Zijn de Baltische staten de volgende slachtoffers van Poetins geopolitieke vraatzucht? Schrijver Pieter Waterdrinker ziet het nog niet, maar denkt aan de Berlijnse kunstenaars in de jaren dertig (‘Wilkommen, bienvenue, welcome!’) en reisde af naar Letland.

Op een ochtend laat in mei, terwijl het eerste populierenpluis rond mijn Moskouse flatje sneeuwde, bekeek ik de koppen van de kranten, de prints van nieuwswebsites en andere internetportalen die ik om me heen had verzameld.
– Amerikaanse bevelhebber waarschuwt: Moskou bereidt zich voor op Atlantische duikbotenoorlog.
– Defensieminister Sergej Sjoigoe: Rusland gaat troepen aan zijn westgrens versterken.
– NAVO-chef Stoltenberger: Grote legeroefening in Oostzee. Vier bataljons op weg naar Baltische Staten.

Na de opstand op de Maidan in Kiev tweeënhalf jaar geleden, de annexatie van de Krim, de hybride oorlog in Oost-Oekraïne (waar troepen van Kiev aan de ene kant, separatistische rebellen en Russische militairen in vermomming aan de andere kant inmiddels tienduizend mensen het graf in hebben gejaagd) lijkt het opnieuw menens in Europa. Een Koude Oorlog 2.0 werpt met zijn roofvogelkop een zwarte schaduw uit over het oude continent. ‘Als Poetin niet wordt gestopt, dan zal het Russische leger optrekken naar de Poolse en zelfs de Duitse grens,’ waarschuwde de Oekraïense pilote Nadja Savtsjenko, kort nadat ze dit voorjaar na twee jaar Russische cel werd vrijgelaten.

Een redacteur van dit blad benaderde me. ‘Volgens Ko Colijn is daar een Krimscenario mogelijk,’ liet hij me weten, zinspelend op het Balticum (Estland, Letland en Litouwen), dat nu als een boterzacht kadetje klaar zou liggen voor Poetins geopolitieke vraatzucht. ‘Wat denk jij?’
Ik wist het eerlijk gezegd niet; soms dacht ik aan al die schrijvers, correspondenten, diplomaten, spionnen en waarnemers die in het Berlijn van de jaren dertig, genietend van de nachtclubs (‘Wilkommen, bienvenue, welcome!’) de decadentie en de hyperinflatie, de catastrofe toch niet zagen aankomen. Was ik, ofschoon al twintig jaar woonachtig in Moskou, een verre nakomeling van hen? Ziende blind?

Het beeld dat – grosso modo – in het Westen van Rusland bestaat, is dit: een cynische autocratie die steeds cynischer wordt. Op het wrede, dictatoriale af. Een door de westerse sancties in een hoek gedreven roofdier. Onvoorspelbaar; levensgevaarlijk. De laatste vrije pers wordt gekneveld; door de economische crisis verpaupert het volk in rap tempo. Intussen voert het Kremlin de binnenlandse repressie op. En is het bezig aan een militaire opbouw van het land zonder weerga. Revanchisme & patriottisme & oorlogstaal: de aloude Europese heilige drie-eenheid van de ondergang is weer terug.

Maar was dat juist niet het verneukeratieve? Toonde het Berlijn van het interbellum niet ook dergelijke doodnormale taferelen?Maar als ik van mijn divan opstond, met een trage Oblomov-schim op de witte muur, en ik naar buiten ging, zag ik een geheel ander Rusland. De economie is ruim tien procent gekelderd, zeker. Er is veel stille armoede – net als in Nederland. Vooral in de onmetelijke provincie. Maar de winkelcentra, de restaurants zijn nog steeds overvol. Dure auto’s vlieden in stromen over straat. Pas geslaagde scholieren scharen zich verliefd rond de spuitende fontein in het Gorkipark, vol geloof in de toekomst. Er wordt gelachen. Iedereen is goed gekleed. Modieus.

Maar was dat juist niet het verneukeratieve? Toonde het Berlijn van het interbellum niet ook dergelijke doodnormale taferelen? Was de in het nauw gedreven kleptocratenkliek in het Kremlin onder leiding van Vladimir Poetin er niet op uit de wereld in het verderf te storen?
Niet alleen volgens Savtsjenko, ook volgens de NAVO bestaat dat gevaar welzeker. Na een reeks incidenten (‘provocaties’) van Russische straaljagers met Europese en Amerikaanse marineschepen in de Oostzee, waarbij het maar ternauwernood goed ging, is de voormalige NAVO-commandant sir Alexander Richard Shirreff er duidelijk over: Rusland is van plan zowel een landbrug naar de Krim te forceren als om de Baltische landen binnen te vallen. In mei 2017 zou Letland volgens de illustere Brit als eerste aan de beurt zijn. Gezien artikel 5 van het NAVO-handvest (‘een aanval op één is een aanval op allen’) zou dat de facto neerkomen op een nieuwe wereldoorlog.

Agressieve retoriek

Intussen zitten met name de Polen niet stil. Minister van Defensie, Antoni Macierewicz, kondigde vorige maand de oprichting aan van een paramilitaire organisatie, een strijdmacht van 35.000 man die het reguliere leger moet versterken. Als antwoord op het mogelijke ontketenen van een ‘hybride oorlog’ in Polen, naar analogie van die in Oost-Oekraïne en op de Krim.

Eind juni, op de dag dat Moskou herdacht dat nazi-Duitsland 75 jaar geleden de Sovjet-Unie binnenviel, kwam Vladimir Poetin met een antwoord en liet hij weten zijn militaire paraatheid verder te verhogen. Volgens de Kremlinleider is de NAVO doof voor zijn oproep om te komen tot een collectief veiligheidssysteem dat niet langer in militaire blokken is verdeeld. ‘Maar in plaats daarvan is de NAVO zijn agressieve retoriek en acties vlak bij onze grens aan het opvoeren.’

Na de annexatie van de Krim twee jaar geleden en de Russische inmenging in Oost-Oekraïne, groeide in Polen en de Baltische landen (die grote Russische minderheden hebben) de vrees voor eenzelfde inval-scenario. Hoewel de landen lid zijn van de NAVO, was de roep uit Polen en de Baltische landen voor extra NAVO-ondersteuning groot. Intussen stelt de Amerikaanse generaal Ben Hodges in het Duitse weekblad Die Zeit dat de Baltische landen, in het geval van een aanval door Rusland, door de NAVO eigenlijk niet te verdedigen zijn. ‘Rusland kan de Baltische Staten sneller veroveren dan dat wij er zijn om ze te verdedigen.’

‘Nou, wat denk jij ervan?’ Ik bekeek het bericht van de VN-redacteur opnieuw. ‘Over dat Krim-scenario?’

Ik besloot naar Letland af te reizen, naar Riga, naar het mogelijke volgende strijdtoneel.
Vanaf Moskou maar vijf kwartier vliegen.

22 juni, Poetin en Medvedev na de ceremonie bij het graf van de Onbekende Soldaat. Foto: Aleksey Nikolskyi/Sputnik/HH
Russische onderzeeërs

Het strategisch gelegen Zweedse eiland Gotland zou gelden als de hoofdprijs. En waren juist niet daar, voor de Zweedse kust, de afgelopen jaren Russische onderzeeërs heimelijk actief geweest? Steeds meer Zweden en Finnen willen dan ook het liefst in de veilige omarming van het Atlantische Bondgenootschap wegvluchten.

‘Maar in hoeverre wordt de militaire dreiging vanuit Rusland hier in Letland gevoeld?’ vraag ik een diplomaat. ‘In hoeverre is die reëel?’ De diplomaat: ‘Bij de NAVO-top in Wales twee jaar geleden werd besloten om, als reactie op Ruslands optreden op de Krim, hier in het Balticum zichtbare legeroefeningen te houden. Dat was een principebesluit. Er werden overal NAVO-kantoortjes geopend. Binnenkort worden hier vierduizend NAVO-troepen gelegerd. Een paar bataljons. Ter afschrikking. Om de Russen een signaal te geven. We noemen het permanent rotational presence.’

‘Poetin,’ zeg ik, ‘heeft meermaals verklaard niet te blijven stilzitten als etnische Russen, waar dan ook ter wereld, in zijn ogen worden vernederd en achtergesteld. Volgens het officiële doemscenario zou het Kremlin de Russischtalige minderheid in het Balticum desnoods te hulp kunnen komen. Net als destijds op de Krim en in Oost-Oekraïne.’
De diplomaat: ‘Ja, zo is het.’
‘Maar,’ vraag ik, ‘in hoeverre vormt die achterstelling van de etnische Russen hier werkelijk een potentiële casus belli voor Moskou?’
De diplomaat: ‘Zo’n kleine tweehonderdduizend van de half miljoen etnische Russen, een kwart van de bevolking, zijn in Letland stateloos. Non-resident. In Estland ligt dat op honderdduizend. Ze hebben actief noch passief kiesrecht. Een speciaal paspoort. Dat levert zekere spanningen op, maar geen werkelijk grote spanningen. Militaire bondgenootschappen hebben dikwijls andere overwegingen dan reële dreigingen.’
Ik: ‘Wordt de spanning tussen het Westen en Moskou door het huidige militaire NAVO-machtsvertoon niet nodeloos verder opgedreven?’
De diplomaat: ‘Nee, helemaal niet.’
Maar een andere diplomaat zegt later op de avond, fluisterend bij een glas Chileense witte wijn en een eendenbout: ‘Dat zou best wel eens kunnen. We spelen hier met vuur.’

Zwarte handel

Warme ochtend, Baltisch ontbijt. Roggenbrood, vette vleeswaren, vis. Het centrum van het charmante Riga, met zijn torenspitsen, kinderhoofdjes en Jugendstilgevels, bezit stilaan de grootste terrasdichtheid van Europa. Ik was hier reeds in de USSR; vlak voor de onafhankelijkheid in 1991 van Moskou. De portretten van Lenin en Marx grauwden nog huizenhoog aan de gevels. Ook de Letten kenden in de jaren tachtig defitsiti: tekorten aan vrijwel alles. Van ondergoed tot tandpasta en filterkoffie. Een walhalla voor de zwarte handel. Toch was het altijd al ‘het voorportaal van Europa’: omdat Sovjet-filmregisseurs en acteurs dikwijls de USSR niet mochten verlaten, werden films die zich afspeelden in Parijs in de straten van Riga opgenomen.

Het is deze taal die de huidige NAVO-koers moet rechtvaardigen. Het Balticum, met Letland als epicentrum, als mogelijke tijdbom.Op de plek tegenover de Dom met zijn beroemde kerkorgel, waar men in 1989 illegaal D-Marken kon wisselen voor roebels (en waar hoertjes door kerels in leren jassen uit de portieken naar voren werden geduwd, als op een markt luid de prijs in dollars verkondigend) staan nu Letse studenten met glazen bier in hun handen. Net als in Amsterdam, Londen of Gent. Blakend van zelfvertrouwen; van welvaart. De zegeningen van Brussel hebben tot dusver een gemiddeld Lets inkomen van 730 euro gebracht, maar een kwart van de economie is nog altijd zwart.

‘En vergeet niet dat er honderdduizenden Letten elders in Europa werken, vooral in Engeland en in Ierland,’ zegt de veertiger Janis Ledanus, een bleekhuidige Let, vastgoedonder-nemer annex investeerder die ik ontmoet. ‘Miljarden euro’s worden ieder jaar naar huis gezonden. We zijn welvarender dan menigeen denkt. Soms kom ik buitenlanders tegen die denken nog steeds: Letland, Oostblok, yes! Dat wordt lekker goedkoop neuken. Maar die komen bedrogen uit.’

Twee jaar geleden, vlak na de annexatie van de Krim, sprak ik in Riga de vicevoorzitter van de Letse Russische Bond, Miroslav Mitrofanov. Volgens hem bedreven zowel de Letse regering als de Brusselse bureaucraten al bijna een kwart eeuw een ‘racistische’ politiek jegens de stateloze etnische Russen. Velen van hen waren te oud om nog voldoende Lets te kunnen leren voor het inburgeringsexamen. Bovendien waren ze niet bereid toe te geven dat het Sovjetleger, waarin hun grootouders dikwijls waren gesneuveld, feitelijk een bezettingsmacht was geweest. Ze voelden zich gediscrimineerd.

‘Als Europa doof blijft voor de Russische grijze paspoorthouders en de achterstelling van de Russische taal hier,’ profeteerde Mitrofanov met een onaangename kopstem, ‘dan sluit ik een Krim-scenario in Letland niet uit.’ Het is deze taal die de huidige NAVO-koers moet rechtvaardigen. Het Balticum, met Letland als epicentrum, als mogelijke tijdbom. En Poetin als agressor.

‘U weet toch dat hier ieder jaar oud-SS’ers door de straten marcheren?’ Foto: Roman Koksarov/AFP/ANP
Vijfde colonne

In juni zond het bondgenootschap voor een manoeuvre 31.000 militairen via Polen naar de Baltische landen, terwijl het even verderop voor de Finse kust een extra oefening op zee hield. Dat maar liefst veertienduizend Amerikanen aan deze grootste NAVO-operatie sinds 1990 onder de naam Anakonda meededen, vlak langs Ruslands grenzen, dreef het Kremlin tot stille woede. ‘De wereld kent onze bezwaren tegen het verschuiven van de NAVO-grenzen,’ was het ingehouden commentaar van Sergej Lavrov, de Russische minister van Buitenlandse Zaken. ‘Maar wij zullen tegen deze vijandige stappen onze maatregelen nemen.’

Ik probeer Mitrofanov, benieuwd wat hij als voorman van de Russische diaspora van het recente NAVO-geronk vindt, te bereiken. Niemand van de organisatie neemt op. Als ik eindelijk iemand aan de lijn krijg, klinkt het morose: ‘We spreken niet meer met de westerse pers. Wij hebben leergeld betaald. Alles wordt verdraaid.’

De Russischtalige burgemeester van Riga, de 39-jarige Nils Ušakov, zou intense contracten onderhouden met zowel de Russische ambassade in Riga als met Poetins politieke vehikel, de partij Verenigd Rusland. Volgens sommige Letse nationalisten is hij heimelijk de voorman van een vijfde colonne. Maar Janis Ledanus, mijn Letse zakenman, gooit zijn hoofd als een concertpianist naar achteren. ‘Vijfde colonne? Ha, ha! Wat een onzin! De burgemeester heeft hechte banden met het zakenleven. Dat weet iedereen. De corruptie is nog altijd enorm. Zakenleven en politiek zijn hier tien handen op één buik. En Brussel is naïef. Maar een vijfde colonne? Onzin! Ušakov hekelt inderdaad de westerse sancties tegen Rusland. Maar hij heeft zich openlijk verklaard tégen de annexatie van de Krim.’

De gruwelen van de geschiedenis blijken in veler hoofden nog altijd aanwezig; zowel in zwart-wit als in technicolor.Aangebrande pap

Gevraagd naar de huidige spanningen tussen de Letten en de etnische Russen, die op een dag zodanig zouden kunnen ontaarden dat Poetin tussenbeide komt – kern van de officiële angstboodschap die de NAVO hanteert – gaat het hoofd wederom achterover. ‘Dat zijn allemaal maar praatjes van politici! Aangebrande pap die opnieuw wordt opgewarmd! Veel Letse politici willen in Brussel een wit voetje halen. Zie jij hier in dit land spanningen? Die zogeheten statelozen zijn eigenlijk beter af: ze kunnen met hun paspoort zonder visum zowel binnen Europa als naar Rusland reizen. En Poetin is niet gek. Hij weet dat een aanval de ondergang betekent. De oudere generaties Letten en Russen koesteren nog zekere ressentimenten. Over de Tweede Wereldoorlog, over de Sovjetbezetting. De jeugd is dat allemaal allang vergeten.’

Maar een week later – na eindeloze gesprekken met zowel etnische Letten als Russen – ben ik daarvan niet overtuigd. Integendeel. De gruwelen van de geschiedenis blijken in veler hoofden nog altijd aanwezig; zowel in zwart-wit als in technicolor. De oudere geschiedenis en de contemporaine gaan osmotisch in elkaar over. En de interpretatie daarvan is bij veel Letten anders dan bij veel Russische Letten.

In de dierentuin van Riga, een zonbespikkeld paradijs tussen de woudreuzen, spreek ik bij het giraffenverblijf Liva Waldheime. Donkerharig, begin twintig, danseres. Zojuist was ze voor een paar optredens in Rome. Ze is politiek actief en meer dan bezorgd. ‘Ik ben hier in Riga geboren, maar spreek geen woord Russisch. Alleen maar Lets. Ik ga ook bijna helemaal niet met Russen om. Mijn vrienden evenmin. Veel Russischtaligen leven in een andere wereld.’
‘In een andere wereld?’
‘Ze wonen hier, ze zijn hier vaak ook geboren. Maar terwijl wij ons richten op Europa, op de waarden van het Westen, is het gros van hen mentaal nog volkomen afgestemd op Rusland. Ook de jongeren. In de stad Daugavpils vlakbij de Russische grens, waar zes op de tien inwoners Russisch is, is dat het ergst. Ze reizen zich intussen kapot, maar vinden Poetin niettemin een held. Ze lijken wel gehersenspoeld door de propaganda van de Russische staats-tv. Of ik voor een sterkere NAVO hier in Letland ben? Jazeker. Wat er op de Krim en in Oost-Oekraïne is gebeurd, kan zich hier zomaar herhalen.’

De bejaarde Rus in het trammetje naast me, waarmee ik even later terugga naar mijn hotel, zegt: ‘Letten zijn arrogant, ze kijken op ons neer. U weet toch dat hier ieder jaar oud-SS’ers door de straten marcheren? Mijn grootvader strompelde zijn leven lang op krukken nadat hij Letland van het nazi-juk had bevrijd. Hij werd als arme boerenzoon in de Oeral door Stalin opgeroepen voor het Rode leger. Zijn linkeronderbeen was een homp willoos vlees. Waar is de dankbaarheid? In plaats daarvan worden we telkens weer geschoffeerd. Ik ben hier geboren, ik voel me Let. Maar tegelijkertijd ben ik ook Rus. We houden van Poetin. Hij is de enige die het tegen de Amerikanen, die al jarenlang overal in de wereld zitten te stoken, durft op te nemen.’

Bürgertum

Het Balticum werd door de eeuwen heen overheerst door Teutoonse ridders, Polen, Zweden, Denen en Russen. Na de catastrofe van de Eerste Wereldoorlog kregen Litouwen, Letland en Estland in 1918 hun onafhankelijkheid. Het was de tijd waarin de grootvader van Alexander Münninghoff, zoals beschreven in zijn fenomenale kroniek De stamhouder, in Riga als Nederlandse ondernemer in ijltempo een groot kapitaal maakte. De Jugendstilhuizen in de gelijknamige wijk in Riga getuigen nog steeds van een genoeglijk Midden-Europees Bürgertum, met koffiehuizen en sudderende welvaart. Het leven was er goed.

Totdat Stalin en Hitler in 1939 met de geheime protocollen bij het Molotov Ribbentrop-pact het Balticum en Polen opdeelden. Op 17 juni 1940 viel het Rode Leger Letland massaal binnen; zestigduizend Duitsers, een groot deel van de culturele en handelselite die hier eeuwenlang had gewoond, mochten heim ins Reich, nestelden zich grotendeels in het pas geannexeerde Polen. Met een mokerslag sloeg de Stalin-terreur terstond toe: tienduizenden Letten – mannen, vrouwen, kinderen – werden als ‘anti-Sovjet-elementen’ afgevoerd naar de werkkampen in Siberië.

Een zestiger met een kalfsgezicht, die aandachtig naar het Duits van de gids heeft staan luisteren, komt tot leven. Hij zet zijn zomerhoedje af; zijn wangen lillen.‘Onze hele economische, culturele en bestuurlijke elite, schrijvers, politici, intellectuelen en zakenlieden, werd in een paar maanden tijd door de Russen vermoord,’ zegt Amalia Bruvere, een 24-jarige journaliste die als gids in het museum wat bijverdient. ‘Kijk eens naar de wreedheden!’ Ze wijst op een vitrinekast met zwart-witfoto’s van mensen die in goederentreinen worden afgevoerd; een Russische holocaust. Schriftjes met getuigenissen van slachtoffers; kruimels zwart brood als bewijs voor het dagelijkse weghongerrantsoen. ‘Ze hebben zich gedragen als beesten. Dit mogen we nooit vergeten.’

Een zestiger met een kalfsgezicht, die aandachtig naar het Duits van de gids heeft staan luisteren, komt tot leven. Hij zet zijn zomerhoedje af; zijn wangen lillen. Hij blijkt een Rus uit Moskou; als toerist is hij een paar dagen in de stad. ‘Wat is dit voor smerige propaganda! Waarom stellen jullie hier de Russen als monsters voor?’
‘Heeft Stalin ons Letten dan niet massaal gedeporteerd en vermoord?’ gaat de tengere gids er fel tegenin.
‘Ja, maar wij Russen werden door Stalin óók weggevoerd.’ Het Duits van de Rus heeft een karikaturaal Slavisch accent. ‘Wij waren óók slachtoffers van Stalin! Mijn familie is eveneens door hem maar de kampen gevoerd! En laten we de nazi’s niet vergeten!’
‘Inderdaad, jullie hebben ons bevrijd!’ geeft de gids toe, schuifelend op haar witte gympen. ‘Maar daarna zijn jullie hier als bezetters bijna een halve eeuw gebleven!’
Het Duits van de Rus blijkt voor een verdere woordenwisseling niet toereikend; over de wenteltap druipt hij vloekend naar beneden af.
‘Dit gebeurt hier wel vaker,’ zegt Amalia Bruvere droogjes. ‘Maar er komen hier ook Russische intellectuelen. Die begrijpen alles meteen.’

De nazi’s worden in het Museum van de Occupatie niet vergeten. Toen het Sovjetbestuur in 1941 amper was gevestigd, viel Hitler het land binnen. Sommige Letten zagen de nazi’s als bevrijders. Natuurlijk werden de Joden als eerste beschuldigd van massale collaboratie met de Sovjets; vrijwel alle zeventigduizend Letse joden werden vernietigd. Drie jaar later, in juli 1944, keerde het zegevierende Rode Leger wederom in Letland terug. Om er vervolgens, na een kille kolonisatiepolitiek, tot 1991 te blijven.

‘Een derde van onze bevolking hebben we de vorige eeuw verloren,’ herneemt Amalia Bruvere. ‘Mijn familie wist te vluchten naar Munster. Daar ben ik geboren. Vandaar mijn Duits. Maar het kan ieder moment weer gebeuren. Ieder moment. Ik ben net zo bang voor de neo-nationalisten in Duitsland als voor het regime van Poetin.’

Ons leven ís als een roman

‘Wat komt u precies doen?’ gromt Ivan Kolpakov, adjunct-hoofdredacteur van Meduza, door de telefoon.
‘Ik zou graag willen weten wat u vindt van de huidige verhouding tussen Rusland, de Baltische landen en de NAVO. En over jullie journalistieke activiteiten natuurlijk.’
‘Van wie heeft u mijn mobiele nummer?’
‘Van een wederzijdse vriend.’
‘Van welke vriend?’
Ik noem de naam.
‘Oké, we zitten in de Krisjana Valdemarastraat, gewoon in een woonhuis, een granieten pand, op de tweede verdieping. Naast een drankwinkel. U ziet het zo. In het portiek drukken op nummer 1.’
‘Het lijkt wel een gesprek als in een roman.’
‘Ons leven is als een roman.’
Twintigers en dertigers zitten in huiskamers achter computers op schragen onder het gebarsten sierstucwerk op de hoge plafonds. Fietsen staan in de gang. Met hun (vaak uiterst kritische) kwaliteitstukken bereikt dit clubje journalisten vanuit hier 4,3 miljoen unieke bezoekers per maand. Ze worden van de Verenigde Staten, Parijs, de Baltische landen tot Moskou en ver in Siberië gelezen.

In de keuken wordt ik begroet door oprichtster Galina Timchenko (54). We nemen samen met adjunct-hoofdredacteur Kolpakov plaats aan de keukentafel, de klassieke plek van Russische dissidenten. ‘Twee jaar geleden leek mijn leven even voorbij,’ steekt Timchenko meteen van wal. ‘Ik dacht dat het Kremlin me klein had gekregen.’

Tot maart 2014 was de Russin hoofd van Lenta.ru, Ruslands grootste nieuwssite. Totdat ze op een ochtend vanwege de kritische berichtgeving over het conflict Oekraïne en de annexatie van de Krim werd ontslagen. Haar baas, de oligarch Alexander Mamoet, had van het Kremlin een seintje gekregen dat het genoeg was.

‘We hebben toen besloten Rusland te verlaten, omdat onafhankelijke journalistiek daar niet langer mogelijk is,’ zegt Kolpakov, een vriendelijke, biljartbalkale dertiger. ‘De meesten die hier werken zijn met ons meegegaan.’

Velen bij Meduza vrezen dat het Kremlin de site op een dag op zwart zet. Over Poetin en zijn vermeende groot-Russische gedachte, die mogelijk op een dag het Balticum kan treffen, is Timchenko eenduidig. ‘Van Poetin valt alles te verwachten; het land is ten prooi aan een rigide vorm van nationalisme. Ik vrees dat we nog vele jaren met hem zitten opgescheept. Alles in Rusland is gericht op het behoud van zijn macht. Alle scenario’s zijn dan ook mogelijk, alle…’

Mentale scheidslijn

Maar een mogelijke aanval van het Kremlin op het Balticum? Op Polen? Ook Nederland bereidt zich voor. Minister Jeanine Hennis van Defensie heeft aangekondigd enkele tientallen landmachtmilitairen, als onderdeel van een Duits-Nederlands bataljon, naar Litouwen te sturen. In Joermala, de badplaats tussen de geurige pijnboombossen op twintig minuten rijden van Riga, lijkt niets aan de hand. Terwijl in de verte op zee de schimmen te zien zijn van oefenende NAVO-oorlogsschepen, zitten Letten en Russen op het strand vredig bij elkaar. Het gros schakelt moeiteloos over van de ene taal op de andere. Er loopt een mentale scheidslijn tussen de twee bevolkingsgroepen – door de geschiedenis, door verschillende visies op de toekomst – maar in het dagelijkse leven is er amper iets van te merken.
‘Een mogelijke aanval van Poetin op Letland?’ schatert Vladislav Kozyrev, een in Daugavpils geboren etnisch Russische jurist van veertig, gulzig aan het bier. ‘Weet je wat het is? Rusland kent zijn propaganda, maar het Westen ook. Het is je reinste opklopperij. Ja, we houden van Poetin. Maar we willen helemaal niet bij Rusland horen, zoals de bewoners op de Krim. We zitten goed in de EU. ‘

De Letse geschiedenis wordt getekend door een nachtmerrie aan vluchtelingenstromen. Maar kennelijk laat dat iedereen koud.‘Precies,’ valt zijn Letse vriend Alfons Krup bij, internationaal houthandelaar. ‘Hier is alles kalm. Helemaal niets aan de hand. Ik doe veel zaken met Rusland. En ik doe veel zaken met Europa. U moet die politici en NAVO-bonzen niet zomaar geloven. Opruiers!’
Het liefst willen de twee vrienden praten over het fenomeen dat de meeste Letten, van welke oorsprong dan ook, het meest bezighoudt en verbindt: het fenomeen van de vluchtelingen, de buitenlanders.

‘Gelukkig houdt onze regering hier de boel schoon!’ meldt Vladislav Kozyrev. ‘We zijn bij de Europese Unie gegaan voor een hogere welvaart, om vrij te kunnen reizen en niet…’
‘… en niet om die troep uit Afrika en uit het Midden-Oosten hier op te nemen,’ vult Alfons Krup meteen aan. ‘De regeringen in Duitsland en Frankrijk luisteren niet meer naar het volk. Die van ons op dat punt gelukkig wel. Wij willen hier geen vreemdelingen, wij zijn vol.’

In Letland, anderhalf keer groter dan Nederland, met krap twee miljoen inwoners, hoor je deze taal overal. Xenofobie op grote schaal; cynisch, keihard. De Letse geschiedenis wordt getekend door een nachtmerrie aan vluchtelingenstromen. Maar kennelijk laat dat iedereen koud.
‘Apen, het zijn luie apen.’ preciseert Vladislav Kozyrev dan, over het handjevol vluchtelingen dat in Letland asiel heeft aangevraagd. ‘Eigenlijk heeft Europa mensen nodig als Poetin. Mannen die opkomen voor het eigen volk.’
Zijn Letse vriend is het in alles met hem eens.

VS-soldaten in Daugavpils, Letland. Foto: INTS Kalnins/Reuters/HH
Leger van leem

Op mijn hotelbaddoek liggend op het strand, de zon brandend op mijn rug, mijmer ik even later over mijn eigen ervaringen met het Russische leger. Tsjetsjenië destijds was zowel tactisch als strategisch een ramp. Ook gedurende de Blitzkrieg van 2008 tegen Georgië begingen de Russische militairen op het slagveld de ene blunder na de ander. De operatie Krim werd snel en efficiënt uitgevoerd. Maar in Oost-Oekraïne maakten de als rebellen uitgedoste Russen er weer een puinhoop van. Ja, het Russische leger is groot. Ze hebben kernkoppen, te land, ter zee en in de lucht. Maar zijn ze überhaupt wel in staat om pakweg Polen of een Baltisch land in te nemen?

Zelden ga ik op reis zonder stemmen die mij mogelijk kunnen helpen, inzicht geven. Ik bladerde in de herinneringen van de dichteres en de chroniqueur van de Russische revolutie, Zinaida Hippius. En las: ‘Tot vandaag de dag koestert de wereld nog steeds angst voor het Rode Leger, de angst voor de enorme drommen. Hoe komt het toch dat ze niet begrijpen dat dit leger van leem is en niet van ijzer, dat het een horde geïntimideerde onwetende slaven is, dat met de machinegeweer in de rug oprukt, louter door angst geregeerd?’
Hippius schreef het op 19 december 1939, nadat ze bijna twintig haar eerder uit Sint-Petersburg was gevlucht naar Parijs. Maar waren haar woorden niet angstig actueel? Liepen we in West-Europa niet aan achter het NAVO-vaandel der bangmakerij? Speelden de NAVO-landen, die het afgelopen jaar 253 miljard dollar aan Defensie uitgaven, tegen Rusland een zielige zestig miljard, geen goede sier met de angst voor de drommen? Of moeten we afgaan op en handelen naar de woorden van de NAVO-bazen en vrouwen als Savtsjenko? De apen-uitspraak van die Rus op het strand beangstigde me eigenlijk veel meer.

Pieter Waterdrinker is schrijver te Moskou. Zijn jongste roman ‘Poubelle’ verscheen dit voorjaar bij Nijgh & Van Ditmar.