De kroonprins moet natuurlijk opstappen, en de enige die dat moet durven zeggen is de koning. Nu maar hopen dat het in Saoedi-Arabië niet net als bij de leeuwen gaat en de koning preventief uit de weg geruimd wordt.

Niet door zijn vrouw, die heeft er weinig te vertellen, maar door de kroonprins zelf. Die deinst er vermoedelijk niet voor terug en anders heeft hij nog wel een paar getrainde lijfwachten achter de hand die de klus kunnen klaren en voor een leuk bedrag de schuld op zich zullen nemen.

Lees ookMeer Macht op vrijdag: Max van Weezel voorspelt een comeback van de volkstelling26 oktober 2018

Behalve een schandelijk lesje in politieke hypocrisie – ten koste van een journalist – is de Khashoggi-affaire ook leerstof in cynisch realisme in de internationale betrekkingen. Het is een gotspe dat Erdogan poseert als de beschermer van het kritische vrije woord. Volgens een uit mei daterend overzicht van de Europese Federatie van Journalisten zitten er 150 journalisten in Turkije achter de tralies, bij elkaar al 148.552 dagen op water en brood. Volgens Free Turkey Journalists waren dat er in september 164.

Eervolle aftocht naar de uitgang

Dan beweert Erdogan dat het een grof onrecht is dat in Turkije zo’n misdaad tegen het recht op meningsuiting is gepleegd. Dat is het natuurlijk ook, maar het is nogal gênant om de afschuw over ‘beestachtigheden’ uit de mond van zo’n autocraat te horen.

Door niet man en paard te noemen maar slechts opzichtig in de richting van de Saoedische leiders te wijzen, houdt Turkije druk op de ketel

Door niet man en paard te noemen maar slechts opzichtig in de richting van de Saoedische leiders te wijzen, houdt Turkije druk op de ketel en dwingt de vorsten in Riyad tot steeds verdere bekentenissen, van het laffe ‘wij weten het niet’ van drie weken geleden tot het ‘hij is omgekomen bij een vechtpartij’ van vorige week.

Ook het Turkse gedrag is onheus. In plaats van volledig over de brug te komen met bewijzen, wordt (het lijk van) Khashoggi gebruikt om het ‘hogere’ belang van de regionale dominantie tussen Turkije en Saoedi-Arabië maximaal uit te putten, door gedoseerde concessies uit de Saoedi’s te persen.

Geen enkel medelijden met het koningshuis in de woestijn, daarover geen misverstand. Maar ‘naakte feiten’ waarmee Erdogan op dinsdag 23 oktober beloofde te zullen komen waren het natuurlijk niet, net zo min als beleefdheidssignalen om de collega-dictatuur in Riyad nog een eervolle aftocht naar de uitgang te bieden. Het is pure machtspolitiek.

De Turkse strategie is drievoudig: de rivaal uitschakelen, als dat mislukt, uitknijpen, en het liefst allebei tegelijk. De Saoedi’s vechten in Jemen een brute proxy-oorlog uit tegen Iran, knellen Qatar af omdat het een sjiitische pain in the ass zou zijn, en zien met lede ogen hoe Iran bovenlangs zijn invloed in Irak en Syrië vergroot.

De Turkse strategie is drievoudig: de rivaal uitschakelen, als dat mislukt uitknijpen, en het liefst allebei tegelijk.

Een afkoopsom mag ook van de Turken. In geld of in de vorm van politieke concessies. Saoedische cash is welkom, zegt zelfs de Turkse oppositieleider Kemal Kilidaroglu, want dat zou de zwakke Turkse economie wel kunnen gebruiken. Politiek zou verwijdering van de kroonprins Mohammed bin Salman door zijn vader de hoofdprijs zijn, dus is het zaak hem nu zo lang en effectief mogelijk zwart te maken.

Kool en geit sparen

En hier komt Donald Trump in het spel. Die heeft via zijn schoonzoon Jared Kushner zijn lot aan Saoedi-Arabië verbonden, schermde met enorme wapenopdrachten uit Riyad en heeft ook belang bij een ‘nette’ afloop van de affaire die kool en geit spaart.

Lees ookHoe olie letterlijk en figuurlijk de brandstof is van smerige internationale spelletjes28 september 2018

Trump heeft zich in een onmogelijke positie gemanoeuvreerd. Saoedi-Arabië speelt een sleutelrol in de Amerikaanse plannen om Iran te knevelen, om nog iets van een vredesplan voor het Israël-Palestina-conflict te steunen, en last but not least natuurlijk om de oliekraan naar believen open en dicht te draaien om de wereldmarktprijs van dat zwarte goud enigszins op het gewenste peil te houden.

Dat is nijpend, want op 5 november worden Amerikaanse sancties tegen Iran van kracht die de olieprijs zouden kunnen opjagen tot $100 per vat. Erdogan beseft dat hij de VS pijn kan doen naarmate hij de Saoedi’s in het nauw drijft. Hij kan zelfs schone handen tonen door Trump te dwingen om de rol van openbaar aanklager in de verdwijning van Khashoggi te spelen.

Trump en Erdogan hebben nog een rekening te vereffenen over de (door de VS geweigerde) uitlevering van zondebok Fethullah Gülen aan Ankara, de Turkse aankoop van Russische wapens, en de daaropvolgende blokkering van de levering van F-35 gevechtsvliegtuigen aan Turkije. Om maar wat te noemen.

Intussen staat Trump wel in zijn hemd. Hij heeft de Saoedi’s te lang de hand boven het hoofd gehouden.

Toch kan Turkije ook weer niet te ver gaan in dit machiavellistische spel: de VS kunnen met economische sancties de Turkse economie flinke klappen toebrengen, en voor zijn veiligheid zal Turkije uiteindelijk liever van de Navo dan van Poetin afhankelijk willen zijn.

Intussen staat Trump wel in zijn hemd. Hij heeft de Saoedi’s te lang de hand boven het hoofd gehouden. Bijna vier weken geleden leek hij nog bereid om de grote vriend de kroonprins te dekken met de doorzichtige smoes dat Khashoggi (die een Amerikaans paspoort heeft) misschien na een ruzietje met de tuinman even van de radar verdwenen was. Nu heeft hij dat al moeten bijstellen tot de erkenning dat de journalist dood is, maar vindt hij het nog altijd ‘een beetje vroeg’ om over schuldigen te speculeren.

De onverkwikkelijkheid hiervan demonstreert dat Trump maar wat gokt in zijn buitenlandse politiek, en voor de zoveelste keer op het verkeerde paard. Door zich vast te leggen op het hoe-dan-ook doorgaan van de reusachtige wapenexporten naar Saoedi-Arabië wringt hij zich straks in bochten waar hij niet meer uitkomt. Het was niet mooier, maar wel slimmer geweest als hij had gezegd dat het geopolitieke belang van Saoedi-Arabië en Turkije hem boven het leven van een journalist gaan. Want dat is de realiteit van het realisme.