Hij is de op een na beroemdste zoon uit de kunstgeschiedenis, maar het is niet bekend wat Titus van Rijn daar zelf van vond. Vast saai om urenlang te poseren achter een lessenaar, of model te staan in een soort hoodie omdat je vader je per se als monnik wil schilderen. Daar stond tegenover dat hij de kunst kon afkijken en later, als jonge kunsthandelaar, zijn vaders werk aan de man mocht brengen.

Ruim drieënhalve eeuw later is er meer aandacht voor het model. Voor het fotoboek Zoon van fotograaf Koos Breukel werd Casper, de zoon in kwestie, zelfs uitgebreid geïnterviewd. Terecht, het is tenslotte zíjn jeugd die we hier zien, door de lens van zijn vader. Sommige foto’s hingen eerder op de expositie die Breukel samenstelde uit de familiealbums die zijn moeder Riet, een verwoed amateurfotograaf, had bijgehouden. ‘Van ieder kind had ze er meerdere volgeplakt, na haar dood lagen daar tweeëntachtig albums: onze geschiedenis gevangen in beelden, in plaatjesboeken zonder tekst.’

‘Dat gezinsleven, ik kon er toen nog niets van bakken. I didn’t fit in.’

Zijn moeder had Koos op zijn zestiende ook de ‘loodzware’ Canon FTb fotocamera cadeau gedaan waarmee het allemaal begon. Het fotografisch oeuvre dat volgde, beschouwt Koos Breukel als één groot zelfportret en zijn zoon Casper is er sinds zijn geboorte een onlosmakelijk onderdeel van. De jonge vader beleefde dat emotionele moment op 28 maart 2000 ontroerd vanachter zijn Hasselblad; door zijn tranen werd de foto ditmaal niet zo scherp als we van hem gewend zijn. ‘Ik heb een kind gemaakt, kijk nou toch. Wat leuk,’ besprak hij de bijzondere gebeurtenis luchtig met de Volkskrant.

Advertentie

Advertentie

Later werden fotosessies een vast ritueel tussen vader en zoon, vooral nadat Koos, toen Casper vier jaar oud was, was gescheiden van diens moeder Caitlin. ‘Dat gezinsleven, ik kon er toen nog niets van bakken. I didn’t fit in,’ zegt hij daarover, in zijn studio annex woonhuis in Amsterdam-Zuid. ‘Ik was een van die vaders die een pakje sigaretten ging halen om de hoek en nooit terugkwam.’

Casper bleef bij zijn moeder wonen. Probeerde de vader zijn zoon langer bij zich te houden door hem steeds maar weer te fotograferen? ‘Nee, zo’n vader ben ik niet,’ weert Breukel elke poging tot psychologiseren af. ‘Maar er was vanaf het begin wel een sterke band tussen ons. Herkenning. Fotografie was steeds bijzaak, dat gebeurde vrij terloops.’

Een rampzalige vader

Zoon volgt Casper door de verschillende stadia van zijn jeugd, althans, voor zover vader Koos daarbij aanwezig was. ‘De opvoeding heb ik een beetje laten zitten. Op een gegeven moment heb ik gezegd: zie mij maar als een rampzalige vader, maar ik ben wel een vriend.’

We zien Caspers van het doorknippen van zijn navelstreng, via de antroposofische Vrije School – waar hij niet echt op zijn plek was – tot zijn achttiende, klaar voor een carrière in het leger. ‘Ik denk dat hij op zoek is naar meer discipline in zijn leven,’ probeert de vader die verrassende keuze van zijn zoon te verklaren. ‘Dat heeft hij behalve op die zweverige school in Bergen ook bij mij gemist, ik was bovendien vaak op reis voor mijn werk.’

De achttienjarige Casper heeft een tattoo met de tekst ‘memento vivere’ op zijn linker bovenarm, en een opgeschoren kapsel. Op de meeste foto’s zie je hem alleen, in actie of in gedachten, met die typische oogopslag die door zijn vader de blik van een oude ziel wordt genoemd of een roofdierblik – en die trouwens wel iets heeft van Koos’ eigen fotografenblik. Soms verschijnen vriendjes in beeld en een enkele keer duiken ook Caspers broertje Finn en zijn acht jaar jongere zusje Lisa op, kinderen van Koos met zijn tweede vrouw Carlien. ‘Er zitten mooie foto’s tussen van mijn broer,’ zegt Lisa, die net thuis is gekomen uit school. ‘En kijk daar,’ wijst ze op de wand die is volgeprikt met foto’s van Casper. ‘Op een paar van die foto’s sta ik zelf.’

‘Ik laat de volwassenwording van een jongen zien, maar ik geef daarmee ook een beeld van mijn eigen ontwikkeling als fotograaf.’

Koos Breukel kon zich aanvankelijk niet voorstellen dat een serie foto’s van zijn zoon van 0 tot 18 interessant zou kunnen zijn voor de rest van de wereld. ‘Een kind maken en daar een tentoonstelling omheen bedenken, is niet bepaald een voor de hand liggend museaal concept, het is iets extreem persoonlijks.’ Nadat Casper en hij op een van hun gezamenlijke bioscoopbezoeken naar de film Boyhood van Richard Linklater waren geweest – de film volgt een jongen gedurende twaalf jaar, tot zijn achttiende – probeerde hij zich er bij wijze van gedachtenexperiment toch een voorstelling van te maken als kunstproject. ‘Ik realiseerde me toen dat het tijdsverloop van achttien jaar in dit geval niet alleen de volwassenwording van een jongen zou laten zien maar ook een beeld zou geven van mijn eigen ontwikkeling als fotograaf.’

Selfie avant la lettre

Je hebt dus Rembrandt van Rijn en Koos Breukel, maar er zijn meer kunstenaars die familieleden als model gebruikten, van Rubens tot Charley Toorop en van Gauguin tot Peter Vos. Handig om je techniek aan te scherpen, om mee te experimenteren, omdat ze zich toch al vaak in je blikveld bevinden, omdat ze goedkoper zijn of omdat je nu eenmaal net iets liever naar je kinderen, partner of ouders kijkt dan naar de meeste andere mensen. Soms pakt dat heel goed uit. Richard Avedon, een van Breukels voorbeelden, maakte als een soort vroege selfie een ontroerend portret van zijn vader en zijn zoon waarop de fotograaf zelf ook half in beeld verschijnt.

In __en Willem schetste Willem Popelier op ingenieuze wijze een portret van zijn tweelingbroer, van wie hij op jonge leeftijd gescheiden was geraakt. En in de studio van Rineke Dijkstra, een bevriende collega van Breukel, hangt een prachtig dubbelportret van haar ouders aan de vloedlijn, gefotografeerd op het strand bij Castricum, waar ze is opgegroeid. Het is een van Dijkstra’s allereerste strandfoto’s en een voorloper van de serie waarmee ze beroemd werd. In Dijkstra’s oeuvre blijft de privéfoto trouwens privé: ze heeft hem nooit geëxposeerd.

Zorgeloze fotoserie

Privéportretten kunnen een extra lading krijgen door de liefdevolle blik van de maker, zoals in het fotoboek waarmee Willem Diepraam recent zijn liefde voor zijn vrouw Shamanee Kempadoo vierde. En Bertien van Manen publiceerde op aanraden van haar zoon Joris, die in de dozen met oude foto’s had gekeken – geen fotoalbums, dat vond zijn moeder ‘het toppunt van burgerlijkheid’ – haar vroege foto’s in Easter and Oak Trees. Het werd een prachtig vormgegeven, melancholiek boek over de familievakanties van de Van Manens in de even historische als idyllische buitenplaats Den Eikenhorst.

Ook als buitenstaander overvalt je de nostalgie bij het bekijken van dat gelukkige, hippe gezin in de vrije jaren zeventig – Bertien van Manen zelf, dochter Willemijn, zoon Joris, en haar in 2008 overleden man Willem. Recensenten vroegen zich bij de uitgave, vijf jaar geleden, af of er in deze moralistische, overgevoelige en door sociale media gemonitorde tijden eigenlijk nog wel ruimte was voor zo’n zorgeloze fotoserie, met kinderen die in hun blootje rondhollen of in de weer zijn met namaaksigaretten en biertjes.

Misschien dachten ze daarbij aan Immediate Family, de 65 zwart-witfoto’s die Sally Mann maakte van haar drie jonge kinderen op een afgelegen ranch in Lexington, Virginia. Mann fotografeerde Emmett, Jessie en Virginia terwijl ze poseerden in hun arcadische omgeving, met de blik van een moeder ‘die haar kinderen nu eenmaal in alle mogelijke situaties ziet: gelukkig, verdrietig, spelend, ziek, bebloed, boos en ja, zelfs bloot’.

Het boek oogstte begin jaren negentig roem maar ook kritiek. Dat Mann de privacy van haar kinderen uit het oog was verloren, was nog een van de meer zachtzinnige verwijten. Dat kwam hard aan. ‘Ik was gewoon een moeder die haar opgroeiende kinderen fotografeerde, zonder onderscheid te maken tussen mijn moederrol en mijn rol als kunstenaar,’ schreef ze een paar jaar geleden in Hold Still, haar memoires. Toch had ze voor de zekerheid de boekhandels in Lexington gevraagd om haar boek niet in te kopen, om te voorkomen dat haar kinderen er last mee zouden krijgen. Sociale media had je toen nog niet.

Toen Casper er schoon genoeg van had, besloot Koos hem voortaan te betalen.

De kinderen van Sally Mann en van andere fotografen die hun werk mee naar huis namen, zoals Ed van der Elsken – zoon Daan van der Elsken maakte vorig jaar de documentaire ‘De Erfenis’ over de moeizame relatie met zijn vader – waren dus ook altijd modellen voor hun fotograferende ouders. Fotograaf Kors van Bennekom, zelf opgegroeid onder minder prettige omstandigheden, schetste met zijn familiefoto’s het ideale gezin dat hij en zijn vrouw nastreefden. Zoals dochter Josephine zich later herinnerde over de nostalgisch-gelukkige jaren-vijftig-foto’s van haar vader: ‘Thuis fotografeerde Kors als vanzelfsprekend door, op zijn schijnbaar argeloze manier die resulteerde in ongedwongen, taboeloze foto’s.’

Ook Casper Breukel wist niet beter: als hij op Koos’ eilandje in de Vinkeveense Plassen aan het zwemmen was met vriendjes, was daar steevast ook zijn vader met een camera. ‘En niet alleen tijdens die vakanties maakte ik foto’s van hem, maar altijd als we elkaar zagen,’ zegt Koos Breukel. De eerste tijd vond Casper dat prima en poseerde hij graag. ‘Toen hij ouder werd, kocht hij er zelfs speciaal kleren voor, zoals hier met die hoodie, het leek soms wel modefotografie. Maar daarop volgde een periode waarin hij er schoon genoeg van had.’ Toen nam de vader het besluit om zijn zoon voortaan te betalen om model te staan. ‘Anders hadden we elkaar in die tijd ongetwijfeld een stuk minder vaak gezien.’

Papa wilde het nu eenmaal graag

Caspers privacy ziet Koos Breukel niet als groot probleem: zijn zoon is achttien jaar oud, volwassen voor de wet en heel goed in staat om te beoordelen of hij zichzelf wil terugzien aan een museummuur, in een fotoboek en dus ook in de verschillende media. ‘Ik heb tegen hem gezegd: ik maak je curator van je eigen tentoonstelling. Dus als er iets bij zit wat je niet zint, moet je dat vooral zeggen.’ Een paar foto’s met vroegere vriendinnetjes zag Casper inderdaad liever niet terug, ‘die heeft hij eruit gegooid’, maar verder vond hij alles goed – ook de foto’s waarop hij in zijn blootje is te zien. ‘Ik heb hem daar helemaal niet over gehoord,’ zegt zijn vader.

Voor Caspers zusje Lisa hoeft zo’n aan haar eigen jeugd gewijd fotoboek niet per se, als ze zelf achttien wordt. ‘Ik zou het goed vinden, hoor, maar het is wel erg veel gedoe,’ zegt ze voor ze de deur uit rent naar haar voetbaltraining. ‘Casper is het eerste kind, hij wordt volwassen – en papa wilde het nu eenmaal heel graag.’ Koos Breukel: ‘Een vervolg over mijn dochter zit er over acht jaar niet in: ik mag Lisa maar zelden fotograferen. En bovendien: anders dan Casper heb ik haar al iedere dag om me heen.’

Koos Breukel, Zoon, Huis Marseille, 8 september tot en met 2 december 2018

Fotoboek Zoon van Koos Breukel, met een tekst van Joris van Casteren, vormgeving Sabine Verschueren, uitgeverij Bas Lubberhuizen, 208 pagina’s, € 35,00. Verschijnt 8 september

Bertien van Manen, Easter and Oak Trees, uitgeverij Mack, 112 pagina’s, € 24,50

Willem Diepraam, Shamanee, tekst Ian Buruma, uitgeverij Rijksmuseum, € 17,50

Kors van Bennekom, De familie van Bennekom, uitgeverij Bert Bakker, tekst J. Bernlef en Josephine van Bennekom, alleen antiquarisch verkrijgbaar

Sally Mann, Immediate Family, uitgeverij Aperture, 88 pagina’s, € 23,99

Sally Mann, Hold Still. A Memoir with Photographs, uitgeverij Little, Brown & Company, € 27,99

Willem Popelier, __en Willem. Documentatie van een jeugd, uitgeverij Post Editions, 176 pagina’s, € 25,00