Agmar van Rijn woont sinds 2004 in het bevingsgebied in Groningen. In die jaren groeiden de angst en het gevaar, maar er wordt weinig aan gedaan. Geld verdienen lijkt belangrijker dan veiligheid. ‘Niet alleen de grond beeft, maar ook de rechtsstaat.’

2004

Ik ben vier maanden zwanger. We willen een huis kopen, het liefst in Groningen-Zuid. Maar we kunnen ons alleen gehorige benedenwoningen veroorloven die kleiner zijn dan ons huurappartement, met postzegeltjes tuin en ‘jonge mensen’ (makelaarstaal voor studenten) in het huis erboven. Als we eten bij vrienden in het prachtige wierdedorp Stedum, vertellen zij ons terloops dat er een leuk huis te koop staat aan de Lellensterweg. Na het eten wandelen we erheen, de wierde af, langs het Maar, linksaf de straat in. Het huis staat al leeg.

Voor ik het weet vind ik mezelf, één hand boven mijn ogen en één op mijn buik, naar binnen turend in een sfeervolle woonkeuken. Mijn partner Herman loopt naar achteren, ontdekt de grote schuur, en neemt in gedachten afscheid van de Stadswerkplaats. Aan de rand van de kavel kijken we uit over het groene land, in de verte torenspitsen van de stad Groningen. Uitzicht. Plotseling rent er een ree door het hoge gras. Later zullen we grappen dat het een door de makelaar getrainde ree was, speciaal voor dit soort beslissende momenten. Waarop je verkocht bent, nog voordat je het hebt gekocht. Op 30 januari 2005 wordt onze dochter geboren in het dorp Stedum, waar in november 2003 een aardbeving plaatsvond met een magnitude van 3.0 op de schaal van Richter. Wij zijn ons slechts bewust van de schok ouders te zijn geworden.

Op weg naar 16 augustus 2012

We hadden zoveel andere dingen aan ons hoofd. Ik herinner me een beving heel vroeg in de ochtend. De kinderen zijn nog op de leeftijd waarop ze graag om half zes aan de dag beginnen. Wij zijn daar niet zo dol op, maar zitten dapper aan het ontbijt. Plots begint de kroonluchter te zwaaien en staan de planten te springen in de vensterbanken. Ik ben gefascineerd en zit doodstil. Er is niets te vergelijken met hoe het voelt als je solide huis ineens om je heen beweegt, in plaats van dat jij er in beweegt. Na een seconde of wat – tien? dertig? – is het huis weer kalm.

Advertentie

Advertentie

‘Nou zeg’, zegt Herman, ‘Hoorde je dat?’ Horen? Ik heb niets gehoord, ik heb alleen vreemde dingen gezien, gevoeld. Ik begin te lachen, kijk naar de scherven van een bloempot op de grond. ‘Alsof er een tank de straat in kwam rijden’, zegt Herman verbaasd. Tijd om een sterke bak koffie te zetten.

16 augustus 2012

Tussen de Stedum-beving en die van Huizinge zijn vier andere bevingen in het gebied met een magnitude van boven de 3.0. Westeremden, Loppersum, Zeerijp en Garrelsweer. De dorpen waar wij in de zomer in volle zon doorheen fietsen met onze kinderen, niets zo mooi als de ruimte, de luchten, de oude Groninger Kerken, en de ijsjes in Loppersum.

Ⓒ Benthe van Aalst

Op 16 augustus zijn we niet thuis. Nadien horen we pas hoe mensen de straat op rennen bij de grote klap. De beving in Huizinge wordt een ommekeer. De gemeente Loppersum wordt ‘het gebied’. Ik vertel aan vrienden in de stad dat ik nu in het epicentrum woon. We nemen schades op; scheurtjes aan de buitenzijde van het huis, scheurtjes die karakteristiek als bliksemschichten boven raampartijen naar boven schieten en zo nog wat zaken. Raar vinden we het eigenlijk wel, dat de veroorzaker van de schade, de NAM, bepaalt hoeveel er wordt vergoed. Het zou wat zijn als je werd aangereden, en de dader zou vervolgens mogen bepalen wat hij je nog geeft voor je total loss voertuig! Het wegpoetsen van deze schades kost rond de zesduizend euro. We doorlopen de procedure en krijgen het vergoed. Echter, dorpsgenoten die op de rand van de wierde wonen hebben meer dan vijfentwintig duizend euro schade. Voor deze vrienden begint een taaie strijd. Een ander huis komt in de stutten om te voorkomen dat de gevel naar beneden komt. Een oplossing voor hen zal jaren duren. Het lijkt erop dat de kruimels snel voor de eendjes worden gegooid, maar een heel brood ineens, dat gaat niet zomaar.

Er is niets te vergelijken met hoe het voelt als je solide huis ineens om je heen beweegt, in plaats van dat jij er in beweegt. 2013

In februari 3.0, in juli 3.2. De fascinatie bij die eerste zelf ervaren beving wordt langzaam maar zeker iets anders. Als een trage implosie roert zich iets in me. Op een dag vraag ik aan een bestuurder in mijn netwerk of het niet eigenlijk zo is dat het de rechtsstaat is die beeft. De overheid is, als vertegenwoordiging van haar burgers, toch ook verantwoordelijk voor hun veiligheid? Het gaat hier immers niet om natuurrampen, maar om bevingen die worden veroorzaakt door menselijk ingrijpen, met als motivatie het voldoen aan energiebehoefte, maar zeker ook het verdienen van geld.

Ik stel mijn vraag, en richt me daarna op mijn koffie, die lauw is geworden tijdens mijn betoog. Hij denkt erover na, en even verwacht ik dat hij ‘nou, nou nou’ zal zeggen. Uiteindelijk zegt hij dat het zo niet zal worden gezien. Zegt dat ook dat je het zo niet moet zien? Ik vind het zelf ook ver gaan. Dat is eigenlijk ook juist het probleem.

Het duurt nog tot februari 2015 voordat het rapport van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid wordt opgeleverd. Daaruit blijkt dat de inwoners van het gebied nooit een factor zijn geweest die handelen rondom gaswinning op wat voor manier dan ook hebben beïnvloed. De samenwerkende partijen, het Ministerie van Economische Zaken, Staatstoezicht op de Mijnen, EBN, NAM, Shell, ExxonMobil, en GasTerra, waren gericht op ‘consensus’. Hoewel de Rijksoverheid verantwoordelijk is voor het publiek belang, was veiligheid ‘van ondergeschikt belang’. De achteloosheid daarvan. Mensen, hun veiligheid – iets dat je even is ontschoten. Maar het College voor de Rechten van de Mens zegt op 15 februari klip-en-klaar: ‘Het is tijd dat de overheid erkent welke mensenrechten in het geding zijn. (…) De staat is verplicht de burger effectief te beschermen in zijn recht op fysieke en psychische gezondheid, zijn recht op veiligheid en de bescherming van zijn woning. Daarnaast spelen ook het recht op adequate huisvesting en leefomstandigheden, bewoonbaarheid van huisvesting en het recht op gezondheid een rol. De overheid is primair verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat deze mensenrechten in Nederland gewaarborgd zijn.’

2014-2015

Herman maakt een wandvullende boekenkast voor de woonkamer in essen en notenhout. Het is een pronkstuk, meer dan vier meter hoog, met een echte bibliotheektrap. We houden een feestje. We lachen dat bij een aardbeving de kast misschien het dak wel stut, en dat het cultuurgoed dat erin staat ons zal behoeden voor die balk op ons hoofd.

Hoewel de Rijksoverheid verantwoordelijk is voor het publiek belang, was veiligheid ‘van ondergeschikt belang’.

Er zijn er nog twee van boven de 3.0, en vele, vele minder zware. Nog steeds proberen we het wat van ons af te laten glijden, zoals Herman zegt: als druppels van een vette eend. ‘Zullen we nu de keuken eens opknappen’, vraagt hij me. Dan blijkt de innerlijke implosie een vorm van gangreen, het vreet langzaam aan hoe ik mijn huis, mijn toekomst zie. Hoe ziet ons gebied en ons dorp er over een aantal jaar uit? Kunnen we dit huis ooit nog verkopen eigenlijk, mochten we dat willen? Hoe valt aan te tonen dat waarde van je bezit daalt? Vragen. We talmen met het opknappen van de keuken.

Meer van dit soort verhalen?
Als je minder onzin leest, heb je meer tijd om zelf na te denken.

2016

We krijgen in het najaar een lichtgewicht schoorsteen, meldt een brief. Een zware op je hoofd bij een beving is immers ongewenst. Het hele dorp is voortdurend gebarricadeerd door groot materieel. Als ik ’s ochtends naar de trein fiets, probeert mijn brein te beredeneren waar meer kans op is: een dode door een klap van een hijskraan of een dode door aardbevingen. Als je door de Hoofdstraat fietst zie je boven vrijwel álle raamkozijnen de bliksemschichten. Ik vloek dat we in een bouwput leven als ik boodschappen wil doen en alweer om moet rijden, omdat de straten zijn afgezet. Het duurt niet lang of de steenstrips op de reeds geïnstalleerde schoorstenen vallen alweer naar beneden. Lachwekkend is het, maar we raken wat door de grappen heen.
Herman koopt een beeldscherm op Marktplaats en gaat het ophalen in de stad. Onze voormalige dorpsgenoot doet open. Hij heeft getekend, zijn bijna ingestorte huis is opgekocht door de NAM. In mei 2016 wordt het gesloopt. Hij wordt in pak gefotografeerd op de puinhopen, door een fotograaf van NRC. In het bijgaande artikel wordt beschreven hoe hij dakloos werd en perioden in de crisisopvang verbleef. Aan Herman vertelt hij dat hij alles probeert te verkopen wat hij nog heeft.

Het duurt niet lang of de steenstrips op de reeds geïnstalleerde schoorstenen vallen alweer naar beneden. Lachwekkend is het, maar we raken wat door de grappen heen. 

De maand erna ga ik uit eten met een vriendin bij een goed restaurant in de stad. Ik ken de dame die ons bedient. Zij was altijd met verve gastvrouw van geweldige diners in ons favoriete restaurant in een buurdorp. Met dezelfde warmte ontfermt ze zich nu over ons menu. ‘Woon je er nog’, vraagt ze ineens als ze mijn wijnglas bijvult. Ik hum wat opgewekts. Zij concentreert zich op het schenken, wendt haar blik af. ‘Wij niet meer hoor, ik durfde het niet meer’, zegt ze dan, en verdwijnt naar de keuken.

Over de lichtgewicht schoorsteen stellen we vragen. Wie is aansprakelijk bij eventuele schade door het aanbrengen van de schoorsteen? Is dat het Centrum Veilig Wonen, of de aannemer? Is het eigenlijk wel goed geregeld? Ken je die mop van de lichtgewicht schoorsteen? Plannen is, net als het nadenken over veiligheid, iets wat moeilijk is voor mensen.

Ⓒ Benthe van Aalst

We ontvangen een brief van de school van de kinderen. Ze krijgen lessen over wat ze moeten doen bij een beving. Onder de tafels kruipen. Onze zoon kan er levendig over vertellen. Ik realiseer me dat mijn kinderen in Delfzijl kunnen zijn bij een zware beving, waar ze op school zitten en dat ik dan in de stad kan zijn, op mijn werk. Ver bij hun tafeltjes vandaan. De brief shockeert me meer dan ik toe wil geven.

Er is eigenlijk ook weer schade, in de keuken, het hart van het huis. We melden. Het duurt lang. Herman doet de procedure. We zijn het niet eens met de analyse van degene die de schade opneemt en het bedrag dat hij denkt dat nodig is. Een tweede expert komt erbij. Die moet weer overleggen met de eerste. Was er ergens een derde? Er is zo’n liedje. ‘Een verhaal… waar niemand op zit te wachten.’ We neuriën dat lied als we het over de procedure hebben gehad, en daarna, als we weer verdergaan met het leven.

2017

Een Onderzoeksraad voor de Veiligheid, rechters, de Raad van State, een stoet aan politici die op de trom slaan. Maar Arjen Lubach piekt in januari 2017 in onze mediacratie, om mij heen vertellen mensen mij ineens hoe erg het is. In aanloop naar de landelijke verkiezingen raak ik tot mijn eigen onthutsing op WhatsApp verwikkeld in een heftige discussie met mijn broer, die zijn opvattingen over de problematiek niet naar mijn zin verwoordt. Dat ik mijn kop in het zand probeer te steken, betekent natuurlijk absoluut niet dat anderen de zaak mogen bagatelliseren.

Het gasbesluit van minister Kamp uit 2016 hield opnieuw onvoldoende rekening met de risico’s voor bewoners. Old habits die hard. Het besluit wordt door de Raad van State in 2017 vernietigd. Maar het vaststellen van een nieuw schadeprotocol komt dit jaar nog niet van de grond. Het wachten is op een nieuwe regering.

Het gaat niet om óf Sint Maarten óf Groningen, het gaat om recht doen aan iedereen in ons koninkrijk.

In de zomer besluiten we het talmen te verlengen; we gaan eerst maar buiten klussen aan een terrasje. Die keuken doen we wel als de procedure rond is. Men zegt dat het Groningen-gasveld tot rust is gekomen. De aardbevingen hangen meestal rond de 1.0- 2.0. Die voel je niet eens altijd. Andere dingen voel je wel. Er zijn meer instanties en er is een Nationaal Coördinator gekomen. Het CWV blijkt winst te maken over de schadeprocedures. Een moderne vorm van VOC-mentaliteit, denk ik bij mezelf.

6 september maakt orkaan Irma Sint Maarten bijna met de grond gelijk. Ik ben aangeslagen als ik het nieuws erover lees en zie. Mensen in acuut levensgevaar, kinderen zonder huis en haard, chaos en verwoesting. Ook in Groningen zijn huizen gesloopt en wordt huizen nog steeds schade toegebracht door gaswinning. Maar het gros van de huizen staat overeind en het geweld van deze natuurramp is onvergelijkbaar met ons probleem. Een juriste zegt in december in de Volkskrant echter dat het onverteerbaar is dat de staat wél 550 miljoen voor Sint Maarten uittrekt en dat Groningen niets krijgt. Ik vind het ver gaan. Ik bevraag mezelf, omdat ik het ver vindt gaan. Talmen, twijfelen, je koffie lauw laten worden… waar sta ik eigenlijk?

De gaswinningsproblematiek in Groningen is anders dan Irma. Hij heeft om te beginnen al geen naam. Hij is ons leven binnengeslopen, maakt langzaam, soms heel langzaam, fundamenten, muren en gevels kapot. Of het nu woonhuizen, bedrijven, historische boerderijen of middeleeuwse kerken en torens zijn, kapot gaan ze.

Langzaam maar zeker. Soms laat hij zich horen met een klap of een trilling, maar veelal is hij een dreigende schaduw, een trage Dementor, onzichtbaar heersend over dit prachtige deel van Nederland. Het gaat niet om óf Sint Maarten óf Groningen, het gaat om recht doen aan iedereen in ons koninkrijk.

Waar eerder de kelder eens in de paar jaar volstroomde, staat er nu zeker een keer per maand water.

In de herfstvakantie knappen we de keuken op. We werken de scheur in het plafond weg, net zoals de andere scheuren. Ik woon hier, ik ben hier, mijn leven is hier. Als het op een klusdag hevig regent loop ik de kelder in om een pak koekjes te halen en slaak een gil. Centimeters water. Waar eerder de kelder eens in de paar jaar volstroomde, staat er nu zeker een keer per maand water. Een scheur in het tegelwerk, wellicht onzichtbare scheuren daar onder. Tussen de klusrommel sta ik op mijn doornatte dure Uggs. Maar wat wordt die keuken mooi.

Ⓒ Benthe van Aalst

Het gaat inmiddels over inspectie van alle woningen in ‘het gebied’. Er zijn informatieavonden. Ook onze woning zal aan de beurt komen, men zegt in 2018. Er wordt gekeken of je huis aardbevingsbestendig is, of je leven niet in gevaar is mocht ‘de grote klap’ komen. In gebiedsjargon is dat er eentje van rond de 5.0. Ik vraag aan Herman of hier blijven wonen betekent dat je het leven van je kinderen riskeert. Herman is stil, zegt dan dat wij geen fijnstof hebben. Ik loop naar buiten, kijk uit over het weiland, adem de schone lucht in, tuur naar de makelaarsree. Als de prijs voor versterking de waarde van je woning overklast, komt sloop van de woning aan de orde. Hoeveel sloop kan een dorp, een gebied verdragen? De taal krijgt meer nieuwe woorden, zoals noodwoning, gebiedscontouren, PGA-kaarten.

Ik stuur maar eens een e-mail naar het Centrum Veilig Wonen, dat onze lichtgewichtschoorsteen zijn eerste afwezigheidsverjaardag gaat vieren. De plaatsing zou zijn op 10 oktober 2016, en het wordt 10 oktober 2017. Net zo snel als Operatie Schoorstenen ons dorp in oorlogsgebied veranderde, werd het ook weer rustig en werd het werk gestaakt. En het wordt november, dan december. Nog steeds geen witte rook.
Ik ben niet opgevoed als activist, maar als polderburger met een diep geloof in democratie en rechtsstaat. Ik ben opgevoed met het idee dat als iets je niet bevalt, je daar niet tegenaan gaat schoppen, maar je inzet voor verandering op een betrokken en zo positief mogelijke manier.

Ik ben niet zozeer bang, maar ik ben wel onzeker over de toekomst. Ik denk niet dat mensen de verlichte, succesvolle alleskunners zijn waar ze weleens voor worden gehouden. Het leven van mensen is vol geklungel, goedbedoelde mislukkingen en oprispingen van irrationaliteit. Juist daarom, en niet ondanks dat, is het goed steeds opnieuw vertrouwen te hebben in medemensen.

Maar, heb je ook weleens zo’n droom gehad, waarin iedereen om je heen onderdeel uitmaakte van een bepaalde realiteit, en jij je daarin wanhopig, misplaatst en onbegrepen voelde? Ik kan je wel vertellen over mijn visie op mensen, ik kan zoeken naar een constructieve blik op de aardbevingsproblematiek, maar waar mensen maar één doel hebben – geld verdienen – zijn het loze woorden, ongehoord. Ik ben op het verkeerde feestje.

8 januari 2018

3.4 op de schaal van Richter in Zeerijp. Tot mijn stomme verbazing schieten, voor het eerst, de tranen me in de ogen als ik het hoor. Ik bel naar huis – de subtiele scheur in het keukenplafond is terug. ‘Maar alleen voor wie het wil zien, hoor’, troost Herman me dapper. De dagen erna delen mensen eindeloos artikelen en filmpjes op social media, met uitroepen als: ‘Wie het nu nog niet begrepen heeft, moet dit maar eens lezen/bekijken!’ Meer dan ooit eerder is er opwinding, woede, en een gevoel van verdriet en moedeloosheid. Het is deze onverwacht zware beving zelf, maar vooral het diepe gevoel ongehoord te zijn. Het zijn de huizen, boerderijen, kerken, maar het is ook de rechtsstaat waar scheuren in schieten in een inmiddels herkenbaar patroon.

Oproepen tot actie volgen. Opnieuw een fakkeltocht. Ik kan daar niet aan denken zonder fobisch voor me te zien hoe je elkaars haar in brand kan steken en aan hoe eng het is om in een menigte boos te zijn. Wat kinderachtig, foeter ik mezelf uit, ik weet immers hoe terecht het is je te laten horen. Irrationeel, ik zei het al, is de mens. Zelfs nu nog probeert mijn brein de zaak te ontnuchteren, in elk geval de vraag te stellen: is het nu écht zo erg? Zou de hele zaak niet binnenkort worden opgelost? Dan worden de tranen een huilbui.

Ik durf misschien niet met een fakkel te lopen. Maar schrijven, dat kan ik wel.

Agmar van Rijn is beleidsmedewerker en projectleider bij de Stichting Oude Groninger Kerken en bestuurslid van Groninger Dorpen. Ze schreef dit stuk op persoonlijke titel. Ze woont in Stedum en schrijft over literatuur op Tzum en De denkende lezer.

Blijf vrij van geest. Sluit je aan bij VN
Als je minder onzin leest, heb je meer tijd om zelf na te denken.

Je hebt drie artikelen gratis kunnen lezen. Verder lezen? Sluit je nu aan.
Je hebt drie artikelen gratis kunnen lezen. Verder lezen? Sluit je nu aan.
Zomeractie: word nu abonnee voor maar 4,99
Toegang tot alle artikelen op vn.nl
Elke dag een allesbepalend verhaal
Direct in je mailbox of via WhatsApp
Maandelijks opzegbaar
Tijdelijk van 6,99 voor 4,99 per maand
Om onze journalistiek te beschermen kun je Vrij Nederland niet incognito lezen.
Om onze journalistiek te beschermen kun je Vrij Nederland niet incognito lezen.
Zomeractie: word nu abonnee voor maar 4,99
Toegang tot alle artikelen op vn.nl
Elke dag een allesbepalend verhaal
Direct in je mailbox of via WhatsApp
Maandelijks opzegbaar
Tijdelijk van 6,99 voor 4,99 per maand
Je hebt drie artikelen gratis kunnen lezen - en we zien dat je graag verder leest. Leuk!
Je hebt drie artikelen gratis kunnen lezen - en we zien dat je graag verder leest. Leuk!
Zomeractie: word nu abonnee voor maar 4,99
Toegang tot alle artikelen op vn.nl
Elke dag een allesbepalend verhaal
Direct in je mailbox of via WhatsApp
Maandelijks opzegbaar
Tijdelijk van 6,99 voor 4,99 per maand