Chip Bishop. The Lion and the Journalist. The unlikely Friendship of Theodore Roosevelt and Joseph Bucklin Bishop. Lyons Press, 321 p., € 25,90
***
door Hans Renders
Biografie
Zoals Goethe zijn Eckermann als huishistoricus had, zo koos Theodore Roosevelt Joseph Bucklin Bishop als zijn biograaf. Diens achter-achterneef Chip Bishop beschrijft hoe dat precies in zijn werk ging.
Roosevelt was politiecommissaris in New York, Bishop redacteur van de Evening Post. Ze raakten bevriend. Bishop moest als journalist de macht controleren, maar in plaats daarvan schreef hij decennialang het ene lovende artikel na het andere over zijn vriend. Roosevelt werd in 1901 president en Bishop bleef maar doorgaan met zijn gevlei (’the most powerful leader that any party has had since Lincoln’). Zeshonderd brieven werden gewisseld; Bishop publiceerde een tweedelige ‘geautoriseerde’ biografie en daarna Theodore Roosevelt’s Letters to his Children. Hij had ‘almost daily, confidential contact’ en stuurde meermalen per week een envelop met krantenknipsels naar Roosevelt, ‘in case you haven’t seen this’. Roosevelt op zijn beurt bedankt Bishop vaak voor een artikel of commentaar: ‘I am deeply touched by the editorial.’ De opkomst van massakranten zoals de sensatiekrant New York World van William Randolph Hearst en de introductie van fotografie in de journalistiek worden in dit boek beschreven. Mooi is het verhaal over een verslaggever die vanuit Havana telegrafeerde dat er geen nieuws over het Amerikaans-Spaanse conflict te melden was. Hearst zou onmiddellijk teruggeseind hebben: ‘You furnish the pictures, and I’ll furnish the war.’ En zo geschiedde. Vanaf 1898 was het oorlog.Bishop werd in 1903 door Roosevelt aangesteld als secretaris van de Isthmian Canal Commission, een prestigieuze functie met een mooi salaris. Al eeuwen werd er gepraat over een waterverbinding tussen de Atlantische en de Stille Oceaan. Nadat het de Fransman Ferdinand de Lesseps, die eerder het Suezkanaal had laten graven, niet gelukt was, zette Roosevelt er met succes zijn schouders onder. In 1914 voer het eerste Amerikaanse schip door het eenentachtig kilometer lange Panamakanaal.
Er kleeft iets onbevredigends aan deze biografische dubbelschets. Chip Bishop illustreert weliswaar met voorbeelden dat Joseph Bishop het heus niet in alles eens was met Roosevelts beleid, maar doet nogal luchtig over de grove schending van alle journalistieke codes waaraan Bishop zich schuldig maakte. Ook gaat hij gemakkelijk voorbij aan de dubieuze invloed van Franse investeerders op Roosevelts beleid waar het de Isthmian Canal Commission betreft. Hij noemt bijvoorbeeld Philippe Bunau-Varilla die bij de Amerikaanse president op bezoek kwam als investeerder en lobbyist en tevens eigenaar was van de ‘respected’ krant Le Matin. In werkelijkheid was Bunau-Varilla net als zijn broer Maurice een ordinaire chanteur die Le Matin inzette om politici af te persen en in Panama zelfs een opstand tegen de Amerikanen organiseerde. Vergeleken met Bunau-Varilla was Joseph Bishop een nette man.
Alfred Birney. De dubieuzen. In de Knipscheer, 223 p., € 18,50
*****
door Aart van Zoest
Essay
Birney schrijft in De dubieuzen over de gemengdbloedigen, de indo’s, van wie de eersten geboren zijn in het voormalige Nederlands-Indië en die aldaar en elders hun nazaten hebben. Denkend aan Indië kan de vraag rijzen: staat de indo dichter bij de Javaanse bevolking of dichter bij de Hollandse gemeenschap? ‘Volstrekt overbodige vraag, feitelijk,’ stelt Birney. ‘In beide gevallen wordt de Indo-Europeaan immers als een dubieuze figuur ervaren.’ Dat verklaart de titel, maar het lange essay van Birney is rijker dan dat alleen. Birney onderneemt een kruistocht tegen de bestaande canon van de Indië-literatuur. Volgens die canon zijn Multatuli, Couperus en Daum de prominenten. De indoschrijvers Dé-Lilah, Victor Ido en J.E. Jasper hebben werk geleverd dat in menig opzicht meer te bieden heeft dan dat van de geconsacreerden. Dat beweert Birney niet alleen, hij laat het ook duidelijk zien in vergelijkingen. Uitgebreide fragmenten uit werk van indoschrijvers maken duidelijk dat in hun boeken misschien minder mooischrijverij te vinden is, maar wel meer aandacht voor de gewone man in de voormalige Nederlandse kolonie. De stijl van Birney is weldadig polemisch, recht voor z’n raap.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.