‘Hij probeert een sfeer te creëren waarin de werkelijkheid er niet toe doet,’ schrijven de twee journalisten van The New York Times in hun toelichting bij Trump’s Lies, de lijst van ‘misleidende of ronduit onjuiste verklaringen’ in de eerste twee jaar van Donald Trumps presidentschap. De lijst, in een heel kleine letter gedrukt om ruimte te sparen en afgesloten op 14 december 2017, bevat de citaten waarin Trump niet de waarheid spreekt, gevolgd door de bron van het citaat en de weerlegging van de uitspraak door de journalisten (David Leonhardt en Stuart A. Thompson).
Karakteristiek voor een ‘doopceel’ is dat het een lange lijst van misdragingen is. Dat is Trump’s Lies. De eerste onjuistheid betrof zijn houding tegenover de invasie in Irak: ‘Ik was geen fan van Irak. Ik wilde Irak niet binnenvallen,’ heeft Trump gezegd. De weerlegging: Trump was aanvankelijk wél voor een invasie in Irak, maar later niet. De tweede onjuistheid betrof het aantal keren dat hij op de cover van het weekblad Time had gestaan. Hij zou een record aantal keren op de cover hebben geprijkt, ‘14 of 15 keer’. In werkelijkheid stond Trump 11 keer op de cover en was Richard Nixon de recordhouder met 55 keer. Zo gaan de uitspraken en de weerleggingen in straf tempo door, tot het aantal van meer dan zevenduizend.
Ampele analyse van de ‘leugens’ leert dat Trump aan de lopende band (vele keren per dag) aan het bluffen is om zichzelf, de Verenigde Staten, zijn familie of bepaalde medewerkers groter, belangrijker en beter te maken. Het is zelfvergroting, borstklopperij, laster en vriendjespolitiek. De republikeinse kiezers worden naar de mond gepraat, politieke tegenstanders met insinuaties zwart gemaakt.
nepnieuws en verdraaiing
Ook al is er door de hele geschiedenis heen gelogen (er bestaat zelfs een godin van de misleiding, Apate, die ooit uit de doos van Pandora is gesprongen), Donald Trump is kwantitatief een bijzonder geval. Maar hij is niet als enige schuldig aan de furore die nepnieuws, desinformatie en verdraaiing van de waarheid maken. Die ontstaat ook door social media, waarvan veel gebruikers het als een sport zien om verwarring te zaaien met al dan niet lasterlijk, misleidend of onzinnig nieuws. Er is een sfeer ontstaan dat er lukraak getwitterd kan worden, bijvoorbeeld dat de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag de boeken van Winston Churchill zou willen verwijderen. De KB is daardoor genoopt officieel te verklaren dat uit de bibliotheek geen boeken worden verwijderd, ook geen boeken die naar de huidige maatstaven controversieel zouden zijn.
Social media is ook debet aan de furore die nepnieuws, desinformatie en verdraaiing van de waarheid maken.
De aanwezigheid van dit soort desinformatie is vervelend, maar dat wil nog niet zeggen dat er sprake is van ‘waarheidsontwaarding’ of van de ‘zwanenzang van de waarheid’, dan wel van een ‘devaluatie’ van de waarheid, zoals Alicja Gescinska schrijft in haar essay Kinderen van Apate. De waarheid mag door veel mensen niet meer zo serieus genomen worden, er zijn er nog altijd genoeg voor wie de waarheid in praktische, morele en pragmatische zin onverminderd het criterium voor betrouwbaarheid is. De misleidende of ronduit onjuiste verklaringen van Trump gaan niet vrijuit. Ook al komt zijn aanhang er niet van onder de indruk, de leugens worden aangetoond en geboekstaafd.
kinderen van apate
In Kinderen van Apate, het essay ‘over leugens en waarachtigheid’ van de Vlaamse filosoof Alicja Gescinska gaat het over de ‘zwanenzang’ en de ‘devaluatie’ van de waarheid. Gescinska wijt die aan ‘talloze factoren’ en noemt dan ‘geopolitieke ontwikkelingen, de bloedarmoede van de traditionele (centrum)partijen, globalisering, de commercialisering en infantilisering van het politieke proces, onze celebrity-cultuur, de rol van de sociale media in de hedendaagse samenleving en debatcultuur’.
Dit is wel een heel erg vage verzameling oorzaken voor een devaluatie van de waarheid. Gelukkig dat Gescinska ook nog het gebrek aan vertrouwen in deskundigen noemt en de verruwing van het taalgebruik, anders zou alles in de lucht hangen.
Ook al gebruikt Gescinska grote woorden als ‘devaluatie van de waarheid’, dat is toch niet haar belangrijkste onderwerp. Het essay is vooral een exercitie over de vraag of leugens altijd wel leugens zijn. In het hoofdstuk ‘Anatomie van de leugen’ stelt ze de vraag of je kunt ‘liegen en toch nog de waarheid spreken?’ Dat kan, zoals de onschuldige leugentjes om bestwil aantonen. En als het om de ‘leugens’ gaat van mensen die zelf in alle argeloosheid denken de waarheid te spreken. Dat zijn geen leugens. Bij Donald Trumps bekendste leugen, die over het aantal mensen dat zijn inauguratie bijwoonde, vraagt ze zich ook af of hij wel loog.
Liegen en toch de waarheid spreken kan, zoals de onschuldige leugentjes om bestwil aantonen.
Was hij niet fout voorgelicht door zijn medewerkers? Of leed hij aan ‘een ernstige vorm van zelfoverschatting? Kan zelfdeceptie ertoe leiden dat je onware beweringen doet zonder leugens te verkondigen?’
Er moet volgens Gescinska veel meer gekeken worden naar de intentie om te liegen: heeft iemand de bedoeling om te misleiden of zegt hij maar iets zonder van de hoed en de rand te weten? Trump wist misschien helemaal niet dat Richard Nixon 55 keer op de cover van Time had gestaan toen hij zei dat hij zelf de recordhouder was. Maar je zou het toch een intentionele leugen kunnen noemen als je ervan uitgaat dat Trump stelselmatig zijn eigen verdiensten overdrijft. De misleidende intentie is ingebakken.
waarachtigheid
Het andere onderwerp van Kinderen van Apate is ‘waarachtigheid’, een begrip waarvan je wel en niet meteen weet wat ermee wordt bedoeld. Dat Gescinska het aansnijdt heeft te maken met haar betrokkenheid bij de politiek, speciaal de Europese. Voor de laatste Europese verkiezingen werd zij door Guy Verhofstadt gevraagd het derde parlementslid te worden van de liberale fractie. Over dit avontuur, dat mislukte omdat de liberalen maar twee zetels kregen, schreef zij vorig jaar een beredeneerd verslag onder de titel Ondertussen komen mensen om. Dit maakt het begrijpelijk dat ze in Kinderen van Apate een lans breekt voor het bedrijven van politiek. ‘Er is nood aan herwaardering van politiek als stiel,’ schrijft ze. Politiek wordt te veel gezien als theater, als beheerst door eigenbelang, als onbetrouwbaar en leugenachtig.
Tot de voorbeelden waarmee Gescinska de politiek als stiel verdedigt behoren Václav Havel, Martha Nussbaum, Michael Ignatieff, Karol Wojtyla (de latere paus), Emmanuel Levinas en Hannah Arendt. Geen slechte voorbeelden, maar wel een beetje veel hulp van buiten. Om het vertrouwen in de politiek terug te winnen wil ze dat veel meer gekeken wordt of er sprake is van ‘waarachtigheid’: ‘Meer waarachtigheid in het politieke bestuur en publieke debat krijgen: dat is misschien wel de belangrijkste opgave voor de hedendaagse democratie’. Dat klinkt misschien mooi, maar ‘waarachtigheid’ is geen begrip dat meteen tot de verbeelding spreekt, in ieder geval veel minder dan ‘betrouwbaarheid’.
‘Meer waarachtigheid in het politieke bestuur en publieke debat krijgen: dat is misschien wel de belangrijkste opgave voor de hedendaagse democratie’.
Gescinska vult dat ‘waarachtige’ van de politicus wel in met een aantal respectabele kenmerken. Die waarachtige politicus kent ‘zelftwijfel’ en doet aan ‘kritische introspectie’. Hij is bereid ‘uit zijn eigen denkkader te treden’, en wil ‘authentieker en dus waarachtiger’ met anderen omgaan. Voor de waarachtige politicus komt de waarheid ‘dialogisch’ tot stand, die wordt niet gedicteerd. En er moet gestreefd worden naar ‘accuraatheid’. Dat is wel een aardig streven.
Dit zijn mooie intenties, maar wel erg ethisch en moralistisch, alsof het elk moment van de dag de vraag moet zijn of de politicus wel waarachtig bezig is. Het is toch meer iets waar je vanuit gaat dat het gebeurt. En wordt er zo veel ‘onwaarachtig’ politiek bedreven? Het wordt helemaal wat religieus wanneer Gescinska met Levinas zegt dat we ‘de oneindige plicht’ hebben de ander van ‘aangezicht tot aangezicht tegemoet te treden’. Anders dan het nuchtere ‘betrouwbaarheid’ is ‘waarachtigheid’ een loodzwaar begrip dat je niet steeds zou moeten meedragen naar Den Haag, Brussel of Straatsburg. Het moet daar al als iets vanzelfsprekends over de stoel hangen, zou ik denken.
als een ekster
Alicja Gescinska is een enthousiaste filosofie die haar ideeën overal als een ekster vandaan haalt. Ze bestaat uit een compilatie van andermans ideeën, al probeert ze daar ook aan te ontkomen door ietwat geforceerd een begrip als ‘waarachtigheid’ te introduceren. In haar debuut De verovering van de vrijheid en in Intussen komen mensen om maakt ze haar dagelijks leven en geschiedenis tot onderdeel van haar filosofie (haar ouders emigreerden toen ze zeven jaar was naar België). Dat is min of meer in tegenspraak met de filosofie van Levinas, die immers vindt dat veel te ‘egologisch’ wordt gedacht, te veel gewicht wordt gehecht aan het ik.
Dat leugens niet altijd leugens zijn en dat de intentie om te liegen er toe doet om een echte leugen te zijn, is een aardige bedachte nuance in Kinderen van Apate, maar veel voegt dat niet toe. Gescinska’s pleidooi voor een herwaardering van de politiek als stiel is gedurfd in een tijd dat de politieke moraal voortdurend in twijfel wordt getrokken (moet worden getrokken). Het is de vraag of ‘waarachtigheid’ niet een al te mooi en te weinig zeggend filosofisch begrip is.
Kinderen van Apate. Over leugens en waarachtigheid door Alicja Gescinska is als essay voor De Maand van de Filosofie uitgegeven door Lemniscaat.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.