In Queer, een verhalenbundel over LHBTQ, blijkt dat in de hedendaagse Nederlandse en Vlaamse literatuur personages ten eerste en vooral individuen zijn. Hun seksualiteit is een aspect, niet meer het hoofdthema.

Ze bleef altijd iets raadselachtigs houden. De schilder en vermaard dagboek- en brievenschrijfster Dora Carrington was het voorbeeld van iemand die niet helemaal te peilen was, maar je bleef intrigeren. Dacht je een aspect van haar karakter begrepen te hebben, dan toonde ze even later een ander. Geen wonder dat Leonard Woolf, een van de chroniqueurs van het leven in de kringen van Bloomsbury waartoe ze behoorde, in zijn autobiografie schrijft dat ze bestond uit een ‘oneindige reeks met elkaar contrasterende karaktertrekken, de ene verstopt in de ander, zoals met Chinese doosjes.’ Haar grillige waarachtigheid uitte zich onder meer in met grappige tekeningen geïllustreerde brieven aan Lytton Strachey, haar homoseksuele vriend en geliefde.

Dora Carrington, circa 1920 (1893 -1932). Foto door Lytton Strachey. Frances Partridge/Getty Images.

Carrington, zoals ze zich noemde om haar jongensachtigheid te accentueren, was een moeilijk in te delen meisje dat goed paste in de kringen van de onconventionele Bloomsbury Group. Wat niet wil zeggen dat haar leven in artistiek en amoureus opzicht rimpelloos verliep. Carrington illustreert hoe verrassend, ingewikkeld en creatief een onduidelijke of meerduidige seksuele voorkeur kan zijn. Ze trouwde voor de vorm met Ralph Partridge (op wie Strachey verliefd was), maar bleef Strachey zeventien jaar trouw en pleegde twee maanden na zijn dood in 1932 zelfmoord.

Heteronormatieve dominantie

Bij Carrington was de seksualiteit nog één van haar onconventionele kanten. Eén van de vele. Nu, honderd jaar later, lijkt het er op dat alle verschillen tussen mensen gereduceerd worden tot geslachtsverschillen. Het Franse ‘differentiedenken’ (van bijvoorbeeld Gilles Deleuze en Jacques Derrida) waarin men eerder denkt in verschillen tussen mensen dan in overeenkomsten, heeft school gemaakt en meteen het stadium van hypercorrectheid bereikt. Alles wordt nu afgemeten aan het ‘singuliere’, het unieke, de uitzondering. Bevestigden uitzonderingen niet altijd op een aangename manier de regel? Waarom is dat ineens vreemd? Omdat de uitzonderingen in de huidige discussie over de verhouding tussen de geslachten (genders) nu een soort exclusiviteit opeisen en de niet-uitzonderingen verre van zich willen houden, als vijanden. Dat gebeurt wanneer heteroseksualiteit ‘heteronormatieve dominantie’ wordt genoemd. Dat doet Nienke van Leverink, de samenstelster van Queer, het boek met ’44 LHBTQ-hoogtepunten uit de naoorlogse literatuur van Nederland en Vlaanderen.’ Zij hoopt dat de lesbische (L), homoseksuele (H), biseksuele (B), transgender (T) en queer (Q) verhalen en gedichten in het boek ‘hun eigen dimensie’ creëren, ‘ver weg van heteronormatieve dominantie.’ Alsof je er door besmet zou kunnen worden.

Er is helemaal geen sprake meer van ‘dominantie’. Er zijn kwalijke anti-homo incidenten, maar, zoals Xandra Schutte in haar inleiding voor Queer schrijft, ‘er is geen burgemeester, minister of hoogwaardigheidsbekleder die niet graag op een bootje zijn solidariteit uit met wat nu verbreed is tot LHBTQ’s. (…) Acceptatie van homoseksualiteit is een teken van beschaving geworden, wat heet: het is een keurmerk van onze westerse waarden, zelfs een exportproduct.’ Terecht schrijft Schutte dat de meeste verhalen in Queer homoseksualiteit vooral ‘als iets vanzelfsprekends’ tonen. Zij heeft er niet zoveel moeite mee dat homoseksualiteit gewoon is geworden en niet meer behoort tot de enge, verdoemde, uitverkoren, geheime en angstige kant van de samenleving. Daarin zag Gerrit Komrij nog de glorie van de homoseksualiteit: het subversieve, de antiburgerlijkheid, amoraliteit, de ‘spontane aanbidding van het tegendeel.’ Toen homoseksualiteit gewoon werd, was het voor hem niet meer interessant. Daarmee trad wat hem betreft de ‘vertrutting’ in. De ‘knuffelhomo’ verscheen.

Personages zijn nu toevallig homoseksueel of lesbisch, maar vooral en als eerste individuen.

Wanneer de verhalen en gedichten over homoseksualiteit in Queer ‘iets vanzelfsprekends’ hebben, betekent dat helemaal niet dat ze gewoon zijn. Het betekent dat die verhalen niet meer worden gelezen als specifiek gaande over homoseksualiteit. De personages zijn nu toevallig homoseksueel of lesbisch, maar vooral en als eerste individuen. Ze gaan over slordige menselijke verhoudingen (Nina Polak), ruzie tussen mensen die bij elkaar wonen (Minke Douwesz), over hevige verlangens (Simon Vestdijk), over ergernissen (Stephan Sanders), over een hemelse vrijpartij (Saskia De Coster), over een dealer tussen verslaafden (Frans Kellendonk), over iemand die verliefd wordt op een ander (Doeschka Meijsing), over een gymnastiekzaal en een jongen aan een rekstok die beschreven wordt alsof het een anatomische liefdesles is (Tom Lanoye in Kartonnen dozen).

Omslag Queer.

Het gaat in deze verhalen en fragmenten uit romans dus over mensen van wie de seksualiteit een aspect is. Voor een enkeling is die seksualiteit alleen maar het thema van het verhaal, zoals voor Andreas Burnier in Een tevreden lach wanneer de hoofdpersoon mannelijke kleren gaat kopen, maar in het eerste het beste café als meisje wordt herkend. Ze merkt al gauw dat ze alleen maar een spijkerbroek aan hoeft en een stoer overhemd om de gewenste verwarring te stichten. In de tijd dat Een tevreden lach verscheen (1965), heette deze verwarring ‘androgynie’, nu spreekt men van ‘genderqueer’, ‘genderdysforie’ of ‘gendermeander’.

Een andere variant is nog ‘genderfluïde’. Door deze vele variaties in de naamgeving van het open willen houden tot welke geslacht men behoort, wordt een al te grote fixatie op een beperkt probleem onthuld, alsof het iets is waarvan de oplossing niet langer kan wachten. Dat is niet zo. Fluïditeit is een gimmick aan het worden, een mode. ‘De non-binaire genderfluïde types maken hun beroep van hun identiteit,‘ schreef Maxim Februari in de NRC van 29 juli. Dat levert een aardige paradox op omdat fluïditeit (iets vloeibaars) niet samen gaat met iets dat zo vast is als je beroep maken van je identiteit.

Queer. 44 LHBTQ-hoogtepunten uit de naoorlogse literatuur van Nederland en Vlaanderen. Samengesteld en ingeleid door Nienke van Leverink en Xandra Schutte, uitgegeven door Atlas Contact.