Niet ver van het kantoor van Alliander op het voormalige Marineterrein in Amsterdam staan drie kanonnen, afkomstig van een oorlogsschip van Michiel de Ruyter. Het kantoor zelf heeft een heuse Piet Heinkamer. ‘Ik moest daar eerst wel een beetje om lachen,’ zegt Pallas Agterberg. ‘Tot ik me realiseerde dat zulke beroemde zeelieden hier daadwerkelijk hebben rondgelopen.’

Het kunstmatige eiland Kattenburg was vanaf halverwege de zeventiende eeuw het centrum van de Amsterdamse Admiraliteit, een voorloper van de Marine. Sinds vorig jaar is het terrein opengesteld voor het publiek. Het geldt inmiddels als start-up hub, waar kleine en grotere bedrijven nadenken over de veranderende toekomst; een toekomst waarin duurzame energie een belangrijke rol gaat spelen.

Agterberg: ‘Veel mensen spreken over de energietransitie. Dan denken ze iets van “we zetten de kolencentrales uit en de windmolens aan”. Maar daar gaat het volgens mij helemaal niet over. We zitten midden in een fundamentele economische overgang. Daarin verandert van alles tegelijkertijd door de opkomst van nieuwe technologieën die verregaande decentralisatie mogelijk maken. Energie is daarvan maar een onderdeel.’ Ze tikt met haar hand op tafel. ‘Er valt zoveel te doen. Als we het goed aanpakken, versterken we de leefbaarheid, het milieu en de democratie. Maar als we het verkeerd doen, geven we juist alles uit handen, inclusief onze democratie. Echt, het gaat veel verder dan alleen energie.’

Vrije functie

Pallas Agterberg heeft altijd een brede interesse gehad. Ze studeerde sociale wetenschappen in Utrecht en specialiseerde zich in informatiemanagement. Daarna werkte ze als organisatieadviseur en veranderingsmanager, maar ze volgde ook een opleiding aan de kunstacademie in Enschede. In 2007 werd ze door Nuon gevraagd om de splitsing van het bedrijf in een energieleverancier en een netwerkbeheerder te begeleiden. Niet lang na het voltooien daarvan, benoemde de nieuwe netwerkbeheerder Alliander haar tot directeur strategie. Opdracht: structureel nadenken over de toekomst van de energievoorziening.

‘Mijn taak was te doen wat de andere zesduizend medewerkers nog niet deden. Van buiten naar binnen kijken, met de nadruk op maatschappelijke veranderingen.’ In die vrije functie koos Agterberg voor een praktische aanpak. ‘Ik hou niet zo van rapporten schrijven. Die heb je al zoveel. Je kan talloze rapporten en toekomstvisies vinden op het web. Ik begin liever gewoon. En zodra iets concreet wordt, draag ik het over of zet ik een nieuwe afdeling op binnen Alliander.’

Haar eigen staf telt ongeveer vijftien mensen, maar ze werkt met een veelvoud aan anderen binnen en buiten het bedrijf samen. Agterberg hielp verschillende vernieuwende initiatieven opzetten zoals een ‘open warmtenet’, waar iedereen warmte op kan zetten of afhalen, of een beheersysteem voor kleine elektriciteitsnetten waarmee een bedrijventerrein of woonwijk zelfstandig kan draaien met wind, zon en een batterij. Ook onderzoekt ze de mogelijkheden om consumenten in de toekomst biogas van boeren te laten kopen.

Bij Alliander denken de meeste mensen aan kabels en leidingen. Niet aan toekomstscenario’s.
‘Die kabels zijn een bijproduct. Wij zorgen voor een stabiel energienetwerk waar de ene partij iets opzet en de ander iets afhaalt. Dat is een ingewikkeld spel. We kunnen tot op de milliseconde uitrekenen hoeveel energie op elk moment nodig is. In essentie bestaat onze taak eruit het mogelijk te maken dat consumenten kunnen kiezen tussen verschillende energieaanbieders. Als dat zonder kabels zou kunnen? Ook goed. Als ons product bekabeling was, zouden we het hele land willen volleggen. Dat model bestaat overigens ook. In Zuid-Engeland is de netbeheerder een Chinees bedrijf dat puur gericht is op winstmaximalisatie. Als ze dat kunnen bereiken met meer kabels, dan leggen ze meer kabels. Niet bij Alliander. De meeste mensen die hier werken zijn niet geïnteresseerd in winstmaximalisatie. De publieke functie zit diep in onze genen.’

Laten we bij het begin beginnen. Wat zien jullie de komende jaren veranderen?
‘Zoals ik al zei, is er sprake van een decentralisatie van technologie met verregaande gevolgen voor de samenleving, onder meer voor de energievoorziening. Had je vroeger één grote energiecentrale die de hele omgeving van stroom voorzag, nu kan energieproductie bijna overal plaatsvinden. Binnen niet al te lange tijd leveren zonnepanelen ook in Nederland de goedkoopste energie. De prijs blijft maar dalen. In Dubai wordt nu zonnestroom geproduceerd voor 2,5 eurocent per kilowattuur, dat is de helft van wat het vorig jaar kostte. In Nederland gaat dat ook gebeuren. Tegelijkertijd komen bedrijven met nieuwe producten die de trend versterken. Tesla presenteerde vorige maand dakpannen die zonnestroom opwekken. Andere bedrijven werken aan ramen met transparant folie dat zonnestroom kan opwekken, of asfalt waarin zonnepanelen zitten verwerkt. Dat betekent nogal wat. Op termijn bestaat onze hele gebouwde omgeving uit panelen. Dat is de verandering die op ons afkomt: alle gebouwen worden energiecentrales.’

Wat betekenen die veranderingen voor het elektriciteitsnetwerk?
‘Als we 8 miljoen energiecentrales in Nederland krijgen, dan is de vraag die wij ons stellen of ons netwerk dat aankan. Zonnepanelen in woonwijken kunnen alleen overdag stroom leveren, terwijl het gebruik in die woningen dan het laagst is. In Groningen gaat dat nu al mis. Daar hebben huiseigenaren met aardbevingsgeld massaal panelen op hun dak gelegd. Als de zon flink schijnt, kan het netwerk de hoeveelheid opgewekte spanning niet meer aan. Dan klapt het, dan slaan de stoppen door. ’s Ochtends en ’s avonds zie je het omgekeerde. Een uur voor de ochtendspits en een uur na de avondspits ontstaat een enorme piek in het stroomgebruik van huishoudens. Het stroomverbruik gaat de komende jaren nog fors stijgen door het dichtdraaien van de gaskraan en de komst van de elektrische auto. Stel je voor dat mensen straks om zes uur ’s avonds massaal hun auto in het stopcontact steken en de warmtepomp aanzetten. Dat vraagt ineens zoveel energie dat het netwerk het niet aankan. Dat is wel problematisch.’

Kunnen we de capaciteit van het stroomnetwerk vergroten?
‘Daarvoor is het te laat. Dan hadden we tien jaar geleden moeten beginnen met het leggen van extra koperen kabels. Die weg is afgesloten. In Duitsland hebben ze voor een andere oplossing gekozen: zonnepanelen kunnen op afstand worden uitgeschakeld zodra er te veel stroom op het netwerk komt. Dat wil je natuurlijk ook niet. Een andere oplossing is dat mensen accu’s in hun woningen installeren zodat ze de zonne-energie kunnen opslaan. Dan kunnen ze zich ook afkoppelen van het netwerk en helemaal zelfvoorzienend zijn.’

Als de zon flink schijnt, kan het netwerk de hoeveelheid opgewekte spanning niet meer aan. Dan klapt het, dan slaan de stoppen door

Probleem opgelost dus.
‘Nee, dan dreigt een ander probleem. Als huishoudens zich van het elektriciteitsnetwerk afkoppelen, betalen ze er ook niet meer aan mee. Dan krijg je de situatie dat rijke gezinnen een woning met panelen en een accu hebben, terwijl arme mensen blijven zitten met de kosten voor het netwerk. In Duitsland en Denemarken gebeurt dat al. Daar bestaat de elektriciteitsrekening van gezinnen voor 90 procent uit overheidsheffingen. Dat bedrag komt terecht bij de armste gezinnen, omdat de rijkeren hun netwerkaansluiting opzeggen en zelfvoorzienend worden.’

Hoe moet het dan?
‘Nederland loopt nog flink achter op het gebied van duurzame energie. Dat kan in dit geval een voordeel zijn. We kunnen een andere weg inslaan dan onze buurlanden. Ik denk dat je de elektriciteitsvoorziening in Nederland zou moeten beschouwen als 8 miljoen kleine energiecentrales die onderling stroom uitwisselen. Op dit moment subsidieert de overheid massaal grote windparken en het bijstoken van biomassa. Die subsidies worden betaald uit extra heffingen op de energierekening. Ik zeg: stop daarmee, want rijkere gezinnen dreigen massaal van het net af te gaan en dan wordt het onbetaalbaar.

Voorkom dat rijke gezinnen een woning met panelen en accu hebben, terwijl arme mensen blijven zitten met de kosten voor het netwerk
In plaats daarvan moet je zorgen dat alle woningen, ook die van armere gezinnen, energiecentrales worden in plaats van een energiegebruikers. De overheid heeft een extra reden om dat te doen, want we willen de gaskraan langzaam dichtdraaien. Dat betekent dat alle woningen sowieso moeten worden aangepast. Veel bestuurders durven dat niet hardop te zeggen, maar zo is het. Het is hun kans om een positief verhaal te houden: pas alle woningen aan. Isoleer ze en plaats panelen. Dat verhoogt de woonkwaliteit enorm. En het voorkomt een tweedeling in de samenleving. De overheid moet investeren in innovatie zodat deze aanpassingen goedkoper worden.’

Kunnen 8 miljoen elektriciteitscentrales de stijging van het aantal elektrische auto’s aan?
‘Als je het goed doet, kan elektrisch laden ook grote voordelen hebben voor de stroomverdeling. Maar dan moet je wel zorgen dat laadpalen openstaan voor alle auto’s en voor alle energieleveranciers. Het moet mogelijk zijn om bij elke paal te kiezen of je groene, grijze of desnoods kolenstroom wil. Als je panelen op je eigen woning in Groningen hebt liggen, dan wil je in Amsterdam zonnestroom van je eigen dak in je auto kunnen laden. Technisch is het geen enkel probleem om dat met elkaar te verrekenen, maar je moet het wel goed organiseren.’

Gebeurt dat dan niet?
‘Nee, niet overal. Amsterdam ziet de laadpalen als een soort gemeentelijke dienst die door de overheid moet worden aangelegd. Daarna worden ze straks waarschijnlijk afgestoten aan een multinational die zo een monopolie krijgt op de stroomlevering. Die laadpalen zouden een open platform moeten zijn voor vraag en aanbod. Ik vind dat je als overheid moet zorgen dat alle aanbieders erop kunnen in plaats van één. Je blokkeert nu ook allerlei slimme diensten, zoals het kunnen opladen van een elektrische auto met je eigen stroom. Amsterdam heeft de kans gemist om een open markt te creëren die consumenten de keuze geeft tussen verschillende stroomaanbieders. Het kost bovendien veel overheidsgeld, terwijl een open platform goedkoper is. Veel steden willen Amsterdam volgen. Op die manier ontstaat onterecht het beeld dat je alleen met veel subsidiegeld laadpalen kan neerzetten.’

Gaat dat overal verkeerd?
‘De provincie Noord-Brabant gaat nu een open platform neerzetten, waarop verschillende stroomaanbieders de mogelijkheid krijgen hun diensten aan te bieden. Zo moet je het doen. Je begint als overheid toch ook geen markt waarbij je eerst alle kraampjes neerzet en vervolgens één partij het recht geeft om zijn producten te verkopen? Zo organiseer je toch geen vrije markt?’

De Albert Cuypmarkt

In juni publiceerde de strategieafdeling van Alliander het boekje Democracy by design waarin de veranderingen op de energiemarkt werden vergeleken met de veranderingen in andere sectoren, van de taximarkt tot telefonie en kamerverhuur. De enorme toename van technologie in alle delen van de maatschappij kan problematisch zijn als deze in de handen van een paar bedrijven valt. ‘Technologie ontworpen door een minderheid zal feitelijk de meerderheid van de bevolking controleren,’ waarschuwt het pamflet. ‘Zonder de juiste checks and balances kan dat gemakkelijk resulteren in ongelijk verdeelde macht.’

De publicatie vraagt aandacht voor de rol van platforms, de plekken die vraag en aanbod aan elkaar koppelen. In de ideale situatie zijn die platforms open, toegankelijk en eigendom van de gebruikers. Ook zou er een scheiding moeten zijn tussen degene die het platform onderhoudt en degene die producten verkoopt. Allemaal richtlijnen waaraan populaire technologieplatforms zoals Airbnb, Uber, Google of WhatsApp niet voldoen.

‘Bij die voorbeelden zie je wat er gebeurt als de samenleving geen enkele zeggenschap meer heeft over een platform,’ zegt Agterberg. ‘Airbnb heeft enorme consequenties voor de leefbaarheid in steden als Amsterdam of Barcelona, maar de overheid kan dat maar moeilijk bijsturen. Bij Uber is het probleem dat het leidt tot onderbetaling van chauffeurs, en bij Google tot het bevoordelen van de eigen bedrijven in de zoekresultaten. Je moet daar als samenleving toch grip op zien te krijgen.’

Voordat we straks apparaten en netwerken aan elkaar koppelen om een smart city te creëren, moeten we eerst weten waar de sturing zit

Alliander is zelf ook een platform. ‘Wij zorgen voor een betrouwbaar energienetwerk waar iedereen die aan de voorwaarden voldoet, energie op mag verkopen. Dat is gewoon een basisprincipe van de vrije markt. Op de Albert Cuyp doen we dat al heel lang. Daar bestaan simpele regels over de grootte van de kraampjes, de openingstijden en de voedselveiligheid. Als die regels niet bestonden, zouden handelaren elkaar de hersens inslaan. Hetzelfde model kan je toepassen op een platform dat kamers verhuurt of taxiritten aanbiedt. De manager van zo’n platform moet het platform openstellen voor anderen en controleren of de aanbieders aan alle eisen voldoen.’

U zou het goed vinden als die platforms in handen van de overheid of de gebruikers zouden komen?
‘De technologische ontwikkeling gaat zo snel dat we niet meer doorhebben wie eigenlijk de eigenaar is van onze gegevens. Als we niet opletten, dan komen onze mobiliteit, energievoorziening en communicatie binnen een paar jaar allemaal in handen van een paar types in Silicon Valley. We moeten uitkijken dat we daar straks niets meer over te zeggen hebben.

Langzamerhand veranderen onze woningen in een soort iPhones die steeds meer van ons weten en die data doorgeven aan een paar mensen aan de andere kant van de planeet. Samsung heeft al een televisie die geluid in de huiskamers opneemt en kan doorsturen naar Korea. We hebben dus al spionnen in ons huis. Voordat we straks alle apparaten en netwerken aan elkaar koppelen om een smart city te creëren, moeten we eerst weten waar de sturing zit. Dat is nodig als je de democratische principes wilt handhaven. Want tegen de tijd dat het uit de hand loopt, zijn we te laat.’

Komkommers en tomaten

Behalve de energievoorziening aan huishoudens, hebben ook de industrie- en transportsector stroom nodig. Sterker nog: momenteel is dat 60 procent van de totale energievraag. De vraag is of dat allemaal ook duurzaam kan worden opgewekt.

‘Laten we eens inzoomen op Tata Steel,’ zegt Agterberg. ‘Dat is een van de meest duurzame staalbedrijven ter wereld, dus geen kwaad woord daarover. Maar het energiegebruik is gigantisch! We hebben het over een productieproces dat al honderd jaar oud is en waarvan het onwaarschijnlijk lijkt dat het met veel minder stroom kan.’ De vernieuwing moet ergens anders vandaan komen, wil ze maar zeggen. ‘Ontwerpers vragen zich nu af of je al dat staal wel nodig hebt. Kan je misschien ook auto’s maken waarin minder staal zit verwerkt?’

Ook andere industriële processen ondergaan grote veranderingen. ‘Net als bij energie zie je ook bij voedsel en goederen dat de productie steeds verder gaat decentraliseren. In het Westland maken we nu nog komkommers en tomaten die we met schepen over de wereld verslepen. Maar hoe lang blijven we dat nog doen?

De technologie om groente op locatie te produceren, wordt steeds beter. Je kan zeggen dat een komkommer straks niets anders meer is dan komkommerzaad plus een softwarebestand. Als je er zo naar kijkt, kan je ook bedenken dat wereldwijd overal groente geproduceerd kan worden. Dan hoef je die spullen niet meer te verslepen. Bakstenen maken we nu nog door ze twee dagen in een oven te zetten. Inmiddels bestaat er een techniek om bakstenen te kweken met bacteriën, zonder dat je daarvoor een oven nodig hebt. Als je dat allemaal weet, en met die blik naar onze industrie kijkt, dan halen de huidige productieprocessen het jaar 2050 niet meer. Dat betekent dat het energiegebruik misschien wel met 90 procent kan dalen.’

Is dat een proces dat vanzelf gaat?
‘Uiteindelijk wel, maar je kan het als Nederland natuurlijk stimuleren door in te zetten op die vernieuwing. We moeten geen geld stoppen in het in leven houden van verouderde industriële productiemethoden. We moeten het juist steken in het opzetten van nieuwe processen. Energiebedrijven gaan nu allemaal door die veranderingsfase heen. Het grote Duitse energiebedrijf E.on heeft zijn kolencentrales afgestoten in een nieuw bedrijf, een soort bad bank voor verouderde technologie die uiteindelijk niet zal overleven.’

Wat kan de overheid dan doen?
‘Bijna alle grote bedrijven denken al lang na over een toekomst waarin productie is gedecentraliseerd. Unilever, AkzoNobel of DSM hebben daar allemaal plannen voor klaarliggen. En je hebt talloze nieuwe bedrijven die werken aan innovatieve productieprocessen. Die vernieuwing moet je omarmen. Daar mag veel geld heen. Het gaat tenslotte om de grootste economische transitie ooit. En als je het niet op tijd doet, kan het niet meer.’

En wat moet Shell doen?
‘Shell heeft nog geen plan. Dat is gewoon niet oké. Daar mag je Shell best op aanspreken, sterker nog: we moeten het hardop durven zeggen dat het bedrijf een duurzame strategie moet ontwikkelen. Mijn zorg is dan ook dat die innovatiegelden anders straks allemaal bij de oude industrie terechtkomen. Dan gooi je eigenlijk geld weg.’

Zou u zelf de politiek in willen?
‘Dat lijkt me niets voor mij. Ik doe volop mee aan debatten en ik doe aan beïnvloeding. Maar dat heeft weinig met een politieke kleur te maken.’ Lachend: ‘Al noemen sommigen mij wel activistisch.’

Verbaast u dat?
‘Ik vind gewoon dat het allemaal te lang duurt. Realiseer je wel dat klimaatverandering een enorme impact gaat hebben. De oorlog in Syrië en de onrust in Noord-Afrika zijn voor een groot deel toe te schrijven aan mislukte oogsten door extreme droogte. Als de opwarming van de aarde doorzet, heb je het niet over miljoenen maar over honderden miljoenen vluchtelingen.’

Dat klinkt niet erg hoopvol.
‘Ik ben ervan overtuigd dat we het aankunnen, maar we moeten snel gaan handelen. Nederland heeft de kans te laten zien hoe het moet. Als het hier kan, dan kan het overal. De grootste fout die we kunnen maken is dat we nog eens tien jaar gaan zitten wachten in de hoop dat deze economische transitie wel overwaait. Als je dan nog geen plan hebt, dan hoeft het niet meer.’

WIE
Pallas Agterberg (1963)

BEKEND VAN
Als directeur strategie bij netwerkbedrijf Alliander is Agterberg betrokken bij talloze initiatieven op het gebied van duurzame energie.

WAAROM
Agterberg denkt na over de gevolgen van technologische ontwikkelingen waardoor de productie van energie, goederen en voedsel steeds verder decentraliseren.

ENZ
De partner van Agterberg woont in Polen. In de winter komt hij naar Nederland, in de zomer gaat zij wat vaker naar Polen. ‘Nu leer ik Pools. Zeker zo ingewikkeld als de economische transitie.’