profiel

Het materiaal is weer te duur geworden. Dylan van den Berg, zijn blote voeten in het soort zwarte klompen dat ook boeren en vrachtwagenchauffeurs dragen, bestudeert in zijn ontwerpstudio de sokkel van een lamp uit de serie Mitate. ‘Mensen zeggen: “Je had daar mdf voor moeten gebruiken.” Ik wil daar geen mdf voor gebruiken. Mdf is een ordinair materiaal. Het is gewoon zaagsel met heel veel bindmiddel; lijm. Dat is ontzettend kankerverwekkend. Als je het in je keukenkastjes hebt zitten, kan het geen kwaad, maar voor de mensen die dat staan te verzagen, is het niet gezond. Bovendien is het niet sterk. Het heeft gewoon geen goede kwaliteiten. We hebben nu tulpenhout, dat is heel mooi hout, het werkt bijna niet, je kunt het superstrak afwerken met die scherpe naadjes. Maar het is veel duurder om het te laten lakken en spiegelen. Daar loop je dan tegenaan. Maar ik ga geen minder materiaal gebruiken omdat het goedkoper is of je er minder werk aan hebt.’

Principieel op het lastige af, dat zeggen mensen over Dylan van den Berg. Maar ook: een groot creatief en technisch vernuft. Doorgaans laat hij de communicatie over aan Wieki Somers, zijn levenspartner en mede-eigenaar van de studio. Somers is een ranke jonge vrouw met grote groene ogen en een voorliefde voor de gedichten van Wisława Szymborska en stenen uit de bergen in de vorm van een hart. Ze praat ingetogen, met een zachte g en een lange sssss. Over hun zoektocht naar het perfecte materiaal zegt ze: ‘Tactiliteit, sensibiliteit, materialiteit, dat zijn eigenlijk geen Nederlandse kenmerken. In dat opzicht zijn we een beetje on-Hollands. We verkopen ook voornamelijk in het buitenland.’

Surrealisme

In een interview met NRC Handelsblad waarin Timo de Rijk, hoogleraar design aan de TU Delft en Universiteit Leiden, zich vorig jaar beklaagde over hedendaags design (hij vergeleek de strakke gietvloer-interieurs met ‘siliconentieten’), toonde hij een voorbeeld van wat hij leuk vond: de High Tea Pot van Studio Wieki Somers, een theepot van wit porselein in de vorm van een zwijnenkop, met een bontje van muskusrat. Wat hem intrigeert aan het ontwerp, laat hij via e-mail weten, is ‘het radicaal onverwachte ervan’. ‘Het is niet verfijnd-Brits-vier-uur, niet oosters-met-een-ander-smaakje. Er is geen enkele poging tot stilering, het is ruig en angstaanjagend, totaal strijdig met wat we van een theepot of van theedrinken kunnen verwachten.’ Hij schrijft – je bent designtheoreticus of je bent het niet: ‘Juist toen Dutch Design zich wat al te veel begon te verliezen in tuttig ambacht, kwamen zij met dit meesterwerkje dat met zijn vrije associaties een heel belangrijk onderdeel is van de zelden belichte surrealistische kwaliteit van het Nederlandse design.’ De theepot staat, net als het andere werk van Studio Wieki Somers, in musea over de hele wereld. Dat wat ze maken, wordt getoond op designexposities van Amerika tot Japan. De Bell Flower, een uit één stuk geweven lamp van glasvezel, is opgenomen in de collectie van het Centre Pompidou in Parijs en het Museum of Modern Art in New York. In 2009 wonnen ze met Merry-Go-Round Coat Rack de Nederlandse jaarprijs voor het beste ontwerp. Het is een carrousel op het binnenplein van het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen, met touwen met kledinghangers waaraan mensen hun jassen kunnen hangen en die naar boven takelen. Door de interactie met het publiek verandert de installatie steeds van vorm. Het idee is gebaseerd op de kapstokken in de Limburgse mijnen.
Volgens Annemartine van Kesteren, die over design gaat bij Boijmans, behoort de ontwerpstudio tot het ‘DNA van het museum’. Ze koopt hun werk al vanaf het begin omdat ze houdt van hun combinatie van poëzie en hardcore techniek. De ontwerpen doen haar aan schilderijen van Magritte denken ‘omdat er een vervreemdende laag ligt op doodnormale dingen.’ Gewoon ongewoon heet de overzichtstentoonstelling van de studio die volgende maand in Boijmans begint.
Somers zegt mensen op een andere manier te willen laten kijken naar hun omgeving. ‘Ik denk dat we de schoonheid van het alledaagse echt vergeten, en soms moet je mensen er gewoon weer op attenderen. Door de producten net iets te veranderen, zodat het een beetje vervreemdend wordt, roep je een nieuw gevoel op.’ Dat is het surrealisme waar De Rijk en Van Kesteren het over hebben.

Studie in Japan

De studio van Somers en Van den Berg zit in een voormalig douanekantoor aan de Rotterdamse Fruithaven. Buiten rijden vrachtwagens met fruit van de koelhuizen aan het water richting de stad. Iets verderop zit de studio van ontwerper Richard Hutten, nog iets verder die van kunstenaar Joep van Lieshout. De havenarbeiders roepen vrolijke dingen naar de weinige wandelaars op de kade, maar hun woorden gaan in de augustuswind verloren.
Toen Somers (1976) en Van den Berg (1971) op de Design Academy Eindhoven zaten, die tot de beste ontwerpopleidingen ter wereld wordt gerekend, stond het conceptdenken voorop. Het was de tijd van Droog Design, het ontwerpplatform van Renny Ramakers en Gijs Bakker, tevens hoofddocent op de Design Academy. Tejo Remy had voor zijn Chest of Drawers een paar losse laden kriskras bijeengebonden met een soort riem, Rudy Graumans maakte een kroonluchter van gloeilampen, Jurgen Bey plaatste drie stoelleuningen op een boomstam en noemde het een bank. Somers, die haar meisjesleven lang al stukken klei, zand, stoffen en ‘plasticssss’ verzamelde, miste aandacht voor het materiaal. In het Europees Keramisch Werkcentrum in Den Bosch begon ze, aangemoedigd door docent Hella Jongerius, intuïtief met gips te werken. Ze goot het in een ballon, spande er visdraad omheen en liet het harden. Omdat het resultaat haar deed denken aan een ouderwetse matras, schilderde ze er pastelkleurige bloemen op. Met de Mattress Stone Bottle kreeg ze meteen internationale aandacht. Wat ze er mooi aan vond, was dat de vorm uit het materiaal en niet in het hoofd was ontstaan. Je kon het gewoon niet bedenken.
Van den Berg, twee jaar eerder van dezelfde opleiding gekomen, werkte toen al met haar mee. Tegen de tijd dat ze eraan toe waren hun samenwerking formeel te maken, was de naam van Somers al te bekend om voor een andere te kiezen. Ze maakten er ‘Studio Wieki Somers’ van, met hun beider namen als ondertitel.
De laatste twee jaar hebben ze met een team aan Mitate gewerkt, een lampenserie die ook op de expositie zal staan. Ze hebben er een studie naar gedaan in Japan, waar ze zich ‘vanwege de verfijnde manier van vormgeven’ erg toe aangetrokken voelen en waar ze vaak komen.
Mitate betekent zoiets als ‘op een andere manier naar een bekende vorm leren kijken’. Het is een serie van zeven manshoge lampen die gebaseerd zijn op de vlaggen waarmee de verschillende samurai-clans zich van elkaar onderscheidden. Die vlaggen waren uit onconventionele materialen opgetrokken masten. Als de samurai ze vasthielden op hun paard en de wind ging er doorheen, ontstond er – whoooosh – een driedimensionale vorm. De namen van de lichtmasten verwijzen naar de Bushido: de zeven leefregels van de samurai. Er is er een die Makoto heet, wat ‘waarheid’ betekent, en eentje met de naam Meiyo, dat is ‘eer’. Elke lamp is opgetrokken uit andere materialen die iets met het licht doen: het reflecteren of juist absorberen.
‘Er zitten veel lagen in ons werk,’ zegt Somers, ‘maar het is niet zo dat al die betekenislagen duidelijk moeten zijn voor de klanten bij wie het in de kamer staat. Die kunnen er hun eigen verhaal van maken. Wij opperen iets, en zij geven er een vervolg aan; het is een open boek.’

Broodrooster van as

Een andere serie die in oktober voor het eerst in Nederland te zien zal zijn, is Frozen in Time uit 2010, een reeks lampen, vazen en meubels die in ijs lijken te zijn verpakt. De ontwerpen zijn gebaseerd op IJzelboek, een boek dat Somers op de vlooienmarkt vond. ‘Het gaat over de dag in 1987 toen het noorden van Nederland door een ijzelstorm helemaal bevroren was. Je ziet lantaarnpalen verbuigen, je ziet bomen buigen en vervormen en breken, je ziet ingevroren bloesems, wasrekjes behangen met pegels, alles is ingekapseld alsof de tijd even wordt stilgezet. Dan vragen wij ons af: hoe kunnen we die verstilling vertalen in producten? Die ook nog gebruikt kunnen worden, want anders wordt het sculptuur. We vonden een polyester dat uithardt bij daglicht. Door onderdelen daarin te dippen en dat een paar keer te herhalen, krijgt het de dikte-opbouw van ijs.’
De serie heeft de meditatieve, haast melancholische kwaliteit die kenmerkend is geworden voor een deel van hun werk. Voor de vaas Faded Glory vereeuwigden ze een verwelkende tulp door er een afgietsel van te maken in keramiek. De Uitbox uit 2011 is een doos van spiegelmateriaal om documenten in te kunnen bewaren die na de dood voor nabestaanden belangrijk zijn, zoals een testament, wensen voor de uitvaart, een donorcodicil. Ze haalden The New York Times in 2010 met een broodrooster van menselijke as. Voor een expositie over ‘vooruitgang’ in het Belgische Hornu stelde de studio voor om gebruiksvoorwerpen te maken van menselijke overblijfselen, met als verklaring: ‘Als mensen zo graag willen blijven consumeren, is het misschien een idee als ze zelf na hun dood de voorwerpen worden waar ze zo van houden. Als we opa terugkrijgen in de vorm van een schommelstoel of een stofzuiger, gaan we misschien wat zuiniger met die spullen om.’
Afgieten, inkapselen, conserveren, verharden: het zijn allemaal pogingen de gewone momenten van het leven te fixeren. Somers noemt zich schatplichtig aan de Japanse esthetiek-opvatting die met wabi-sabi wordt aangeduid: dat schoonheid ligt in het kunnen zien van het verglijden van de tijd.

Geen friet aan de achterdeur

Frozen in Time en Mitate zijn gemaakt voor Galerie Kreo, een galerie aan de Rue Dauphine in Parijs die gelimiteerde oplagen exposeert van een select gezelschap internationale designers, onder wie Jasper Morrison, Hella Jongerius, de broers Ronan en Erwan Bouroullec en Konstantin Grcic. Eigenaren Clémence en Didier Krzentowski willen hedendaagse ontwerpers in staat stellen te experimenteren met vormen en materialen. In september openen ze ook een vestiging in Londen.
Voor de prijs van een Mitate-lamp kun je haast een nieuwe BMW 3i kopen. Bijna de hele serie, zeven stuks van alle zeven types, was in een half jaar tijd verkocht. Ze staan in huiskamers in New York, Londen en Parijs.
Vanwege de materiaalkosten en de arbeidsuren verdienen ze er uiteindelijk niet veel aan. De laatste maanden zijn er in het voormalige douanekantoor mensen langsgekomen die verstand hebben van creatief ondernemen, want, zoals een van hen zegt: ‘Voor ontwerpers die internationaal zoveel waardering krijgen, zouden ze er financieel meer aan over moeten houden.’
Hoe verdienen zelfstandige ontwerpers een inkomen? Hella Jongerius kreeg bij het grote publiek bekendheid met haar vazen voor Ikea. Studio Job ontwikkelt naast een kostbare gelimiteerde oplage ook behang. Bertjan Pot, een goede vriend van Somers en Van den Berg, houdt zijn studio overeind met de royalties van de Slim Table die hij voor Arco ontwierp en de Random Light voor Moooi.
Het zou beter in balans mogen zijn, het werk voor de galerie en voor bedrijven, zegt Somers, ‘maar ik vind het moeilijk om zomaar een leuk productje te ontwerpen dat goed verkoopt, daar ben ik gewoon niet zo goed in.’Van den Berg: ‘Mensen denken dat je “altijd nog iets commercieels kunt gaan doen”, maar het is heel lastig om een goed commercieel product te maken dat veel mensen mooi vinden.’
Dat is een beetje te bescheiden. De studio krijgt veel vragen van producenten, bijvoorbeeld om de Blossom Vase na te maken, een ontwerp uit 2006, maar dan kleiner of in een andere kleur, maar daar wordt Somers ‘gewoon niet blij van’. ‘Dat is kopiëren van je eigen werk, dat vind ik niet interessant.’ Af en toe gaan ze samen bij zo’n fabrikant op bezoek, en dan zeggen ze op de terugweg tegen elkaar: ‘Ik weet niet of de idealen helemaal op elkaar aansluiten.’
‘Er zijn weinig fabrikanten die hun standaard van perfectie aankunnen,’ meent Bertjan Pot. ‘Hun sterke punt is hun perfectionisme, alles is doorgewerkt, alles, allés moet kloppen. Je kunt dat standpunt niet volhouden als je voor een fabrikant ontwerpt. Dan is het: proberen het best mogelijke vol te houden met de middelen van de fabrikant, in tegenstelling tot het allermooiste wat je zelf kunt bedenken met dat materiaal. Zij houden niet van dat soort concessies.’
Lichtkunstenaar Herman Kuijer is oud-docent op de Design Academy en heeft twaalf jaar met Van den Berg samengewerkt. Hij prijst het ‘morele kompas’ van zijn oud-leerlingen. Hij schetst hun zoektocht naar een betere balans tussen autonomie en geld als een bekend dilemma voor de creatieveling. ‘Als je succesvol bent en je hebt mensen op de loonlijst staan, word je een soort manager. Je moet zorgen dat die mensen aan het werk blijven, dus je neemt met mindere opdrachten genoegen, zo gaat de kwaliteit van je werk naar beneden en beland je in de middenmoot. Zodra je met tweederangsbedrijven gaat praten, kruipt er een andere mentaliteit in. Een sterrenrestaurant wil ook geen friet verkopen aan de achterdeur.’

Onophoudelijk gekibbel

Het is een principiële houding die alumni van de Design Academy Eindhoven kenmerkt: de wereld niet willen opzadelen met rotzooi. De centrale vraag voor Somers en Van den Berg is: wat voeg je toe? ‘We leven in een wereld die vergeven is van spullen,’ zegt Somers, ‘er is een enorme chaos aan producten. Die producten beïnvloeden hoe we het leven ervaren. Dus er ligt een behoorlijke verantwoordelijkheid bij ontwerpers wat je daar nog aan toe wilt voegen.’
Die kritische houding is bij Somers versterkt door een gedreven moeder die alles bevroeg wat haar dochters deden. ‘Waarom kies je voor dit, waarom kies je voor dat? Niets was bij ons thuis vanzelfsprekend,’ zegt Somers’ zus Elian, zelf fotografe. ‘Er is altijd die vraag: is het wel goed genoeg?’
Van den Berg groeide op onder de hazelnootbomen van een boerderij in Born, op het smalste stukje van Limburg. De metalen kisten die nu op de werkplaats experimentele materialen bevatten, omsloten op zijn kinderkamer de fossielen die hij uitgroef in de rotswanden van Cap Gris Nez. Van den Bergs vader was industrieel ontwerper voor DSM; zijn moeder kon vanwege een chronische ziekte niet thuis wonen. Van den Bergs jongere zus Divina herinnert zich dat haar vader tegen haar broer zei: ‘Jij moet zorgen dat alles goed gaat hier.’ ‘Hij was toen negen of tien.’
Verbindt dat verantwoordelijkheidsgevoel van Dylan van den Berg met de gepassioneerde scherpte van zijn vriendin, en je snapt waarom alles wat de studio verlaat zwáár bevochten is. Laat je niks wijsmaken over de samenwerking tussen de man op de klompen en de vrouw op haar frêle moccasins. Het is niet Wieki de dromer en Dylan de betonslijper, het zijn twee stalen krachten, en het gaat heen en weer en op en neer.
Ontwerper Chris Kabel, goed bevriend met het duo, reisde met hen naar China en New York. ‘Dylan raapt letterlijk en figuurlijk iets op, Wieki vertaalt dat dan en geeft er richting aan, zij geeft het weer aan Dylan terug, die weet er weer een vorm van te maken, en zo gaat het van hand tot hand.’
Het kan, zegt Kabel, een glazen fles zijn die Van den Berg aan de oever van een rivier uit de modder graaft, een kunststoffen verpakking, een stuk hout, een stuk metaal uit een aluminiumsmeltplaats. ‘Hij laat dat zien, en dan heeft hij daar een verhaal over en dan vindt Wieki dat ook interessant, en dan praten ze daarover: zij kan er de woorden bij vinden. Het kan aanleiding geven een vorm daarop te inspireren, of een techniek, en zo krijg je laag op laag; er is een voortdurende dialoog tussen die twee.’
Dat gaat meestal minder vloeiend dan hier geschetst wordt. Ze staan bekend om hun onophoudelijk gekibbel. Een van de studiomedewerkers zegt: ‘Ik denk wel eens, Jezus jongens, maak jij dan het ene ontwerp en jij het andere! Maar er komt uit dat samenwerken iets heel moois voort.’
Zegt de een ‘ja’ op een vraag, dan zegt de ander: ‘dat is helemaal niet waar’. Zegt de ander: ‘Dat vind ik wel’, zegt de een weer: ‘Nee dat klopt niet!’
Somers tegen Van den Berg: ‘Nou, dat wordt een hele discussie als ik hier op inga, dus ik ga er niet op in.’
Hij bromt nog iets, zij lacht zachtjes.

Ongewoon gewoon

De tentoonstelling is van te zien in in Rotterdam. : ‘’ (JRP) Bladwijzer ‘Confrontations’ in het Vitra Design Museum in Weil am Rhein in 2013 ontwierpen Somers en Van den Berg samen met de Zwitserse chocolatier Rafael Mutter een chocolademolen. Het is een groot, rond blok waar een mes van bovenaf een dun laagje afschraapt. E .