Het is dit najaar heel gewoon dat mensen van wie je wéét dat ze met een schaal hapjes naar de kroning hebben zitten kijken, rustige types, doordrenkt van respect voor regels en verplichtingen, de zijkanten van hun haar laten wegscheren.
Aan de bakfietsen, Volvo’s, BMW’s, laptoptassen, al die accessoires van het gesettelde leven, worden dit modeseizoen enkele stijlkenmerken toegevoegd die van oudsher precies dat leven bekritiseren: hanekammen, undercuts (geschoren onder- en zijkanten), sweaters met veiligheidsspelden. Hockeymeisjes verven de punten van het haar blauw, de winkelende massa draagt kettingen met spikes. Punk op de catwalk, punk in de hoofdstraat; punk is mainstream.
De huidige liefde voor punk is nauwelijks gebaseerd op een collectieve walging voor ‘het systeem’. Het is de esthetiek van het rafelrandje zonder bijbehorende overtuiging, behalve dan wellicht dat de recessie ons iets verhard heeft en symbolen van militante zelfredzaamheid daardoor aantrekkelijker zijn geworden. ‘Rebel’ is in de vrouwenmode al jaren een thema.
Juist omdat het als oppervlakkig stijlmiddel wordt gebruikt, spreekt Dennis Kil, die voor de internationale kappersbranche concepten en shows ontwikkelt, niet van ‘punkkapsels’, maar van ‘een meer extreme haardracht’. Hij is opgegroeid tussen de punkers en ziet bij zijn clientèle weinig overeenkomsten met de krakers uit zijn jeugd. Kil, een dag per week als kapper werkzaam bij het Amsterdamse Rikit Hair, scheert net het grijze haar van een HR-manager van een energiebedrijf aan de achterkant weg.
De huidige liefde voor punk is nauwelijks gebaseerd op een collectieve walging voor ‘het systeem’
De echte punkers gingen niet naar de kapper, die knipten zichzelf of elkaar. John Lydon alias Johnny Rotten van de Sex Pistols memoreert in zijn autobiografie uit 1993 de eerste knipbeurt die hij bandlid Sid Vicious gaf: ‘You’d literally cut chunks of hair out of your head. The idea was not to have any shape to your hairdo – just have it fucked up.’ Kil: ‘In tegenstelling tot de punkers van vroeger gaan mensen nu zorgvuldig op zoek naar de kapper die hen moet helpen bij hun gewaagdere “ik”.’
Mannen die graag met deze trend willen meedoen, kunnen zich een punk light-kapsel laten aanmeten, waarbij het wegscheren tot een minimum beperkt blijft. Ze kloppen aan bij Kil of gaan op zaterdagochtend in de rij staan bij het Rotterdamse Schorem Haarsnijder en Barbier. ‘Het is rebels en toch klassiek,’ zegt Henk Haaima (45), een meestal in pak gestoken artdirector van een groot IT-bedrijf, die de zijkant van zijn haar al een tijd opgeschoren draagt.

Vrouwen die zo’n scheersessie te gortig vinden en dit seizoen toch ingetogen willen tonen in-the-know te zijn, kopen een oormanchet, een snoertje van boven het oor naar de oorlel, en dat aan één oor. Je vindt ze nu overal, maar de mooiste is die van de Vlaamse sieradenontwerpers Wouters & Hendrix. Hij heeft spikes en is er in zilver en in verguld goud. ‘Voor de vrouw die zichzelf wil tonen,’ zegt eigenaresse Karen Hendrix, ‘een die niet als achtergrondfiguur door het leven wil gaan.’ Hij kost € 155,–.
Zonder mensen tot het rusteloze consumentisme te willen opjagen waaraan de echte punkers juist zo de pest hadden: een paar woorden over geld uitgeven aan sieraden. Daarover heerst onder Nederlanders een misverstand. Sieraden worden geschaard in de categorie ‘luxegoederen’ waarop je dient te wachten als dank voor een bevalling die je bijna het leven kostte, of een relatiejubileum. Koop ze gewoon zelf. Zie dit ‘oorjuweel’ als een kledingstuk, maar dan een dat je minstens een jaar elke dag kunt dragen. Je hoeft er verder geen sieraden bij te doen, daar is-ie te prominent voor, en hij geeft zelfs het meest tijdloze kledingstuk een eigentijds cachet. Dit is nu wat de modepers ‘investing in a key piece’ noemt. Geef dat geld gerust uit.
Overigens maakt Johnny Rotten tegenwoordig reclame voor een botermerk met de naam Country Life.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.