Red ons van het grootkapitaal!

Het werkvolk is de verliezer van de crisis, het bedrijfsleven de winnaar. Dat maken Peter Mertens en Tom De Meester pijnlijk hard. Tijd voor opstand.

Zonder gêne noemt de Belgische PVDA zich marxistisch. Lange tijd was dat simpele feit genoeg om de partij af te doen als een gezelschap van extreem-linkse, niet ongevaarlijke lieden. Maar eind 2011 publiceerde voorzitter 
Peter Mertens het boek Hoe durven ze over de Europese crisis. In het ‘Woord vooraf’ beval schrijver Dimitri Verhulst het vlammende pamflet hartelijk aan. ‘Dit boek, dat ik des te zeer zou willen bestickeren als “noodzakelijk”, begroet ik als een warm en hernieuwd begin in de strijd tegen het asocialisme.’ Het werd een ware hit. Opeens trok de politicus volle zalen door heel het land, van La Louvière tot Waterschei, en zat hij in alle Vlaamse talkshows. Hoe durven ze was het bestverkochte non-fictieboek van 2012 in Vlaanderen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in Antwerpen op 14 oktober 2012 was Mertens lijsttrekker. Met 8 procent van de stemmen werd de PVDA de vierde partij, groter dan de groenen en de liberalen. De opmars van het Belgische radicale broertje van de SP zorgde ook voor scheve ogen. Onlangs haalde 
Bruno Tobback, de voorzitter van de Vlaamse sociaal-democratische partij sp.a, in een interview in De Morgen ongemeen fel uit naar de ‘versleten communist’ Mertens. ‘Die wil Stalin niet afzweren en bestaat voor de rest politiek niet. Behalve dan dat hij misschien geestig is voor journalisten.’

Dat is hij zeker. Maar dat is niet de enige reden die journalistieke interesse voor het fenomeen Mertens rechtvaardigt. Vorige week ging de website www.hoedurvenze.be de lucht in, waarop een op het boek gebaseerde documentaire in vijf delen is te bekijken. Opnieuw blijkt dat de socioloog uit Borgerhout pertinente vragen stelt. Over het Europese onvermogen de banken aan banden te leggen en grote bedrijven belastingen te laten betalen. En over het Europa dat we echt willen. Ook betonen Mertens en zijn filmmaker Pieter De Vos van Docwerkers zich vaardige onderzoeksjournalisten die pijnlijke feiten weten bloot te leggen en mensen markante uitspraken ontlokken.

Plunderingen
Joris Luyendijk bijvoorbeeld. De Nederlandse journalist die zich al jaren in de Londense financiële sector onderdompelt, stelt in de eerste aflevering ‘Elke week bankencrisis’ dat een deel van de hedgefondmanagers en traders die hij in 2008 bij het losbarsten van de kredietcrisis sprak, werkelijk dacht het einde van de westerse samenleving mee te maken. ‘Geen geld meer uit de geldautomaten. De bevoorrading van supermarkten stopt. Dus steden hebben nog twee dagen te eten. Massale uittocht uit de steden. En dus het leger eropaf om orde te scheppen, want je krijgt meteen gigantische plunderingen. Daar zaten we echt zo’n stukje’ – Luyendijk houdt duim en wijsvinger vlak bij elkaar – ‘vanaf in 2008.’ Dan neemt maestro Mertens, die af en toe op cruciale momenten in de docu optreedt, zelf het woord om te vertellen dat er sindsdien niets ten goede is veranderd. ‘De situatie is vandaag dramatisch en gevaarlijk. Want de bankensector is paradoxaal genoeg een van de grote winnaars van de bankencrisis.’

‘De grote vissen eten gretig de kleintjes op.’

Het klinkt allemaal nogal ronkend en licht demagogisch. Maar in boek en film komt Mertens met tal van feiten die zijn gelijk staven. Een schitterende rol is in de docu weggelegd voor Robert Halver, hoofdeconoom van de Baader Bank in Frankfurt. ‘Wie nu hervormingen doorvoert, zorgt ervoor dat de eurozone tegen Kerstmis dood is,’ zegt hij. De regelgeving voor banken mag pas als de crisis helemaal voorbij is aangescherpt worden, legt hij uit. Want ‘als je honderdtachtig rijdt, kun je de banden niet verwisselen’. Daarna switchen we naar Brussel. In zijn glazen lobbykantoor zegt Guido Ravoet, de baas van de European Banking Federation, dat we dienen te waken voor overregulering. ‘We moeten die bladzijde nu omslaan en naar de toekomst kijken.’

Pijnlijke feiten waar Mertens verder op wijst: in de expertgroepen van de EU die zich over het financieel beleid buigen, vormen mensen afkomstig uit de bankenwereld en financiële sector de overgrote meerderheid en de medewetgevers in het Europarlement dienen slaafs amendementen in die ze door lobbyisten krijgen toegespeeld. Dit alles heeft er in zijn ogen toe geleid dat de regelgeving voor de bankensector nauwelijks is aangescherpt. En je hoeft niet links-radicaal te zijn om dat te vinden. Het is precies de conclusie van het dit voorjaar verschenen boek The Bankers’ New Clothes van Anat Admati en Martin Hellwig, hoogleraren economie aan respectievelijk Stanford University en het Max Planck Institut in Bonn. Zij schrijven in even dramatische bewoordingen dat ‘het financiële systeem gevaarlijk en verstoord’ is en dat ‘serieuze pogingen tot hervorming van de regulering van banken zijn neergezegen, afgeschoten door gelobby en verkeerd gericht beleid’.

Dikke Winsten
Mertens legt de vinger nog op een andere, diepe wond: de manier waarop bedrijven in de afgelopen decennia van het neoliberale klimaat hebben geprofiteerd. Zijn boek bevat één grafiekje, maar het is er een waarnaar je blijft kijken: de winsten van ondernemingen in de VS na belastingen. De grafiek loopt vanaf 1947 traag maar gestaag omhoog tot halverwege de jaren tachtig. Daarna schiet hij tot 2008 steeds sneller de lucht in. In 2009 zien we een diepe dip, maar daarna treedt er razendsnel herstel op. Mertens’ conclusie: terwijl de burger bloedt, loopt het bedrijfsleven weg met dikke winsten. En dat verhaal zou evengoed opgaan voor Europa als voor de VS. Zijn verklaring: in dezelfde periode sinds halverwege de jaren tachtig is de vennootschapsbelasting in vele landen systematisch verlaagd. In België van 48 procent in 1980 naar 34 procent nu, bij ons zelfs nog sterker: van 48 procent in de jaren tachtig tot 25 procent nu. En dan hebben we het alleen nog maar over de officiële tarieven van de belasting op de bedrijfswinsten. In de praktijk weten ondernemingen via allerlei achterdeurtjes ervoor te zorgen dat ze nog veel minder belasting betalen. In het docudeel ‘Het fiscale paradijs’ wordt gesteld dat bedrijven in België gemiddeld 12,5 procent neertellen, en de duizend meest winstgevende ondernemingen zelfs minder dan 5 procent. Een voorbeeld uit het boek: het in België gevestigde financiële centrum van ’s werelds grootste staalfabrikant ArcelorMittal boekte in 2009 1,29 miljard euro winst en droeg een schamele 496 euro af aan belasting.

De Waalse econoom Olivier Bonfond mag in de film de gevolgen schetsen. ‘Een belangrijke oorzaak van de verhoging van de staatsschuld in de meeste Europese landen schuilt in een fiscaal beleid dat sinds de jaren tachtig is ingevoerd. In essentie gaat het om een hele reeks fiscale cadeaus aan de grote bedrijven en de rijken.’ Mertens zelf doet er nog een retorisch schepje bovenop door te zeggen dat bezuinigingen op busritten en in de gezondheidszorg daar een rechtstreeks gevolg van zijn.