Journalist en essayist Frank Ligtvoet schreef over het seksueel misbruik in de literaire kring rond Wolfgang Frommel, waar hij jarenlang deel van uitmaakte. In dit stuk neemt hij de reacties van sekteleden onder de loep.

Eerder dit jaar publiceerde ik hier een stuk over pedoseksueel en seksueel misbruik in de kring van Wolfgang Frommel. Deze Duitse immigrant en Homme de Lettres richtte na de oorlog in Amsterdam het tijdschrift Castrum Peregrini op en stond aan het hoofd van een Duits-Nederlandse sekte die de Griekse ‘opvoedende liefde van mannen voor jongens’ (de paiderastia of nog netter: παιδεραστία) propageerde en praktiseerde. Naar aanleiding van dat stuk schreef een van de oudste Nederlandse vrienden van Frommel een brief aan hen ‘die aan Wolfgang en aan de geest van het voormalige Castrum Peregrini trouw zijn gebleven’, die mij werd toegespeeld.

Mijn stuk was erg persoonlijk, omdat ik zelf jarenlang deel had uitgemaakt van de sekte, en niet alleen het misbruik van jonge jongens had beschreven en gedocumenteerd, maar ook mijn eigen geestesgesteldheid als sektelid en daarmee mijn collaboratie, mijn passieve instemming met dat misbruik, zelfs het misbruik met degene die mij het dierbaarst is, ter sprake had gebracht.

De zeer oude vriend schreef in zijn brief ‘dat wij […] ons niet moeten “laten kisten” [sic] door iemand die zich nu, ruim dertig jaren na Wolfgangs dood, schijnbaar uit het niets tegen hem en alles wat hem dierbaar was in het openbaar heeft gekeerd en daarmee ons en onze goede naam besmeurt.’ Na een overweging over mogelijke juridische stappen vervolgt de zeer oude vriend:  ‘[Ik ben] van mening dat een reactie op schrift, waarmee wij zouden proberen, de man in New York te ontmaskeren en als het slachtoffer van een hem opjagende achterman aan de kaak te stellen, of op een andere manier tegen te spreken, in de Hollandse kippenren alleen maar tot nog meer gekakel zou leiden en ons meer schade zou doen dan hem.’

Ik ben de man in New York, waar ik sinds 21 jaar woon, die ontmaskerd zou moeten worden. En ik ben het slachtoffer van mijn – treffend gekozen woord voor een homoseksueel – ‘achterman’, van mijn hoogsteigen manlijke Xanthippe, met wie ik al bijna 35 jaar samen ben. Natuurlijk ging de zeer oude vriend niet in op de beschuldigingen als zodanig, maar beperkte hij zich tot een weinig vleiende karakteristiek van mij. En mijn opjagende achterman.

De oud-leden zien wat er in de Frommel-kring plaatsvond niet als misbruik, net zoals ik dat zelf indertijd niet kon zien.De zeer oude vriend was niet de enige die meer aandacht had voor de schrijver dan voor zijn boodschap. In een interview in het Duitse opinieblad Die Welt (12 augustus 2017) met sektelid en neef van Wolfgang Frommel, Melchior Frommel, antwoordt deze op een vraag naar mijn stuk over het misbruik: ‘”In de kring waren er soms problematische leden, In de kring waren er soms problematische leden, die hun eigen vorm van erotiek boven [de ideologie] stelden”, zegt Melchior Frommel. “Maar dat is niet de bedoeling. Dat Frank dertig jaar na dato doet alsof hij een slachtoffer van een homoseksuele sekte is geweest, heeft ons zeer bedroefd.”’ (Vertaald vanuit het Duits.)

De geïnterviewde, die mij van vroeger kent en mij daarom bij mijn voornaam noemt, geeft toe dat er misbruik plaatsvond in de Frommel-kring. Dat het niet om een paar problematische sekteleden ging, maar dat een van de prominentste daders een van de meest gerespecteerde leden van de kring en een van de oudste vrienden van Frommel was, namelijk de muziekleraar op de internationale Quaker kostscholen Eerde en Beverweerd William Hilsley, vertelt Melchior er niet bij. Hilsley’s misbruik en dat van zijn trouwe helpers, waar ook volgens bronnen van dichtbij oom Wolfgang weet van had, ‘was niet de bedoeling’? Of is de definitie van misbruik in de Frommel-kring ‘eigen vorm van erotiek?’

Melchiors karakterisering van mijn stuk is curieus en pertinent onjuist omdat ik de heteroseksualiteit van de meeste sekteleden juist benadruk en daarin zelfs een van de oorzaken van het trauma van vele slachtoffers zie. Ik ga er maar vanuit dat Melchior, die volgens Die Welt in Oberschlierbach in Oostenrijk woont, geen Nederlands leest en zijn informatie van horen zeggen heeft.

Melchior en de zeer oude vriend zien wat er in de Frommel-kring plaatsvond niet als misbruik, net zoals ik dat zelf indertijd niet kon zien. Zij zien de erotische opvoeding van jonge jongens, naar het model van de prefascistische Duitse dichter Stefan George, als het hoogste goed en een zegen voor de beminde, de erômenos of netter: ἐρώμενος. Die opvoeding bood velen zonder twijfel zicht op een leven dat zich kenmerkte door de liefde voor poëzie en een grondige kennis van de kunsten, door contacten met kunstenaars, door reizen naar het buitenland; en een leven weg van de ouderlijke kleinburgerlijkheid: er waren drank, sigaren en sigaretten en er was seks. De seks won het tenslotte meestal van de opvoeding, zowel voor de opvoeder als voor de opgevoede. Voor de opvoeder als lust en voor de opgevoede als trauma.

De Stichting Castrum moet een onafhankelijke commissie instellen, zoals die in de Rooms-Katholieke Kerk, maar dat doet de directie niet.In persoonlijke mails van vroegere vrienden uit de sekte, maar ook van vrienden die zijn gebleven en vrienden van nu wordt me voorgehouden dat ik in mijn stuk geen aandacht besteed aan de andere, mooie kant van het leven in de sekte. De belangrijkste van hen ‘dreigde’ zelfs dat hij dagboekaantekeningen heeft van onze relatie toen en hoe anders die relatie er toen uitzag.  Ik was in die tijd inderdaad een gewillige volgeling en een consenting adult; ik genoot van veel van wat ik deed en wat me overkwam. De stap in de sekte voelde paradoxalerwijze als een verlossing, een verlossing van mijzelf, van mijn geschiedenis en mijn omgeving.  Dat maakt, denk ik, sektes in het algemeen aantrekkelijk. Maar wat moest ik met al die mooiheid doen toen het me ging dagen dat de sekte ook een vehikel was voor seksueel en pedoseksueel misbruik? Hoe meer ik zag en begreep van dat misbruik, hoe lelijker al die mooiheid werd, totdat er tenslotte niets meer van over was. Kunnen de vrienden van toen, kan de tijd van toen nog altijd mooi zijn?

De omslag van mooi naar lelijk is naar ik uit eigen ervaring weet, moeilijk te voltrekken. De opvolger van Frommels Castrum – de huidige culturele stichting Castrum Peregrini, die zich voor zover ik weet verre houdt van het educatief bepotelen van jongens – heeft moeite om die omslag te maken. Hun Facebookpagina en website walmen nog altijd van bewondering voor Frommel en zijn kring.

Het pand van Castrum Peregrini. Foto: Jeannine Govaers/HH

Wel hebben ze, als reactie op VN’s misbruikverhaal, een commissie van professoren samengesteld onder voorzitterschap van de Utrechte hoogleraar Genderstudies Rosemarie Buikema, die voorstellen gaat beoordelen voor research naar de ‘complexe geschiedenis’ van Castrum. Men spreekt van ‘research into areas such as resistance, subversive strategies, the relation of arts, crafts and community as well as ideology and politics of the apolitical e.a. It is equally and especially important to shed light on power relations, sexual dependencies and group dynamics as well as on issues of gender, race and class.’ Ahum. Als een nadrupje wordt dan nog op dezelfde webpagina toegevoegd: ‘In the light of the recent interest in possible (let op het woordje possible, FL) sexual abuse in the circles around Wolfgang Frommel we support all efforts to shed light on this troubled past.’ Deze stap werd wereldkundig gemaakt op de website onder het kopje Radical Openness Towards the Past. Mijn oude Rotterdamse vader zou met een hartelijk ‘ammehoela’ op deze aankondiging hebben gereageerd.

Toen mij door de directie van Stichting Castrum kort na de publicatie van mijn stuk werd gevraagd wat de stichting zou moeten doen met de beschuldiging van seksueel misbruik bij haar voorganger, was mijn antwoord: U moet een onafhankelijke commissie instellen, zoals die in de Rooms-Katholieke Kerk. Dat deed de directie dus niet: Buikema en de haren werden aangewezen om de kwestie academisch zodanig in abstractie te verdunnen dat de beschuldiging van seksueel misbruik in die lauwe solutie zou oplossen. Het spijt me dus dat ik mijn antwoord van toen nu moet herhalen: U moet een onafhankelijke commissie instellen, zoals die in de Rooms-Katholieke Kerk.