had verteld. En ik ben er zeker van dat het met mijn verscheiden voorgoed zal zijn vergeten.’

Dit korte verhaal komt uit onze ijzersterke verhalen-special, nu in de winkels.

De sterke verhalen die al online staan leest u hier.