Het is, als je even doordenkt, helemaal niet zo vreemd dat er iemand heeft gelekt uit de Commissie Stiekem. Het is zelfs goed voor de democratie.

Enorme opwinding op het Binnenhof vandaag. Gaan er koppen rollen van prominente fractievoorzitters? Is het Pechtold, Samsom of Zijlstra? Het presidium van de Tweede Kamer vergaderde achter gesloten deuren drie uur lang over de conclusies van het openbaar ministerie: er zijn aanwijzingen dat ‘een of meer’ leden van de Commissie Stiekem in februari 2014 uit de school heeft geklapt over de afluisterperikelen waar minister Plasterk in verzeild was geraakt. Het presidium besloot een commissie in te stellen om nader onderzoek te doen. De teleurstelling was voelbaar.

Zoals gebruikelijk is het op het Binnenhof eerst de buitenkant. Maar achter de heisa gaat iets veel fundamentelers schuil. Hoe houdt een democratische rechtsstaat geheime diensten in het gareel? Hoe kan worden voorkomen dat AIVD en MIVD stiekem dingen uitspoken die we met zijn allen niet willen. Van diverse kanten wordt aangedrongen op scherpere controle door een onafhankelijke toezichthouder.

Maar het kabinet kiest een andere route. En daar is op zichzelf wel iets voor te zeggen: in Nederland is de gekozen volksvertegenwoordiging het allerhoogste orgaan. Dus wil Plasterk bij het toezicht op geheime diensten niet door rechters en onafhankelijke toezichthouders voor de voeten gelopen worden. Ook als de toezichthouder kritiek heeft op handelingen van de AIVD, de minister bepaalt of de dienst daarmee doorgaat.

En om het plaatje compleet te maken: over dergelijke beslissingen legt hij verantwoording af aan de Commissie Stiekem, waarin alle fractievoorzitters van de Tweede Kamer zitten. En alleen daar. Die commissie moet in vertrouwen over het handelen van de geheime dienst kunnen oordelen. Oordelen, omdat minister en dienst in een democratie uiteindelijk moeten doen wat het volk wil. En in vertrouwen omdat ‘staatsgeheimen’ niet openbaar gemaakt mogen worden.

En daar wringt de schoen. Want een minister moet dan opstappen zonder dat de buitenwereld mag weten waarom.

Op zich een helder uitgangspunt. Alleen is de grote vraag dan nog: wat te doen bij een conflict tussen minister en Kamer? Wat als minister en Commissie Stiekem het niet eens zijn? In het uiterste geval, zo redeneert het kabinet, moeten de fractievoorzitters het vertrouwen in de minister kunnen opzeggen.

En daar wringt de schoen. Want een minister – en misschien wel een heel kabinet – moet dan opstappen zonder dat de buitenwereld mag weten waarom. De Commissie Stiekem is immers geheim. Maar dat zou uit democratisch oogpunt ook onverkwikkelijk zijn. Waarop zou de kiezer zijn keuze dan moeten baseren, wie zou hij waarop moeten afrekenen?

Vandaar dat voorzichtig lekken uit de Commissie Stiekem naar betrouwbare journalisten onvermijdelijk en zelfs soms noodzakelijk is. Geen informatie die operaties van de AIVD en daarmee mensenlevens in gevaar brengt natuurlijk. Maar wel – zoals hier – als het gaat om betrekkelijk onschuldige dingen als: heeft de minister de Kamer nu wel of niet ingelicht over het vergaren van 1,8 miljoen belgegevens? Het is het werk van de parlementaire pers om daarover te berichten, ook als uitvloeisel van de opdracht van de media om te functioneren als ‘waakhond van de democratie’. Ook klokkenluiders verstrekken belangrijke vertrouwelijke informatie aan media om misstanden aan de kaak te stellen.

Lekken kan in de democratische rechtsstaat dus ook heel heilzaam zijn. En als u als volksvertegenwoordiger of fractievoorzitter nu niet weet waar u moet zijn: mail dan gewoon naar [email protected]. Al uw correspondentie zal vertrouwelijk behandeld worden.