Olie is macht. Maar wie heeft die macht eigenlijk?

Vroeger was het antwoord eenvoudig: het OPEC-kartel. Af en toe kwamen de olie-exporterende landen in het duurste hotel in Wenen bij elkaar en spraken ze af hoeveel ze zouden aanbieden op de wereldmarkt. Daarmee de schaarste bepalend, en dus hoe hoog de prijs aan de pomp ongeveer zou zijn. De olielanden bepaalden daarmee ook hoeveel ze zelf te besteden hadden, want veel andere bronnen van inkomsten hadden ze meestal niet.

Lees ookMeer Macht op vrijdag: In de populistische plannen van minister Grapperhaus is er geen plaats voor principes28 september 2018

Saoedi-Arabië was een sleutelland. Het kon – meestal op verzoek van de VS – het aanbod snel variëren en daarmee schokken opvangen. Dat deed het land ook gewillig, want het was voor zijn veiligheid uiteindelijk afhankelijk van Westerse (vooral Amerikaanse) garanties en grote wapenleveranties.

De betekenis van het OPEC-kartel is minder geworden, maar de betekenis van de olieprijs niet.

Zo hield het systeem lang stand. Olie was, en is nog steeds, een van de grondstoffen die de stabiliteit van de wereld bepalen.

Met het wegvallen van Venezuela, het opkomen van de VS zelf als energieproducent (schalie!), de chaos (nog zacht uitgedrukt) in het Midden-Oosten en de opkomst van Rusland als grote energie-exporteur is de betekenis van het OPEC-kartel minder geworden, maar de betekenis van de olieprijs niet.

Discreet telefoontje uit het Witte Huis

Zo simpel als vroeger is het dus tegenwoordig niet. Trump maakte zich deze week in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties nog boos om Saoedi-Arabië. Het vorstendom deed in zijn ogen te weinig om de oliekraan verder open te draaien, en de prijs lager te houden dan de 82 dollar per vat die het nu is. Dat duidt er al op dat de VS de Saoedi’s niet helemaal aan een touwtje hebben, want anders zou een discreet telefoontje uit het Witte Huis al volstaan hebben.

Er zijn genoeg redenen voor Trump om de Saoedi’s om ‘hulp’ te vragen. Een daarvan is de binnenlandse politiek. America First: de relatief hoge olieprijs irriteert Amerikaanse autorijders, en Trump wil dat ze tevreden naar de stembus gaan bij de midterm-verkiezingen in november. Hij is niet helemaal gerust op de uitslag, blijkbaar.

Een tweede is buitenlandse politiek: begin november gaat een pakket strenge sancties tegen Iran van start, Trumps lievelingsvijand. Trump en zijn veiligheidsadviseur John Bolton willen het regime in Teheran het liefst wurgen, want zij zien het land als de bron van alle kwaad. Denk aan de rol van de Iraanse Revolutionaire Garde in Syrië, de connecties met Hezbollah, de dreigementen tegen Israël, de steun aan Houthi-rebellen in Jemen, de invloed die het zou hebben op (en in) het huidige Irak, en natuurlijk het nog altijd verdachte nucleaire programma van Iran (de deal waaruit Trump zich in mei terugtrok).

Daar is wel het nodige op af te dingen, maar duidelijk is dat Trump met een openlijke anti-Iran-agenda ook de zijde van Saoedi-Arabië (en Israël) kiest, want ook het soennitische bewind van de Saoedi’s koestert bittere vijandschap ten opzichte van het sjiitische regime in Teheran.

Met forse Amerikaanse wapenhulp kan een zeer omstreden oorlog in Jemen gevoerd worden waarbij ook burgers en kinderen sneuvelen door toedoen van ‘slimme’ Amerikaanse bommen uit de lucht.

De Amerikaanse sancties tegen Iran kunnen in één opzicht contraproductief zijn – ze zullen de oliemarkt verder verkrappen en de prijs verder verhogen, tenzij Saoedi-Arabië meewerkt en de kraan wat verder opendraait. Dat geeft Riyad weer speelruimte in de eigen agenda: Saoedi-Arabië kan zijn eigen oorlog in Jemen blijven voeren zonder dat iemand in het Witte Huis daar al te veel bezwaar tegen maakt.

Sterker nog, wie houdt wie in de greep? Met forse Amerikaanse wapenhulp kan een zeer omstreden oorlog in Jemen gevoerd worden waarbij ook burgers en kinderen sneuvelen door toedoen van ‘slimme’ Amerikaanse bommen uit de lucht. Het is een smerig systeem, waarbij olie letterlijk en figuurlijk de brandstof is.

Ronaldo en Messi

Zijdelings, maar niet onbelangrijk, speelt het belang van Rusland een rol. En daarmee van de Navo, en daarmee van Europa, en daarmee weer van Nederland. Een hoge olieprijs is niet alleen leuk voor Shell of Texaco, maar ook voor de Russische begroting. Die is (via onder andere Rosneft en Gazprom) zó afhankelijk van hoge energie-inkomsten dat Poetin onmiddellijk in de problemen komt bij een olieprijs van pakweg lager dan 60 dollar. Ook om die reden wil Amerika niet te veel schaarste.

Ordinair gezegd: met Saoedi-Arabië aan de knoppen wordt het aantal pensioenprotesteerders op het Rode Plein bepaald. Maar op den duur ook het aantal militaire oefeningen dat Poetin kan houden aan de grens met Letland, of interventie in Oekraïne. Dat kost allemaal geld en wordt moeilijker als de olieprijs daalt. De Russische defensiebegroting slonk vorig jaar volgens het SIPRI-instituut voor het eerst in twintig jaar met 17 procent tot minder dan een tiende van de Amerikaanse (namelijk 61 miljard dollar). Stijgt de olieprijs (en in de slipstream daarvan de gasprijs van Gazprom) dan zullen Ronaldo en Messi in de Champions League (waar Gazprom hoofdsponsor van is) meer verdienen, maar groeit ook het aantal Russische kruisraketten dat op ons gericht staat.