David Bilchitz snelt met een rolkoffer vol paperassen door het Palais des Nations in Genève. Sinds 2006 zetelt de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties (VN) in dit massieve neoclassicistische complex. Buiten op de parkeerplaats staan zwarte auto’s met nummerplaten van het corps diplomatique. In de verte blinkt de besneeuwde top van de Mont Blanc in een warme oktoberzon.

Normaal gezien geeft Bilchitz les aan de Universiteit van Johannesburg, maar nu is de jurist onderweg naar de VN-hoofdvergaderzaal op de eerste verdieping. Daar buigen diplomaten en juridische experts van over de hele wereld zich vijf dagen lang over een revolutionair nieuw VN-verdrag waarin ze bindende regels voor internationale bedrijven willen vastleggen.

Op dit moment bestaan er alleen nog maar vrijwillige richtlijnen (United Nations Guiding Principles – UNGP’s) waar bedrijven zich aan zouden moeten houden. Maar die aanpak werkt dus niet, vertelt Bilchitz. Hij kijkt op zijn horloge: maximaal twintig minuten voor dit interview voor hij naar een volgende bijeenkomst moet: ‘Het verdrag waarover we hier onderhandelen moet de rechtsongelijkheid opheffen tussen bedrijven die nergens verantwoording hoeven af te leggen en overheden die door datzelfde bedrijfsleven aangeklaagd kunnen worden.’

De Zuid-Afrikaan pauzeert, denkt na. ‘Dat de EU daar tot nu toe aan niet mee wil doen, maakt de meeste ontwikkelingslanden erg ongeduldig.’

Advertentie

Advertentie

Vervuiling in het Amazonebekken

De onderhandelingen duren lang en verlopen stroperig. Het is dan ook een meerjarig proces waarin landen elk jaar bijeen komen om zich erover te buigen. Paragraaf na paragraaf geven landendelegaties hun mening over wat bedrijfsverantwoordelijkheid precies inhoudt, hoe het begrip mensenrechten afgebakend moet worden, hoe risico’s voor bedrijven afgedekt kunnen worden, wat overheden moeten doen en hoe het verdrag uiteindelijk afgedwongen kan worden.

In de wereld van de internationale diplomatie doen woorden ertoe – en dit verdrag bestaat uit heel veel woorden.

‘Door hun vertakte en internationale bedrijfsstructuur kunnen multinationals gemakkelijk gerechtelijke vervolging ontlopen bij misstanden.’

De hoofdvergaderzaal in Genève is groot, rond en licht. Het veelkleurige, bizarre plafond is een ontwerp van de Spaanse kunstenaar Miquel Barceló. Bovenin de zaal zit een rits vertalers die alles omzet naar het Engels, Chinees, Spaans, Frans en Russisch. Aan elke stoel hangt een koptelefoon met een taalkeuzemenu. De marathonvergadering wordt voorgezeten door de ambassadeur van Ecuador.

Dat Zuid-Amerikaanse land stelde eind 2013 voor om de onderhandelingen te beginnen. Toen probeerde de Ecuadoraanse overheid al twee decennia compensatie te krijgen van Chevron-Texaco voor vervuiling in het Amazonebekken. Jaar na jaar kon het Texaanse olieconglomeraat vervolging ontlopen door een juridisch kat-en-muisspel te spelen met rechtbanken in verschillend landen, agressieve lobby en het zwartmaken van het Ecuadoraanse advocatenteam. Uiteindelijk diende Chevron-Texaco op basis van een handelsverdrag een claim in tegen Ecuador bij het Permanent Hof van Arbitrage in Den Haag – en sleepte 112 miljoen dollar uit de vervuilingszaak.

Lees ook Shell in het nauw: corrupte constructies 26 oktober 2017

‘Op dit moment hebben landen als Ecuador of andere gemeenschappen die het slachtoffer worden van vervuiling geen plek om schadevergoeding te eisen,’ legt Bilchitz uit. ‘Door hun vertakte en internationale bedrijfsstructuur kunnen multinationals gemakkelijk gerechtelijke vervolging ontlopen bij misstanden. De vraag is nu of je een bedrijf als Shell in Nederland verantwoordelijk kunt houden voor misstanden van een dochteronderneming in Nigeria.’

Na de VS en het Verenigd Koninkrijk heeft Zwitserland de grootste financiële sector ter wereld. Voor het dure Four Seasons Hotel aan de rand van het chique Quartier des Banques staat een zwarte Lamborghini met Saoedische nummerplaten.
De EU weigert aan te schuiven

Het Palais des Nations ligt middenin een rustiek park aan het meer van Genève. Overal zitten groepjes mensen te overleggen. Visitekaartjes gaan van hand tot hand, telefoonnummers worden uitgewisseld. Een groep Chinese diplomaten praat op gedempte toon rond een glazen koffietafel. Het maatschappelijke middenveld is goed vertegenwoordigd en heeft zich verenigd in een mondiale verdragsalliantie van 208 organisaties – waaronder Milieudefensie en het in Amsterdam gevestigde Transnational Institute (TNI).

In de huidige mondiale hoofdkwartiereneconomie worden bedrijfsstrategieën uitgedacht door marketingafdelingen in financiële centra als Londen, Amsterdam of Shanghai. Maar de fysieke productie wordt uitbesteed aan fabrieken in lagelonenlanden en grondstoffen komen uit arme gebieden waar overheden vaak zwak en rechters corrupt zijn. Wie in dat complexe web precies de verantwoordelijkheid draagt als het gaat om mensenrechten, minimumlonen, arbeidsnormen of milieuvervuiling, is vaak onduidelijk. Als de onderhandelingen afgerond zijn, moet het (voluit) UN Treaty on Transnational Corporations and Other Business Enterprises daar eindelijk helderheid in scheppen.

‘Het rijke Westen verzet zich. Amerikaanse en Canadese diplomaten nemen niet eens de moeite naar het Palais des Nations af te reizen en Europa probeert het proces te blokkeren.’

Een meerderheid van 85 VN-lidstaten schaart zich achter het Ecuadoraanse verdragsvoorstel – inclusief China en Rusland. Maar het rijke Westen verzet zich. Amerikaanse en Canadese diplomaten nemen niet eens de moeite naar het Palais des Nations af te reizen en Europa probeert het proces te blokkeren. ‘Niemand had verwacht dat de VS aan dit verdrag zou meedoen,’ snoeft Bilchitz. ‘Dat de EU weigert aan te schuiven is echter een teleurstelling. Altijd een grote mond opzetten over mensenrechten, maar geen verantwoordelijkheid nemen als het er echt om gaat, dat valt niet goed binnen de internationale gemeenschap.’

Torpederen

Officieel is de Europese Unie geen lid van de VN (want: geen land) en heeft het dus geen stemrecht. Maar Europa wil op het internationale toneel wel graag met eensgezinde stem spreken. Daarom heeft de Europese Commissie eind 2010 de European External Action Service (EEAS) gelanceerd. Die vertegenwoordigt de 28 EU-leden in Genève, maar moet wel toestemming aan hen vragen om mee te doen aan de onderhandelingen.

Als EEAS-diplomaat Guus Houttuin halverwege oktober 2019 het woord neemt in het Palais des Nations, blijkt dat de EU wederom niet zal deelnemen. Dit keer heeft de Commissie nagelaten om een onderhandelingsmandaat te vragen aan de lidstaten. De juniordiplomaten die de meeste Europese landen hebben afgevaardigd, turen zwijgend naar laptopschermpjes of spelen met hun telefoons.

‘De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dit verdrag binnen de Europese Commissie nooit politieke prioriteit heeft gehad,’ legt Houttuin in een gesprek achteraf uit. ‘Ook de lidstaten zijn verdeeld. Dan heeft vragen om een onderhandelingsmandaat geen enkele zin.’

Uit interne EU-documenten blijkt echter dat de Europese Commissie actief heeft geprobeerd de onderhandelingen te torpederen. Begin 2014 riepen EEAS-diplomaten tijdens een bespreking in Brussel de EU-lidstaten op om ‘pogingen onder leiding van Ecuador om naar een juridisch bindend instrument toe te werken tegen te houden’. Ruim twee jaar later benadrukten ze in Genève het verdragsinitiatief te ‘betreuren’ omdat dit ‘prematuur is en verdeeldheid zou kunnen zaaien’ en tot nu toe houdt de EU vast aan de vrijwillige UNGP’s – die het bedrijfsleven afdoende zouden reguleren.

‘In Europa doen we best veel,’ legt Houttuin uit. ‘Sinds 2010 hebben we richtlijnen om import van conflictmineralen en illegaal gekapt hout buiten de deur te houden en moeten grote bedrijven openheid van zaken geven over toeleverketens. Dat allemaal correct naleven is al lastig genoeg. Als een stel ontwikkelingslanden dan ook nog eens een verdragsvoorstel op tafel tovert waarvan de toegevoegde waarde niet is vastgesteld, terwijl ze zelf bar weinig doen aan naleving van regels, moet je niet raar opkijken als Europese landen niet al te enthousiast reageren.’

Lamborghini met Saoedische nummerplaten

Dickens Kamugisha is naar Genève afgereisd omdat hij namens het Africa Institute for Energy Governance (AFIEGO) betrokken is bij enkele rechtszaken tegen oliemaatschappij Total. De Franse multinational wil vierhonderd oliebronnen slaan in een Oegandees natuurpark, een veertienhonderd kilometer lange pijplijn bouwen en een twaalf meter brede snelweg aanleggen.

‘Lokale boeren worden van hun land gegooid zodat Total kan bouwen,’ vertelt Kamugisha. ‘Ze krijgen omgerekend twintig dollar en moeten dan wegwezen. De mangobomen waarin ze hun geld geïnvesteerd hebben zijn ze kwijt. Dorpsbewoners zijn nooit betrokken bij de besluitvorming of geconsulteerd over afdoende compensatie. Terwijl dat volgens de Oegandese wet wel zou moeten.’

‘Het verzet van Europese landen tegen dit verdrag is een goedkope truc. Zo zorgen ze ervoor dat hun bedrijven blijven profiteren van corruptie in Afrika.’

Hij laat zijn ogen over het kristalheldere meer van Genève glijden. In de verte vaart een luxe plezierjacht langs. Na de VS en het Verenigd Koninkrijk heeft Zwitserland de grootste financiële sector ter wereld. Voor het dure Four Seasons Hotel aan de rand van het chique Quartier des Banques staat een zwarte Lamborghini met Saoedische nummerplaten. Volgens de Russische bewaker kost de auto 8 miljoen dollar.

De Zwitserse reputatie van bancaire discretie werkte jarenlang als een magneet op Afrikaanse schatkistplunderaars en handelaars in bloeddiamanten. Ook de wereldwijde handelsdivisie van Total is gevestigd in Genève. ‘Total heeft een jaaromzet die groter is dan het bruto nationaal product van Oeganda,’ zegt Kamugisha nadenkend. ‘Ze weten dondersgoed dat Afrikaanse overheden alles zullen doen om hun geld binnen te halen. Vervolgens wassen ze hun handen in onschuld als protesterende Oegandezen met traangas aangevallen worden door hun eigen regering. Het verzet van Europese landen tegen dit verdrag is een goedkope truc. Zo zorgen ze ervoor dat hun bedrijven blijven profiteren van corruptie in Afrika.’

Volgens verschillende onderzoeken in opdracht van het EU-parlement zijn Europese multinationals regelmatig betrokken bij illegale landacquisities. Vooral bij bedrijven in de mijnbouwsector, kledingindustrie en landbouw liggen mensenrechtenschendingen op de loer. Maar ondertussen zijn er meer kapers op de kust: sinds AFIEGO Total heeft aangeklaagd zijn de bouwwerkzaamheden simpelweg overgenomen door een Chinees staatsbedrijf.

En Oeganda is niet het enige land in Afrika dat worstelt met toenemende Chinese invloed, vertelt Kamugisha: ‘Tachtig procent van de bouwprojecten in Afrika is Chinees en dat is een probleem. Franse bedrijven zijn tenminste nog gevoelig voor publieke opinie. Chinezen maakt dat niks uit. Ik begrijp daarom oprecht niet waarom China wel en de EU niet meedoet aan dit verdrag.’

Veranderende wereldverhoudingen

Langzaamaan dringen de veranderende wereldverhoudingen ook door in Europa. Het EU-parlement heeft binnen vier jaar drie resoluties aangenomen om de Europese Commissie aan te sporen mee te doen aan het verdragsproces in Genève. Het Haagse ministerie van Buitenlandse Zaken benadrukt in een e-mailreactie dat Nederland ‘behoort tot een kleine groep EU-lidstaten die dit verdrag actief agendeert’ en ‘heeft gelobbyd voor participatie van EEAS aan de vijfde onderhandelingsronde in Genève’.

‘Als een bindend verdrag zorgt voor een gelijk speelveld tussen Chinese en Europese bedrijven, kan ik me niet voorstellen dat Europa principiële bezwaren heeft tegen dit verdrag.’

Ook Guus Houttuin bemerkt een langzame verandering in de Europese houding. Volgens de diplomaat leveren internationale regels wel degelijk voordelen op voor Nederlandse of Duitse ondernemingen, zegt hij: ‘De EU doet zelf al relatief veel op dit vlak. Maar daardoor is ook de Italiaanse bedlinnenindustrie verdwenen – die moest opeens concurreren met bedrijfjes uit Pakistan. En de Duitse maakindustrie moet opboksen tegen Chinese staatsbedrijven die zich nergens aan hoeven te houden. Als een bindend verdrag zorgt voor een gelijk speelveld tussen Chinese en Europese bedrijven, kan ik me niet voorstellen dat Europa principiële bezwaren heeft tegen dit verdrag. Alleen moet dat besef in Brussel nog doordringen.’

Reis- en verblijfskosten voor dit artikel zijn betaald door Transnational Institute (TNI). Zij hebben geen invloed gehad op de inhoud.