Het is de schuld van politici en kiezers. En de verantwoordelijkheid daarvan ligt natuurlijk bij Toneelgroep Amsterdam. En het bedrijfsleven. En het onderwijs.

Uit peilingen blijkt dat wanneer er vandaag verkiezingen zouden worden uitgeschreven meer dan de helft van de kiezers tegen zou stemmen, ongeacht wat de vraag is. Die onvrede is deels te verklaren door de manier waarop men in Brussel te werk gaat. Het ontbreekt Brussel aan een goed verhaal. Door het uitblijven van dat verhaal ontstaat terecht onvrede bij de kiezers. Toch is het te makkelijk om de schuld alleen bij Brussel te leggen. Ook de nationale politiek zou het zichzelf moeten aantrekken. Politici hebben er een handje van om als een vaantje met de realiteit me te waaien. Door voortdurend compromissen te sluiten, maken ze zichzelf totaal ongeloofwaardig. Wat ook niet helpt, is dat ook politici er een handje van hebben de politiek zelf als zondebok aan te wijzen. Zo wordt het beeld dat de politiek niet deugt bij de kiezer versterkt.

Tegelijkertijd is het te makkelijk om alleen politici de schuld te geven van het onvermogen de kiezer ervan te overtuigen om ook eens ergens vóór te zijn. Wie dagelijks de krant leest, zou de indruk kunnen krijgen dat er in Den Haag nooit iets goeds gebeurt. Dat is een logisch gevolg van het feit dat columnisten nu eenmaal liever een column schrijven over wat er misgaat dan over wat er goed gaat. In hun poging kritisch over te komen, wekken columnisten de indruk dat er niets deugt. Hetzelfde kan worden geconcludeerd over de journalistiek. Eigenlijk komt het niet voor dat twee onderzoeksjournalisten een half jaar werken aan een reportage waaruit blijkt dat iets gaat zoals het zou moeten gaan. Blijkbaar is het geen nieuws wanneer iets goed gaat. Maar juist dat zou toch moeten betekenen dat er geen reden is om tegen te stemmen. Wat niet wil zeggen dat al die verontruste columns en journalistieke projecten ook echt gelezen worden. Veel kiezers geven aan dat ze tegen zouden stemmen omdat ze boos zijn over het feit dat ze niet op de hoogte zijn van datgene waarover ze een keuze moeten maken.

Zo bezien ligt de schuld dus bij de kiezer zelf. Die niet goed op de hoogte is omdat hij zichzelf niet goed informeert. En dan ligt natuurlijk de verantwoordelijkheid bij Toneelgroep Amsterdam. Als er één toneelgezelschap is in Nederland dat het in zich heeft om met maatschappelijk verontrustend theater de burger een gevoel van urgentie bij te brengen, is het Toneelgroep Amsterdam. Maar blijkbaar is haar artistiek leider te druk bezig met het aflopen van prijzenfestivals in Amerika om de Nederlandse burger moreel wakker te schudden.

Toch is het niet alleen de schuld van de acteurs van Toneelgroep Amsterdam. Een groot deel van de schuld ligt bij het bedrijfsleven. Vooral topmanagers hebben er een handje van om in interviews af te geven op het landsbestuur. Waarbij ze niet alleen voorbijgaan aan de totaal immorele wijze waarop grote bedrijven de winst van hun aandeelhouders proberen op te jagen, maar vooral de indruk wekken dat politici de hele dag met hun duimen zitten te draaien. Dan is het niet verwonderlijk dat kiezers tot de conclusie komen dat de richting die politici voorstellen altijd de verkeerde is.

Het is wat dat betreft jammer dat men in het onderwijs, en op de universiteit in het bijzonder, niet in staat is geweest om een antwoord te formuleren op dit wantrouwen. Blijkbaar lukt het de intelligentsia van dit land niet om duidelijk te maken waarom het soms zinnig is om vóór iets te zijn in plaats van overal tegen. Dat is iets wat de elite zichzelf kan aanrekenen.

Maar alleen de elite de schuld geven is onterecht en bovendien gevaarlijk. Zolang we in dit land topsport gebruiken als analogie voor succes, zal het onmogelijk zijn om het electoraat duidelijk te maken dat maatschappelijke vooruitgang met kleine stappen en compromissen gepaard gaat. Dat, met andere woorden, winnen in de politiek iets heel anders is dan het winnen van een hardloopwedstrijd.

Samenvattend moeten we dus concluderen dat iedereen er de schuld van is dat een meerderheid van de kiezers overal tegen is. En als iedereen de schuld heeft, kan je het de meerderheid moeilijk kwalijk nemen dat ze daar schoon genoeg van heeft.