Wanneer in Om het hart terug te brengen na veertig rustige en bijna idyllische pagina’s een gruwelijke dubbele moord wordt gepleegd krijgt de ondertitel van het boek, Een memoir. Liefde en geweld in Zuid-Afrika, zijn wrange betekenis. Annemarié van Niekerk vertelt haar persoonlijke geschiedenis tegen de achtergrond van de gewelddadige geschiedenis waar iedereen mee te maken had tot eind vorige eeuw: de apartheid in Zuid-Afrika. Drie zwarte jongens van tegen de twintig gaan om geld bloedig tekeer tegen de leraar waar ze jaren bij in de klas hebben gezeten. Even daarvoor zat hij nog behaaglijk in de namiddagzon op het stoepje van de winkel van zijn oude moeder te praten met een vriend die op zijn fiets afscheid was komen nemen.
Die gruwelijke moordpartij valt na die veertig pagina’s idylle rauw op je dak. Maar de tegenstellingen waar het in de rest van het boek om gaat zijn dan wel meteen duidelijk. Er worden in het boek de nodige afstanden met de auto afgelegd door de mooiste landschappen van Zuid-Afrika. Die schoonheid vormt dan ook een permanente tegenstelling met de werkelijkheid van de apartheid. Van Niekerk heeft het over de ‘psychogeografie’ van Zuid-Afrika: de vele plekken waar heftige gevoelens mee verbonden zijn, waar de smet van het gewelddadige verleden op is blijven zitten. Zoals haar geboorteplaats Port Elizabeth waaruit in haar geboortejaar 1962 alle niet-witte bevolkingsgroepen gedwongen ‘gerelocaliseerd’ werden naar ‘eigen gebieden’. Daardoor ontstonden de townships.
eerlijker perspectieven
Van Niekerk wordt in een christelijke familie geboren die volledig de apartheid is toegedaan, waarvan de vader, als econoom verbonden aan de universiteit, lid is van de Broederbond (een geheim genootschap ter bevordering van de belangen van de witte Zuid-Afrikanen, red.) en tot de overtuigde bewonderaars van pro-apartheidspolitici Hendrik Verwoerd en John Vorster behoort. Hun portret hangt in zijn werkkamer. Hij bezit een heel arsenaal pistolen en geweren want het gevaar loert elke moment. Van Niekerk is als meisje lid van de ‘Voortrekkers’, een jeugdorganisatie voor witte jongens en meisjes. Op school heeft ze schietles op de eigen schietbaan.
Van Niekerks herinneringen aan het Zuid-Afrikaanse landschap, de grote kamers, hoge plafonds en brede gangen zijn vervat in ‘beelden, klanken, smaken, geuren, kou en warmte, en in de onvoorwaardelijke liefde die we kregen’.
Van Niekerk ontworstelt zich aan deze achtergrond (ze verklaart zich Voortrekker af), maar in haar psychobiografie blijft het nodige achter dat haar opvoeding heeft bepaald. Zoals het ‘verloren paradijs’ van haar jeugd, Brandewynskuil, het stuk land van zo’n achttien vierkante kilometer waar de ouders van haar vader hun boerderij hebben. Haar herinneringen aan het landschap, de grote kamers, hoge plafonds en brede gangen zijn vervat in ‘beelden, klanken, smaken, geuren, kou en warmte, en in de onvoorwaardelijke liefde die we kregen’.
De persoonlijke geschiedenis van Van Niekerk wordt niet lineair verteld. Van Niekerk heeft literatuur gestudeerd en weet hoe ze een recht-toe-recht-aan verhaal moet vermijden. De geschiedenis begint en eindigt met de moord op Ruben en zijn moeder, daar tussendoor vertelt Van Niekerk over haar persoonlijke ontwikkeling in de vorm van terugblikken tijdens de lange autorit met haar vader die haar van Port Elizabeth naar Transkei brengt, waar zij aan de universiteit les zal gaan geven. In Transkei, dat min of meer onafhankelijk is van Zuid-Afrika en waar de apartheid minder streng wordt gehandhaafd, zal zij ‘eerlijker perspectieven’ op de geschiedenis van haar land krijgen.
in Afrika is het kolonialisme voorbij
Van die eerlijkere perspectieven had ze al het nodige meegekregen uit de romans van André Brink. Door die te lezen moest ze de apartheid ‘wel onder ogen zien’. In Transkei bezoekt ze met trillende knieën voor het eerst een kantoor van het Afrikaans Nationaal Congres, ‘alsof ik het hol van de duivel betrad’. Dat bezoek is een uitvloeisel van de jaren waarin ze voortdurend ‘dwars’ was en een doopceel aan straffen opliep van haar strenge vader. ‘Verboden dingen doen’, ‘stoutigheden’ (denk aan make-up, nagellak, een ringetje), werd iets dwangmatigs, tot ze bijna een vreemdeling voor zichzelf werd. Tot die verboden dingen hoorde ook het als student verliefd worden op een getrouwde man, uitgesproken criticus van de apartheid.
Wanneer van Niekerk als medewerker van de universiteit verliefd wordt op een andere, zwarte medewerker, raakt ze nog meer verstrikt in de tegenstellingen en lijkt alles voor haar ‘poreus’ te worden. Haar zwarte vriend Denzel zit zo vol frustraties (zijn ‘demon’) dat hij die van tijd tot tijd op haar afreageert, tot ze hem moet aanklagen wegens mishandeling. Maar wil ze dat? Heeft hij niet alle reden om gefrustreerd te zijn nu hij nog elke dag wordt geconfronteerd met de uitwassen van de apartheid? Hij moet van de witten nog steeds ‘zijn plaats kennen’.
Denzel, ook al heeft hij een goede baan bij het Congress of South African Writers (COSAW), behoort niet tot degenen die ‘verzoening’ willen (zoals Desmond Tutu). Denzel speelt voortdurend de ‘rassenkaart’. Wanneer een zwart iemand een baksteen naar Annemarié heeft gegooid wil ze dat hij dat veroordeelt. ‘Ik had wel dood kunnen zijn,’ zegt ze. ‘Dan had dat morgen op de voorpagina gestaan,’ zegt Denzel. ‘Maar in het geval dat de man die de steen gooide vandaag vermoord zou worden, kraait daar geen haan naar. Zijn leven telt niet. Daarom is hij boos,’ zegt Denzel.
Ook al staat Annemarié van Niekerk aan de goede kant, voor Denzel is het bij vlagen nooit goed genoeg als zijn frustraties weer opspelen. Ze blijft hem zo lang mogelijk trouw, ook om haar vader ongelijk te kunnen geven door te laten zien dat een verhouding tussen wit en zwart heel goed kan. Hij bestookt haar jarenlang met voor Denzel en Annemarié de meest beledigende brieven, waaruit Van Niekerk ruim citeert.
‘Zo voelt het dus, precies zo. Om gemarginaliseerd te worden. Om te worden weggestemd. Om tot zwijgen gebracht te worden.’
Ze raakt betrokken bij de vrouwenliteratuur en stelt boeken samen, zoals Raising the Blinds, een bloemlezing van vrouwelijke Zuid-Afrikaanse stemmen. Wanneer ze in Nigeria op uitnodiging deelneemt aan een feministisch congres weet een groepje strijdlustige zwarte vrouwen voor mekaar te krijgen dat de witte vrouwen uiteindelijk niet hun afgesproken lezingen zullen houden: ‘the presence of the white South Africans’ is het probleem. Van Niekerk kruipt in haar schulp: ‘Heb ik eigenlijk wel het recht een bijdrage te leveren in de strijd tegen het racisme?’. Ook al is zij in de verste verte geen ‘onderdrukker’: ‘Ik hoor hoe mijn identiteit als witte Zuid-Afrikaanse, mijn Europese wortels, mijn koloniaal verleden, mijn privileges, mijn status van onderdrukker, alles wat ik vertegenwoordig en symboliseer, gefileerd wordt. Gewogen en gemeten.’ Wanneer de meerderheid het ermee eens is dat de witte feministen niet zullen spreken: ‘Mijn huid wordt koud. Zo voelt het dus, precies zo. Om gemarginaliseerd te worden. Om te worden weggestemd. Om tot zwijgen gebracht te worden.’
Er worden schrijnende dingen door de zwarte vrouwen gezegd: ze willen niet langer gebruikt en vernederd worden ‘door white liberals die denken dat ze ons een dienst bewijzen…we hebben hen niet nodig voor onze bevrijding… in Afrika is het kolonialisme voorbij.’
In Om het hart terug te brengen worden verschillende registers van de literatuur gebruikt: het is een persoonlijke geschiedenis, een politieke geschiedenis en een literair/culturele geschiedenis. Het is ook een sensitieve geschiedenis van een verhouding tot grootouders, ouders, familie, emoties, liefdes. En tot Zuid-Afrikaanse landschappen, seizoenen, luchten en uitzichten. Van Niekerk houdt zich soms niet in als het gaat om details. Ze is in de boeken gedoken om allerlei feiten boven tafel te halen. Dat wordt soms te veel om te verstouwen, zeker als het gaat om namen. Zelfs die van de verschillende soorten koekjes die haar oma serveert. Dit verhindert niet dat Om het hart een sprekende en soms uitputtende getuigenis is van de manier waarop een ontwikkeld lid van een witte Zuid-Afrikaanse familie met een lange geschiedenis de historische transformatie tot in detail beleefde.
Om het hart terug te brengen. Liefde en geweld in Zuid-Afrika. Een memoir door Annemarié van Niekerk is uitgegeven door Atlas Contact
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.