De vrijdagcolumn van Max van Weezel. Hoe de luchthartige Plasterk over de FNV struikelt, en ander PvdA-leed.

Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken was best te spreken over zichzelf. Terwijl half Nederland al vertrokken was naar Zuid-Frankrijk, sloot hij in het holst van de nacht een akkoord met drie ambtenarenbonden. De nullijn, waarover het overheidspersoneel vier jaar lang steen en been had geklaagd, ging van tafel. Na ruggespraak met zijn collega Dijsselbloem van Financiën mocht hij vijf procent salarisverhoging toezeggen, deels te betalen door de regering, deels door het pensioenfonds van de ambtenaren, het ABP.

Welke particuliere werkgever in het land kon hem dat nadoen? De enige tegenvaller was dat de onderhandelaars van de FNV op het laatste moment weigerden te tekenen. Ze vonden dat er een te grote greep in de pensioenpot werd gedaan en dat Plasterk te weinig ondernam tegen de onzekere flexbaantjes die ook bij de overheid vaste contracten hadden verdrongen. Maar daar zat de PvdA-minister niet mee. Het christelijke CNV, de Vakcentrale voor Professionals (het hoger en middelbaar personeel) en het Ambtenarencentrum (goed vertegenwoordigd in het leger en bij de belastingdienst) hadden wel hun handtekening onder het akkoord gezet. Met de FNV repareerde Plasterk zijn relatie wel na de vakantie. Dacht hij.

In de tussentijd moesten voetbalwedstrijden worden verplaatst omdat de politie niet kwam opdagen en dreigen de FNV-acties zich uit te breiden naar het openbaar vervoer, het onderwijs en de douane. Allemaal doordat Plasterk in juli ten onrechte veronderstelde dat hij de buit binnen had.

Zo is de PvdA weer eens verzeild geraakt in een pijnlijk conflict met de vakbeweging. Het doet zich vaker voor als de nazaten van Troelstra, Drees en Den Uyl in de regering zitten. Den Uyl zelf ervaarde dat aan den lijve toen hij begin jaren tachtig minister van Sociale Zaken was. Zijn plan om op de Ziektewet te bezuinigen viel slecht bij de vakbonden, toen nog aangevoerd door Wim Kok. Er waren stakingen in de Rijnmond, de Tweede Kamerfractie van de partij spartelde tegen en Den Uyl zag zich gedwongen zijn plan in te trekken. Tien jaar later bracht Kok, inmiddels minister van Financiën, het er niet beter af. Hij wilde de duur en de hoogte van de WAO-uitkeringen beperken. Het Haagse Malieveld liep vol met honderdduizenden demonstranten, tijdens bijeenkomsten met de achterban kreeg Kok het verwijt dat hij de verzorgingsstaat uitkleedde. Bij de verkiezingen van 1994 verloor de PvdA twaalf van haar negenenveertig Kamerzetels. Alleen doordat het CDA nog meer zetels kwijtraakte, werd Kok toch nog premier.

In Rutte II hebben de sociaaldemocraten zich een paar riskante posten laten toebedelen. Vicepremier en minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher moet de flexbaantjes terugdringen maar zijn Wet Werk en Zekerheid pakt op veel plekken averechts uit. Zijn staatssecretaris Jetta Klijnsma beloofde jonge arbeidsgehandicapten aan een baan in het reguliere bedrijfsleven te helpen maar VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer liet weten dat veel bedrijven niet weten hoe dat moet. Martin van Rijn van VWS heeft de ondankbare taak de chaos rond de uitbetaling van het persoonsgebonden budget op te lossen.

En nu heeft de luchthartige Plasterk zich tot overmaat van ramp de woede van de grootste vakcentrale op de hals gehaald. Linke soep voor een partij die op nog maar op negen zetels in de peilingen staat.