1. Hij was de ideale man, Sigmar ‘Sigi Pop’ Gabriel. Nu ligt de SPD-leider al maanden onder vuur: schoothondje! Bullebak! Je geeft teveel toe aan je nieuwe coalitievriendjes en vergeet de ‘putzfrau’! Verrek, hij lijkt Diederik Samsom wel.

Het atrium van het hypermoderne Willy-Brandt-Haus in Berlijn, het hoofdkwartier van de Duitse regeringspartij SPD, zit stampvol. Op een vroege maandagmorgen in mei zijn honderden trouwe partijleden – herkenbaar aan kleine grijze baardjes, rode sjaals en Hans Spekman-truien – naar Berlijn afgereisd voor de SPD-conferentie over sociale gerechtigheid. De bijeenkomst dient als opmaat naar de verkiezingscampagne van 2017. Tientallen cameraploegen van omroepen als ARD, ZDF, WDR en Phoenix zijn om een andere reden naar het Willy-Brandt-Haus uitgerukt: het hele weekend lang gonsde het van de geruchten dat partijleider Sigmar Gabriel, geplaagd door verloren verkiezingen in verschillende deelstaten en rampzalig slechte peilingen, vandaag de handdoek in de ring zou gooien. De SPD is voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog onder de twintig procent gezakt. Gabriel ligt al maanden zwaar onder vuur.

De SPD-leider staat bekend om zijn retorisch talent en zijn vermogen de emoties van het publiek te bespelen, maar zijn speech over sociale gerechtigheid leest hij voor van papier, zichtbaar gespannen. De toeschouwers veren pas op als hij in gesprek gaat met Susanne Neumann, schoonmaakster en vakbondsvrouw uit het Roergebied die nog maar een paar weken geleden lid is geworden van de SPD. Sindsdien wordt ze door de partijleiding gekoesterd als volkse mascotte die de tobbende sociaaldemocraten weer kleur op de wangen kan geven. Deze ochtend wordt ze op het podium gehesen om te laten zien dat Sigmar Gabriel het contact met het gewone volk nog lang niet kwijt is.
De Putzfrau uit Gelsenkrichen maakt het hem niet makkelijk: met de ene na de andere rake oneliner wrijft ze Gabriel in dat zijn partij de arbeidersklasse in de steek heeft gelaten. Sinds Gabriels verre voorganger Gerhard Schröder tien jaar geleden de verzorgingsstaat op de schop nam om de economie te stimuleren, gaan schoonmakers, caissières en postbestellers onder ellendige tijdelijke contracten gebukt en moeten ze ook nog langer doorwerken. ‘Waarom zou je nog op een partij stemmen die dat heeft doorgeduwd?’

Met Susanne Neumann, ‘Putzfrau’.

Gabriel gooit al zijn charmes in de strijd: met een arm om haar schouders legt hij de poetsvrouw uit dat de SPD in de grote coalitie met de CDU van Angela Merkel wel degelijk heel veel voor elkaar krijgt, hoe lastig dat ook is met zo’n rechtse regeringspartner: het wettelijk minimumloon is ingevoerd, als je vijfenveertig jaar hebt gewerkt mag je eerder met pensioen, de flexcontracten worden aangepakt. ‘Hoe hadden we dat kunnen bereiken als we niet in de deze regering hadden gezeten?’ Frau Neumann laat zich niet vermurwen: ‘Als een schoonmaakster je al moet uitleggen hoe je dat moet doen…’ In de zaal wordt geschaterd en klinkt luid applaus. Gabriel lacht dapper mee.

Vervolgens delibereren gerenommeerde wetenschappers, ministers en regionale partijbonzen in het Willy-Brandt-Haus nog urenlang over de vraag wat sociale gerechtigheid in onze tijd zou moeten betekenen. De cameraploegen zijn halverwege vertrokken, licht teleurgesteld over het feit dat Gabriel zijn aftreden nog steeds niet heeft aangekondigd.

De problemen waar de SPD mee worstelt, lijken in veel opzichten op die van de PvdA.

De problemen waar de SPD mee worstelt, lijken in veel opzichten op die van de PvdA: beide partijen traden een paar jaar geleden als junior partner toe tot een coalitie met hun natuurlijke tegenpool, in Duitsland de ‘zwarten’, zoals de christendemocraten door links altijd worden genoemd, in Nederland de VVD van Mark Rutte. Sindsdien worden de sociaaldemocraten ten oosten en ten westen van Winterswijk bedolven onder de verwijten: ze zouden hun verkiezingsbeloften niet inlossen, te veel compromissen sluiten en zich als schoothondje van rechts gedragen. Hun eigen achterban klaagt steen en been over de onzichtbaarheid van de partij. Het antwoord dat op die klacht wordt gegeven (‘Binnenskamers hebben we juist héél veel bereikt!’) lijkt aan dovemansoren gericht.

‘Schoothondje’ van Frau Merkel. Foto: Adam Berry/Getty Images
Minder fabrieksarbeiders

Opvallend in beide landen is dat individuele sociaaldemocratische bewindslieden hogere waarderingscijfers krijgen dan hun rechtse teamgenoten: Jeroen Dijsselbloem en Lodewijk Asscher zijn in Nederland de populairste ministers, de oosterburen lopen weg met de diplomatieke minister van Buitenlandse Zaken Frank-Walter Steinmeier. Maar hun succes straalt totaal niet af op hun partijen. In beide landen is de partijleider de kop-van-jut. Diederik Samsom maakte een vliegende start door tijdens de verkiezingscampagne van 2012 boven de partijen te gaan staan en vervolgens in recordtijd een coalitie te sluiten, maar bungelt nu eenzaam onderaan in de peilingen. In Duitsland werd Sigmar Gabriel in 2013 uitbundig geprezen omdat hij de moed opbracht het regeerakkoord van de grote coalitie ter goedkeuring aan zijn partijleden voor te leggen. Aanvankelijk handhaafde hij zich beter dan Samsom. Maar sinds de sociaaldemocraten dit voorjaar dramatisch verloren bij de deelstaatsverkiezingen in Baden-Württemberg en Sachsen-Anhalt (waar de SPD zelfs minder stemmen kreeg dan de AfD, de rechts-populistische nieuwkomer) kan hij bij de media, de kiezers en een groot deel van zijn eigen partijgenoten geen goed meer doen.

Wat de gezichten in het Willy-Brandt-Haus en het PvdA-hoofdkwartier aan de Amsterdamse Herengracht nog bedrukter maakt, is de wetenschap dat het aantal trouwe kiezers waarop de sociaaldemocraten kunnen rekenen, al decennia in gestaag tempo daalt. De vanzelfsprekendheid waarmee miljoenen fabrieksarbeiders en vakbondsleden op de partijen van Joop den Uyl en Willy Brandt stemden is verdwenen – al is het maar omdat er steeds minder fabrieksarbeiders en vakbondsleden zíjn. Nog steeds zien PvdA en SPD het als hun grote opdracht om lager opgeleiden, middengroepen en progressieve intellectuelen te verenigen, maar dat wordt door de opkomst van concurrentie ter linker- en rechterzijde steeds lastiger. De Tweede Kamer kent inmiddels elf politieke partijen en vijf afsplitsingen. Voor Nederlandse begrippen lijkt de Bundestag met vier fracties nog een oase van rust en stabiliteit, maar zo wordt het in Duitsland niet ervaren. Nadat de links-populisten van Die Linke hun intrede in het parlement hebben gedaan, ziet het er nu naar uit dat ook de rechts-populistische AfD de kiesdrempel gaat halen. Reden voor groot alarm in Duitsland, waar het spook van de politieke versplintering in de Republiek van Weimar weer opdoemt. Dat de SPD voor het eerst sinds 1945 onder de twintig procent is geduikeld, geeft aanleiding tot apocalyptische beschouwingen in praatprogramma’s op de televisie en op de opiniepagina’s van Die Zeit en de Frankfurter Allgemeine. De fine fleur van de Duitse politicologie begeleidt de neergang van de sociaaldemocratie al jaren met somber stemmende publicaties als ‘Genossen in der Krise?’, ‘Der Überlebenskampf der SPD als Volkspartei’ en ‘Vorwärts oder abwärts?’.

Adviseur popmuziek

Net als voetbalclubs die dreigen te degraderen vertonen volkspartijen in crisis de neiging koppen te laten rollen. In Nederland werd Job Cohen in 2010 als Messias binnengehaald en anderhalf jaar later alweer aan de dijk gezet. Bij de SPD hield sinds Gerhard Schröder bijna geen enkele partijleider of Kanzlerkandidat het langer dan anderhalf jaar vol. Het Oost-Duitse wonderkind Matthias Platzeck moest na vijf maanden al aftreden op doktersadvies omdat hij van alle ruzies in het partijbestuur last van oorsuizingen kreeg. De joviale Kurt Beck werd afgezet omdat hij tot woede van de rest van de partijtop samenwerking met Die Linke niet uitsloot. Frank-Walter Steinmeier voerde als Kanzlerkandidat een weinig bevlogen campagne, verloor de verkiezingen van Angela Merkel en wilde toen zelf geen partijleider blijven.

Zijn eerste functie op landelijk niveau, adviseur popmuziek en jongerencultuur, bezorgde hem de bijnaam ‘Siggi Pop’.

Groot was dan ook het enthousiasme toen in 2009 Sigmar Gabriel zich aanbood. Hij leek de ideale man om de kiezers terug te winnen die de partij de rug hadden toegekeerd uit protest tegen het harde hervormingsbeleid van Gerhard Schröder, de ‘Genosse der Bosse’. Gabriel (Goslar, 1959) was van eenvoudige komaf, als zoon van een kleine beambte en een verpleegster. Als lid van de socialistische jongerenbeweging Die Falken, organiseerde hij even graag kampeerweekenden in de bossen, met vreugdevuur en gitaar, als demonstraties tegen de kernwapens en het rechtsextremisme. Na zijn studie in Göttingen gaf hij taalles aan migranten en begeleidde hij werkloze jongeren. In 1999 bracht hij het tot minister-president van Nedersaksen. Zijn eerste functie op landelijk niveau, adviseur popmuziek en jongerencultuur, bezorgde hem de bijnaam ‘Siggi Pop’. Gabriel was in 2005 nog niet gekozen in de Bondsdag of hij werd al minister voor Milieu, Natuurbescherming en Nucleaire Veiligheid in de eerste coalitie die Angela Merkel met de SPD sloot. Dat gaf hem behalve een volks ook nog een groen imago. Met een bijna Noord-Koreaans percentage van 94,2 procent wees het partijcongres van 13 november 2009 in Dresden hem als boegbeeld aan. Vijf jaar later trad hij als vicekanselier en minister van Economische Zaken en Energie toe tot Merkels tweede kabinet met de sociaaldemocraten. En begon het applaus te verstommen.

Gedurfd

Diederik Samsom kan zich moeiteloos verplaatsen in de problemen waarmee Sigmar Gabriel nu te kampen heeft. Hijzelf is als partijleider in de Kamer gebleven. Gabriel voert zijn troepen aan vanuit het kabinet. Maar kop-van-jut zijn ze allebei. ‘Ik leerde Gabriel kennen toen ik nog woordvoerder milieubeleid in de Kamer was, en hij minister van Milieu,’ zegt Samsom. ‘Toen ik in 2012 partijleider werd, heb ik meteen een reis naar Berlijn gemaakt om met hem te praten over de samenwerking tussen de sociaaldemocraten in Europa. Het afgelopen jaar heb ik intensief contact met hem gehad over de Europese aanpak van het vluchtelingenvraagstuk en de afspraken met Turkije. We zien elkaar regelmatig in Brussel bij lunchbijeenkomsten van de PES, de koepel van Europese sociaaldemocratische partijen. En af en toe op het Elysée in Parijs, waar we dan door president Hollande worden uitgenodigd. Tussendoor sms ik vaak met hem, dat is de makkelijkste manier om hem te bereiken.’

Samsom ziet Gabriel als een ‘krachtige politicus’, ‘een echte volksjongen, type voetbaltrainer’ en ‘iemand die niet bang is de confrontatie aan te gaan’. Hij noemt het ‘gedurfd’ van Gabriel om als kleinere coalitiepartner met Angela Merkel in zee te gaan – zoals hij zelf deed met Mark Rutte. Wat hij ook in hem herkent, is dat de SPD-aanvoerder geregeld met gewone burgers als de schoonmaakster Susanne Neumann in gesprek gaat. In Samsoms eigen speeches verwijst hij ook graag naar zijn ontmoetingen met Eyad, Syrische vluchteling in Izmir, en Benno uit Enschede die zich in de voetbalkantine boos maakt over de komst van een AZC. ‘Het is onze taak die twee werelden bij elkaar te brengen en Sigmar snapt dat heel goed.’

De SPD moet niet te snel in paniek raken van de tegenvallende peilingen, vindt Samsom, wiens eigen PvdA bij Maurice de Hond nu nog maar op acht zetels staat. ‘In Berlijn maken ze zich er vreselijk druk over dat de SPD naar twintig procent is gezakt.’ Grinnikend: ‘Ik zou zeggen: mag ik daarvoor tekenen?’

Met Merkel bij een bijeenkomst voor tolerantie jegens moslims in Berlijn. Foto: Adam Berry/Getty Images
Met zichzelf in de knoop

Op 13 november 2009 klonk er een donderende ovatie in de Messehalle van Dresden. Vijfhonderd SPD-gedelegeerden hadden net ademloos geluisterd naar de beste speech van Sigmar Gabriel ooit. Een paar maanden eerder had de partij roemloos de verkiezingen verloren, Angela Merkel was er met de liberale FDP vandoor. In plaats van de anderen de schuld te geven, fileerde Gabriel zijn eigen partij. De sociaaldemocratie is te technocratisch geworden en heeft zich vervreemd van de dagelijkse ervaringen van mensen, zei hij: ‘We mogen ons niet langer terugtrekken in de bestuurskamers. Onze politiek komt vaak over als steriel, klinisch, gestileerd. En dat moeten we veranderen. We moeten naar buiten, het leven in. Daar waar het lawaaiig is, waar het kookt en borrelt, waar het soms ook stinkt. We moeten de wrijving opzoeken. Want alleen daar is het echte leven.’

De Dresdner Rede wordt nog steeds regelmatig aangehaald door zowel trouwe volgelingen als critici van de huidige vicekanselier en minister van Economische Zaken en Energie onder Angela Merkel.

Maar in het reusachtige gebouw van het Wirtschaftsministerium aan de Berlijnse Scharnhorststrasse is van het echte, rauwe leven dat Gabriel wilde opzoeken, weinig te bespeuren. Op de doodstille binnenplaats van het complex, dat in de achttiende eeuw in opdracht van koning Frederik II van Pruisen werd ontworpen als ziekenhuis voor oorlogsinvaliden, staat de zwarte BMW van de minister te glanzen in de zon. In een van de eindeloze gangen hangt het organogram dat in grijstinten laat zien hoeveel beleidsterreinen onder het superministerie vallen. Op aandrang van de SPD zijn aan traditionele afdelingen van Economische Zaken als Industriepolitiek en Midden- en kleinbedrijf directoraten als Fossiele grondstoffen en kernenergie, Elektriciteitsnetten en Energiewende toegevoegd. Het moet niet meevallen om aan al die zaken toe te komen en ook nog tijd over te houden om in de buitenwereld op zoek te gaan naar de plekken waar het kookt en borrelt. Dat is de kern van het probleem waar de SPD-leider, vicekanselier en Wirtschaftsminister dagelijks mee worstelt. Om zo’n gigantisch departement te managen, moet hij wel veel tijd doorbrengen in de bestuurskamers die hij in zijn toespraak in Dresden zo zei te verafschuwen. Bovendien vereist het een bovenmenselijke inspanning om aan de verlangens van zijn linkse achterban tegemoet te komen en tegelijkertijd de belangen van de Duitse economie en de machtige industrie niet op het spel te zetten. Gabriel raakte met zichzelf in de knoop toen hij zich aanvankelijk niet verzette tegen het dreigement van zijn rechtlijnige collegaminister van Financiën Wolfgang Schäuble om Griekenland tijdelijk uit de Eurozone te gooien. Toen partijgenoten riepen dat Duitsland de internationale solidariteit te grabbel dreigde te gooien, verklaarde hij schielijk dat een Grexit natuurlijk onbespreekbaar voor hem was.

Toyboy van het grootkapitaal

Najaar 2015 demonstreerden honderdduizenden vakbondsleden, milieuactivisten en anti-globalisten in de Berlijnse Tiergarten tegen TTIP, het omstreden vrijhandelsverdrag tussen Europa en de Verenigde Staten. In een paginagrote advertentie bezwoer Gabriel dezelfde dag dat er aan de Europese sociale en duurzaamheidsnormen niet zou worden getornd, maar waarschuwde hij ook tegen ‘bangmakerij’. Op het World Economic Forum in Davos, het jaarlijkse onderonsje van politieke leiders en captains of industry, liet hij zich vervolgens ontvallen dat hij de discussie in Duitsland over TTIP ‘hysterisch’ vond. Prompt regende het kritiek, ook in zijn eigen partij: Gabriel wierp zich op als schutspatroon van de kleine man maar eigenlijk was hij de toyboy van het grootkapitaal.
Ook bij de Energiewende kwamen partijleider Gabriel en minister Gabriel in botsing met elkaar. Toen hij in oktober 2015 met energiereuzen als RWE en Vattenfall overeenkwam het gebruik van bruinkool geleidelijk aan af te bouwen, kreeg hij iedereen over zich heen: boze mijnwerkers uit de Harz en het Roergebied die hun baan zagen verdwijnen én milieugroepen als Greenpeace die vonden dat het niet snel genoeg ging en dat Gabriel zich door de kolenlobby had laten inpakken. Op zulke momenten moet het ook tot de geplaagde politicus zelf zijn doorgedrongen dat hij in 2013 een onmogelijke combinatie van functies op zich heeft genomen.

Sigmar Gabriel heeft heel veel voor elkaar gekregen maar de media hebben het er alleen maar over hoe slecht hij ligt in de partij. Soms krijg ik er grijze haren van.

Lastige compromissen

Dr. Oliver Schmolke (47) houdt kantoor op de eerste verdieping van het ministerie van Economische Zaken en Energie, even de gang door en hij kan bij Sigmar Gabriel binnenwandelen. Aan de muur hangt een filmposter van Fritz Langs futuritstische Metropolis en een affiche met het opschrift: ‘Typisch Deutschland. Unsere starke Industrie’. Schmolke is politicoloog, werkte als strategisch adviseur in het Willy-Brandt-Haus en bij de Bondsdagsfractie van de SPD, en schreef een boek over vrijheid vanuit links-liberaal perspectief. Hij werkte in 2013 mee aan het regeerakkoord van de grote coalitie. Der Spiegel omschreef hem als een van de ‘heimliche Macher’ in het brandpunt van de Duitse politiek. Gabriel nam hem mee naar het oude Invalidenhaus aan de Scharnhorststrasse waar hij nu in de ambtelijke top zit als coördinator van de vele beleidsafdelingen. In 2013 leek het een meesterzet van Gabriel om minister van Economische Zaken te worden, vertelt Schmolke: ‘We wilden laten zien dat de SPD er niet alleen is voor de sociale zekerheid maar dat de economie en de werkgelegenheid bij sociaaldemocraten ook in goede handen zijn. Juist op dít ministerie speelt de strijd om de macht zich af.’ Helaas pakt dat electoraal slecht uit omdat Gabriel nu gedwongen is lastige compromissen over TTIP en bruinkool te verdedigen. Schmolke: ‘Bovendien hebben we het probleem dat de dingen die we bereiken in de coalitie, zoals meer investeringen, miljardensteun voor de gemeenten om vluchtelingen op te vangen, de invoering van het wettelijk minimumloon en het terugdringen van flexwerk, niet aan ons worden toegeschreven maar aan Angela Merkel. Zo werkt het als je de junior partner bent in een grote coalitie: wie de chef levert, wint. Sigmar Gabriel heeft heel veel voor elkaar gekregen maar de media hebben het er alleen maar over hoe slecht hij ligt in de partij. Soms krijg ik er grijze haren van.’

Confronterende stijl

Gabriel is niet bang de confrontatie aan te gaan, zei Diederik Samsom bewonderend. Het is een eigenschap die ook Oliver Schmolke in zijn partijleider waardeert. Hij gaat het debat aan met Greenpeace, spreekt in Braunschweig een hal vol boze fabrieksarbeiders toe die bang zijn vanwege de sjoemelaffaire hun baan bij Volkswagen te verliezen en zegt zelden nee tegen moeilijke tv-interviews. Hij durft zich in het hol van de leeuw te begeven. Probleem is alleen dat die confronterende stijl snel tot grote conflicten leidt omdat hij de neiging heeft zich kritiek persoonlijk aan te trekken en er vervolgens meteen op los te meppen. De Duitse media vertalen dat in: Gabriel is een Streithansel, een vechtersbaas, hij heeft zichzelf niet onder controle, die man is niet geschikt als kanselierskandidaat.

Legendarisch voorbeeld van zo’n uit de hand gelopen conflict is een vraaggesprek met de ZDF in november 2013 over Gabriels beslissing het regeerakkoord aan een ledenreferendum te onderwerpen. Was dat niet in strijd met de bepaling in de Grondwet dat parlementariërs zonder last of ruggenspraak moesten kunnen stemmen, wilde anchorwoman Marietta Slomka van hem weten. ‘Nee, omdat het onzin is,’ beet hij haar toe. En toen ze doorvroeg: ‘Frau Slomka, ik kan uw argumenten niet serieus nemen. Laten we ophouden met deze quatsch!’ Sinds ‘Slomka-gate’ staat Gabriel in de Duitse media bekend als vrouwonvriendelijke bullebak.

Zijn optreden op het SPD-congres in Berlijn in december 2015, waar hij opnieuw tot partijleider moest worden gekozen, maakte zijn imago er niet beter op. Daar verloor hij zijn zelfbeheersing toen Johanna Uekermann, voorzitter van de socialistische jongerenbeweging Jusos en lid van het partijbestuur, zijn leiderschap in twijfel trok. Voor de volle zaal verklaarde ze best te begrijpen dat veel mensen niet meer geloofden dat de SPD echt deed wat ze zei. Gabriel stormde onmiddellijk het podium op en stak een minutenlange tirade tegen de 28-jarige Uekermann af: maandenlang had ze in vergaderingen van het partijbestuur gezwegen en nu beschadigde ze moedwillig de partij. Híj ongeloofwaardig? ‘Dat is het ergste verwijt dat je me kunt maken!’

De vernedering werd nog groter toen even later maar 74 procent van de afgevaardigden Gabriels herbenoeming als partijleider steunde, heel wat minder dan de 94,2 procent in 2009.

‘Zelfs Willy Brandt was geen Messias’

Na middernacht, tijdens de afterparty, liep het conflict nog hoger op toen Matthias Machnig, staatssecretaris van Economische Zaken en vertrouweling van Gabriel, een groepje Jusos-leden woedend de les las in de rokersruimte. Door de persoonlijke aanval van Uekermann, ‘die domme gans’, zouden de Jusos de slechte uitslag van Gabriel bij zijn herverkiezing op hun geweten hebben. Der Spiegel schreef het allemaal fijntjes op.
Tegenover Vrij Nederland verklaart Machnig (56), in het verleden campagneleider van Gerhard Schröder en partijdirecteur van de SPD: ‘Natuurlijk moet er in een partij als de onze gedebatteerd kunnen worden. Maar álle sociaaldemocratische partijen in Europa zitten in de problemen. De bewering dat het aan één persoon ligt die op dit moment toevallig de partijleider is, heeft met de werkelijkheid niet te maken. We moeten niet denken dat de partijleider de Messias is die alle problemen zal oplossen. Zelfs Willy Brandt was geen Messias. Hij moest drie keer als lijsttrekker aantreden voordat hij bondskanselier werd.’

Machnig werkt als staatssecretaris op het Wirtschaftsministerium nauw met Gabriel samen en is ervan overtuigd dat hij nog steeds de man is die de SPD uit het slop kan trekken. ‘Hij is een Macher, niet iemand die afwacht. Hij is heel snel van begrip en kan ingewikkelde thema’s makkelijk omzetten in woorden die gewone burgers begrijpen. Sigmar Gabriel gaat op de mensen af. Hij heeft geen Berührungsangst.’
Behalve dus als je zijn geloofwaardigheid in twijfel trekt. Dan reageert als hij door een wesp gestoken.

Foto: Jens Meyer/AP/HH
Bedolven onder de kritiek

Op het terras van café Zimt & Zucker aan de oever van de Spree neemt Johanna Uekermann een hap van haar Flammkuchen met geitenkaas.We hebben het over de snel op zijn tenen getrapte partijleider. ‘Het is al decennialang de normaalste zaak van de wereld dat de Jusos de SPD vanwege haar politieke koers bekritiseren. Die kritiek zou de partijtop serieus moeten nemen. Ook omdat jonge kiezers nu tegen mij zeggen: als de partij al niet naar haar eigen jongerenorganisatie luistert, waarom zouden wij dan op de SPD stemmen?’ Ze heeft Gabriel al een paar keer aangeboden uit te leggen wat ze met haar kritiek in december bedoelde, maar er kwam geen reactie: ‘We zien elkaar in het partijbestuur van de SPD, maar een gesprek onder vier ogen is er niet meer geweest.’
Volgens Uekermann moet het duidelijk zijn dat de SPD na de verkiezingen van 2017 geen nieuwe grote coalitie meer moet aangaan: ‘De partijtop is bang dat het als onverantwoordelijk gedrag overkomt als we er nú uitstappen. Maar ik weet niet of het er beter op wordt als we om het probleem heen blijven draaien.’

Dat Sigmar Gabriel geen last heeft van Berührungsangst bewees hij ook in de omgang met Pegida, de rechts-nationalistische beweging die al enige jaren in Oost-Duitse steden drukbezochte demonstraties organiseert tegen de ‘islamisering van het Avondland’ – tot grote verontrusting van vooruitstrevend Duitsland. In januari 2015 bezocht Gabriel als eerste prominente SPD-politicus spontaan een discussieavond met Pegida-aanhangers in Dresden. Gehuld in lamswollen trui – naar eigen zeggen was hij er als privépersoon en níét als vicekanselier – nam hij plaats op de achterste rij, om na afloop met de Wutbürger in gesprek te gaan.

‘Ik vond het ontzettend goed dat hij dat deed,’ zegt Diederik Samsom. ‘Gabriel had eerder dan de rest van zijn partij door dat je de discussie moet aangaan met mensen die zich niet gehoord voelen. Wij hebben dat in Nederland vijftien jaar geleden al meegemaakt maar voor Duitsland is dat nieuw.’

In eigen land werd Gabriel dan ook prompt bedolven onder de kritiek van partijgenoten. Er zouden nazi’s in de zaal hebben gezeten, hij zou alleen door zijn aanwezigheid al hebben bijgedragen aan het salonfähig maken van Pegida. Dat bij de gespreksbijeenkomst, georganiseerd door een pastor en voormalig DDR-dissident, ook tegenstanders van Pegida aanwezig waren, deed daar niets aan af. Vanwaar die onbesuisde actie van hem? Had Yasmin Fahimi, partijsecretaris van de SPD, zich niet daags tevoren nog uitgesproken tégen een dialoog met ‘mensen die stemming maken tegen buitenlanders?’

Toen Gabriel achteraf laconiek verklaarde te strijden voor elke ziel, ‘ook voor die van mijn partijsecretaris’, deed dat de gemoederen binnen de SPD nog verder oplopen.
In augustus van dat jaar was het opnieuw raak toen Gabriel, trouw aan zijn belofte uit 2009 om de ‘plekken waar het stinkt’ niet te mijden, afreisde naar Heidenau. Daar waren gewelddadige rellen uitgebroken rond een opvangcentrum voor vluchtelingen. Bij die gelegenheid noemde hij de xenofobe relschoppers ‘tuig’: ‘Jullie horen niet bij ons, we willen jullie niet, en als we jullie te pakken krijgen, zullen we jullie bestraffen!’
Na die uitspraak kreeg hij er niet alleen van langs van Pegida-sympathisanten die tijdens een optocht door Dresden een bordje met zijn naam met zich meedroegen, bungelend aan een galg, maar ook van de media. Dit keer werd hem inconsequent gedrag verweten: eerst was hij met Pegida gaan praten, nu had hij het opeens over ‘tuig’. Dat Gabriel juist verschil had gemaakt tussen verontruste burgers en openlijke neonazi’s viel niemand meer op. In de kranten, op tv en binnen zijn eigen partij werden zijn optredens in Dresden en Heidenau breed uitgemeten: dit was typisch ‘Mr Zickzack’, de impulsieve politicus die de ene keer het een, dan weer het ander zei, zoals hij zichzelf eerder die zomer ook al over de Grexit had tegengesproken.
Van de linkse verlosser van 2009 was weinig meer over.

Breken met Merkel

Het Jakob-Kaiser-Haus van de Bondsdag staat met zijn grote glazen ramen model voor hoe het nieuwe Duitsland zich wil presenteren: sober, transparant, de blik gericht op de toekomst. Zo zou de 43-jarige Hubertus Heil zijn eigen partij, de SPD, ook graag willen zien. De politieke zwaargewicht – hij was van 2005 tot 2009 partijsecretaris en is nu vicevoorzitter van de Bondsdagsfractie – kent Sigmar Gabriel nog uit Nedersaksen, waar ze beiden opgroeiden. Toen Gabriel in 2005 naar Berlijn kwam om minister van Milieu te worden, hielp Heil hem ‘de weg niet kwijt te raken in het politieke labyrint van de hoofdstad’. Tegenwoordig werkt hij als vicefractieleider en portefeuillehouder Economie en Energie intensief met de minister samen: ‘Gabriel heeft een ongelooflijke werkdrift. Hij kan alles tegelijk, en voelt zich voor alles verantwoordelijk. Als een taxichauffeur hem vraagt waarheen de rit gaat, zou zijn antwoord kunnen zijn: “Maakt niet uit, ze hebben me overal nodig.”’ De SPD heeft in het kabinet-Merkel veel bereikt, vindt hij. ‘Alleen hebben de kiezers daar weinig boodschap aan. Die zeggen: het werd tijd dat jullie het minimumloon invoerden, dat had al veel eerder moeten gebeuren. Veel belangrijker is de vraag of de mensen ons het vertrouwen voor de toekomst geven.’ Breken met Merkel, waar partijgenoten als Johanna Uekermann op zinspelen, is volgens hem niet de oplossing: ‘Dat is net zoiets als een zwemmer die twee derde van het meer is overgestoken en dan zegt: ik ben moe, ik ga terug.’

Een groot deel van de SPD heeft te veel heimwee naar de tijd dat de partij nog kon steunen op de arbeidersklasse, is zijn overtuiging: ‘Gabriel heeft een geweldig instinct voor de omgang met de gewone man en de Putzfrau. Maar hij weet ook: als we weer willen winnen, is dat niet genoeg. Dan moeten niet alleen praten over de sociale zekerheid maar ook met oplossingen komen voor nieuwe problemen, zoals die van ICT’ers en zelfstandigen in de creatieve sector. “Vroeger was alles beter dan in de toekomst” lijkt me geen motto waar we mee vooruit kunnen.’

Over twee weken in VN: de opkomst van Alternative für Deutschland en het antwoord van de SPD.

Sigmar Gabriel

1959 Geboren in Goslar, Nedersaksen
1976-1989 Actief in de Socialistische Jugend Deutschlands – Die Falken
1977 Lid van de SPD
1990-2005 Lid van de Landtag van Nedersaksen
1998-1999 Fractievoorzitter SPD in Nedersaksen
1999-2003 Minister-president van Nedersaksen
1999-2005 Lid van het partijbestuur van de SPD
2005-nu Lid van de Bundestag
2005-2009 Minister van Milieu, Natuurbescherming en Reactorveiligheid
2009-nu Partijleider van de SPD
2013-nu Vicekanselier en minister van Economische Zaken en Energie