De parlementaire pers vond het gisteren schándálig dat de commissie-Schouten geen lek had gevonden. Maar het was geen zaak van leven of dood, dus wat was er helemaal aan de hand?

Het liep het gisteren in Den Haag volstrekt in lijn met de verwachtingen: de parlementaire onderzoekscommissie onder leiding van Tweede Kamerlid Carola Schouten rapporteerde dat ze niet had kunnen achterhalen welke fractievoorzitter er uit de Commissie Stiekem had gelekt. Ook de parlementaire pers reageerde zoals ze vaker doet: beschuldigend wijzen naar de verdorven politieke cultuur in Den Haag.

‘Een flutrapport’, riep Frits Wester. Schouten had met haar collega’s volgens de politiek commentator van RTL veel dieper moeten graven. ‘Maar nee hoor, dat hebben ze allemaal niet gedaan, ze hebben zich er echt met een Jantje van Leiden van af gemaakt. Feit is dat er gelekt is, en dus heeft iemand zitten liegen. Maar wie? Dat weten we nog stééds niet. En dat roept weer het beeld op dat iedereen elkaar de hand boven het hoofd houdt. Dat laatste is echt niet goed voor de politiek.’

Ook collega Ron Frese van de publieke omroep, koos een vergelijkbaar deuntje: ‘Dit is schadelijk voor het aanzien van de politiek, dat kun je gerust zo stellen, want het beeld is toch: als wij iets doen worden we aangepakt, maar als zij iets doen houden ze elkaar de hand boven het hoofd.’

Zouden de commentatoren beseffen dat ze met zulke zinnen het populistische beeld over ‘die zakkenvullers in Den Haag’ juist versterken?

Wester, Frese en andere commentatoren hebben kilo’s boter op hun hoofd.Wester, Frese en andere commentatoren hebben kilo’s boter op hun hoofd. Alsof hun werk niet bestaat uit het dagelijks aftappen van ‘lekkende’ politici. Ze hadden er als journalist ongetwijfeld maar wat graag bij gezeten toen twee of drie fractievoorzitters in het voorjaar van 2014 tegenover NRC Handelsblad uit de school klapten. Die bespraken toen de vraag of minister Plasterk de Commissie Stiekem juist had ingelicht, over het verzamelen van 1,8 miljoen belgegevens door de Nederlandse veiligheidsdiensten.

Dat krantenstuk had een functie: het gaf noodzakelijk inzicht in de manier waarop het kabinet in onze democratie verantwoording aflegt over de veiligheidsdienst. Dat vinden we als media heel belangrijk. We spelen graag de ‘waakhond van de democratie’, een extra controlefunctie als het parlement de vinger niet op de zere plek krijgt. In ons politieke bestel werkt het lekken van vertrouwelijke informatie nogal eens als noodzakelijke smeerolie, kijk maar eens naar de informatie van klokkenluiders. Hoe kunnen we dan zo verontwaardigd doen over politici die daar soms aan meewerken? Waarom willen we dan ineens dat de ‘schuldige’ gevonden wordt en berecht?

Natuurlijk, formeel is er sprake van een ambtsmisdrijf. Want alles wat er binnen de commissie wordt besproken is geheim. Maar dat is om te voorkomen dat fractievoorzitters zaken gaan verklappen die de staatsveiligheid direct raken. Ophanden zijnde terroristische aanslagen bijvoorbeeld, of de manier waarop de AIVD die proberen te verijdelen. Zaken van leven of dood. Daar was in dit geval geen enkele sprake van. Hier ging het om procedures, informatievoorziening door ministers, de werking van de democratie. Mag een politicus daar misschien af en toe eens met een journalist over praten?